of 59345 LinkedIn

‘Het gaat om trots, niet om geld’

De energietransitie zet cultuurlandschappen op z’n kop. Hoe komt de burger uit de weerstandsmodus? Lector en universitair hoofddocent landschapsarchitectuur Sven Stremke over schijnparticipatie, windmolens als kunstobject en de rol van gemeenten.

De energietransitie zet cultuurlandschappen op z’n kop. Hoe komt de burger uit de weerstandsmodus? Lector en universitair hoofddocent landschapsarchitectuur Sven Stremke over schijnparticipatie, windmolens als kunstobject en de rol van gemeenten.

Landschapsarchitect Sven Stremke over de energietransitie

‘Inpassen.’ Al slipt het woord een enkele keer door zijn woordenstroom heen, waar mogelijk probeert Sven Stremke het te vermijden. ‘Inpassen suggereert dat een windmolen of zonnepark in het landschap wordt weggemoffeld’, licht hij toe. ‘Vormgeven, daar gaat het om.’ Stremke is in Wageningen universitair hoofddocent landschapsarchitectuur en leidt daarnaast het lectoraat high density energy landscapes aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst.

Een bevlogen veertiger. Tussen de luidruchtig in hun kantine lunchende academiestudenten haal je de casual geklede lector er amper uit. Sven Stremke groeide op aan de Oostzeekust. ‘Mijn Oost-Duitse ouders hielden van reizen. Hoewel ze Zweden bij wijze van spreken zagen liggen, mochten ze er niet naartoe. Mijn voornaam was hun verzetsdaad.’ Later werkte hij als landschapsarchitect in onder meer Spanje en de Verenigde Staten. Toen zijn toenmalige vriendin en inmiddels vrouw begin deze eeuw aan de Universiteit van Amsterdam ging studeren, kwam hij mee naar Nederland. Stremke schreef mee aan de elektriciteitshoofdstuk van het concept Klimaatakkoord en is ook betrokken bij de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

U hebt veel in het buitenland gewerkt. Waarin onderscheidt de Nederlandse energietransitie zich?
‘In eerste instantie dacht ik dat die ruwweg hetzelfde was als elders in Europa en Noord-Amerika. Maar ik kwam er al vrij snel achter dat het in Nederland anders ligt. Het grootste verschil zit in de bevolkingsdichtheid, de druk die er nu al ligt op landschap en leefomgeving. Elke vierkante kilometer in Nederland is ingericht en geoptimaliseerd. Waar loop je tegenaan als je met zo veel mensen op een postzegel woont? Daar steek ik met mijn collega’s en studenten alle creativiteit en energie in.’

Is die hoge bevolkingsdichtheid uitsluitend een nadeel?
‘Binnen de stedenbouw is dat helder. Tot een bepaalde bevolkingsdichtheid kun je steeds makkelijker energie besparen, daarna slaat het om. Bij wolkenkrabbers ligt het kantelpunt meen ik ergens rond de achtste of negende verdieping. In de landschapsarchitectuur bestaat zo’n kantelpunt niet. Grofweg wordt het met toenemende dichtheden steeds ingewikkelder om nieuwe energieprojecten te ontwikkelen, al is het ook van belang hoe de lokale bevolking is samengesteld. In sommige plattelandsregio’s zitten veel voormalige stadsmensen die een oude boerderij hebben gekocht. Juist die groep, blijkt uit onderzoek, houdt veel energieprojecten tegen.’

De gevluchte stedeling is het lastigst?
‘Ja. Dat hangt samen met hun verwachtingspatroon van het platteland. Zij zoeken er vooral een mooi en rustig decor. Maar iemand die op het platteland is opgegroeid, ziet het als zijn dagelijkse leefomgeving waar geld moet worden verdiend om voor de familie te kunnen zorgen. Bij de voormalige stedeling gaat het om beleving, voor vele geboren plattelanders telt vooral functionaliteit en productiviteit. We zullen die verschillende kanten van de energietransitie op een duurzame manier met elkaar in balans moeten proberen te krijgen.’

Wie moet daarbij het voortouw nemen, het rijk?
‘Wij hebben er keihard voor geknokt om de kwaliteit van de leefomgeving onderdeel te laten zijn van het ontwerp Klimaatakkoord. Dat is gelukt. Dat is een grote stap vooruit vergeleken met het Energieakkoord van 2013. Daar stonden de woorden leefomgeving en landschap niet in. Het rijk moet de contouren van de ruimtelijke ontwikkeling en minimale eisen ten behoefte van ruimtelijke kwaliteit vaststellen. Als je die gaat downscalen naar provincies of gemeenten, kom je in een wedstrijdpositie terecht. Een energie-ontwikkelaar gaat dan shoppen en belandt bij de gemeente die de minste aanvullende eisen stelt. Dat levert alleen maar ellende op.’

Moeten via de nieuwe NOVI ruimtelijk essentiële keuzes aan regio’s worden opgelegd?
‘We hebben in het Nationaal Perspectief Energie & Ruimte de gebieden in Nederland geschetst waar je hernieuwbare energietechnieken zou kunnen inzetten. Je merkt dat het supergevoelig ligt, maar het moet er komen. Nu onderzoeken we hoe we dat op een fatsoenlijke manier kunnen doorvoeren, rekening houdend met de voorkeuren van de lokale samenleving. Dat het plan past bij de mensen die er wonen. Het is evident dat je de burger daarbij ook aanvullende middelen en instrumenten moet aanreiken. Je kunt niet aan de burger vragen welke energietechnologie hij in zijn achtertuin wil hebben en tegelijkertijd stellen dat alles via de reguliere SDE+- regeling moet worden gefinancierd. Dan worden het zonneakkers of alleen maar windenergie – en dan heel lelijk uitgevoerd. Dat noem ik schijnparticipatie. Je moet de burger ook faciliteren zodat er iets goeds van de grond komt. Anders houdt het snel op met de energietransitie.’

Is meer wind op zee dan geen makkelijker te realiseren alternatief?
‘We hebben geen enkel scenario waarbij kleinschalige energievoorziening op het land in combinatie met meer offshore samen toereikend is. Het energieaanbod blijft dan simpelweg onvoldoende. Energie importeren uit het buitenland lijkt een cheap escape. Maar er valt, naar ik vrees, per saldo heel weinig te importeren. Trouwens, hoe duurzaam is dat? Ook CCS [het ondergronds opslaan van kooldioxidegas, red] is geen oplossing. China, de VS, Noorwegen, Engeland – ze zijn allemaal opgehouden met hun pilots. Wie zij wij dan om het wel voor elkaar te krijgen? We zien een ander spoor dat goedkoper is, al levert het ook hoofdpijn op. Je moet cross-sectoraal leren kijken.’

Stremke vertelt over een inspirerend onderzoek in de gemeente Jühnde op het Duitse platteland. ’Iedere energie-expert in Nederland zal zeggen dat het niet kan, maar elk dorpje heeft er zijn eigen dorpswarmtenet. Gewoon, door het zelf te gaan opzetten. Een lokale boer had het moeilijk. Tenzij hij fors zou kunnen uitbreiden, zou hij failliet gaan. Op beide opties zat het dorp niet te wachten. Maar stel dat hij de lokale energieleverancier zou kunnen worden, dan hoefde hij helemaal niet uit te breiden en werd hij ook weer een key player in de lokale gemeenschap. Veel dorpsinwoners hadden hun olietank in de kelder staan.

Die werden door het nieuwe dorpswarmtenet overbodig, waardoor ze er ineens allemaal een hobbykamer bij kregen.’ Stremke, samenvattend: ‘We onderschatten vaak de synergie tussen de duurzame vraagstukken. We praten uitsluitend over CO2, kWh en euro’s. Deze dorpsbewoners hadden amper behoefte aan 5.000 euro subsidie. De boer kreeg z’n plek terug in de dorpsgemeenschap en iedereen hield er extra ruimte in huis aan over.’

Bij vergelijkbare initiatieven op het Nederlandse platteland wordt bijvoorbeeld gezamenlijk een dorpsmolen geëxploiteerd. Bent u niet bang dat het open landschap zonder regie verrommelt?
‘Aan het ontwerp van de windturbines zelf kun je weinig veranderen. Wel aan de wijze waarop ze in het landschap worden geplaatst. Met name bij de losse boerderijmolens, tien meter achter de woonkamer, krijg je snel wildgroei. Maar dat verandert. Gisteren was ik bij een NOVI-bijeenkomst over Flevoland. Het casco-principe van hoe het land is ingericht moet weer samen gaan vallen met de plek van turbines. Veel boeren staan er voor open om met windmolens het onderliggende landschappelijke patroon en de cultuurhistorie te versterken. Dat vind ik geweldig.’

Stremke geeft de buitendijkse windturbines aan de A6 tussen Lelystad en de Ketelbrug als voorbeeld. ‘Niet normaal mooi. Die windturbines, de dijk en het IJsselmeer vormen samen gewoon een kunstwerk. Kun je zo naar het Rijksmuseum halen. Mensen maken hun trouwfoto’s tegen die achtergrond.’

Aan de andere kant, geeft hij toe, kom je soms ook uit op windparken die voor sommigen misschien ogen als industrielandschappen. ‘Maar waar je ook op uitkomt, je hebt nieuwe financieringsmodellen en burgerparticipatie nodig. Men is in Nederland nog steeds op zoek naar de golden bullet, de one-fits-it-all oplossing. Dat is naïef. Als een lokale samenleving wordt opgezadeld met een windenergiepark, dan moet daar iets tegenover staan. Dat kan meestal niet binnen het kader van de SDE+. Ja, dat model werkt voor een macro- econoom maar niet voor een lokale gemeenschap. Het gaat om geld, natuurlijk, maar ook om bewustwording, waardering, trots, identiteit. Dat wordt nu allemaal compleet genegeerd.’

Wat voor rol hebben de gemeenten daarin?
‘Ze zijn de spin in het web, de key player. Maar dat vergt veel van ze. Grote gemeenten kunnen het nog wel aan, maar bij kleinere is het echt afzien. Soms zie je een parttimer die de hele lokale energietransitie moet dragen. Bij kleine gemeenten moet de capaciteit omhoog om deze complexe uitdaging aan te kunnen. Ook zou het rijk meer instrumenten moeten aanreiken die het werk van gemeenten vergemakkelijken.’

Wanneer kunnen we over de landschappelijke gevolgen van de energietransitie tevreden zijn?
‘De landschappen die ontstaan zullen niet altijd in het Rijksmuseum komen te hangen. Maar als we er met zijn allen geen spijt van hebben en de pijn en de trots met elkaar in balans zijn, dan ben ik al heel blij. Het zou kunnen zijn dat je de productiekant, de energieopbrengst, op een bepaalde plek leidend maakt. Omdat je daarmee dan ook weer andere plekken reserveert waar de beleving van het meer historische landschap gehandhaafd blijft. We zullen vast de openheid van een aantal supermooie veenpolders weten te conserveren. Maar alle veenpolders behouden, dat kan niet. Beleving, economie, duurzaamheid – die drie pijlers moeten steeds beter met elkaar in balans raken.

En doe je dat niet goed, dan merk je het snel genoeg. Dan krijg je als gemeente namelijk geen enkel nieuw energieproject meer voor elkaar. Maar als het lukt, krijgen we daar allemaal nieuwe energie van, letterlijk en figuurlijk.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.