of 59162 LinkedIn

‘Kritiek op ons is verstomd’

Voor Roelof Bleker is het dijkgraafschap geen eindstation. De dijkgraaf van Rivierenland stapt over naar de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht. Hij zag het in zichzelf gekeerde waterschap veranderen in een open organisatie. ‘Wij helpen anderen hun doelen te realiseren.’ 

Voor Roelof Bleker is het dijkgraafschap geen eindstation. De dijkgraaf van Rivierenland stapt over naar de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht. Hij zag het in zichzelf gekeerde waterschap veranderen in een open organisatie. ‘Wij helpen anderen hun doelen te realiseren.’ 

Dijkgraaf Roelof Bleker verlaat Rivierenland

Je bezoekt dijkgraaf Roelof Bleker (50) in het kantoor van het waterschap Rivierenland (‘het is prachtig, maar we barsten wel uit onze voegen’) niet zonder achterin de hal een blik te moeten werpen op de kaart van het langgerekte werkgebied. ‘Ik vind het mijn opdracht om mensen te laten zien wat we doen. Daarom staat er ook een enorm videoscherm in de hal waarop bezoekers kunnen zien waar we wat aan uitgeven’, aldus de dijkgraaf.

Links op de enorme kaart Kinderdijk, rechts de Ooijpolder. In het noorden de Rijn, de wilde Waal in het midden, in het zuiden de Maas en de 108 kilometer lange Linge als hart van het watersysteem. Een verdieping hoger in het gebouw worden vanuit mission control de 1.700 stuwen en gemalen aangestuurd. Boeren hebben de hotline met het zenuwcentrum in hun slimme telefoon.

Roelof Bleker verruilt na de zomervakantie Rivierenland voor de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht, waarvan hij bestuursvoorzitter wordt. De leaseauto gaat meteen de deur uit. ‘En hij wordt niet vervangen’, meldt de dijkgraaf. ‘Ik had een elektrische Opel Ampera E besteld, maar die heeft leveringsproblemen. Ik kan in een Tesla gaan rijden, maar daar kun je als publiek bestuurder niet mee aankomen. Waarom doen we het niet zonder, zeiden we toen.

Als dijkgraaf van Rivierenland kan ik niet zonder auto, maar als ik straks vanuit mijn woonplaats Culemborg naar de Hogeschool in Utrecht ga, dan kan dat best met de trein. Trouwens, mijn vrouw peddelt voor haar werk door weer en wind op haar supersnelle e-bike naar Utrecht. Dat kan ik natuurlijk ook gaan doen.’

Roelof Bleker werd in 2010 als wethouder in Enschede dijkgraaf te Tiel. Dat is tamelijk uniek. Vooral burgemeesters wagen op latere leeftijd de overstap. Nu ja wagen, het is geen doldwaas avontuur, de dijkgraaf is immers vergelijkbaar met de burgemeester in een gemeente. ‘Mensen zien dat wel zo. Zoals ze de burgemeester mailen over alles wat in de buurt misgaat, zo zoeken mensen de dijkgraaf ook op. Aan de andere kant heb je als dijkgraaf veel minder contact met burgers en ben je vooral interbestuurlijk bezig. Je bent veel minder het uithangbord van de organisatie. Mijn wereld is die van de wethouders, van de burgemeesters, de gedeputeerden en de Veiligheidsregio. Natuurlijk heeft de burgemeester daar ook mee te maken, maar die is ook bij de harmonie of bij de 100-jarige.’

Jaloers
Het deel dat Bleker dus niet doet, het uithangbord van de organisatie spelen en tussen de mensen staan, zeggen burgemeesters juist het leukst te vinden. ‘Ja zéggen ze, maar tegelijk zeggen heel veel burgemeesters tegen mij: “Goh, ik ben wel jaloers op jouw baan.” Misschien hebben ze een andere reden. De salariëring? Nou dat weet ik niet. Ze zeggen: het is een mooie en moeilijke bestuurlijke functie, waarbij je overzicht hebt over landschap, cultuurhistorie en veiligheid. Het gaat ook heel erg over de inhoud. Wat is nodig voor water, wat voor veilig? Je ziet niet zoveel politiek met een kleine p; heisa tussen Pietje en Jantje. De één heeft iets in de krant gezegd, de ander is daar kwaad over. Het gaat bij de waterschappen over de inhoud en niet over poppetjes en gedoetjes. Dat ergert burgemeesters soms in hun gemeente of gemeenteraad.’

De burgemeester is een bekende. Iedere week staat hij/zij wel in het plaatselijke blaadje – ambtsketen om. Wanneer staat de dijkgraaf ooit in dat blaadje? Boeren en buitenlui, en daar zijn er relatief veel van in Rivierenland, kennen het waterschap en weten wat het doet. In de steden weet niemand dat en kan het ook niemand wat schelen. Dijkgraaf Bleker: ‘In de stad maak je je druk over de verkeersdrempels en verkeersveiligheid. Als wethouder in Enschede merkte ik dat dát heel nabijkomt. Maar als je in het buitengebied woont, is het waterschap dichtbij. Als boer ben je afhankelijk van het waterschap. Is er wel goed gemaaid als er een zware bui valt?

Voor de bedrijfsvoering van een fruitteler is het waterschap een essentiële partner. In het buitengebied hebben mensen de evacuaties in 1995 meegemaakt; zij weten hoe het is om huis en haard te moeten verlaten bij een dreigende dijkdoorbraak. Ze weten misschien niet wie de dijkgaaf is, maar één of twee heemraden kennen ze wel. Buiten de bebouwde kom zijn we heel bekend, maar daarbinnen hebben we nog een wereld te winnen.’

Opheffen
Zouden de waterschappen die wereld moeten willen winnen? Je weet wat er in onze moerasdelta gebeurt als je je kop boven het maaiveld uitsteekt. Nu is het kalm in de wereld van de 21 waterschappen, maar het is niet eens zo lang geleden dat een meerderheid in de Tweede Kamer de waterschappen wilde opheffen. Bleker: ‘Voor een deel hoeven mensen ons niet te kennen als wij ons werk goed doen. Maar we heffen wél ongeveer een euro belasting per huishouden per dag, 365 euro in Rivierenland dit jaar precies. Dat is een fiks bedrag. We heffen dus ook belastingen. Daarom mag je volgend jaar weer stemmen voor het waterschap. Om dat weloverwogen te kunnen doen, moeten mensen ons wel leren kennen. Ik zou zeggen dat ze daar, ook met het oog op de klimaatverandering en de duurzaamheidsdiscussie, belang bij hebben. Kan onze wijk zware buien aan? Moeten we iets doen, en zo ja: wat?’

Waterschappen vinden dat ze relevanter zijn dan ooit. De Unie van Waterschappen probeert daarom meer taken naar de waterschappen te halen, vooral op het gebied van duurzaamheid, circulaire energie en energietransitie. Waterschappen, provincies en gemeenten hebben gezamenlijk een oproep gedaan aan het kabinet om hierin samen op te trekken. Nogal wat (gemeente en provincie)bestuurders vinden het waterschap evenwel een gedateerd bestuursorgaan, met het schouwdiner als archaïsch symbool. In vroeger tijden was het diner de praktische afsluiting van de controle van de watergangen en keringen, nu is het een samenkomst waarbij heren jolig uit de hensbeker drinken. Opheffen, die waterschappen. Heb je meteen minder bestuurlijke drukte. De provincies en gemeenten kunnen hun taken prima uitvoeren.

Bleker: ‘Dat is jouw achterhaalde beeld; ik kom die bestuurders hier niet tegen. Als dat wel zo was, zou ik het zeggen’, zegt dijkgraaf Bleker bijna verontschuldigend. Het is anders geweest. Roelof Bleker: ‘Toen ik hier acht jaar geleden in Tiel kwam, maakte ik een rondje langs de gemeenten. Een deel van de burgemeesters zei: “Ja, dan spreken we wat af, en vervolgens krijgen we die vergunning niet”. Wij waren ‘dat waterschap, daar in Tiel’. We waren net opgeschaald, we gingen van zeven organisaties naar één. Het waterschap voelde ver weg voor de gemeenten. Toen ik hier kwam, dacht Rivierenland: als wij onze kerntaken zo goedkoop mogelijk uitvoeren, dan kan niemand anders het efficiënter doen, dus zal niemand ons opheffen. We waren vooral met onszelf bezig.’

Maatschappelijker
De waterschappen zijn in rap tempo maatschappelijker en professioneler geworden, zegt Roelof Bleker. En met die bestuurlijke drukte valt het ook mee. De dijkgraaf: ‘Er is goed overleg, zonder gedoe. Ik schuif af en toe aan bij een Veiligheidsregio, maar dan is het niet drukker omdat ik erbij ben. Sterker, wij krijgen complimenten omdat we veel meer samenwerken dan vroeger. Als wij nu een dijk versterken dan is het niet: wij doen ons ding en de bewoners moeten aan de kant. Wij vragen nu: “Wat willen jullie dat wij op en bij de dijk gaan doen?” En dat vragen we niet alleen aan de mensen aan de dijk, maar ook in het dorp. Soms is er een wethouder die zegt: “Oei, wat doen jullie met onze inwoners en welke verwachtingen wek je? Wat moet ik dan allemaal doen?” Sommige bestuurders schrikken, maar de meesten vinden de ontwikkelingen heel mooi.’

De tijden zijn drastisch veranderd voor de waterschappen, ervaart de dijkgraaf van Rivierenland. ‘Je ziet het ook landelijk. De kritiek is verstomd. Men weet dat wij goed werk doen en ook de investeringsruimte hebben.’ En het goede voorbeeld geven. Roelof Bleker: ‘Mensen zien dat wij al voor 40 procent duurzaam zijn, dat op zuiveringen zonnepanelen kunnen liggen en dat je voor gasloze wijken warmte uit het oppervlaktewater kunt halen. Provincies willen natuur realiseren, en wij helpen ze met goed water op de juiste plek. Wij helpen anderen hun doelen te realiseren. Daardoor zeggen ze: hé, wat een fijne partner, en daarmee worden ze onze ambassadeur en trekken we samen op.’

De versterking van de Diefdijk op de grens van Gelderland en Zuid-Holland is daarvan een mooi voorbeeld, vindt de dijkgraaf. ‘Wij moesten hem versterken vanwege de waterveiligheid, maar de waterkering heeft ook cultuurhistorische waarde, en daar wilden de provincies iets mee. Gemeenten wilden iets met de verkeerveiligheid. Eén plan, één loket, één procedure en één uitvoerder. Zo creëer je draagvlak.’

Kunst
Als iedereen nog enthousiast over je is, dan is het een goed moment om op te stappen. En dat doet Roelof Bleker eind augustus. Hij wordt zoals gezegd bestuursvoorzitter van de Hogeschool voor Kunsten (HKU) in Utrecht. Bleker: ‘Ik vind de kunstwereld erg leuk – dat anarchistische en tegendraadse. Als dijkgraaf heb ik altijd verbinding met kunst en creativiteit willen leggen. Ik heb ook een dijkinspiratietafel opgericht met ontwerpers van buiten. Met een ontwerper erbij wordt de nieuwe dijk voor de dijkbewoners hun droom, die ze dankzij het ontwerp kunnen uitleggen aan het dorp.

Vandaar dat die wethouder zegt: “En ik dan?” Als wethouder voor stedelijke ontwikkeling in Enschede heb ik gemerkt hoe essentieel oud-studenten van de kunstacademie in Enschede waren bij de wederopbouw van Roombeek. Zij waren een soort ruggengraat in de samenleving die ik niet kende.’

Als je niet beter zou weten, zou je denken dat Roelof Bleker al directeur van de HKU was. Ongeschoren, strak wit overhemd, geen stropdas. Niet wat je je voorstelt bij een dijkgraaf. ‘Ik was ook lange tijd de jongste dijkgraaf. Daar hoort ook wel een open houding bij. Het is eigenlijk een eindfunctie, maar ik ben te vroeg dijkgraaf geworden om het te blijven’, lacht Bleker. ‘Ik hoor het wel vaker: “Ben jij dijkgraaf?” Mensen denken aan sigaren rokende heren die op vrijdagmiddag vergaderen met een borrel erbij. Die tijden zijn voorbij. Wij hebben hier trouwens al jaren geen schouwdiner meer. Je kunt je tradities ook in een nieuw jasje doorgeven. Wij versterken nog steeds de dijken, maar wel op een subtielere en slimme manier.’


CV
Roelof Bleker (Appingedam, 1967) zat op school in Appingedam en studeerde van 1985 tot 1990 technische bedrijfskunde aan de Universiteit Twente. Hij gaf er twee jaar les, waarna hij consultant werd bij bedrijfskundig onderzoeks- en adviesbureau HHM in Enschede. In deze stad werd Bleker in 2001 wethouder stedelijke ontwikkeling en cultuur voor de PvdA. Hij werd in oktober 2010 dijkgraaf van het waterschap Rivierenland in Tiel. Op 1 september stapt Roelof Bleker over naar de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht, waar hij voorzitter van het college van bestuur wordt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.