of 63428 LinkedIn

Het stopcontact van Nederland

Deze zomer brengt Binnenlands Bestuur vier reportages over het leven en welzijn aan de rand van Nederland. Deel 1: gemeente Het Hogeland.

Het lijkt een tegenstelling: een zeehaven en middelpunt van de energietransitie aan de rand van een van de grootste en dunst bevolkte gemeenten van ons land. Maar de Eemshaven en het Groningse achterland zijn meer verknoopt dan je zou denken. ‘Ik zou niet weten wat we zonder de haven moesten.’

Ver weg in eigen land 

Deze zomer brengt Binnenlands Bestuur vier reportages over het leven en welzijn aan de rand van Nederland. Deel 1: gemeente Het Hogeland.

Noordoost-Groningen: hub in de energietransitie

Ieder mens die te voet of per fiets restaurant Yakamoz nadert, wordt vanuit de lucht aangevallen. Een kleine kolonie visdieven heeft het platte dak van het gebouw, midden in de Eemshaven, uitgekozen om nesten te bouwen. Nu de kuikens uit het ei zijn, vliegen de ouders luid krijsend rond en voeren duikvluchten uit op de hoofden van iedereen die dichter dan 200 meter van het restaurant komt. Bezoekers aan de nabijgelegen benzinepomp moeten wegduiken zodra ze uit hun auto stappen.

Bij het eethuis zijn ze inmiddels wel gewend aan de agressieve vogels. De kolonie zat ook vorig jaar al op het dak, en de eigenaar heeft andere zorgen. Zijn eethuis en cateringservice voor de haven- en energiebedrijven in de Eemshaven krabbelt net weer een beetje op na de stilstand tijdens de coronacrisis. De eetzaal op de bovenverdieping, bedoeld voor borrels en bedrijfsfeestjes, is al maanden gesloten. ‘We hebben de keuken net helemaal uitgebouwd, maar ik weet niet wat ik met die nieuwe apparatuur moet doen, nu die niet wordt gebruikt.’

Toch kan hij lachen om een onderhoudsmonteur, die buiten uit zijn busje stapt en met een slalom en wegduikend, wapperend met zijn armen een soort moderne dansact uitvoert om de vogels te ontwijken. ‘Het is eigenlijk ook hún gebied, hè. Wij zijn hier pas later gekomen. Die vogels waren er veel langer.’ Maar de Eemhaven is bepaald niet piepjong. Deze geografische uithoek werd begin jaren zeventig gebouwd om de benauwde haven van Delfzijl uit te breiden met overslag, chemische installaties en raffinaderijen, en werkgelegenheid te bieden aan mensen die hun baan waren kwijtgeraakt door de schaalvergroting en mechanisering van de landbouw in Noordoost- Groningen.

Maar een ‘Rotterdam van het noorden’ werd de Eemshaven nooit. De oliecrisis stak daar een stokje voor, en als overslaghaven kon het nooit concurreren met de havens in Rotterdam en Amsterdam. De hypermoderne fruitterminal, in de jaren tachtig voor bijna 100 miljoen gulden gebouwd, werd een grote mislukking en eind jaren negentig verkocht.

Koers verlegd
Wie er nu rondloopt, ziet dat de Eemshaven die oude toekomstdroom achter zich heeft gelaten. De koers is verlegd. Waar een toekomst als petrochemisch centrum er nooit inzat, wil de Eemshaven nu een grote rol spelen in de nieuwe toekomst van de offshore: de aanleg van grote windmolenparken op zee. Op verschillende plekken in de haven liggen de machinekamers en rotorbladen van de enorme windmolens in rijen opgeslagen. Grote schepen liggen klaar om de onderdelen mee te nemen en op volle zee, in de windmolenparken tussen Nederland, Duitsland en Denemarken, in elkaar te zetten.

De stroom uit de parken komt deels in de Eemshaven weer aan land. Door bestuurders en beheerders uit de regio wordt het gebied daarom weleens liefkozend ‘het stopcontact van Nederland’ genoemd. Die stroom komt overigens niet alleen door de windenergie: ook de RWE-kolencentrale is sinds 2015 in bedrijf.

De aanwezigheid van een stabiele stroomvoorziening stimuleert ook een andere bedrijfstak: datacenters. Vlak naast de RWE-centrale staan de gebouwen met rijen computerservers van QTS en Google. En de komende energietransitie brengt ook andere initiatieven. Samen de NAM en Eemshaven-beheerder Groningen Seaports ontwikkelt oliereus Shell plannen voor een enorme waterstoffabriek in de Eemshaven, die moet worden aangedreven door een gigantisch windpark ten noorden van de Waddeneilanden. Het moet Nederland koploper maken in de waterstoftechniek, een schone energiebron die vooral gebruikt kan worden voor industriële processen die nu nog veel aardgas gebruiken. Aardgas dat even verderop uit de bodem komt.

Lange leegte
En even verderop, dat is het uitgestrekte agrarische landschap van Noord-Groningen. Voor de reiziger tussen de stad Groningen en de haven veelal een lange leegte van 40 kilometer N46. Maar voor wie beter kijkt, is het een netwerk van kleine dorpen, het oudste deel met de kerk vaak gebouwd op een wierd (terp) en onderling verbonden met vaarten en kanalen. De ruimte ertussen wordt veelal opgevuld met herenboerderijen aan de rand van eindeloze akkers waar nu, eind juni, de aardappels bloeien en de suikerbieten en wortelen al aardig groot worden.

Dit landschap is in de loop van de eeuwen altijd veranderd, door overstromingen, dijkdoorbraken en verleggende waterlopen, maar laat ook nu nog zien hoe een groot deel van Nederland er een eeuw geleden uitzag, met minder verstedelijking, verdozing en overal aanwezige infrastructuur. Zoveel ouder dan een eeuw is een groot deel overigens niet: de waddenkust van Noord-Groningen schoof in de negentiende eeuw door inpoldering steeds een stukje op. Maar op het oog is het contrast met de industriële aanblik van de Eemshaven enorm.

Tussen de tientallen windturbines die het akkerland naast de Eemshaven bevolken, staat een hele bijzondere molen: Goliath, een poldermolen uit 1893 die vroeger 850 hectare van de Groningse polder drooghield en uitmaalde op de Waddenzee. Molenaar Ida Wierenga (72) wijst op de dijk achter de molen. ‘Daarachter begon de zee voordat ze in de oorlog de Emmapolder hebben ingepolderd.’ Wierenga bestiert de molen al meer dan dertig jaar, en woont haar hele leven al op deze plek. ‘En ik ben altijd al verliefd geweest op deze molen.’ Die liefde verdween niet toen het monument werd ingesloten door windmolens van onze tijd. Vele malen hoger zijn ze, en altijd hoorbaar aanwezig. Het zouden er nog meer geweest zijn als Wierenga, een strijdbare Groningse, er niet voor was gaan liggen. ‘Ik heb gezegd: er kan geen sprake van zijn dat de wind voor deze poldermolen wordt geblokkeerd door die dingen. Dus de drie molens die ze hierachter wilden bouwen, zijn er nooit gekomen. Zo kan deze molen blijven werken. Het werd me niet door iedereen in dank afgenomen hoor. Sommige boeren waren woedend. “Je kost me geld!” zeiden ze.’

De molen maalt nog regelmatig, maar de polder wordt nu drooggehouden door een gemaal elders. Maar als Goliath het polderwater in beweging zet, gaat vooral het zuurstofgehalte in de sloten en vaarten weer omhoog, zegt Wierenga. Het water keert weer terug in de polder. ‘We willen het liefst dat we ooit weer kunnen uitmalen naar de Waddenzee, zoals vroeger.’ Wierenga heeft de Eemshaven gebouwd zien worden, en het landschap om de molen heen zien veranderen. Maar ze kijkt niet negatief naar de ontwikkelingen even verderop. ‘Het begin van de haven was niet best. Ik weet nog dat ze hier kwamen, de ingenieurs die wel even een haven gingen bouwen. Bij het eerste hoogwater spoelden de machines gewoon weg. In het begin hadden veel mensen hier wel hun bedenkingen hoor. Al die lichten bij de Eemshaven, terwijl 50 meter verder mensen woonden, zoals mijn opa en oma, die niet eens elektriciteit hadden. Maar uiteindelijk is die mening wel veranderd. Ik denk dat veel mensen nu best trots zijn op de Eemshaven en wat het gebracht heeft.’

Tegenwicht
Zo is de Eemshaven ook een tegenwicht voor die andere economische activiteit die dit deel van Groningen zo kenmerkt: de gaswinning. En die heeft ook in de nieuwe gemeente Het Hogeland, waar Eemshaven onder valt, grote invloed gehad. In het gemeentehuis in Uithuizen, een van de vier gemeentehuizen die de vorig jaar gefuseerde gemeente nog steeds heeft, wijst wethouder Eltjo Dijkhuis op de hoek van zijn werkkamer. ‘Dit was door aardbevingen helemaal uit het lood. Het is totaal vernieuwd. Met steenstrips.’

De fusiegemeente, die de hele Groningse waddenkust van het Lauwersmeer tot Eemhaven beslaat en in het zuiden grenst aan de stad Groningen, ligt weliswaar niet in het officiële centrum van het aardbevingsgebied, maar ook hier heeft de gaswinning huizen ontwricht en inwoners angstig en boos gemaakt. ‘De gaswinning is hier echt wel een kras op de ziel.’

Maar de nieuwe rol van de Eemshaven, als draaipunt van de energietransitie, is volgens Dijkhuis voor de regio een grote stap vooruit. ‘Ik denk helemaal niet dat het contrast tussen de Eemshaven en de rest van de gemeente zo groot is. Veel mensen denken ook: dit gaat ons vooruit helpen. Mensen hier zijn best fier op de groei en de grotere rol van de Eemshaven. En ik denk dat alle voorwaarden aanwezig zijn voor een verdere doorontwikkeling. We hebben wind zat, we hebben stroom voor datacenters, en we kunnen in de toekomst het groene waterstof leveren. De Eemshaven kan meegroeien met de energievraag van de toekomst.’

Bovendien ziet de wethouder dat de stad Groningen groeit, en dat biedt mogelijkheden voor zijn gemeente. ‘In het zuiden van de gemeente merken we nu een stijgende lijn in huizenprijzen, omdat de stad een groot woningtekort heeft. Bovendien ligt er een goede verbinding met de Eemshavenweg, dus ik zie best mogelijkheden voor verdere groei en woningbouw in het gebied tussen de stad en Eemshaven.’

Maar dan moeten er wel wat acute problemen worden opgelost, zegt Dijkhuis. ‘Er blijven nu miljarden aan investeringen in de haven op de plank liggen door de stikstofproblematiek. Daardoor ligt nu de ontwikkeling stil van een moderne staalfabriek van Van Merksteijn, waar de voorbereidingen al in volle gang waren. De heipalen waren al besteld, maar het is op dit moment onduidelijk wanneer er gebouwd kan worden. In die zin is deze regio wel een vergeten hoekje. Ik vraag me af of dat in Den Haag wel voldoende doordringt.’

Want ook in Het Hogeland speelt hetzelfde als in een groot deel van de Nederlandse gemeenten: een acuut en ernstig geldtekort. Het is de op een na grootste gemeente van Nederland met slechts een kleine 50.000 inwoners, verdeeld over 50 dorpen. ‘Maar ook met kosten voor de Wmo, Jeugdzorg en heel veel openbare ruimte die onderhouden moet worden. Net als heel veel andere gemeenten komen we structureel niet uit. En dan hebben wij nog wel inkomsten uit de Eemshaven. Ik zou niet weten wat we zonder moesten.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.