of 60715 LinkedIn

Draagvlak bij RESSEN onder druk

© Shutterstock
© Shutterstock

Dertig regio’s moeten over een half jaar hun eerste visie op alternatieve energieopwekking vastleggen in een Regionale Energiestrategie (RES). Veel gemeenten zoeken nog naar hun rol. ‘De ene regio is al bijna klaar, maar in de andere moeten ze eigenlijk nog beginnen.’

Gemeenten zoeken grip op energiestrategie

Blij waren de Soester raadsleden van ChristenUnie en GroenLinks niet toen bleek dat de gemeenteraad ‘even bijgepraat’ zou worden door de wethouder over de stand van zaken in de Regionale Energiestrategie. De partijen zijn bang dat er in het RES-overleg beslissingen worden genomen waar zij alleen achteraf mee kunnen instemmen. De raadsfracties willen kunnen meepraten, en pleiten ervoor om met de raden van alle zes gemeenten uit de RES-regio een klankbordgroep te vormen om actief aan het proces deel te nemen. ‘We willen niet informeel bijgepraat worden, we willen meepraten,’ zegt Groen- Links-raadslid Heidi van Otten tegen De Gooi- en Eemlander.

Begin juni 2020 moeten provincies, waterschappen en gemeenten hun concept-RES klaar hebben. In feite is het een optelsom: de regio’s moeten berekenen hoeveel stroom en warmte ze kunnen opwekken uit duurzame bronnen. Dus met het plaatsen van zonneweides, windturbines en uit bronnen als geothermie, aquathermie en industriële restwarmte. Daarvoor overleggen en onderhandelen de bestuurders uit de decentrale overheden met elkaar, en moeten uiteindelijk de volksvertegenwoordigers, bij de definitieve RES in maart 2021, hun goedkeuring geven.

Maar hoe de regio’s het proces invullen, mogen ze grotendeels zelf uitmaken. Het resultaat is dat de voortgang nogal verschilt, ziet hoogleraar regionaal bestuur Marcel Boogers. ‘De ene regio is al bijna klaar, maar in de andere moeten ze eigenlijk nog beginnen.’

De verschillen tussen de RES-regio’s zijn groot: sommige regio’s zijn klein, zoals Hoeksche Waard met slechts één gemeente; andere bestaan uit meer dan twintig gemeenten en meerdere waterschappen. Ook de opgave verschilt. De regio Rotterdam- Den Haag en de andere Zuid-Hollandse regio’s kunnen profiteren van de restwarmte uit de Rotterdamse haven. Maar deze dichtbevolkte regio heeft weinig ruimte voor stroomalternatieven. In veel andere regio’s is het juist andersom: er is ruimte voor zon en windenergie, maar een beperkte beschikbaarheid van warmtebronnen. Uit deze stukjes moet in 2020 in de regio’s een passende puzzel worden gelegd.

Nogal chaotisch
Gemeenteraden hebben een belangrijke taak; ze hebben in dit proces de rol om het volk te vertegenwoordigen, een controlerende rol én een kaderstellende rol. Bovendien is de RES niet het enige klimaatproject waar ze deze rollen moeten spelen. De gemeente moet zelf ook een Transitievisie Warmte opstellen, waarin op wijk- en straatniveau wordt bepaald op welke gasloze alternatieven wordt ingezet. Voor raadsleden is dat een taak van jewelste, ziet Boogers. ‘Het is nogal chaotisch. Er is veel onduidelijkheid bij raadsleden over het proces en welke stappen er worden genomen. Vaak horen ze weinig tot niets daarover van hun wethouder, en zijn ze bang dat ze straks alleen nog bij het kruisje mogen tekenen.’

Zo’n scenario is beslist niet ondenkbaar, zegt Boogers. ‘Dit gaat wel over een pakket omstreden maatregelen, die moeten goed worden afgewogen. Het helpt niet dat dit onder zo’n grote tijdsdruk moet gebeuren.’ Boogers pleit ervoor om gemeenteraden een grotere rol te geven met een regionale adviescommissie, die de raden vertegenwoordigt in de RES-overleggen. ‘Dat zal in de grotere regio’s best een Poolse landdag kunnen worden, maar is dat niet veel beter dan dat de raad straks onder grote druk een handtekening moet zetten onder een pakket zeer ingrijpende maatregelen?’

Draagvlak
Energie-adviseur Marten van der Gaag was in het verleden als secretaris verbonden aan de eerdere versie van het Klimaatakoord, het Energieakkoord uit 2013. Hij vindt dat er in de RES-overleggen te veel wordt gepraat over het bereiken van het juiste aantal megawatt, en veel te weinig over draagvlak onder de bevolking. ‘Er wordt maar weinig geleerd van eerdere ervaringen. En die zijn er wel degelijk: een aantal regio’s is een aantal jaren geleden al gestart met een regionaal Klimaatakkoord.

Daaruit bleek dat de ambtenaren en andere partijen er onderling wel uitkwamen, maar dat er enorm veel koudwatervrees bestaat om het uiteindelijk aan de burgers uit te leggen. Daarom moet er ook veel harder gewerkt worden om die burgers erbij te betrekken. Het risico is dat het erop uit gaat draaien dat de maatregelen van bovenaf worden opgelegd, en dat pakt nooit goed uit voor het draagvlak. Als mensen het gevoel krijgen dat ze tot iets worden gedwongen, dan zetten ze de hakken in het zand. Kijk maar naar het windmolen-debacle in Drenthe. Er zijn echter voorbeelden genoeg dat het wel kan, als je de burgers maar in een vroeg stadium betrekt bij de besluitvorming en zorgt dat zij er invloed op hebben.’

Ook gemeenten maken zich steeds meer zorgen over de uitwerking van het Klimaatakkoord, de RES en transitievisies die daaruit voortkomen, in relatie tot het draagvlak voor de maatregelen. In de recente ledenvergadering van de VNG bracht de gemeente Amersfoort een breed gedragen motie in waarin het rijk wordt opgeroepen om aan de Nederlandse burger uit te dragen dat het Klimaatakkoord een gezamenlijke aanpak is. Ook de Raad van State benadrukte in een recent advies over het Klimaatakkoord dat gemeenten meer steun verdienen in de RES-processen. ‘Weliswaar wordt een RES uiteindelijk vastgesteld door de betrokken gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene waterschapsbesturen. Maar het is dan wel zaak om hen, maar ook dagelijks bestuurders, vanaf de start van de totstandkoming van de RES te betrekken bij het proces. Goede, tijdige terugkoppeling en tijd voor overleg in onder meer de gemeenteraad zijn daarvoor cruciaal.’

Uitstekend voertuig
Jop Fackeldey, PvdA-gedeputeerde duurzaamheid in Flevoland en namens het Interprovinciaal Overleg (IPO) betrokken bij de energiestrategieën, benadrukt dat de regio-indeling juist bewust is gekozen om de betrokkenheid van alle partijen te vergroten. ‘Het is een uitstekend voertuig om de samenwerking die nodig is te regelen. De gemeenteraden vervullen een belangrijke rol. Zij zijn het meest gevoelig voor geluiden uit de maatschappij, en die hebben we in het proces juist nodig.’ Volgens Fackeldey zit er inderdaad druk op het proces, maar is het nu belangrijk om door te gaan. ‘De burger is geen vertragende factor. Ik denk eerder dat het tegenovergestelde waar is: burgers hebben meer haast met de energietransitie dan wij denken, en willen zelf vaak al aan de slag. Afremmen is het ergste dat we nu kunnen doen.’

Maar de partners in het RES-overleg willen ook op een ander niveau steun van de rijksoverheid: door middel van betere regelgeving. Zo blijken de huidige regels in de Warmtewet het overheden moeilijk te maken om te kiezen voor een warmtenet. De aanleg daarvan is vele maken duurder dan een zonneweide of windmolen, en de infrastructuur wordt nu nog helemaal aan de markt overgelaten. Volgens de Noord-Hollandse gedeputeerde en IPO-bestuurder Edward Stigter (Groen- Links) moeten provincies meer wettelijke armslag krijgen. ‘Warmteordening moet niet alleen bij de markt liggen. Want we kunnen nu prachtige plannen maken in de RES en de Transitievisies over de aanleg van warmtenetten, maar als een energiebedrijf daar uiteindelijk geen businesscase in ziet, dan kunnen we ze niet dwingen om die infrastructuur aan te leggen.’

Overigens zitten die energiebedrijven wel regelmatig bij de RES-overleggen. ‘Maar een groot energiebedrijf kan uiteindelijk andere overwegingen hebben, daar hebben we genoeg voorbeelden van gezien.’ Stigter wil het liefst dat de wet wordt aangepast, zodat ook partijen als de netbeheerders en de overheden het kunnen overnemen als de energiesector er geen brood in ziet.

Besparen
Zorgen bestaan er ook over wat er niet wordt besproken in de RES-overleggen. Daar staat vooral het uiteindelijke resultaat uit windmolens, warmtenetten en zonneweides, het alternatief voor gas en elektriciteit uit fossiele bronnen, op de agenda.

Afspraken over het bespáren van energie worden niet gemaakt. Dat moeten gemeenten op lokaal niveau doen, in hun eigen transitievisie. In de berekeningen voor de energiestrategieën wordt uitgegaan van een woonvoorraad die is geïsoleerd tot het niveau dat nodig is voor het efficiënt kunnen verwarmen met een warmtepomp, meestal energielabel B. Veel initiatieven in de wijken gaan verder, door bestaande woningen nul-op-de-meter te maken, en de energievraag voor het verwarmen van de woning enorm te verkleinen. Een woonwijk die vrijwel nul-op-de-meter is, heeft minder zware stroomnetten nodig of kan toe met een warmtenet op een lagere temperatuur. Dus de beslissingen die in de Transitievisie Warmte worden genomen, hebben ook effect op de energiestrategie. Alleen loopt het tijdspad niet synchroon; de RES wordt vaak als uitgangspunt gezien voor de gemeentelijke warmteplannen. Volgens adviseur Van der Gaag is energiebesparing daardoor een blinde vlek in de RES-overleggen. ‘Voor iedere kWh stroom die je gebruikt, moet meer dan die kWh worden opgewekt. Bij het besparen ervan win je dus extra. Maar we denken nog te veel in productie, en niet in besparing. Maar ga maar eens na: de hele opbrengst van het Vattenfall-aandeel in het windpark Wieringermeer gaat naar het datacenter van Microsoft. Groene stroom is een ruimtelijk probleem.’

Volgens de Tilburgse hoogleraar climate design & sustainability Andy van den Dobbelsteen staat de gemeente centraal als belangenbehartiger tussen de burger en de andere spelers in energietransitie, de rijksoverheid en de markt. Die gemeente moet alle burgers meekrijgen en ruimte bieden voor initiatieven, denkt hij. ‘Maar overheden moeten niet vergeten om er een positief verhaal van te maken. Geef voorbeelden waaruit blijkt dat het iets positiefs is. Als Amsterdam bijvoorbeeld overstapt op een warmtenet, en de leiding onder de grachten legt, dan koelt het water zodanig dat je er in de winter weer op kunt schaatsen. Sterker nog, als 10 procent van de Friese huishoudens overstapt op een warmtepomp, dan kan het water in de vaarten met gemiddeld vier graden koeler worden. Een grotere kans op een Elfstedentocht dus! Moet je eens kijken hoeveel mensen je dan meekrijgt!’


Correctie en aanvullingen (gepubliceerd in BB 02-2020):

In het artikel ‘Draagvlak bij RES onder druk’ (Binnenlands Bestuur 24/2019) werd abusievelijk vermeld dat Soester raadsleden van de ChristenUnie niet blij waren toen bleek dat de gemeenteraad ‘even bijgepraat’ zou worden over de Regionale Energiestrategie. Dit betrof echter raadsleden uit Baarn. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.