of 59082 LinkedIn

Dijkdenkers verbeteren IJsseldijk

Waterschap Drents Overijsselse Delta betrok voor een project tussen Zwolle en Olst vanaf het begin de omwonenden bij de dijkversterking. De nieuwe IJsseldijk sluit beter aan bij hun wensen. En het zorgde voor vertrouwen. ‘Dat kan de rest van het project makkelijker maken.’

Betrokkenheid is meer dan informeren

Vanaf Zwolle naar het zuiden moet de oostzijde van de IJsseldelta beter worden beschermd tegen het water. Voor een kleine dertig kilometer dijk dienen maatregelen te worden genomen om de dijk te versterken en de kans op ‘piping’ – onderdijks doorstromen van water, wat de dijk verzwakt – te voorkomen. Het project valt onder het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Het betekende dat het nieuwe Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta), pas drie jaar geleden ontstaan uit een fusie van de waterschappen Reest en Wieden en Groot Salland, terug moest naar de ongeveer vijfhonderd grondeigenaren en huurders langs de dijk. Een paar jaar eerder was er in het gebied veel weerstand tegen het graven van een hoogwatergeul voor het Ruimte voor de Rivier-project. De werkzaamheden daarvoor waren net afgerond, en nu moest het waterschap wéér langs diezelfde burgers.

De gewoonte van het waterschap om betrokkenen pas te informeren als het ontwerp al is getekend, moest verdwijnen. Het fusieproces werd door het dagelijks bestuur van WDODelta aangegrepen om in de eigen organisatie een andere denk- en handelwijze te propageren. Belanghebbenden als grondeigenaren, huurders en ondernemers moesten veel eerder worden betrokken bij het ontwerpproces.

Klankbordgroepen moesten niet worden gezien als ‘noodzakelijk kwaad’ om aan de procedure te voldoen, maar de inbreng van betrokkenen moest écht leiden tot een heroverweging of zelfs aanpassing van een ontwerpkeuze. Het betekende dat het waterschap bij het onderzoeken van maatregelen, zoals een buiten- of binnendijkse versterking of een dijkverlegging, al vanaf het begin bewoners aan tafel vroeg bij het overleg met adviseurs, ontwerpers en experts. Margreet Krol, omgevingsmanager bij WDODelta, en Sicco van der Sluis, omwonende en voorzitter van de buurtvereniging Schelle-Oldeneel, vertellen hoe dat in zijn werk ging.

Participeren
Margreet Krol: ‘De bijeenkomsten die we in maart en april hebben gehouden om het concept-voorkeursalternatief aan bewoners en grondeigenaren te presenteren, waren een positieve ervaring; zowel vanuit de bewoners als vanuit het waterschap. Er zijn natuurlijk wel bezwaren, maar heel weinig. De reacties verrasten ons niet, en dat komt vooral omdat we de mensen en hun belangen en inzichten al kennen. We hebben de afgelopen jaren vaker samengewerkt en overlegd over de alternatieven. Maar ook al betrek je iedereen bij het proces, de uitkomst is niet voor iedereen de beste oplossing of keuze. Het gaat echter ook om de route ernaartoe: neem je de bezwaren serieus en laat je zien dat je werkt aan een oplossing?’

Van der Sluis: ‘Vanuit het waterschap wordt sneller in processen gedacht. Daarbij wordt weleens vergeten dat het voor een flink aantal bewoners en eigenaars om grote persoonlijke belangen en kosten gaat. Kan ik een nieuwe tuin aanleggen, of een schuur bouwen, of komt de dijk straks dichter bij mijn woning? Is mijn bedrijf of woning straks wel bereikbaar? Het zijn vragen waar bewoners het liefst direct antwoord op krijgen. En dat kan voor een waterschap lastig zijn, want dat moet soms zeggen: “Dat komt pas in een volgende fase”. Omwonenden zeggen dan: “Hoezo weet je dat nog niet?” Veel mensen vrezen met een voldongen feit te worden geconfronteerd, en dat ze de boot hebben gemist. Ze zoeken tijdig informatie en willen dat hun inbreng wordt gehoord. Aan dat vertrouwen is goed gewerkt in de afgelopen jaren.’

Omgevingsmanager Krol bevestigt dat: ‘We hebben vanaf het begin af aan gezegd: we gaan niet alleen informeren, maar we willen dat bewoners en grondeigenaren participeren. Dat hebben we gedaan in zogenoemde ontwerptafels. Omwonenden namen deel aan de overleggen over de alternatieven voor de dijkversterking en hadden direct inbreng. Eigenlijk was het traject al eerder begonnen, door met de sleutelfiguren in een gebied te spreken en het gebied te leren kennen. Het is dan de bedoeling om eerst naar het probleem te kijken voordat je met oplossingen komt.

Zo krijg je een helder proces en een helder verhaal. En dat kan per situatie verschillen, het is niet overal hetzelfde.’ ‘Het echt meewerken aan het plan moet je wel met vertegenwoordigers doen, zoals met de vereniging Schelle-Oldeneel’, stelt Krol. ‘Je kunt nu eenmaal niet met honderden bewoners om de tafel zitten. Bovendien moeten de belangen van iedereen duidelijk zijn. Dat betekent ook dat we als waterschap de vertegenwoordigers steunen richting de mensen die ze vertegenwoordigen. Je moet vertegenwoordigers niet vragen om iets nog even stil te houden, want dan zadel je mensen alleen maar op met een moeilijk dilemma richting hun buren of achterban. We hebben ze geholpen hun rol goed te vervullen. ’

Dijkdenkers
Krol zegt dat er daarnaast verschillende bijeenkomsten zijn geweest met ‘dijkdenkers’; mensen die vaak in de buurt van de dijk wonen, geïnteresseerd zijn in het gebied en er bovendien graag over meedenken.

Krol: ‘De drempel was laag en iedereen kon meedenken. Uiteindelijk waren er zo’n honderd dijkdenkers. Het gaf ons als waterschap veel inzicht in wat er leeft in de omgeving en welke meningen er zijn over de alternatieven die worden onderzocht. We hebben uiteindelijk veel aan de inbreng van en het contact met bewoners en grondeigenaren. Er is naar alternatieven gekeken die we vooraf zelf niet zo snel bedacht hadden. We hebben ook gevraagd om mee te denken over andere maatregelen – bijvoorbeeld de aanleg van een wandelpad zoveel mogelijk gelijk te laten lopen met het dijkversterkingsproject. Want het is heel vervelend voor omwonenden als je als waterschap net weg bent voor een dijkversterkingsproject en vervolgens staat de provincie of gemeente op de stoep voor een nieuw project.’

Het proces heeft ervoor gezorgd dat er goede contacten zijn ontstaan tussen bewoners en de waterschapsorganisatie. Ze kennen elkaar nu en dat betekent dat ze elkaar sneller kunnen vinden in het geval van een calamiteit, maar ook bij de uiteindelijke uitvoering van het werk. De betrokkenheid bij elkaar verdwijnt niet na de presentatie van het definitief ontwerp. Krol: ‘Ook daarna zullen we iedereen blijven betrekken bij ons werk. Dat vragen we straks ook van de aannemers die het werk zullen uitvoeren.’

Vertrouwen
Sicco van der Sluis van buurtvereniging Schelle-Oldeneel: ‘De meeste bewoners wonen al heel lang op die plek. Zij wisten natuurlijk allang dat die dijk op sommige plekken niet geweldig was. Maar de ervaringen met overheden waren in de afgelopen jaren voor veel mensen niet positief. Ze werden vaak heel laat in het proces geconfronteerd met plannen die al klaar waren. Het vertrouwen was laag. Overheden hebben het wel vaker over ‘betrokkenheid’, maar meestal bedoelen ze daar ‘informeren’ mee. Dus toen bekend werd dat er dijkversterking moest plaatsvinden, moest dat vertrouwen echt worden herwonnen. Dat is niet makkelijk: de meeste mensen wachten af, maar sommigen zitten als een bok op de haverkist.

Door mensen er zo vroeg bij te betrekken, wordt het meer een gezamenlijk project en niet alleen een project van 70 centimeter verhoging en piping-maatregelen. Het wordt gewoon een mooiere en veilige dijk. Dat perspectief moet je ook verkopen. Veel mensen vonden de inbreng in het project en de goede contacten met de medewerkers van het waterschap heel positief. Maar de vraag die aan het begin direct aan Margreet Krol en haar collega’s werd gesteld was: “Ben je er tot het einde bij?” Want bewoners zien te vaak dat er enthousiast wordt begonnen met omgevingsmanagement, maar dat er in het verloop van het proces ineens andere mensen inschuiven en de contacten verwateren.’

De continuïteit van informatie is voor de omwonenden misschien wel het belangrijkst. Van der Sluis: ‘Laatst kreeg ik een melding van een bewoner dat er twee mannen op zijn terrein aan het inmeten waren. Hij wist van niets en later bleek ook dat het waterschap niet wist namens welke organisatie die mensen daar waren. Dat geeft toch onrust. Het toont wel aan dat het belangrijk is om straks ook aannemers te vragen om bewoners beter op de hoogte te houden. Er is nu geïnvesteerd in die contacten, mensen kennen elkaar en begrijpen elkaars belangen. We hebben de voorkant nu gehad, maar straks moet je er aan de achterkant, bij de werkzaamheden, ook wat mee blijven doen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.