of 61043 LinkedIn

Help niet-kunners van het gas af

In het Klimaatakkoord heeft Nederland een ambitieus doel geformuleerd, namelijk het aardgasvrij maken van alle woningen voor 2050. Gemeenten hebben daarbij – met ondersteuning van de landelijke overheid – een belangrijke rol middels de wijkgerichte aanpak.
Reageer

Om voldoende draagvlak voor de energietransitie te verzekeren en iedereen een eerlijke kans te geven, moet er worden gezorgd dat óók de 420.000 ‘niet-kunners’ onder de huiseigenaren hun woning aardgasvrij kunnen maken. Financiële maatregelen alleen zijn niet voldoende. Ook moet worden ingezet op communicatie, facilitering en zonodig als laatste remedie dwang. Die gecombineerde aanpak is volgens student-onderzoekers* van de Radboud Universiteit Nijmegen voorwaardelijk voor het slagen van de energietransitie.

Essay

In het Klimaatakkoord heeft Nederland een ambitieus doel geformuleerd, namelijk het aardgasvrij maken van alle woningen voor 2050. Gemeenten hebben daarbij – met ondersteuning van de landelijke overheid – een belangrijke rol middels de wijkgerichte aanpak. Ermee faciliteert de gemeente op grote schaal het maken van de plannen, maar huiseigenaren zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de kosten en de lasten van het aardgasvrij maken van de woning. Om de transitie naar aardgasvrije woningen succesvol te laten verlopen, is het van groot belang dat álle huiseigenaren mee kunnen doen.

Dat blijkt echter op dit moment niet haalbaar, aangezien zo’n 420.000 huishoudens, 15 procent van alle huiseigenaren in Nederland, onvoldoende kapitaal heeft om deze transitie te maken. Een bijkomend probleem is dat deze groep ‘niet-kunners’ relatief vaak in slecht geïsoleerde huizen woont en minder energiezuinige apparatuur bezit, waardoor de kosten nog verder oplopen voor een groep die al achterloopt.

Om voldoende draagvlak voor de energietransitie te verzekeren en iedereen een eerlijke kans te geven, moet er worden gezorgd dat óók de ‘niet-kunners’ onder de huiseigenaren hun woning aardgasvrij kunnen maken.

Ouderdom
Op dit moment zijn verschillende financieringsmogelijkheden, hulpbronnen en ondersteuningsopties beschikbaar voor huiseigenaren die hun huis aardgasvrij willen maken. Huiseigenaren weten deze echter niet altijd te vinden. Daarnaast zijn veel financieringsmogelijkheden gebaseerd op een lening, terwijl huiseigenaren – juist die met een lager inkomen – vaak geen extra lening willen en kunnen nemen. Ook brengt het proces rondom de verschillende financieringsmogelijkheden veel administratieve lasten met zich mee en vraagt het een proactieve houding van huiseigenaren, die niet iedereen bezit.

Veel burgers zijn daarnaast afwachtend in de energietransitie. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met onduidelijkheid rondom de plannen van de gemeente. Een deel van de huiseigenaren geeft ook aan liever langer te wachten tot er nieuwere, goedkopere en efficiëntere oplossingen komen voor het aardgasvrij maken van de woning.

En sommige huiseigenaren zijn ronduit sceptisch over de noodzaak van gasvrije woningen. Een veelgehoord argument is dat men in Duitsland net aan het gas gaat, terwijl wij in Nederland van het gas af moeten. Een laatste obstakel wordt gevormd door praktische bezwaren van huiseigenaren. Hieronder vallen bijvoorbeeld het ongemak van de verbouwing, het geluid dat de warmtepomp maakt of het niet willen koken op inductie. Verder geven sommige huiseigenaren aan niet voor lange termijn in een huis te willen investeren in verband met verhuisplannen of ouderdom.

De manier waarop burgers wél gefaciliteerd willen worden in de transitie is uiteenlopend. Een deel geeft aan zelf de controle te willen houden en de beslissing en plannen zelf te willen nemen. Een andere groep zou juist graag collectief te werk gaan, en gezamenlijk naar geschikte oplossingen zoeken. Om goed in te spelen op de uitdagingen in de huidige situatie moet worden ingezet op financiële hulp, communicatie, facilitering en zonodig als laatste remedie dwang, aangezien deze maatregelen tezamen voorwaardelijk zijn voor het slagen van de energietransitie.

Financiële hulp
Een eerste voorwaarde om de transitie naar aardgasvrije woningen te laten slagen, is dat niet-kunners financieel tegemoet moeten worden gekomen. Daarvoor is een basis van subsidies nodig, afhankelijk van het inkomen van huiseigenaren; zo komt de meeste steun terecht bij de doelgroep voor wie de investering de grootste opgave is maar er veel baat bij heeft. Omdat de kosten van een volledige subsidiëring hoog zouden oplopen, vormen inkomengerelateerde subsidies slechts de basis. Er zijn twee opties om deze basis aan te vullen.

Als eerste optie zou gebruik kunnen worden gemaakt van de maatwerklening uit het Warmtefonds, die naar verwachting eind dit jaar zal worden gepresenteerd door Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten. Deze lening is vergelijkbaar met de maatwerklening rondom funderingsherstel en is gebaseerd op de draagkracht van de lener. De hoogte van de lening wordt berekend op basis van de kosten van de verduurzaming van het huis. Er wordt strikt gecontroleerd of het geld ook naar dit doel gaat en de overheid staat garant voor deze leningen. Door deze toetsing is er geen kredietrisico voor geldverstrekkers en is het voor financiële instituties aantrekkelijker om te participeren. De leningen kunnen dan ook worden verstrekt voor aantrekkelijke rentepercentages en lange looptijden voor de huishoudens, wat leidt tot lagere maandelijkse rente- en afbetalingen. Hiermee maakt de maatwerklening het mogelijk op voordelige manier krediet te verschaffen aan de groepen die het het meest nodig hebben.

Een tweede mogelijke aanvulling op de subsidie is het ‘woonabonnement’. Daarbij wordt het huis door een particuliere partij in één keer verduurzaamd, waarna de kosten via een abonnement maandelijks worden afbetaald. Het voordeel van deze maatregel ligt in het ontzorgen van de huiseigenaren; iets waar een groot deel van de ‘niet-kunners’ baat bij zou kunnen hebben. De gemeente kan overzicht houden op de partijen die deze diensten verlenen, waardoor de ‘abonnementstarieven’ fair blijven. Met een combinatie van de subsidie en de optie van één van de twee aanvullende maatregelen zou de transitie financieel ook beter haalbaar kunnen worden gemaakt voor deze 420.000 niet-kunners.

Betere communicatie
Ten tweede is naast financiële steun ook verleiding belangrijk; uiteindelijk moeten huiseigenaren (met eventuele hulp) worden overgehaald duurzame veranderingen aan hun huis aan te brengen. Voor dit doel is communicatie de sleutel en daar is ook een rol weggelegd voor de nationale overheid. Duidelijkere communicatie over de plannen van de overheid, de kosten voor de huiseigenaar, de stappen die een huiseigenaar moet ondernemen en de financieringsmaatregelen is onmisbaar. Communicatie kan een deel van de initiële onzekerheid en afwachtendheid van de huiseigenaar wegnemen. Het plan om vanuit landelijke overheid één website te maken waar dergelijke informatie gemakkelijk op één plaats te vinden zal zijn, is nog niet volledig van de grond gekomen, de wel gelanceerde website https://www.verbeterjehuis. nl/, mist bekendheid en is moeilijk te vinden.

Daarnaast ligt er ook voor de gemeente een taak in de communicatie. Burgers geven aan graag (persoonlijk) te worden geïnformeerd en concrete, herkenbare (reken)voorbeelden te krijgen over de kosten en activiteiten die moeten worden ondernomen. Naast de focus op de voordelen van het overgaan op aardgasvrije middelen is het ook belangrijk om de nadelen van het achterblijven te benoemen als mensen niet meegaan, nadelen die extra hard kunnen aankomen voor lagere inkomens. Voorbeelden van zulke nadelen zijn verlies van de woningwaarde en hogere energiekosten op termijn.

Energiecoach
Naast communicatie is praktische facilitering van belang, zowel voor gemeenten als voor burgers. De (proces)kosten voor de wijkgerichte aanpak blijken uit de proeftuinwijken beduidend hoger dan ingeschat. Veel gemeenten hebben op dit moment niet de capaciteit voor de persoonlijke aanpak die nodig is om huiseigenaren te verleiden. Sommige gemeenten hebben bijvoorbeeld maar twee of drie full-time medewerkers daarvoor beschikbaar. Ondanks de succesvolle kennisdeling via het Programma Aardgasvrije Wijken, zal daarnaast meer geld vanuit de nationale overheid beschikbaar moeten worden gemaakt om gemeenten deze grote opgave succesvol te laten voltooien.

Een eerste mogelijkheid voor facilitering bij burgers is het waar mogelijk koppelen van verduurzamingsbehoeften van burgers aan bestaande werkzaamheden als verbouwingen. Verder kan participatie door wijkbewoners bij de energietransitie ook zorgen dat bewoners meer gemotiveerd zijn om mee te werken. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een inventarisatie onder huishoudens over leefbaarheid in de wijk. Wensen die daaruit voortkomen, kunnen dan meteen worden aangepakt; denk bijvoorbeeld aan verbeteringen in de groenvoorziening of de herinrichting van de straat. Zo ligt de focus niet alleen op de last van de verbouwing, maar op extra voor delen, zoals de verbetering van het algemene straatbeeld. Deze strategie wordt nu al toegepast door woningcorporaties, onder andere in Eindhoven, en is in meerdere gevallen zeer succesvol gebleken.

Een tweede manier om burgers te faciliteren ligt bij hulp bij het plannen van de verbouwing van het eigen huis. Aangezien gemeenten maar een beperkte capaciteit hebben, zijn gemeentelijke energiecoaches daarvoor een geschikte uitkomst. Deze coaches worden en ingezet om huishoudens persoonlijke hulp te kunnen bieden bij de verduurzaming van hun woning. Momenteel werken deze coaches vooral op vrijwillige basis vanuit stichtingen zoals de Energiebank, waardoor de totale hoeveelheid geholpen huishoudens laag blijft. Er kunnen meer energiecoaches worden geworven.

Ook zou energiecoach waar mogelijk een betaalde functie (eventueel via de gemeente) moeten worden, zodat de capaciteit van deze coaching groter wordt. Daar ligt tevens een kans om ook werklozen of mensen die op dit moment werkzaam zijn in sectoren die door de transitie minder belangrijk zullen worden, om te scholen tot energiecoach. Een energiecoach moet gemakkelijk te benaderen zijn voor huiseigenaren; om dit te bereiken, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een makkelijk toegankelijk ‘loket’ of aan de inzet van energiecoaches die zelf afkomstig zijn uit de wijk waarin ze werken.

Optie dwang
Tenslotte zou het als laatste optie mogelijk moeten worden via wet- en regelgeving mensen te dwingen om hun huis te verduurzamen. De transitie biedt veel mogelijkheden om via begrip samen te werk te gaan en niet alleen verbeteringen te maken met betrekking tot duurzaamheid, maar ook met betrekking tot leefbaarheid. In uitzonderlijke gevallen is er echter geen andere reële optie dan dwang mogelijk.

Denk bijvoorbeeld aan de proeftuinwijk in Purmerend, waar een warmtenet werd aangelegd met volledige financiering van de gemeente, waardoor inwoners van de wijk geen eigen kosten maakten. Ondanks deze volledige facilitatie resteerden er uiteindelijk zes huishoudens in deze wijk die simpelweg niet mee wilden. Omdat zij op dat moment het recht op een gasaansluiting hadden, moest er een aparte gasleiding voor hen worden aangelegd.

Dit is een situatie waarin kosten onnodig hoog oplopen en waarin dwang mogelijk zou moeten zijn. Het is natuurlijk wel zaak om eerst ondubbelzinnig iedereen te communiceren dat het maken van de transitie écht mogelijk is, voordat mensen ertoe worden gedwongen. Dwang is daarom niet alleen een laatste mogelijkheid, maar ook slechts een optie als eerdere maatregelen als financiële tegemoetkoming, communicatie en facilitering zijn gerealiseerd.

De genoemde maatregelen samen zouden de energietransitie komende jaren beter mogelijk moeten maken. Financiële maatregelen op zich zijn niet voldoende – praktische steun, communicatie en zonodig dwang zijn van groot belang om van de energietransitie een succes te kunnen maken. Met een combinatie van deze maatregelen wordt de energietransitie óók haalbaar voor de 420.000 ‘niet-kunners’ in Nederland.

Het onderzoek waarop dit essay is gebaseerd werd uitgevoerd maakt deel uit van de denktank ‘Climate Change & Inequality en is te vinden op https://tinyurl.com/yb5nh332

Liedeke Bestebreur, Koen van Boxel, Lara Janssen, Julian van Vught en Eeke Welling, studenten van de honours masters van de Radboud Universiteit Nijmegen 2019-2020

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.