of 59854 LinkedIn

De rat in de stad

Ratten zorgen al heel lang voor overlast, in grote steden, maar ook op het platteland. Er zijn zorgen voor een ware rattenexplosie als in 2023 de chemische bestrijding door particulieren verder aan banden wordt gelegd. ‘Een rattenstelletje produceert tachtig nakomelingen per jaar.’ Een minder vuile leefomgeving zou flink helpen.

Ratten zorgen al heel lang voor overlast, in grote steden, maar ook op het platteland. Er zijn zorgen voor een ware rattenexplosie als in 2023 de chemische bestrijding door particulieren verder aan banden wordt gelegd. ‘Een rattenstelletje produceert tachtig nakomelingen per jaar.’ Een minder vuile leefomgeving zou flink helpen.

Vrees voor ‘explosie’ populatie

‘De overlast van ratten neemt toe. We ontvangen steeds meer klachten van inwoners, vooral rond de Markthal en het grote grasveld bij de Binnenrotte’, zegt Cees Ottevanger, gepensioneerd korpschef van de politie Rotterdam-Rijnmond en vandaag de dag namens Groen- Links lid van de gebiedscommissie Centrum in Rotterdam. Ottevanger maakt zich zorgen over de filmpjes die hij krijgt toegestuurd. ‘De ratten zijn bijna tam, ze schrikken niet meer van mensen en lopen overdag zonder gêne over het gras. We hebben een uitstekende rattenvanger, Willem. Die smeert als lokaas een soort boterham met pindakaas waarna rattenvallen dichtklappen. Maar er zijn gewoon teveel ratten. En dat is een zeer slecht visitekaartje voor de gemeente Rotterdam. Want het Markthal-terrein is volgend jaar mei aangewezen als fanzone voor het Eurovisiesongfestival.’

In een brief aan het college van B&W pleitte de gebiedscommissie daarom vorige week om meer rattenvangers en rattenvallen in de probleemgebieden in te zetten, meer en vaker vuilnis ophalen, vaker en op slimmere tijdstippen te vegen en samenwerking te zoeken met andere steden met een rattenprobleem, zoals Parijs en Berlijn, aldus de brief. De commissie wil ook met Wageningen Universiteit zoeken naar betere bestrijdingsmiddelen dan boterhammen met pindakaas en een val.

Explosie
In Wageningen geeft plaagdierexpert van Wageningen Universiteit en directeur van Stichting Kennis en Adviescentrum Dierplagen (KAD) Bastiaan Meerburg meteen antwoord op de laatste vraag uit Rotterdam. ‘Er zijn vooralsnog geen andere middelen dan de rattenval’, zegt Meerburg. Er bestaan verschillende soorten chemische bestrijdingsmiddelen (rodenticiden), maar particulieren mogen die niet gebruiken, aldus Meerburg, die te boek staat als ‘de Rattenkenner des Vaderlands’. Net als Ottevanger maakt hij zich zorgen. ‘Ik kan niet zeggen dat op dit moment de rattenplagen toenemen. Het wordt namelijk nergens bijgehouden.

Maar ik zie wel een enorme explosie van de rattenpopulatie in het verschiet als in 2023 bestrijdingsmiddelen lastiger verkrijgbaar worden. Een rattenpaar produceert in één jaar wel tachtig nakomelingen. Als de gifstoffen in de ban gaan, zonder dat er alternatieven zijn, dan zullen de plagen dus exponentieel toenemen’, verwacht Meerburg. Een bekende gifstof is de groep van de anticoagulanten, zeg maar anti-stollingsmiddelen die maken dat de rat sterft aan interne bloedingen doordat het bloed niet meer stolt. Het is een langzame en pijnlijke dood.

Versnipperd beleid
In Nederland zorgen twee verschillende ratten voor de overlast. De bruine rat is plomp en een relatief slechte klimmer en komt het meest voor in riolen en langs watergangen. De zwarte rat is een goede klimmer, komt tot in het dakbeschot. De meeste gemeenten hebben last van de bruine rat.

Het KAD geeft cursussen in bestrijding van dierplagen, van de beverrat tot de eikenprocessierups. Registratie, kennis van nesten, bestrijdingsmiddelen en resistentie, zowel in de stad als in de agrarische sector vormen de elementen van de cursussen. De deelnemers aan de cursussen, vaak van gemeenten, leren er dat professionele rattenbestrijders, meest commerciële bedrijfjes en kleine diensten en medewerkers bij gemeenten de chemische middelen ook na 2023 mogen blijven gebruiken.

Het probleem daarbij is dat particulieren dan wel tachtig euro of meer moeten betalen aan een professionele rattenvanger, zegt Meerburg. De aanpak van het rattenprobleem door de overheid blinkt niet uit in overzichtelijkheid, aldus de KAD-directeur. ‘De rat valt tussen de wal en het schip’, meent Meerburg. ‘Gaat het over ziekten als koorts, nieren leverfalen door de leptospirose-bacteriën – de ziekte van Weil – die ratten verspreiden, dan is het ministerie van Volksgezondheid aan zet. Voor schade aan veevoervoorraden en stalbranden vanwege doorgeknaagde elektriciteitskabels moet je bij Landbouw zijn. De bestrijdingsmiddelen vallen onder Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken gaat over de gemeentelijke bestrijdingsdiensten’, somt hij op. Toezicht op de gemeentelijke aanpak voert dat laatste ministerie niet, constateert het KAD. Het beleid wordt door de gemeente zelf bepaald. ‘Ongeveer tachtig van de 355 gemeenten hebben een beheersovereenkomst met het KAD.’

De invulling van zo’n overeenkomst varieert van algemene publieksvoorlichting voor burgers via telefoon en e-mail, het registreren van meldingen, korting voor gemeentelijke medewerkers op scholing en het verrichten van determinaties. Scholing is erg belangrijk om nieuwe ontwikkelingen te delen, aldus Meerburg, zoals de nieuwste vallen die een seintje geven naar de mobiele telefoon als er een rat is gevangen.’

Toeristen
Is er eigenlijk wel wat te doen aan de rat? De rat is een opportunistische commensaal, die zich uitstekend voelt bij de rommeligheid van de stad en zich snel aanpast. Slordig aangeboden huisvuil, slecht gesloten containers van de horeca en het zwerfvuil van de vaak exorbitante toeristenstromen en uitgaansleven in de grote steden, vormen een sterrenrestaurant voor de rat in de stad. Precies de maatregelen die de gebiedscommissie Centrum in Rotterdam voorstelt, liggen voor de hand. Beter vegen, nauwkeuriger huisvuil ophalen en geen etensresten op straat achterlaten, zouden de spijskaart van de rat flink versoberen.

‘We gaan de laatste decennia veel slordiger met onze leefomgeving om’, zegt Bastiaan Meerburg. Hij denkt dat de rijksoverheid moet voorzien in een basispakket voor gemeenten om de ratten te beheersen. ‘Op veel plekken is sinds de economische crisis geen geld meer uitgetrokken voor dierplaagbeheersing. De gemeenten zouden moeten beginnen met het in kaart brengen van de probleemgebieden, de aantal ratten registreren, vervolgens gericht afval en etensresten voorkomen, dus voorlichting geven aan inwoners en ondernemers en vooral toezicht houden’, somt Meerburg op. ‘Gemeenten moeten meer integraal denken over de openbare ruimte door bijvoorbeeld in uitgaansgebieden al ‘s nachts te vegen.’

Natuurlijke vijanden
De gemeente Nijmegen loopt al een aantal jaren vooruit op het verbod op het rattengif. ‘We zetten vallen in de openbare ruimte en bij particulieren. Daarin leggen we pindakaas. Dat werkt trouwens ook bij muizen beter dan gewone kaas’, zegt woordvoerder Mariska Schok van de gemeente. Ook bij particulieren thuis is het vangen van de rat beter dan gif strooien. ‘Als ze gif eten, kunnen ze zich verspreiden, en kun je ze vaak niet vinden en veroorzaken ze stank. Als we ze vangen, weten we hoeveel het er zijn en om wat voor soort rat het gaat.’ In Nijmegen is preventie een sleutelbegrip. ‘Eendjes voeren met brood is feitelijk ratten voeren’, aldus Schok.

‘Voor een rat geldt immers: waarom in de val lopen als er een groot stuk brood voor het grijpen ligt.’ In Maastricht werkt de rattenbestrijding al langer zonder gif. ‘We werken al heel lang met alleen klemmen en vallen, zoals in het stadspark in het centrum’, zegt faunabeheerder Janneke Ackermans van de gemeente Maastricht. ‘Daar zien we nu natuurlijke vijanden terugkomen, zoals de vos en de steenmarter. Ook uilen zoals de oehoe vangen ratten in de buitenwijken’, aldus Ackermans, die zich baseert op filmbeelden van nachtcamera’s. ‘Al zal een vos eerder een stuk pizza nemen dan een rat.’

Vandaar dat de gemeente aandacht besteedt aan voorlichting aan inwoners en met andere gemeentediensten zoals afvalafdeling kijkt naar vermijden van voedsel en vuil. ‘Met de afdeling groen kijken we op plekken waar veel ratten zitten naar de optie om groen streng terug te snoeien.’ Aandacht voor voorlichting in achterstandswijken wint aan belang, zegt Ackermans. ‘We willen bijvoorbeeld broodcontainers op strategische plekken plaatsen om oud brood in te zamelen.’

Zwarte doosjes
De gemeenteraad van Eindhoven besloot recent tot een proefproject ter bestrijding van de zwarte rat. ‘Bestrijden van die rat is een taak van particulieren’, aldus woordvoerder Corine van der Putten. Wijkvereniging Blixembosch en de dorpsraad Acht willen wel een proef in de wijk, waarvoor de gemeente 50.000 euro uittrekt. ‘We zoeken een woonblok van minstens zes aangesloten huizen. Alle woningcorporaties en wijk- en buurtverenigingen zijn benaderd.’

Is er zo’n blok gevonden, dan inventariseert de gemeente samen met het KAD welke preventieve maatregelen tegen de zwarte rat genomen kunnen worden. Bewoners voeren bouwkundige aanpassingen zelf uit en nemen preventieve maatregelen in de tuin, bijvoorbeeld door tijdig fruit van de bomen te halen. De gemeente neemt maatregelen in de openbare ruimte en plaatst klemmen rond de woningen, in de tuinen en op straat. ‘We gaan gedurende een tot drie maanden kijken of we de ratten op deze manier beter kunnen bestrijden.’

Wie de film ‘De Wilde Stad’ heeft gezien, weet dat er in Amsterdam meer ratten wonen dan Amsterdammers. ‘Toch blijkt uit onze statistieken dat het aantal ratten en de meldingen wat afkalft’, zegt Edward Bronts van de GGD Amsterdam. Wie een rat om zijn huis ziet, kan dat via Meldingen Openbare Ruimte Amsterdam (MORA) per internet zelf aangeven. ‘Dan komen we kijken en proberen we de oorzaak te achterhalen, meestal een bouwkundig probleem, het riool of hygiëne’, zegt Bronts.

De door het KAD verlangde ‘integrale benadering’ kan een verklaring zijn voor de afkalving van de rattenproblemen. ‘We spreken met mensen die uitgaan en snacken aan, geven voorlichting aan buurtbewoners en lopen met actieve inwoners regelmatig een ‘schouw’ langs hotspots. Op een groot aantal plaatsen staan nog zwarte doosjes met een bestrijdingsmiddel erin. ‘Lokaas niet aanraken’ staat erop. ‘Voorlopig mag dat nog’, zegt Bronts. Op andere plekken zet Amsterdam vallen in ingegraven kisten met een groene sticker ‘gifvrij’. Die controleren we om de twee dagen op gevangen ratten.’

Voorlichting en meer hygiënisch gedrag moeten meer vruchten afwerpen, hoopt de GGD. ‘We hebben in alle talen bordjes geplaatst die mensen aansporen geen eendjes te voeren, want de ratten, duiven en meeuwen eten mee. Ook zijn we alle gebedshuizen geweest en plaatsen we broodcontainers om oud brood in te zamelen. Daar maken we elektrische stroom van.’


Rattenmonitor
Dit najaar ontwikkelde het RIVM de Rattenmonitor. Zowel commerciële als gemeentelijke plaagdierbestrijders kunnen op deze webapp meldingen van rattenoverlast doorgeven. Met de gegevens hoopt het RIVM meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling van rattenpopulaties in Nederland, ook op de lange termijn. Tot nog toe is het een vooral op het ‘onderbuikgevoel’ gebaseerd vermoeden dat de rattenplagen in Nederland toenemen. Of de plagen erger worden of gelijk blijven, krijgt op deze manier een meer feitelijke basis, zo is de intentie.

De resultaten worden op wijkniveau weergegeven waarbij de privacy van de melder en de plaagdierbestrijder gewaarborgd blijven. Kennisinstituten maar ook overheden kunnen de gegevens gebruiken voor onderzoek en publieke voorlichting, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van resistentie van ratten voor chemische middelen en de verspreiding van infectieziekten die door ratten kunnen worden overgedragen. Wie de ‘resultatenkaart’ op de nieuwe rattenapp aanklikt, moet erg inzoomen om enige vlekken van rattenpopulaties te zien. ‘Dat klopt’, zegt zoönose-onderzoeker Miriam Maas van het RIVM. ‘De app is nog maar kort in de lucht. Veel meldingen hebben we daarom nog niet. We hopen dat niet alleen professionele maar ook veel gemeentelijke plaagdierbestrijders hun meldingen van rattenpopulatie aan ons gaan doorgeven’, aldus Maas. ‘Ze kunnen op hun telefoon ter plaatse meteen melding doen en een paar vragen beantwoorden.’

Deze methode van meldingen van rattenoverlast moet ook structuur brengen. Bij eerdere pogingen, vanaf 2014, lukte het het RIVM wel om uiteindelijk bij 25 gemeenten elk kwartaal hun waarnemingen van ratten te melden. ‘Gemeenten gaven echter aan dat het ze veel tijd kostte. En het lukte ons niet om de rattenoverlast goed tussen steden te vergelijken. De ene gemeente gaf elk telefoontje van inwoners door, de andere gemeente voorzag ons van alleen gecheckte meldingen. De rattenmonitor komt hieraan tegemoet.’ www.rattenmonitor.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.