of 60715 LinkedIn

Burger wacht op daden van zijn gemeente

© Shutterstock
© Shutterstock

Gemeenten zijn volop bezig met energiestrategieën en transitievisies warmte. Intussen wacht de burger op informatie over de verduurzaming van zijn huis. Die patstelling haalt het tempo uit de energietransitie en zorgt voor onzekerheid bij burgers, laat onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur zien.

Onderzoek energietransitie door I&O research

Ze willen echt wel, de Nederlanders. Ruim twee op de vijf hebben de afgelopen vijf jaar hun huis vooruitlopend op de energietransitie al energiezuiniger gemaakt. En zou de overheid hen een handje helpen met (bijvoorbeeld) meer informatie over verduurzaming, dan belooft 30 procent daar vervolgens iets concreets mee te gaan doen. Maar waar moeten ze zijn voor isolatievraagstukken, of voor een nieuwe warmtepomp als vervanging van hun cv-installatie? Heeft het rijk daar een centrale postbus voor? Is er een gemeentelijk of provinciaal loket? Of moet je te rade bij je cv-installateur? Minder dan een vijfde van alle burgers weet waar hij met dit soort essentiële vragen terechtkan, zo blijkt uit het onderzoek ‘Duurzaam denken is (nog steeds) niet duurzaam doen’. Uiteindelijk heeft het gros zijn informatie zelf bijeen gescharreld. Vrienden of kennissen zijn de belangrijkste bron.

Er dreigt daardoor een stevig gat te ontstaan tussen de op hun warmteaanpak broedende gemeenten en de burger die daarop vooruitlopend al met zijn energievoorziening in de weer wil. Beter gezegd: tussen de gemeentelijke beleidsnota’s en de praktijk op straat. Bijna de helft van de burgers zou nu al graag meer informatie van hun gemeente willen hebben over hun toekomstige energievoorziening. Slechts 8 procent heeft die de afgelopen tijd daadwerkelijk ontvangen. Ruim driekwart van de burgers vernam van de overheid nog helemaal niets over wat de toekomstige ontkoppeling van het gas voor hem of haar zal betekenen.

Spagaat
‘Je ziet in de energietransitie een opvallende spagaat’, stelt onderzoeker Jasper de Jong van I&O Research dan ook vast. ‘De burger zit eigenlijk te springen om meer informatie, maar het lijkt erop dat een gemeente eerst het totale transitieplaatje kloppend wil krijgen voordat die ermee naar buiten treedt. Liever wat later dan onvolledig. Het gevolg is dat de burger niet goed weet wat hij kan verwachten.’

Volgens zijn collega Peter Kanne doen gemeenten er beter aan de informatievoorziening in drieën op te knippen. ‘Begin ermee dat je burgers bijpraat over de gemeentelijke besluitvorming rond het hele proces. Dat kan nu al. Zo maak je het verloop van de transitie voor iedere burger beter inzichtelijk. Stap twee is informatie over de planning: wanneer is welke wijk aan de beurt, welke warmtevorm wordt daarbij overwogen? En als laatste stap: de financiële compensatie voor burgers. Wat moeten ze zelf betalen? Welke subsidiepotjes zijn er? Wat draagt de overheid bij?’

Aan de betrokkenheid van burgers bij de energietransitie ligt het niet, bewijst het onderzoek van I&O Research. Meer dan de helft van hen vindt het belangrijk om erbij betrokken te worden, bijvoorbeeld door via een enquête zijn mening te geven over de verduurzaming van de wijk. Een op de zeven houdt zich aanbevolen om over het proces mee te praten in een werkgroep of klankbordgroep. ‘Je merkt dat er draagvlak voor de energietransitie is’, stelt De Jong. ‘Veel mensen beseffen dat het nodig is, maar zitten in de “wachtstand”. Daar kunnen gemeenten meer van profiteren.’

Wel bestaan er grote verschillen in betrokkenheid tussen hoog- en laagopgeleiden. Bij die laatste groep heeft de gemeente nog beduidend meer missiewerk te verrichten.

Niet zomaar
De burger komt ook niet zomaar over de brug. Een overgrote meerderheid van 60 procent verwacht dat de gemeente hem bij de transitie financieel tegemoetkomt of informatie geeft over financiering en subsidie (48 procent). En de stap naar nieuwe energie willen ze alleen zetten wanneer er sprake is van een goed alternatief, als de energierekening niet stijgt én ze niet inleveren op warmtecomfort. En zelfs dat overtuigt niet iedereen. Ongeveer een op de acht burgers meldt in de enquête nooit van zijn vertrouwde gas af te willen, met welk aanbod de gemeente straks ook voor de deur staat.


Nederlander gedraagt zich nog niet duurzamer
Anders dan verwacht gedraagt de Nederlandse burger zich niet of nauwelijks duurzamer dan een jaar geleden, blijkt uit de jongste cijfers van I&O Research. ‘Die uitkomst verbaast me echt’, zegt onderzoeker Peter Kanne. ‘Zeker bij een onderwerp als vleesconsumptie had ik gezien alle aandacht die er is geweest voor de bijbehorende stikstofuitstoot wel een daling verwacht, maar die is slechts marginaal. Het autorijden neemt per saldo zelfs toe.’

Ook op massale vliegschaamte valt de Nederlander in 2020 nog niet te betrappen: het percentage dat zich schuldig voelt over zijn eigen vliegreizen blijft met 12 procent vrijwel stabiel. Alleen bij jongeren onder de 25 is een kentering waarneembaar. De groep die zich een verre vliegreis gunt, nam met bijna een vijfde af tot 48 procent. De uitkomsten passen in het bredere beeld dat uit het onderzoek oprijst: twee derde van de Nederlandse burgers maakt zich zorgen over gevolgen van de klimaatverandering (evenveel als een jaar eerder), maar past zijn gedrag daar nog niet op aan. En andermaal zijn het de hoogopgeleiden en relatief welgestelden die de grootste CO2-voetafdruk hebben. Weinig verrassend is dat daarbij VVD-, FvD- en PVV-stemmers relatief de grootste CO2-voetafdruk hebben, en aanhangers van GroenLinks en Partij voor de Dieren de kleinste. De verschillen in CO2-voetafdruk tussen ‘rechts’ en ‘links’ namen afgelopen jaar met bijna een derde toe.

Wie verder inzoomt, ziet een paar uitkomsten die misschien toch op een naderende trendbreuk in duurzaam gedrag preluderen. Het percentage burgers dat voorstander is van veel duurdere vliegtickets voor Europese vluchten nam significant toe: van 33 naar 38 procent. Ook voor de omstreden verlaging van de maximumsnelheid op de snelwegen als gevolg van de stikstofcrisis groeit het draagvlak. De groep die niet met de beperking tot honderd kilometer per uur kan leven daalde sterk: van ruim de helft tot ongeveer een derde.


Verantwoording
Bijna 2.200 mensen vulden de enquête van I&O Research in. Het onderzoek in opdracht van Binnenlands Bestuur werd gehouden van 20 t/m 25 februari. 


Afbeelding

(klik op de afbeelding voor een vergroting)


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.