of 60715 LinkedIn

Raadsbreed akkoord, de doodsteek voor de samenleving

Raf Daenen 2 reacties

Steeds meer gemeenten kozen na de verkiezingen voor een raadsbreed akkoord in plaats van een klassiek coalitieakkoord. Alle gekozen partijen worden betrokken bij de vorming van de coalitie.

Er wordt onderhandeld over een programma, de wijze van werving en het aantal wethouders. Soms worden wethouders binnen de partijen zelf geworven, maar ook van buiten aangetrokken via een sollicitatieprocedure. Het gevolg van deze werkwijze is dat bij het nemen van populaire besluiten vaak ruzie wordt gemaakt over wie het onderwerp heeft bedacht of ingebracht. 

 

Bij het nemen van impopulaire maatregelen geeft de raad niet thuis en vertoont niemand eigenaarsgedrag. Idealen van partijen verwateren, omdat er telkens compromissen moeten worden gesloten om voldoende draagvlak te verwerven. Wethouders worden kritisch gevolgd en kunnen weinig goed doen. Maken ze geen fouten op inhoud dan wel op het proces of de participatie en het betrekken van burgers. Het is niet vreemd dat wethouders vaak vluchtgedrag vertonen.

 

Ontwikkeling van visie en het langetermijndenken worden ingeruild voor het meebewegen met de publieke opinie of het luisteren naar de hardste schreeuwers. Pal staan voor het algemeen belang kan voor de wethouder zijn of haar ondergang inluiden. Het gaat niet langer om onderbouwde argumenten, maar om welke groepen welke belangen vertegenwoordigen bij vraagstukken zoals: windmolens ja of nee, zonnevelden wel of niet, uitbreiding of juist inkrimping van intensieve landbouw, soepel of streng handhaven van regels in de gemeente, aanvaardbare plekken voor sociale woningbouw, vrijwillig of betaald werk in de sociaal culturele sector.

 

Het voortdurend schipperen is de praktijk bij een raadsbreed akkoord, terwijl het ideaalbeeld dat van een constructieve samenwerking is, waar iedereen van profiteert. Maar omdat we te maken hebben met verschillende achterbannen die vaak het eigenbelang laten prevaleren boven het algemeen belang, worden telkens afwegingen gemaakt op basis van mogelijke electorale gevolgen. Er is geen sprake van een consistent beleid, het gaat alle kanten op en er wordt maar al te vaak verzuimd knopen door te hakken.

 

Ook het model van coalitievorming heeft zijn beperkingen. Maar je maakt vooraf samen keuzes en afspraken in een duidelijk coalitieakkoord, en de wethouder neemt op basis hiervan verantwoordelijkheid. Als bijvoorbeeld is afgesproken om milieuovertredingen strikter te handhaven dan wordt daar ook werk van gemaakt. Daarmee schept de politiek duidelijkheid. De boeren worden geholpen om de juiste aanpassingen aan te brengen en om de milieudoelen acceptabel te laten landen. Ander voorbeeld: het gevolg van investeren in een nieuwe multifunctionele accommodatie vereist verhoging van de OZB en inzet vanuit de gemeenschap en verenigingen. De coalitiepartners spreken dit af en gaan het in de raad en bij de bewoners verdedigen. Door duidelijk en consequent te zijn wordt het niemandsland van de wethouder opgeheven. De wethouder kan ervan uitgaan dat bepaalde onderwerpen en beleidskeuzes gedragen worden door een raadsmeerderheid.

 

In het coalitiemodel wordt dus verantwoordelijkheid voor een bepaald programma en de bijbehorende financiële consequenties genomen. Voor oppositiepartijen of groeperingen uit de samenleving met een constructief idee is er altijd ruimte, mits men bereid is medeverantwoordelijkheid te dragen. Hierbij geldt: voor niets gaat de zon op en als je wat wilt bereiken dan zul je je nek uit moeten steken en moeten zorgen voor draagvlak.

 

Conclusie: een raadsbreed akkoord is een fantastische papieren werkelijkheid, maar in de praktijk zien we maar al te vaak dat ideaal en werkelijkheid ver uit elkaar liggen. Voor het algemeen belang en om fundamenteel zaken aan te pakken is het beter om op zoek te gaan naar een meerderheid die vanuit duidelijke uitgangspunten op langere termijn consistent beleid wil maken en uitvoeren.

 

Raf Daenen, oud-wethouder en docent maatschappelijke ontwikkeling

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door cri (jur. adv) op
Met schrijver eens. Je depolitiseert als het ware de politiek, want hoe meer meningen hoe meer verschillen. Je ziet het bij het huidige kabinet dat al een beetje een algemeen kabinet is: er zitten zoveel partijen in die het eigenlijk fundamenteel het niet met elkaar eens zijn dat je een beleid krijgt dat uit de hoge hoed komt, vol zit met comprimissen, onwerkbaar, vaag etc. De kamer had moeten zeggen na laatste verkiezingen, opnieuw verkiezingen want huiidige uitslag biedt onvoldoende steun voor een hecht kabinet met partners die met elkaar willen. Nu kiest men laf en zegt men dat het niet anders kan maar het resultaat is dat je bijv. op binnenlands bestuur volstrekt lamgeslagen wordt en dat het enige dat onze brave min. van BZK wel wil doen is een taskforfce nep nieuws te installeren waarbij zij- zonder tegenspraak- weigert om te benoemen in welke hoek men het nep nieuws moet zoeken. Overigens is zij al terug van ziekte verlof (grapje) maar het laat zien dat partijen elkaar gewoon in een houdgreep hebben. Terug naar het artikel: het accoord raadsbreed zal alleen maar vager worden en wat maakt het dan nog uit om te stemmen: het is zoals nu met dit kabinet: je kiest partij a vanwege beleid x en je krijgt beleid y omdat partij a zo graag wil regeren en dus jouw stem laat verdorren. De raad moet politieker worden juist en minder de tweede kamer nadoen die samenwerking propageert (met oppositie) maar zich vast heeft gezet met accoorden in stenen tafelen gebeiteld. In die zin wil ik de heer Eskes meegeven dat het handelen in het algemeen belang nu echt niet de drive is achter de politieke besluitvorming. Het is leuk gezegd en het staat flink maar als je rondkijkt zijn het louter particuliere of partijbelangen die prevaleren.
Door Thomas Eskes (Raadslid) op
Ik vind de conclusie die dhr. Daenen trekt matig onderbouwd. Het klinkt alsof dhr. Daenen hier ervaring mee heeft gehad in één gemeenteraad en dat dat niet goed liep. Ik zie in zijn betoog in ieder geval geen verdere onderbouwing van zijn argumenten.

Naar mijn idee vraagt een raadsbreed akkoord een andere insteek van zowel raadsleden als college. Een wethouder zit er dan niet om vooraf afgesproken beleid uit te voeren, maar om gedurende de raadsperiode actief bij de Raad te blijven informeren hoe nieuwe uitdagingen aangepakt moeten worden. In plaats van eens in de vier jaar een document opstellen waar vervolgens vier jaar lang aan vastgeklampt moet worden, moet er regelmatig contact met alle fracties plaatsvinden om te zorgen dat er vertrouwen blijft bestaan.

De schets die dhr. Daenen optekent van een regulier coalitieakkoord vind ik ook bijzonder rooskleurig. Ik heb niet de ervaring dat er voor de oppositie "altijd ruimte" is. Integendeel, ik zie bij veel gemeenteraden en andere vertegenwoordigende organen dat er juist weinig ruimte is voor oppositiepartijen. En is die er wel, dan ligt dat aan de houding en het gedrag dat een Raad tentoonstelt. Daar ligt mijns inziens ook het probleem waar dhr. Daenen tegenaan loopt in het begin van zijn betoog: het raadsakkoord zou niet werken omdat men geen verantwoordelijkheid neemt, idealen verwateren en wethouders niets goed kunnen doen. Dit klinkt meer als een disfunctionele Raad dan een probleem van één document. Een goed functionerende Raad stelt zich constructief op, zowel naar collega-raadsleden als naar college. Moeilijke besluiten neem je niet vier jaar van tevoren als inwoners nog geen kans hebben om in te spreken in de Raad, maar als zij aan tafel zitten. Een goede Raad durft dan een besluit te nemen dat zij goed achten, ongeacht of een groep inwoners zich daarin kunnen vinden. Een disfunctionele Raad laat zijn oren hangen naar eenieder die in komt spreken.

Dat wil niet zeggen dat een raadslid nooit moet luisteren, integendeel. Maar zoals dhr. Daenen nu betoogt zou je denken dat het Raadsakkoord de oorzaak is van alle problemen die een gemeente kent. Dat lijkt mij zwaar overtrokken. De oplossing ligt wat mij betreft vooral in een Raad die er niet zit voor zichzelf, of voor zijn achterban, maar voor het algemeen belang. En dat het CDA de boerenbelangen belangrijker vindt en GroenLinks de natuurbelangen, dat is logisch. Maar beiden zouden moeten handelen in het algemeen belang. Wat dat is, kan anders zijn voor elke partij. Blind volgen van de achterban en het eigenbelang is dat in ieder geval niet. Dat lijkt wel het probleem te zijn dat dhr. Daenen schetst.