of 59162 LinkedIn

Eerder grip op werkmigrant

Het aantal Oost-Europese arbeidsmigranten in Midden-Brabant verdubbelt de komende jaren. Die toestroom zal de gemeenten in de Langstraat niet langer verrassen. Een brede aanpak ‘aan de voorkant’ moet overvolle ‘Polencampings’ voorkomen.

Het aantal Oost-Europese arbeidsmigranten in Midden-Brabant verdubbelt de komende jaren. Die toestroom zal de gemeenten in de Langstraat niet langer verrassen. Een brede aanpak ‘aan de voorkant’ moet overvolle ‘Polencampings’ voorkomen.

Droomgaard gold als een ‘vijfsterren recreatiepark’ voor de gehele familie. De Efteling op loopafstand; op vijf minuten fietsen strekken zich de zandheuvels, hei en bossen uit van nationaal park De Loonse en Drunense Duinen. ‘Een gerenommeerde camping’, beaamt wethouder Gerard Bruijniks (ruimtelijke ontwikkeling, Gemeentebelangen) van Loon op Zand.

Tot 2006 dan. Toen ontdekten ook de eerste Polen het park bij Kaatsheuvel. Om heel andere bezoekredenen. Overdag stonden de meesten aan een lopende band in een Tilburgse fabriek, ’s avonds brachten ze hier voor luttele euro’s de nacht door. ‘Ze huurden al snel tweehonderd caravans met elk drie, vier arbeidsmigranten’, zegt Bruijniks. ‘Dan praat je over achthonderd mensen uit Oost-Europa die ineens geconcentreerd in zo’n gebied in jouw gemeente komen te zitten. Met alle vraagstukken die daarbij horen. Gaat het er daar op het park wel ordentelijk aan toe?’

Nou nee, bleek afgelopen oktober nog toen acht bewoners van Droompark werden opgepakt wegens (onder meer) illegaal wapenbezit, niet-betaalde boetes en rijden onder invloed. Bruijniks: ‘De raad heeft een motie aangenomen dat al onze campings terug moeten naar hun voormalige toeristisch-recreatieve functie. Ook Droomgaard. Maar hoe kunnen we op een zorgvuldige wijze afbouw realiseren? Een situatie die in de loop der jaren ontstaat, draai je niet in één dag terug.’

Snelverdieners
Veel vragen. Een deel ervan werd eerder beantwoord door twee onderzoekers van Companen die voorjaar 2017 hun deelrapportage afrondden over huisvesting van arbeidsmigranten in de regio Hart van Brabant. Wat bleek: circa de helft van hen blijft maximaal een half jaar in Brabant hangen, om vervolgens weer terug te keren naar (vooral) Polen en in mindere mate Hongarije, Roemenië, Bulgarije. De ‘snelverdieners’, in jargon.

Nog eens een derde van de arbeidsmigranten verblijft hier tussen de zes maanden en drie jaar. En de overige 20 procent verkiest het uiteindelijk om permanent in Nederland te komen wonen. Bruijniks: ‘Op de woningmarkt hebben ze gelijke rechten en plichten als onze bewoners.’

De arbeidsmigranten zijn broodnodig. ‘In de afgelopen tien jaar nam de werkgelegenheid in deze regio fors toe. Met name in Tilburg vestigde zich een aantal grote bedrijven, ook in Waalwijk nu. De mensen die in het bestand zitten van Baanbrekers, de interregionale sociale dienst, zijn niet in staat om al het beschikbare werk te doen. Dus krijg je kansen voor arbeidsmigranten. Werkgevers en uitzendbureaus willen ze wat graag aan zich binden.’

Companen telde in 2012 ruim 7.000 werknemers uit Midden- en Oost-Europa in Hart van Brabant. In 2016 waren dat er al een slordige 15.000. Bruijniks: ‘Nu de economische groei doorzet en de schaarste op de arbeidsmarkt toeneemt, verwachten we voor de komende jaren nog eens bijna een verdubbeling. Tegelijk zien we in deze regio ook al meer krapte ontstaan op de woningmarkt. Dat betekent dus dat we als gemeenten echt maatregelen moeten nemen om nieuwe situaties als op Droompark te voorkomen.’

Stringentere eisen
Met zijn Langstraat-collega’s van Heusden en Waalwijk sloeg Bruijniks vorig jaar de handen ineen. ‘Welke normenkader ga je hanteren voor de kortstondige verblijvers? Ja, je hebt daarvoor de landelijke SNF-norm voor flexwonen. Maar zou je eigenlijk niet nog veel stringentere eisen willen stellen, waardoor mensen niet meer lange tijd met z’n vieren in een ruimte hoeven te verblijven?’

Ook de werkgevers hebben daar oren naar. ‘Als gevolg van de komst van Bol.com naar onze regio overwegen we daar vlakbij een arbeidsmigrantenvoorziening in te richten voor short stayers’, geeft Bruijniks als voorbeeld. ‘Hoe dichter bij de werklocatie, hoe korter de aanrijtijd. Nu rijden sommige busjes ’s ochtends wel een uur of meer rond voordat ze de werknemers bij hun bedrijf kunnen afzetten. Nou, dan is de arbeidsmoraal intussen aardig ingezakt. Dat merkt een werkgever ook. Die wil vitale werknemers op de werkvloer.’

Liefst gaat Bruijniks nog een stap verder. Als zich een groot bedrijf in Hart van Brabant wil vestigen, dan moeten in de ruimtelijke procedures niet alleen regels worden opgenomen over het aantal te creëren parkeerplaatsen, vindt hij, maar ook over de beschikbaarheid van arbeidskrachten. ‘Dan kun je bepalen of er voldoende arbeidspotentieel in de reguliere markt beschikbaar komt met bijscholing. En als dat niet zo is, hoeveel arbeidsmigranten je dan zou moeten aantrekken. Dan haal je het huisvestingsvraagstuk naar voren, in plaats van dat het je als gemeente achteraf overkomt.’

Voor alle duidelijkheid: de werkgevers en de uitzendbureaus zijn in de Brabantse gemeenten verantwoordelijk voor de huisvesting van short stayers. ‘Die vangen wij als gemeenten niet op. Pas op het moment dat arbeidsmigranten langer dan een half jaar willen blijven en overwegen medelander te worden, komen wij in actie. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat, als er kinderen in het spel zijn, die niet met een achterstand op school beginnen. Voor die doelgroep doen we een appèl op de hele regio. Dan kijken we naar kantoorpanden die leeg komen te staan en die je mogelijk tot tijdelijk pension zou kunnen transformeren. Mits de kwantiteit van de opvang past bij de omgeving. Je zet geen honderd arbeidsmigranten in een oud fabriekspand midden in een woonbuurt.’

Doe het samen
Wat zijn Bruijniks lessen van de afgelopen tijd. ‘Doe het samen’, zegt hij. ‘En kies voor een multidisciplinaire aanpak. Dit is niet alleen een woningmarktkwestie, of een economische vraag, of een onderwerp uit het sociaal domein. Ik vond het heel bijzonder dat we als drie wethouders uit de Langstraat vanuit die drie verschillende portefeuilles met elkaar in gesprek raakten.’

Tip twee: regel het meteen vanaf de voorkant. ‘Zoals er geen industrieterrein wordt aangelegd zonder goede ontsluitingsweg, zo moet je geen bedrijf meer neerzetten zonder je eerst samen met de werkgevers in de lokale arbeidsmarkt te hebben verdiept. En ja, die werkgevers vinden goede huisvesting voor hun werknemers echt essentieel. Dicht bij het werk, met voldoende mogelijkheden voor ontspanning. De moraal onder werkgevers is door de schaarste op de arbeidsmarkt echt veranderd.’

Toch, erkent Gerard Bruijniks ronduit, zullen de extra woonplekken voorlopig onvoldoende zijn om camping Droompark te laten leegstromen. Met handhaving en een betere bewonersregistratie verwacht hij ook daar de situatie te verbeteren. ‘Op campings is permanente bewoning verboden’, zegt Bruijniks. ‘Dus hoeft er ook geen registratie te zijn behalve een simpel nachtregister. Daardoor blijven veel bewoners onder de radar, onzichtbaar voor ons. Dat vind ik niet goed. Vandaar dat we nu aan nieuwe regels werken om ook tijdelijke arbeidsmigranten op te nemen in onze persoonsregistratie. We moeten ze beter zichtbaar hebben.’

Wordt Droomgaard ooit weer een normaal vakantiepark? ‘Als het aan de raad ligt morgen’, lacht de wethouder. ‘We zullen binnenkort met de eigenaar in gesprek gaan over de toekomst. We willen goede afspraken maken. En ja, dan hopen we dat het park langzamerhand terug kan worden gegeven aan de toeristische sector.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.