of 58952 LinkedIn

Beter bestand tegen droogte

© Shutterstock
© Shutterstock

Vorig jaar was het extreem droog. Vooral op de droge zandgronden ontstond schade in natuurgebieden, landbouwgronden, gemeenteplantsoenen en parken. Wat hebben waterschappen, gemeenten en provincies ervan geleerd nu de droogte ook dit jaar lijkt aan te houden?

Maatregelen moeten zandgronden beschermen

Aan de rand van natuurgebied De Zumpe, pal tegen de stadsgrens van Doetinchem, staat Daniël Nieuwenhuis stil bij een duiker in een sloot. Het water staat tot aan de rand, waterplanten tieren welig. De adviseur watersysteem van Waterschap Rijn en IJssel vist met een tak in de duiker en brengt even later een slang met een kraantje boven water. ‘Kijk, hier kunnen we in droge tijden met een kleine compressor lucht inpompen. De slang zit aan een rubberen ballon die eenmaal opgepompt de duiker helemaal afsluit. Het water blijft in de sloot staan’, wijst Nieuwenhuis.

We volgen het lichte verval van de sloot stroomopwaarts. Trots toont de waterdeskundige de vele drassige poeltjes aan weerszijden van de sloot, zowel aan de weilandzijde als aan de boskant met elzen, essen en eiken. ‘Dit stond vorige week, toen het nog niet geregend had, helemaal droog.’ Zowel het waterschap als boeren en landgoedeigenaars maken gebruik van dergelijke door het waterschap verstrekte skippyballen in de duikers. In droge perioden pompen ze de bal op en gaat het te veel regenen dan laten ze lucht ontsnappen zodat het water naar lager gelegen gebied afstroomt. ‘Door het water op deze manier langer vast te houden, voorkomen we dat de hogere zandgronden meteen verdrogen’, zegt Nieuwenhuis. Energiebesparing levert het overigens ook op. ‘We zien aan de draaiuren van de pompen dat het gemaal hier minder vaak aan slaat.’ Daniël Nieuwenhuis voerde persoonlijk gesprekken met meer dan tachtig boeren.

Hij overtuigde ze allemaal om mee te doen met het skippybal-experiment. Eén van hen is Arjan Tolkamp, melkveehouder met 120 koeien op zestig hectare, in het buurtschap Winterswijk Huppel, veertig kilometer oostwaarts. ‘Vorig jaar moest ik echt voer bijkopen. We verdrogen hier de laatste jaren regelmatig, maar normaal gesproken heb ik genoeg gras om zelfvoorzienend te zijn’, zegt hij.

Toch overwoog Tolkamp al eerder om geld te investeren in een zogeheten boerenstuw om het water rond zijn weilanden beter vast te houden. ‘Wat me tegenhoudt, is dat ik niet weet hoeveel water er door de bodem wegloopt. Die ballonnen zijn een eenvoudige en goedkope oplossing om te kijken of het wat wordt’, aldus Tolkamp. De melkveehouder denkt dat de skippyballen zijn zelfhandelend vermogen vergroten. ‘Als ik moet maaien of mest uitrijden en het is te drassig, tja, dan laat ik lucht uit de ballon lopen, hoor. En na het werk vul ik de bal weer. Maar die situatie is nog niet voorgekomen. Want het is gewoon superdroog, ook na de winter.’

Zandbak
Natuurgebied De Zumpe was in het voorjaar van 2018 al aan het verdrogen, ver voordat de droogte in Nederland volop in het nieuws kwam. Die droge zomer waarin we maandenlang tegen strogeel gras en dorre bomen aankeken. Waarin boeren geen grondwater meer mochten oppompen, schepen slechts met geringe vracht over de rivieren konden varen en de extreem lage grondwaterstand scheuren in huizen veroorzaakte in voorheen zettingsvrije gebieden.

De Gelderse zandgronden in de Achterhoek, maar ook op de Veluwe en het plateau van Winterswijk kampen snel met droogte als er geen regen valt. ‘Het is hier nu eenmaal één grote zandbak, waarin het regenwater onmiddellijk wegzakt’, zegt dijkgraaf Hein Pieper op het hoofdkantoor van Rijn en IJssel. Doordat in het stroomgebied van het waterschap slechts op één plekje wat water kan worden ingelaten uit het Twentekanaal is Pieper volkomen afhankelijk van de regen. ‘En als die niet valt, hebben we een groot probleem en slechts een beperkt handelingsperspectief.’ Door de skippyballen en ook door de stuwen langer ‘hoog’ in de zomerstand te houden, tracht waterschap Rijn en IJssel zoveel mogelijk water vast te houden om het verlies door verdamping van de nu overal uitgebotte bomen en struiken tegen te gaan. Daarnaast geldt op droge zandgronden als in de Achterhoek het eerst een algeheel verbod op beregening van gewassen uit oppervlaktewater en een verbod op onttrekking van grondwater in de buurt van kwetsbare natuurgebieden.

Pieper wijst naast deze kortetermijnmaatregelen op een structurele aanpak van de droogte. ‘We werken al meer dan vijf jaar aan het programma ‘Vruchtbare Kringloop Achterhoek’. Meer dan 350 boeren werken daarin samen om het organisch stofgehalte in de bodem te verbeteren door onder meer slootmaaisel in de bodem te werken’, vertelt Pieper. Het mes snijdt aan twee kanten, legt de dijkgraaf uit. ‘De sponswerking van de bodem verbetert waardoor er meer water wordt vastgehouden. Tegelijk krijgen de boeren een gezondere, meer levendige bodem. We hebben de bodem veel te lang als een substraat gezien, louter voor productie. Daardoor is die op veel plaatsen uitgeput.’ Het waterschap hoopt dat een vitale bodem de droogteschade een halve maand of langer uitstelt.

Meanderen
Een tweede structurele aanpak is het weer laten meanderen van voorheen tot sloten rechtgetrokken beken. ‘Door deze watergangen te verondiepen, stroomt het water minder snel weg en wordt het minder snel door de waterbodem weggezogen’, aldus de dijkgraaf. Ook het maaibeheer van de 3.500 kilometer aan sloten en beken is aangepast om weerbaarder te worden tegen de droogte. ‘Door later en ook minder te maaien, hebben we meer begroeiing in de watergangen. Dat vertraagt de afvoer van water. Het geeft bovendien meer schuil- en broedplekken voor vogels en dieren en het ziet er voor de wandelaar mooier uit’, zegt Pieper. Het maaisel wordt afgevoerd, onder meer naar de boeren die meedoen aan de verbetering van hun bodem.

Het waterschap ziet, mede door het droge jaar 2018 een vergroting van het bewustzijn over waterbeheer, zowel bij boeren als particulieren. Toch heeft Pieper zorgen. ‘We leven anno 2019 al in het voorspelde klimaat van 2050, met de perioden van extreme droogtes én extreme buien. De afgelopen winter is te droog geweest, en ondanks de buien in de koude periode van begin mei, beginnen we dit voorjaar toch met een achterstand. Het watertekort is niet genoeg aangevuld dus zullen we ook dit jaar weer eerder aan de beurt zijn.’ Op het gemeentehuis van Doetinchem zegt wethouder Ingrid Lambregts (natuur en landschap, CDA) dat de droogte van vorig jaar reden was om er nog een tandje bij te zetten. ‘We zijn al jaren bezig om zowel bij nieuwbouw als renovatie de regenwaterafvoer los te koppelen van het riool. Het is zonde om schoon regenwater het riool in te sluizen.’

De particuliere bewoner die zijn regenwater loskoppelt van het riool kan rekenen op een gemeentelijke subsidie van 500 euro. Om al dat regenwater op te vangen, heeft de gemeente op de diepere punten in de stad zogeheten wadi’s, holle goten, ingericht waar het regenwater rustig inzijgt in de bodem. Bij een bedrijventerrein zijn op een laag punt lange sleuven gefreesd. Met de vrij gekomen grond worden dijkjes gemaakt waarop bomen zijn aangeplant. Doetinchem besteedt ook veel aandacht aan communicatie met de bewoners.

Samen met het waterschap organiseerde de gemeente dit voorjaar de actie ‘Ben je nou helemaal betegeld?!’. Voor elke ingeleverde tegel kregen inwoners een gratis, door het waterschap betaalde plant. Er gingen 2.500 planten de deur uit. ‘Sinds 2016 hebben we bewoners in totaal ook drieduizend bomen cadeau gegeven om hun tuinen te vergroenen. In de openbare ruimte doen we dit als gemeente met groene wanden en groene pilaren’, zegt Lambregts. ‘We blijven toch Nederlanders. Geef mensen iets gratis en ze doen het.’

Vakantie
De droogte van 2018 heeft ook op provinciaal niveau de noodzaak van een robuuster watersysteem onderstreept, zegt gedeputeerde Josan Meijers (ruimte en water, PvdA). ‘We moeten water meer opslaan in waterlopen en kanalen. Daartoe moeten we als provincie de waterschappen, gemeenten en het drinkwaterbedrijf bij elkaar brengen. Wij hebben allemaal deskundige mensen in dienst, maar die moeten er in de droge vakantieperiode dan wel aanwezig zijn. Vorig jaar ging dat toevallig goed, maar dit jaar zijn we er als provincie bewuster op gaan sturen.’ Kernpunt is dat het watersysteem robuust moet zijn en meer bestendig tegen droogte (en wateroverlast) maar ook slim. Meijers: ‘Een hoger waterpeil klinkt logisch, maar een boer wil in het voorjaar zijn grond bewerken en in het vroege najaar oogsten. Dan heeft hij behoefte aan een laag waterpeil.’

De skippybal van waterschap Rijn en IJssel vindt Meijers een goed voorbeeld. ‘Al veronderstelt het wel dat het weer gaat regenen na het laten leeglopen van de ballon, en daar hebben we natuurlijk geen vat op.’ Niet alleen het waterschap Rijn en IJssel maar ook Rivierenland en Vallei en Veluwe zijn volgens haar goed bezig. ‘Rivierenland experimenteerde vorige zomer met een verbod op beregenen overdag. Door de verminderde verdamping ‘s nachts was er minder water nodig. Daar was aanvankelijk weerstand tegen bij de telers, maar nu blijkt dat het fruit er beslist niet onder heeft geleden – eerder het tegendeel.’

Naast technische en inrichtingsmaatregelen pleit Josan Meijers voor meer bewustwording. ‘Moeten we wel drie keer per dag douchen, de tuin besproeien en de auto wassen? Kun je met koud douchewater niet je planten watergeven?’ Volgens haar kunnen in nieuwbouw- en renovatieprojecten ook veel zuiniger toiletsystemen worden gebouwd. Waterbedrijf Vitens kon vorig jaar tenauwernood voorzien in de watervraag en de leveringsplicht voor drinkwater. ‘Het bedrijf moest daarvoor, overigens met mijn toestemming, de vergunningsvoorwaarden overtreden voor de winning van de maximale hoeveelheid grondwater’, aldus Meijers. ‘Misschien moeten we gezien de droogte toe naar flexibelere vergunningsvoorwaarden.’

Duitsland
In de Achterhoek zou dijkgraaf Hein Pieper graag zien dat het rijk en de landelijke politiek zich meer met de droogte gaat bemoeien. ‘Kijk, wij vormen een cruciaal onderdeel van het stroomgebied van de Rijn. De droogte waar wij mee te maken hebben, begint in Duitsland. We zouden kunnen onderzoeken welke maatregelen om water vast te houden beter en goedkoper in Duitsland kunnen worden getroffen. Waterschappen kennen ze daar niet, en als ik in Düsseldorf in Nord rhein- Westfalen bij de politiek aanklop, dan zien ze Pieper daar echt niet staan. Want die deelstaat telt bijna net zoveel inwoners als Nederland. Het is een gezamenlijk probleem dat in het hele stroomgebied van de Rijn moet worden opgepakt. Daar moet het ministerie meer in investeren.’

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) geeft aan Piepers hartekreet opnieuw in te brengen bij het overleg van de ministers van Rijngebied. ‘We moeten alle goede grensoverschrijdende ideeën tegen de droogte met beide handen aanpakken’, zegt ze. ‘Overleg en afstemming met onze buurlanden is daarvoor onmisbaar, zoals we nu al op alle niveaus regelmatig overleg hebben over de Rijn en Maas.

Daar wordt gesproken over waterbeheer in droge periodes, de effecten van laagwater op de scheepvaart en worden ook ervaringen gewisseld over de aanpak van de droogteproblemen. Mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water zijn daar ook onderwerp van gesprek. Er zijn al afspraken gemaakt voor monitoring van de waterstanden en informatie-uitwisseling over de maatregelen die landen nemen bij laagwater. Tijdens de ministersconferentie volgend voorjaar ga ik met de betrokken ministers van het Rijngebied het nieuwe Werkprogramma Rijn 2040 vaststellen. Voor Nederland is meer aandacht voor laagwater een van de prioriteiten waarop ik zal inzetten.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.