of 59130 LinkedIn

De natuur uit handen geven

Het is een ideaal voorbeeld voor het nieuwe natuurbeleid dat de provincies voorstaan, het voedselbos. Innovatief in de combinatie van landbouw en natuur, educatief voor een breed publiek én door een private partij geïnitieerd – ‘natuur op uitnodiging’ in vaktermen. En dat was nou precies de bedoeling van de oproep die de provincie Flevoland in 2013 deed, samen met Staatsbosbeheer en de stichting Flevo-landschap.

Te veel gericht op regels, te weinig op maatschappelijke betrokkenheid. Zo oordeelde het Planbureau voor de Leefomgeving begin dit jaar over het provinciale natuurbeleid. De van onderop geïnitieerde voedselbossen bieden provincies de kans ervaring met burgers op te doen. 

Provincies leren omgaan met groene burgerinitiatieven

Tussen glooiend grasland en maisvelden valt het perceel meteen op. Rozebottel en framboos schieten er omhoog, kastanjes en elzen. Een postzegel wilde natuur te midden van strak aangeharkt land. Ervoor dralen twee heren met kniehoog schoeisel: Wouter van Eck en Marc Buiter, respectievelijk voorzitter en secretaris van de stichting Voedselbosbouw Nederland.

‘Hier, bij Groesbeek, zijn we in 2009 ons eerste grote project begonnen om landbouw en natuur in elkaar te schuiven’, vertelt Van Eck als we over een drassig slingerpaadje dwars door voedselbos Ketelbroek zijn aangeland bij de ‘kantine’: twee door dichte begroeiing beschutte bankjes in de open lucht. ‘We kochten dit veld van een boer die er mais verbouwde. Een geëscaleerde hobby. Je moet niet willen weten hoeveel geld we er in de beginjaren aan hebben uitgegeven.’

Van Eck en de later bij het project ingestapte Buiter zien hun bossen als methode om voedsel te produceren zonder de schadelijke gevolgen van de moderne landbouw. ‘Een veel te hoog energieverbruik, verslechtering van de bodem, achteruitgang van de biodiversiteit en vervuiling van het grondwater’, somt Van Eck de nadelen op. ‘In een voedselbos is het andersom. Hier wordt juist kool- en stikstof gebonden, groeit de biodiversiteit en wordt de lucht gefilterd.’ Gelukkig had de gemeente Berg en Dal een soepel bestemmingsplan dat de nieuwe functiecombinatie van natuurontwikkeling en landbouw toestond. ‘Sommige mensen noemen een voedselbos natuur omdat ze er allemaal zeldzame vogels en insecten zien. Zelf beschouwen we ons als boeren en we staan ook als agrarische maatschap geregistreerd. Hier kregen we de ruimte om dat allemaal te doen.’

Het bos heeft inmiddels ook een recreatieve functie. ‘De afgelopen vijf jaar zijn hier bijna zesduizend mensen langs geweest’, weet Van Eck. ‘Natuurbeschermers, lagere- schoolklassen, studenten landschapsarchitectuur en ecologische landbouw. Maar ook lekkerbekken op zoek naar bijzondere ingrediënten. Een chefkok, een bierbrouwer en een cateringbedrijf zijn vaste afnemers. Lachend: ‘Zo langzamerhand wordt de druk bijna te hoog voor ons.’

Oproep
Geen wonder dat de stichting Voedselbosbouw Nederland graag wil uitbreiden. In onder meer Zeewolde en bij de Houtrak ten westen van Amsterdam zijn nieuwe voedselbossen gepland. Maar het allergrootste moet komen in de Eemvallei bij Almere. Na een aanlooptijd van ruim drie jaar gaan deze winter de eerste planten de polderklei in.

Het is een ideaal voorbeeld voor het nieuwe natuurbeleid dat de provincies voorstaan, het voedselbos. Innovatief in de combinatie van landbouw en natuur, educatief voor een breed publiek én door een private partij geïnitieerd – ‘natuur op uitnodiging’ in vaktermen. En dat was nou precies de bedoeling van de oproep die de provincie Flevoland in 2013 deed, samen met Staatsbosbeheer en de stichting Flevo-landschap.

‘We zijn jaren bezig geweest een ecologische verbinding te realiseren tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold bij Zeewolde’, blikt programmamanager gebiedsontwikkeling Edzard van de Water terug. ‘Uit een evaluatie bleek dat de aanpak destijds te veel topdown was, waardoor er een negatieve sfeer ontstond. Uiteindelijk bleven we als provincie zitten met verspreid liggende agrarische gronden die een natuurbestemming moesten krijgen.’ Het roer moest om. ‘We nodigden de maatschappij uit om zelfstandig nieuwe natuur te realiseren. Er kwamen 79 ideeën binnen die we langs een meetlat hebben gelegd. Van 22 daarvan zagen we de verdere ontwikkeling wel zitten. Die hebben we uitgenodigd hun plan uit te werken. Ga maar aan de slag.’

Een van de gelukkigen was de stichting Voedselbosbouw. ‘Aanvankelijk dachten we aan een plan voor vijf hectare’, vertelt secretaris Buiter. ‘Maar toen we er verder over doorspraken, vonden we de tijd rijp om een schaalsprong te maken. Hebben we een voorstel ingediend voor twee keer zestig hectare. De provincie zag wel graag dat we het zouden afstemmen met de projecten van andere geïnteresseerden. We hebben vele gesprekken gevoerd om uit te vinden bij wie we het beste konden aansluiten. Dat bleken Staatsbosbeheer en stichting Speelwildernis Oosterwold te zijn. Ook een natuurboerderij, Vlier velden, is vorig jaar aangehaakt.’

Voetjevrijen
‘Het was bottom-up in optima forma’, zegt Van de Water. ‘We hebben zo min mogelijk kaders gesteld. De intentie was dat de aangedragen ideeën vooral door de marktpartijen werden uitgewerkt. Maar gaandeweg kwamen allerlei kwesties bovendrijven waar we als provincie onvoldoende antwoord op hadden. Een aantal van de initiatiefnemers bleek de uitwerking van de plannen te tijdrovend te vinden en kondigde aan dat ze eigenlijk geen programmaleider meer wilden zijn.’

Ook bij de stichting Voedselbosbouw liepen de frustraties weleens op. Van Eck: ‘Staatsbosbeheer had huiver met ons in zee te gaan. Het voetjevrijen ging heel traag. De wereld van de ecologen gaat uit van natuurdoeltypen, uitheemse soorten zijn taboe. De mispel of de roomse kervel zijn in het verleden door de Romeinen of de Karolingers hier naartoe gebracht en hebben inmiddels hun inburgeringexamen wel gehaald. Maar andere soorten die wij graag wilden aanplanten zag Staatsbosbeheer niet zitten. Toen dreigde de situatie te ontstaan dat we onderling om de hectares zouden moeten gaan strijden.’

Een bezoek van Staatsbosbeheer aan het voedselbos Ketelbroek veranderde de moeizame verhoudingen. Van Eck: ‘Toen konden we laten zien dat een voedselbos méér is dan landbouw alleen, dat het ook om rijke natuur gaat. Daardoor bleken onze plannen te integreren en kwamen we er ook over de exoten uit. Samen hebben we een plan gemaakt voor een integraal natuurgebied van vijftig hectare, waarvan dertig zal worden ingericht als voedselbos. Dat proces heeft drie jaar geduurd. Maar we krijgen dan wel in één klap het grootste voedselbos van Europa.’

Oliemannetje
Dat het goed kwam tussen Staatsbosbeheer en het voedselbos is mede te danken aan de provinciale accounthouders die meereisden met de excursie naar Ketelbroek. Zoals de provincie vaker als oliemannetje tussen partijen moest functioneren. Van de Water: ‘De paden die de Speelwildernis bijvoorbeeld graag door het voedselbos wil aanleggen, staan soms haaks op de ecologische functies.

Dan was het aan ons om te bemiddelen. Ook met de gemeente Almere, overigens. In de uitbreidingsplannen voor de wijk Oosterwold staan voor alle percelen verplichte functies vermeld: ‘rood’ voor bouwontwikkeling die je er als eigenaar in gang wilt zetten, ‘geel’ voor stadslandbouw en ‘groen’ voor natuur. Maar de initiatiefnemers wilden hoofdzakelijk ‘groen’ aanleggen. Dan moet je daar met de gemeente over praten.’

Hij is groot voorstander van de nieuwe aanpak, zegt Van de Water, maar ‘natuur op uitnodiging’ betekent in de praktijk niet dat de provincie er geen of weinig werk aan heeft. ‘Het klinkt eenvoudiger dan het is, het vreet energie. Je ziet ambtenaren vanuit de oude rol vaak ‘nee’ zeggen tegen initiatieven vanuit de samenleving, omdat iets niet past binnen de kaders. Nee zeggen vind ik te gemakkelijk. Dat past nu niet meer. Je gaat samen buiten de gebaande wegen op zoek naar een oplossing en dat kost tijd. Soms denk ik dat we vanuit de nieuwe rol bij wijze van spreken naast het provinciehuis met driehonderd man nog snel een tweede moeten neerzetten, met evenveel mensen om alle ontwikkelingen hier te faciliteren.’

Wat zijn de lessen van de Flevolandse aanpak? ‘Werk vanuit duidelijke kaders waaraan de initiatieven vanuit de samenleving moeten voldoen’, stelt Van de Water. Door zelf vooraf helder te hebben hoe je het proces wilt doorlopen, kun je dat de participanten ook meteen meegeven. Dat scheelt je later in het proces veel tijd. En realiseer je goed wat voor omslag deze manier van werken voor de eigen medewerkers en die van externe organisaties betekent. De knop moet om, in zo’n proces moet iedereen uit de traditionele stand, meer open-minded naar de mogelijkheden kijken. Daar moeten we nog wel stappen in zetten.’

Vrijetijd
‘Meer direct overleg met de gemeente zou voor ons behulpzaam zijn geweest’, blikt voedselbossecretaris Buiter terug. ‘Nu liep vrijwel alles via de projectleider van Staatsbosbeheer. En de overheid zou zich beter moeten realiseren hoeveel tijd het de initiatiefnemers kost om dit soort projecten van de grond te tillen. Dat is een veronderstelling die aan veel participatief beleid ten grondslag ligt: dat burgers maar eindeloos in staat zijn om hun vrijetijd erin te steken.’

Hij had daar met de provincie ook wel meningsverschillen over. ‘Toen we na twee jaar ploeteren eindelijk wat extra budget kregen, hebben we veel moeite moeten doen om dat te mogen inzetten ter dekking van eigen kosten. Men ging ervan uit dat we dat budget zouden besteden aan professionele bureaus. Maar als het gaat om voedselbossen zijn we zélf het meest deskundig.’

Buiter heeft een voorstel: ‘Wanneer je als overheid zo’n complex bestuurlijk traject ingaat en je bent het over de publieke doelstellingen eens, geef die burgers dan tijdelijk een halve fte om het daadwerkelijk mogelijk te maken. Dat zou een hele hoop zaken enorm vergemakkelijken.’ Maar het voedselbos Eemvallei is na drie jaar ontwikkelen niet meer van de kaart te vegen. Van Eck: ‘Deze winter worden de kale maisakkers ingezaaid met een transitiegewas en de eerste hagen aangeplant. Binnenkort hebben we overleg met Staatsbosbeheer over de eerste fiets- en wandelpaden. Het gaat echt de grond in. En dat voor zeker de komende 150 jaar.’


Nieuw natuurbeleid: schone Maasoevers
Tot 2012 werd het plastic vuil langs de Maasoevers maar sporadisch opgeruimd. ‘Er lag zo veel vuil, het was voor vrijwilligers dweilen met de kraan open’, vertelt Sylvia Spierts, projectleider bij het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN). ‘Toen zijn we eind 2012 met Rijkswaterstaat en de provincie Limburg om de tafel gaan zitten. Allemaal voelden we ons bij het afvalprobleem betrokken, maar niemand was echt eindverantwoordelijk, zo bleek. In 2013 zijn we met vijf Maasgemeenten een pilot begonnen. Leden van lokale verenigingen zamelden gedurende een aantal uren het plastic in, waarna de gemeenten die vereniging daarvoor een vergoeding betalen. Zo kreeg het verenigingsleven een extra potje en haalden wij gemotiveerde vrijwilligers binnen. De aanpak blijkt zo succesvol dat die inmiddels langs alle Maasgemeenten is opgezet. De verenigingen kunnen we betalen uit de zwerfafvalvergoeding van Nedvang aan gemeenten [1,19 euro per inwoner, red]. Inmiddels is dit systeem langs alle Nederlandse rivieren overgenomen en wordt er onder de noemer Schone Rivieren intensief samengewerkt. Ook is er buitenlandse belangstelling.’


Nieuw natuurbeleid: Weide Weelde
Het gaat niet goed met het Friese weideland. In het boerenstreven naar hogere melkopbrengsten, komt de biodiversiteit onder druk te staan. Dat kon anders, dachten de boeren van het Boerengilde. Met twaalf boeren is het merk Weide Weelde opgezet, vertelt Adrian Langereis van zuivelcoöperatie NoorderlandMelk. De gildeboeren berekenen de consument 2 eurocent per liter extra. Met die bonus bestemmen de boeren 20 procent van hun areaal als weidevogelvriendelijke zones met een grotere variatie aan grassoorten die bovendien minder vaak worden gemaaid. De provincie Friesland hielp boeren en producent met een startsubsidie en begeleiding op weg om hun merk Weide Weelde te ontwikkelen. Langereis is daar content mee, maar vindt dat de provincie in het vervolg van het proces meer zou kunnen doen. ‘Nu zie je dat er veel nieuwe natuurinitiatieven met subsidie van de grond komen. De provincie zou zich ook om de verdere doorgroei van dergelijke initiatieven moeten bekommeren. Geld is daarbij niet eens het belangrijkste. Het aan elkaar koppelen van al die verschillende initiatieven zou al veel helpen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.