of 59318 LinkedIn

Dealen met de grote droogte

Door gebrek aan regen verzilt het grondwater en dreigen veendijken te bezwijken. Een terugkerend probleem voor waterbeheerders, van oudsher vooral gericht op beperking van wateroverlast. ‘Bestrijding van de droogte moet hoger op de agenda.’

En opnieuw zet de regen niet door. Begon deze dinsdagochtend in mei boven West-Nederland nog met een buitje, voor tienen verschijnt de zon alweer. De zoveelste prachtige voorjaarsdag kondigt zich aan.

De jonge moeder die met een bakfiets vol kindjes over de Dorpskade van Wateringen fietst is er zichtbaar blij mee. Inwoners van de ernaast gelegen nieuwbouwwijk die hun stoelen buiten zetten, genieten eveneens van het weer. Zo niet Stefan Loosen van het Hoogheemraadschap van Delfland. Beroepshalve kijkt hij met gemengde gevoelens naar de blauw kleurende lucht. ‘Dat wordt weer een droge dag’, zegt hij tegen collega-dijkwacht Eddy Carnier, die met een ijzeren pin in zijn hand naast hem op de kade staat. Deze knikt en stampt met zijn dikke rubberlaarzen eens goed op het veen. ‘Eens even kijken hoe we er hier voor staan.’ De inspectie van de kade is begonnen.

Deze morgen maken ze een ‘nulmeting’ van de dorpskade in Wateringen. Carnier port met zijn pin in de dijk, scheuren worden gefotografeerd en eventuele verzakkingen in kaart gebracht. Over 2 weken komen ze terug om te kijken of de scheuren zijn gegroeid. Zo ja, dan worden ze opgevuld met klei. In het uiterste geval worden zwakke plekken met zandzakken versterkt.

Dat veendijken gevoelig zijn voor droogte weten alle dijkbeheerders in Nederland sinds 2003 maar al te goed. Dat jaar liep een complete woonwijk in het dorpje Wilnis (provincie Utrecht) onder water nadat een eeuwenoude dijk opeens was weggeschoven. De dijk was normaal onderhouden, maar door extreem warm weer uitgedroogd. Hierdoor was het gewicht zo sterk afgenomen dat het lichaam de druk van het achterliggende water niet meer aankon.

‘Sinds die tijd houden ook wij de kades bij droog weer extra in de gaten’, aldus Adri Bom-Lemstra, hoogheemraad bij Delfland en verantwoordelijk voor de dijken in het gebied. Ze spreekt over Wilnis als wake up call. Iedereen was verrast: een veendijk die er al eeuwen ligt en dan opeens opzijschuift. Dat zal geen dijkgraaf nog overkomen. Not on my shift, is het credo van hoogheemraden als Bom-Lemstra. Delfland telt 740 kilometer dijken, kades en keringen. Ruim 100 kilometer is veendijk, waarvan een ruime 30 kilometer sinds Wilnis met klei is opgehoogd en verstevigd. Een andere 40 kilometer geldt als voldoende droogtebestendig. Blijft over een stuk van nog eens 30 kilometer die volgens Bom tijdens droogte intensief in de gaten wordt gehouden.

Sproeiverbod

Is het voor hoogheemraad Bom de veiligheid die de meeste aandacht vraagt, dijkgraaf Annemarie Moons van het in Midden-Nederland gele gen waterschap Vallei & Eem voert een andere strijd: er dreigt verdroging van het land, waardoor functies als landbouw en natuurbeheer ernstige schade kunnen oplopen. Begin mei was zij de eerste waterbestuurder die boeren en andere grondbeheerders een sproeiverbod oplegde. Inmiddels hebben meerdere waterschappen, zoals Scheldestromen en De Dommel begin deze week een verbod afgekondigd op het onttrekken van oppervlaktewater uit beken en sloten. Toch staat het water in de beken in de Gelderse Vallei na 3 weken droogte nog opvallend hoog. Hoger zelfs dan normaal, zo laat de dijkgraaf tijdens een inspectietochtje in het veld zien. ‘We hebben op voorhand het peil 15 centimeter hoger gezet, bovenop het normale peil’, legt ze uit. ‘We hebben zelfs de vistrappen dichtgezet’, vult medewerker Evert Jansen aan, terwijl we langs de boorden van de Esvelderbeek lopen. ‘Anders loopt het water via deze doorgangen alsnog te hard weg.’ Jammer voor de vissen die via deze sluisjes naar hun paaigebied trekken, maar ook zij moeten even wijken voor het algemeen belang van voldoende water.

Spaarzaam

Hoe laat de vooralsnog hoge waterstand zich rijmen met het beregeningsverbod? Volgt een watertechnisch verhaal waarin Moons uitlegt dat Vallei & Eem met aflopend water van de zandgronden heeft te maken. ‘We beheren ook het Veluwemassief, bestaande uit hellend gebied. Het water loopt vanaf daar via alle beekjes in één keer rechtstreeks naar het IJsselmeer. We hebben geen grote rivieren of andere opslag waaruit we bij droogte extra water kunnen halen. Weg is weg, vandaar dat we nu al spaarzaam moeten zijn.’ Ze benadrukt dat het beregeningsverbod niet is ingesteld om de boeren te pesten. ‘Dat begrijpen de mensen die het treft ook heel goed. We hebben veel overleg met bijvoorbeeld LTO.’ Overleg of niet, uiteindelijk is de wil van het waterschap wet. Het schap kan niet toestaan dat een enkele grootverbruiker zomaar een beek leegtrekt. ‘Bij deze droogte is dat zo gebeurd, maar het levert onherstelbare ecologische en economische schade op voor alle andere gebruikers.’ Droogvallende beken, het is de grootste angst van de dijkgraaf. Vanuit de witte waterschapauto wijst ze op het landgoed Stoutenburg, onder de rook van Amersfoort. Daar staan oude eiken en beuken. Dit soort landgoederen mag je niet laten verdrogen.

Politieke agenda

Het Nederlandse waterbeheer is de voorgaande decennia vooral afgestemd op het voorkomen van wateroverlast. Zowel hoogheemraad Bom als dijkgraaf Moons vinden dat verdroging wel wat hoger op de politieke agenda mag komen. ‘Veiligheid boven alles, maar we hopen dat de Deltacommissie die nu het nationale waterbeheer onder de loep neemt zich ook nadrukkelijk met verdroging bezig zal houden’, aldus Bom. Moons zegt al een brief met die strekking naar de voorzitter van de adviescommissie te hebben gestuurd. De overheid realiseert zich niet altijd dat de zandgronden het in de zomer zwaar te verduren hebben. ‘Daar is verdroging een groter probleem dan overlast.’ Beide bestuurders hebben de indruk dat ze als waterbeheerder de laatste jaren vaker op extreme omstandigheden moeten inspelen. Of het aan de klimaatveranderingen ligt, durven ze niet te zeggen, maar droogte en hevige regenval wisselen elkaar opvallend vaak af, zoveel is zeker. Moons: ‘Vorig jaar hadden we eerst een periode van droogte, met daarna een enorme hoosbui. Maakten we ons ’s ochtends nog zorgen of we voldoende water zouden houden, liepen ’s avonds de kelders onder. Het sproeiverbod kon toen gelijk worden opgeheven.’ De waterschappen hopen dat dit keer de droogte geleidelijk zal overgaan in meer normaal weer. Een hoosbui na langdurige droogte levert heel veel problemen op. Niet alleen is de overlast en de kans op waterschade groot, ook de gevolgen voor het milieu zijn funest: olie, stof en andere rommel van de weg spoelt in de sloten, riolen raken dichtgeslibd en lopen over. Liever dus geen stortbui, maar een paar mooie en vooral aanhoudende lentebuitjes zouden de dijkgraaf en de hoogheemraad wel graag zien vallen. Dat zou mooi zijn, verzucht Bom. Tot die tijd blijven de vistrappen in de Vallei dicht en zullen de dijken in het westen extra worden geschouwd.

Ouderwetse manier

Het zijn ervaren mannen uit de buitendienst als dijkgraven Loosen en Carnier die dit ‘schouwen’ uitvoeren. Ze doen het op de ouderwetse manier: over en onderlangs de dijken lopen en op zicht zoeken naar ongerechtigheden. ‘We weten waar we op moeten letten, we kennen de eventuele zwakke plekken’, aldus Loosen. Elektronische hulpmiddelen gebruiken ze alleen als tijdens de inspectie onraad wordt geroken. ‘Dan plaatsen we soms meetapparatuur in de dijk. Hierop lezen we dan vochtigheid, massa en temperatuur af, terwijl bewegingssensoren aangeven of het dijklichaam zich verplaatst.’ Loosen ziet het nut er van in, maar denkt niet dat elektronica zijn werk ooit zal overnemen. Hij port nog eens goed met zijn ijzeren pin in een scheur en kijkt naar de naastgelegen woonwijk, waar de mensen net hun stoelen in de tuin hebben gezet. ‘We waken over hun veiligheid, lekker in de buitenlucht, mooi romantisch werk toch?


Na 2 maanden beginnen de problemen

Hoe lang kan Nederland zonder regen voordat dijken scheuren, oogsten verdorren en landgoederen werkelijk verdrogen? Het is een vraag waar geen dijkgraaf of hoogheemraad het precieze antwoord op kan geven. Externe waterexperts voorspellen grote problemen na ongeveer 2 maanden extreem droog weer, maar de schappen wagen zich niet aan een voorspelling.

In Delfland ligt de kritische grens naar schatting bij een tekort van 200 millimeter. Daarna zouden de dijken in gevaar kunnen komen. Begin mei was er 100 millimeter water te weinig gevallen. ‘Dat zijn heel wat buitjes van 5 millimeter om dat weer in te lopen’, aldus medewerker Loosen. Om de kwetsbare oogst van tuinders te beschermen, hebben deze in opdracht van het waterschap eigen waterbassins aangelegd.

In het Hoogheemraadschap van Rijnland ligt verzilting en verdroging ook op de loer. De dagelijkse verdamping bij warm weer ligt in het hoogheemraadschap al gauw op 8,5 kubieke meter per seconde. Extra water innemen vanuit het IJsselmeer of de grote rivieren helpt wel tegen verdroging van natuur en oogst, maar niet tegen het uitdrogen van dijken. Bij een normale stand van het water kunnen ze naar buiten schuiven. Toch moet er wel water in de sloot blijven: zonder tegendruk kunnen de dijken anders juist naar binnen schieten.

Voorlopig zit er nog wel genoeg water ‘in het systeem’ om even mee vooruit te kunnen, zo stelt dijkgraaf Gerard Doornbos van Rijnlanden. Evenals in andere waterschappen is extra water gespaard, ook de particuliere bassins van de kwetsbare tuinbouw en fruittelers zitten vol. ‘Maar vergis je niet: normaal voert de Rijn 2.300 kubieke meter water per seconde aan, dit voorjaar ligt dat soms onder de duizend kuub.’

Doornbos noemt behalve de uitdroging van de veendijken vooral de verzilting van oppervlaktewater als een potentieel probleem. ‘We hebben sinds Wilnis al veel geïnvesteerd in het versterken van veendijken. Het oprukkende zoute water vanuit zee blijft echter moeilijk op te lossen. Als er weinig water in de rivier staat, dan kan het zeewater bij vloed zomaar tot Gouda oprukken. En daar liggen wel de innamepunten van zoet water, dus dat moeten we niet hebben. Dan verzilt ons oppervlaktewater.’

Extreme problemen door verdroging doen zich in de Stichtse Rijnlanden desondanks nog niet voor. Als de droogte te lang aanhoudt, is het ook altijd nog mogelijk om extra water te tappen vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek. Via een extra gemaal kan dan een noodinlaat van maximaal 7,5 kuub worden afgetapt. ‘Dat moeten we dan wel delen met onze buren’, aldus Doornbos.

In uiterste noodzaak kan beregenen nog helpen. In Rijnland en Stichtse Rijnlanden is al wel preventief begonnen met het nathouden van kwetsbare veenkaden en kleidijken. ‘Uit een proef is ons vorig jaar gebleken dat dit preventief goed werkt tegen scheuren’, aldus woordvoerster Astrid Ruschen van het waterschap. Tweemaal per week stuurt het schap een boot langs een aantal dijken met daarop een tractor die water oppompt. ‘Dat kost wel wat geld, maar dat verdienen we later terug omdat er minder reparatiekosten zijn.’ Eind vorige week besloot Rijnland ook om koeien van kwetsbare veenkaden te weren omdat die door op die dijken te lopen grote schade kunnen aanrichten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.