of 59318 LinkedIn

Klassement van het klimaat

De nieuwe, bijna voltooide Klimaatmonitor maakt het energieverbruik van elke gemeente feilloos inzichtelijk. Rijke plattelandsgemeenten scoren het slechtst. ‘Wij gaan gewoon blij door met de manier waarop wij hier samenleven.’

Schiedam en Spijkenisse voeren samen de ranglijst aan van het minste gasverbruik van woningen. Gemiddeld genomen verbruiken de huishoudens in de beide Zuid-Hollandse gemeenten slechts 1.300 kubieke meter per jaar. Ze worden op de voet gevolgd door Delft met 1.350 kubieke meter gas. Een aantal steden buiten Zuid-Holland scoort nog beter, zoals Purmerend, Almere en Duiven. Maar die beschikken over een warmtenet, waarvoor de cijfers moeten worden gecorrigeerd. Die correctie is nog niet beschikbaar.

 

Het verbruik van al deze gemeenten staat in elk geval in schril contrast met het verbruik in Rozendaal (Gelderland), Blaricum en Laren. De woningen daar verbruiken meer dan twee keer zoveel gas dan de winnaars Schiedam, Spijkenisse en Delft: respectievelijk 2.850, 2.700 en 2.650 kubieke meter per woning per jaar.

 

Wat betreft het elektriciteitsverbruik per woning zijn de grote steden met vlag en wimpel het meest klimaatvriendelijk van het land. Nummer één is Amsterdam met 2.350 kWh per woning per jaar, vervolgens Groningen met 2.600 kWh en dan Den Haag met 2.700 kWh, evenveel als Leeuwarden. Ook Rotterdam en Utrecht scoren minder dan 2.800 kWh, overigens net als - wederom - Delft.

 

Maasdonk behaalt de slechtste score op het gebied van elektriciteitsverbruik: gemiddeld 4.550 kWh per woning per jaar. De Brabantse gemeente wordt gevolgd door Tubbergen (Overijssel) en Haaren (Brabant) met 4.350 kWh.

 

Energiegegevens

 

Deze wijsheid, en nog veel meer klimaatwetenswaardigheden van Nederlandse gemeenten en regio’s, danken we aan de zogeheten Klimaatmonitor die is opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). De monitor is op een haar na voltooid en wordt binnenkort officieel gelanceerd.

 

De energiegegevens van vrijwel alle gemeenten vanaf 2004 tot en met 2009 zijn in de Klimaatmonitor verwerkt. Het Agentschap NL, dat het nieuwe instrument samen met adviesbureau DHV samenstelde, verwacht dat nog dit jaar ook de gegevens van de ontbrekende gemeenten in het systeem zijn ingevoerd.

 

Het idee erachter is onder meer dat gemeenten elkaar de maat nemen (benchmark) en op deze manier tot verbetering van de energieprestaties komen. ‘Bestuurders of ambtenaren van steden met vergelijkbare omvang of opbouw van hun wijken kunnen op deze manier hun licht bij elkaar opsteken’, zeggen Gert Nijsink, programma-adviseur bij Agentschap NL en Alexander Gijsen van DHV. ‘De gegevens zijn uniform beschikbaar en centraal gefaciliteerd, dus het scheelt de gemeenten veel tijd en kosten. Lijstjes met ‘de beste drie’ of ‘de slechtste drie’ zijn natuurlijk aardig, maar vormen allerminst het hoofddoel.’

 

Ook biedt het nieuwe instrument gemeenten de gelegenheid om te kijken of hun energiebeleid werkt. Ze kunnen de cijfers vanaf 2004 jaar voor jaar opvragen. Zo kunnen ambtenaren controleren of een voorlichtingsactie om tot zuiniger stookgedrag van inwoners te komen of een lokale campagne ter bevordering van led-lampen en zonnepanelen ook effect sorteert. Dan zouden deze inspanningen terug te vinden moeten zijn in de statistiek.

 

Hoge emissies

 

Maar dat is nog niet alles. Met enkele muisklikken vindt de bezoeker de energieprestaties van scholen, kerken en ziekenhuizen. Zo blijken de CO2-emissies van scholen in Maastricht om onduidelijke redenen ver boven het landelijk gemiddelde te liggen. Terwijl in de gemeente Haarlemmermeer de aanwezigheid van Schiphol om verklaarbare reden de CO2-uitstoot tot grote hoogte opstuwt in de categorie ‘vervoer en opslag’.

 

Vanzelfsprekend is dat het opgestelde windvermogen in de Wieringermeer, Flevoland, Noordoost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen met meer dan 40 megawatt tot het hoogste van Nederland behoort. Voor de hand liggend is eveneens dat de kustgemeenten meer windvermogen installeren dan plaatsen in Oost-Brabant, Noord-Limburg, Gelderland, Overijssel en Drenthe. Vanwege het agrarische karakter is het net zo logisch dat juist in deze laatste provincies meer co-vergistingsinstallaties van de grond zijn gekomen om dierlijke mest om te zetten in elektriciteit.

 

Ook de huishoudelijk-afvalcijfers zijn opgenomen in de Klimaatmonitor. Beter scheiden van papier, textiel en plastic verpakkingen leidt immers tot meer materiaalhergebruik en meer inzet van secundaire grondstoffen en dus tot minder verbranding en aanspraak op fossiele brandstoffen. Uit de lijst blijkt dat Rotterdam, Den Haag en Amsterdam slecht scoren op dit gebied. Logisch, want grote steden doen het traditioneel minder goed met de gescheiden inzameling van glas en papier dan kleinere gemeenten op het platteland. De gemeente Utrecht doet het overigens opmerkelijk goed.

 

Amsterdam is wel weer de absolute number one in aantal deelauto’s. De hoge parkeertarieven, het lang zoeken naar parkeerplaatsen en de vele auto-inbraken zouden dit kunnen verklaren. De provincie Friesland kent relatief veel geïnstalleerde zonnepanelen, hetgeen het gevolg zou kunnen zijn van het actieve voorlichtingsbeleid van de provincie over de rijkssubsidies.

 

Verdeeld

 

De aanvoerders van de lijstjes reageren verdeeld op het nieuws. ‘Ik ben allerminst verbaasd’, zegt bijvoorbeeld Jan Hendrik Klein Molekamp, burgemeester van Rozendaal in Gelderland. ‘Wij zijn gezegend met veel vrijstaande huizen en het zijn ook nog eens relatief grote woningen’, zegt de voormalige energie- en milieuspecialist van de VVD in de Tweede Kamer.

 

Rozendaal is het gewend om lijstjes aan te voeren. Meestal zijn het positieve wapenfeiten. ‘De stemmen voor de Tweede Kamer zijn hier het snelst geteld en we hebben het hoogste aantal speeltoestellen per kind. Van de lijst van grootste gasverbruikers willen we echter zo snel mogelijk af’, aldus Klein Molenkamp, die zijn huis alvast van HR++glas liet voorzien.

 

Hij legt de verantwoordelijkheid voor vermindering van het gasverbruik bij de inwoners van zijn gemeente. Is het niet een idee om een voorlichtingsblad te verspreiden met stooktips en isolatiemogelijkheden? ‘Een goed plan’, zegt de burgemeester. ‘Als u me de cijfers toemailt, laat ik ze in het gemeenteblad zetten. We vangen trouwens met onze hoge bomen veel CO2 af en de helft van de woningen onder de 350 duizend euro doet mee met een provinciaal energiebesparingsprogramma.’

 

De gemeente Tubbergen (Overijssel), grootverbruiker op gebied van elektriciteit, is niet blij met de aandacht. ‘Jammer dat dit negatieve publiciteit oplevert’, zegt wethouder Gerrit Ophof (VVD/Gemeentebelangen). De landelijke gemeente beschikt net als Rozendaal over veel grote woningen. ‘We hebben ook veel agrariërs die meestal over een melkrobot beschikken. Misschien dat het stroomverbruik daarvan wordt meegeteld. En er wordt de laatste tijd veel ingebroken door inwoners uit voormalige Oostbloklanden, dus veel mensen hebben de hele nacht verlichting aan op het erf’, zo verklaart Ophof.

 

‘De beroepsbevolking bestaat bovendien uit veel zzp-ers die in de schuren en garages van hun woningen smeedijzerwerk of meubels vervaardigen. Kost allemaal stroom.’ Tubbergen telt ook relatief veel grote gezinnen die vanzelfsprekend het stroomverbruik opstuwen, en dan is er ten slotte nog het fameuze Twentse ‘naboarschap’, aldus Ophof. ‘We zorgen hier zelf voor onze ouders, die vaak op een verbouwd deel van de boerderij wonen. Dat is dus wel twee televisies, twee computers enzovoorts. Nee, dat lijstje doet me niks, wij gaan gewoon blij door met de manier waarop we hier samenleven.’ Daar hoort het milieu wel degelijk bij, aldus de wethouder. ‘De gemeenschapshuizen van onze dorpen worden verduurzaamd met zonnepanelen, en twee hele dorpen krijgen straks stroom van vergistingsinstallaties. Wij zijn koploper oud-papier en plastic inzamelen.’

 

Schrik

 

Ophofs collega Ben Brands in Maasdonk (Brabantse dorpen Geffen, Nuland en Vinkel) schrikt behoorlijk van het nieuws. Brands (Dorpsbelangen): ‘Natuurlijk hebben wij ook veel grote gezinnen, veel agrariërs en zzp-ers, maar ik begrijp dat we nog wel wat slagen kunnen maken. We hebben nu slechts een enkel straatje met led-verlichting. Dat ga ik dus uitbreiden. We starten weldra een actie om woningeigenaren zonnepanelen aan te bieden met korting van de gemeente. We hopen ook dat de voorlichtingsactie voor energiebesparing bij mensen met lagere inkomens effect heeft. Volgend jaar staan we lager op dit lijstje.’

 

Datzelfde hoopt ook wethouder Ineke de Joode-Baljet (Hart voor Blaricum). ‘Natuurlijk scoren wij slecht op gasverbruik. Wij staan altijd in hetzelfde lijstje met Laren, Bloemendaal, Wassenaar, Haren en Baarle-Nassau. Grote vrijstaande huizen, rijke mensen. Maar we werken aan verbetering.

 

Vanaf volgend jaar wordt bijvoorbeeld de wijk Blaricummer Meent met 850 woningen in gebruik genomen. De woningen hebben geheel geen aansluiting op het gasnet doordat ze zijn aangelegd met warmtekoude- opslag. En daarnaast wil ik erop wijzen dat wij als gemeente het goede voorbeeld geven doordat we elektrische dienstfietsen en elektrische auto’s hebben aangeschaft. En schrijft u op dat wij bovendien 100 procent led-verlichting hebben op straat?’

 

Duurzaam bouwen

 

De gemeente Delft, derde op de lijst van zuinig gasverbruik van woningen en in de top tien van het meest sober electriciteitsverbruik van de Nederlandse gemeenten, zegt de beide goede scores te danken aan een jarenlang stabiel beleid. ‘Wij werken sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw al aan duurzaam bouwen, wat onder meer resulteerde in de milieuvriendelijk wijk Ecodus’, zegt wethouder Saskia Bolten (Groen Links).

 

‘Winnaar’ Amsterdam relativeert de koppositie. ‘Leuk dat we bovenaan staan, maar we zijn er nog lang niet’, zegt wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks). ‘Ik zie onze positie als een aanmoediging om door te gaan met maatregelen.’

 

Hij doelt op isolatie van de bestaande woningvoorraden, waar de maatregelen zich binnen 7 jaar terugverdienen, en de inzet van zonneenergie. Een derde speerpunt van de gemeente is het warmtenet verder te ontwikkelen en warmte-koude-opslag te stimuleren.

 

Van Poelgeest: ‘We willen ook windenergie op het land bevorderen, vooral in de havens van de stad. We mikken op een nieuwe generatie windmolens. We willen de invoering ervan versnellen door de administratieve en juridische rompslomp voor de ontwikkelaars weg te nemen. Daarom gaan we een dertigtal kavels ‘windklaar’ maken. Goed, daar zullen in de loop van de procedure best enkele locaties van afvallen, maar dan hebben we er toch twintig gereed.’

 

Amsterdam ziet de Klimaatmonitor vooral als een instrument om prestaties zichtbaar te maken, alsmede de schone zaak van energie en klimaat op de politieke agenda te houden.

 

‘Daarbij zal steeds duidelijker worden dat het niet alleen gaat om de planeet, maar ook om de portemonnee. Energieprijzen stijgen. De energielasten zullen weldra een groter deel van de woonlasten gaan uitmaken dan de huur. Energiebesparing wordt daarom gewoon steeds meer een business case.’  


Leusden geeft voorbeeld
In de gemeente Leusden is het elektriciteitverbruik met gemiddeld 3.750 kWh per woning aan de hoge kant. Dat past in het beeld van een rijke, blanke en vergrijzende gemeente met veel eigen woningbezit, rijkelijk ingericht met luxe apparatuur.

 

De Klimaatmonitor laat echter iets opmerkelijks zien. Wie de cijfers vanaf 2004 tot en met 2009 op het scherm tovert, ziet een gestaag dalende trend, terwijl het landelijk stroomgebruik in deze periode juist elk jaar een beetje stijgt. ‘Milieu en klimaat zijn populaire thema’s bij de inwoners’, verklaart wethouder Tijs Rolle (Groen Links). ‘Vorig jaar werd de wijk Eurowoningen nog uitgeroepen tot meest klimaatvriendelijke straat van Nederland. Maar er is meer. Leusden is een nette gemeente, mensen letten op hun woonomgeving en de kwaliteit van hun huis. We zien het onder meer aan de inschrijvingen op de duurzame leningen.

 

Tegen slechts 2 procent rente kunnen mensen geld bij ons lenen voor zonnepanelen, dubbel glas en isolatie. Ook de gemeentelijke energiemarkten waar leveranciers van energiebesparende maatregelen zich aanbieden, worden door de inwoners altijd goed bezocht.’ 


Cijfers Klimaatmonitor verdienen relativering
Deskundigen onderschrijven de analyses van burgemeesters en wethouder in dit artikel. ‘Het gasverbruik is evident hoger in gemeenten waar grote huizen staan’, verklaart Maarten Allers, energiedeskundige bij het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) te Groningen. ‘De gemeenten met het hoogste verbruik zijn ook de gemeenten met de duurste woningen van het land, dat wil zeggen veel vrijstaande huizen en villa’s.’

 

Daarentegen zijn gemeenten met een laag energieverbruik veelal grote steden, met kleinere woningen en veel appartementen. ‘Daardoor treedt minder warmteverlies op door de muur’, aldus Allers.

 

Bij het stroomverbruik ligt het minder eenduidig, aldus het COELO. ‘Al verbruiken ook daar de steden - vooral de wat armere gemeenten - minder elektriciteit. We weten dat het stroomverbruik sterk is gecorreleerd met het aantal apparaten in een woning. Kennelijk hebben huishoudens in welvarende plattelandsgemeenten er daar meer van in huis dan bewoners in de grote steden.’

 

Bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Den Haag relativeert energiespecialist Jurriën Vroom de ranglijsten van de gemeenten, vooral die van het gasverbruik. ‘Het gasverbruik wordt het meest bepaald door het woningtype. En een groot vrijstaand huis verbruikt nu eenmaal meer gas dan een appartement. De scores zeggen nog niet zo veel over de energie-efficiency.’ Doordat een stad als Amsterdam heel veel appartementen telt, lijkt het alsof de stad ‘het goed doet’, aldus Vroom, die namens het CBS de energiegegevens leverde aan de databank statline, waar AgentschapNL ze vanaf haalde.

 

Ook de leeftijd van de woningen is van belang. ‘Een grote stad als Rotterdam heeft net als Amsterdam relatief veel appartementen, maar ze zijn gemiddeld genomen jonger. Dus die zouden energetisch beter kunnen scoren.’

 

Ook op de elektriciteitslijstjes valt wel een en ander af te dingen, aldus de statisticus. ‘De belangrijkste factor die van invloed is op het elektriciteitsverbruik is de grootte en de samenstelling van het huishouden. Uit hoe meer mensen een huishouden bestaat, des te groter het verbruik. Ook hier is een zekere relatie met het woningtype aan te wijzen.

 

Een vrijstaande villa heeft vaak veel erfverlichting en wellicht een elektrisch verwarmde sauna. Het verklaart in elk geval waarom veel gemeenten in het oosten en in het zuiden van het land “slecht” scoren. Er zijn daar van oudsher gewoon meer grote gezinnen’, zo valt Vroom de wethouders van Tubbergen en Maasdonk bij.

 

In plaats van je als gemeente af te zetten tegen vergelijkbare gemeenten is het volgens Vroom zinvoller de gegevens per woningtype te bekijken. ‘Als je dan de Amsterdamse appartementen vergelijkt met het gemiddelde gasverbruik in een dergelijke woning, is de stad met 1.050 kubieke meter slechts een middenmoter.’

 

Meer informatie: De website klimaatmonitor.databank.nl is voor iedereen toegankelijk. Ambtenaren en bestuurders kunnen ook terecht op http://lokaalklimaatbeleid.viadesk.com

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.