of 58952 LinkedIn

Participatie moet geen participathie worden

Menno Spaan, Jannet Wiersma 4 reacties

Het woord ´participatiesamenleving´ heeft in 2013 voor ophef gezorgd, terwijl participatie door burgers in overheidsbeleid onder verschillende noemers al sinds de jaren ‘70 in opkomst is. Van inspraak in besluitvormingsprocedures, naar coproducties met de overheid tot informele vormen van burgerinitiatief; participatie vindt op verschillende manieren al decennia plaats in Nederland.

Tegenwoordig wordt de morele bal echter steeds vaker bij de burger gelegd. De overheid en de markt doen er zeker nog toe, maar aan burgers wordt regelmatig met klem gevraagd een actieve rol te spelen in het publieke domein. Argumenten hierbij zijn soms van ideële en ideologische aard, maar vaak spelen bezuinigingen een rol.
 

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in de Sociale Staat van Nederland de leefsituatie van de bevolking onderzocht. Het SCP concludeert dat participatie van vrijwilligers de laatste jaren is toegenomen. Dit geldt met name voor de zorg over ouderen en zieken (mantelzorg). Ook is een duidelijke toename zichtbaar van vrijwilligerswerk bij 18-34-jarigen.
 

De trend is dat burgers steeds meer betrokken raken vanuit een ‘doe-het-zelf’-houding. Burgers zijn meer ad hoc vrijwilliger en niet meer ‘vrijwilliger voor het leven’. Enerzijds zijn burgers bereid om zaken zelf op te pakken en hun verantwoordelijkheid te nemen. Anderzijds staat de burger kritisch tegenover de overheid. Daarbij wordt de overheid niet altijd gezien als de meest geloofwaardige partij.
 

Burgerparticipatie biedt vooral mogelijkheden om beter aan te sluiten bij vragen en wensen, met name bij actieve burgers, bijvoorbeeld met aparte budgetten waar zij aanspraak op kunnen maken voor nieuwe initiatieven. Maar een gerichte, goed doordachte aanpak is daarbij onontbeerlijk. Burgerparticipatie is in geen geval een eenvoudige en vlotte manier om te bezuinigen.
 

De burger wil dat de overheid zaken regelt. Er zijn hoge verwachtingen, waarbij juridische middelen niet worden geschuwd als de overheid onvoldoende levert. Participatie van burgers zorgt ervoor dat er verschillen ontstaan tussen groepen burgers. De wijk met een actieve groep burgers heeft een extra speeltuin of een beter onderhouden groenvoorziening dan de omliggende wijken. Dat is lastig uitlegbaar.

Burgerparticipatie vereist daarom een uiterst zorgvuldige benadering. Wederkerigheid speelt een belangrijke rol: u onderhoudt de vijver in uw buurt, wij zorgen voor het gereedschap en halen het groenafval voor u op. Participatie levert dan extra op. Een nadeel is echter dat actieve participatie een korte levensduur heeft. Wanneer de burger zijn interesse verliest zit de gemeente met het onderhoud opgescheept. Het is daarom aan te bevelen om vooral in te zetten op burgerparticipatie bij nieuwe initiatieven.
 

Communicatie met burgers en afstemming over verwachtingen is inherent verbonden met burgerparticipatie. Door in communicatie aandacht te geven aan saamhorigheid, worden verschillen in behandeling van groepen burgers gelegitimeerd.


Burgerparticipatie zal op de korte termijn geen bezuiniging opleveren. Investeren in de sociale infrastructuur is nodig zodat de gemeente aanspreekpunten heeft en verantwoordelijkheden bij burgers kan neerleggen. Per wijk of groep zal de participatiegraad anders zijn. Ook hier dient in de aanpak rekening mee te worden gehouden.
 

De taken van de gemeente zullen over het geheel genomen van uitvoerend naar coördinerend en ondersteunend gaan. Daarbij is het belangrijk dat ambtenaren in interactie met groepen burgers tot afspraken komen en bevoegd zijn om dwars door de interne organisatie heen te werken om afspraken na te komen.
 

En voor diegenen die het bovenstaande niet in hun werkwijze opnemen en slechts omwille van bezuinigingen inzetten op burgerparticipatie, introduceren wij voor 2014 een nieuw woord. Een dergelijke drang noemen wij vanaf nu: ‘participathie’. Laten we ervoor waken dat het zover komt!


Menno Spaan, Jannet Wiersma
Haagse Beek organisatieadvies

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door André Rodenburg op
Ik herken de constatering dat veel burgers al betrokken zijn bij hun buurt of sociale omgeving door mantelzorg, sportclubs of ander vrijwilligerswerk. Er is (of was) toch geen verzorgingsstaat waarin de overheid alles voor iedereen regelde? Wel kan er meer samen met betrokkenen worden gepland, besloten en gedaan.

De zin "Tegenwoordig wordt de morele bal echter steeds vaker bij de burger gelegd." doet me trouwens aan gehakt van kweekvlees denken.
Door Karien Dekker (Docent Sociologie, Universiteit Utrecht) op
In mijn proefschrift heb ik onderzoek hoe participatie vorm krijgt in wijken, en welke effecten dit heeft. Uit dat grondige onderzoek in Den Haag en Utrecht bleek dat de wederkerigheid tussen burger en overheid, waar Menno en Janet het over hebben, van essentieel belang is voor het slagen van participatie. Wel wil ik graag aanvullen dat er in participatieprocessen zoals die nu vorm krijgen meer aandacht zou mogen zijn voor vormen die ook voor diverse etnische minderheden toegankelijk is. Informeler, meer ad-hoc, minder op contractbasis maar gewoon nu, met z'n allen, omdat er iets moet gebeuren!
Door Arno (Vrijwillig bestuurder VvE) op
De vraag is eigenlijk wanneer Gemeenten nu eindelijk eens vrijwilligerswerk gaan professionaliseren en als een beroep gaan zien. Vrijwilligers moeten inderdaad veel kennis en kunde hebben. Als er een ongeval gebeurd of er zijn problemen (geluidsoverlast, rellen) dan wordt de desbetreffende vrijwilliger(organisatie) aansprakelijk gesteld. En dan maar hopen dat je de juiste vergunningen en verzekeringen hebt. Juist die ondersteunende en coördinerende rol zonder eigen verantwoordelijkheid is precies waar ik mij aan irriteer. De bezuinigingen zitten precies daar wat het artikel noemt: geen onderhoudskosten.
Door Monique Djump! (directeur/trainer/coach) op
Als burger participeer ik al jaren actief in onze wijk en ben ik betrokken bij ondersteuning van moeders van kinderen met autisme et c. Het woord participathie komt op mijn over als empathie voor participatie. De uitleg in het artikel wekt bij mij de indruk dat antipathie tegen onheus inzetten van participatie bedoeld wordt. Is dit de gewenste uitleg van ''participathie''? Overigens: inhoudelijk zie ik dat de participatie in moeilijke situaties zoals bij vormen van autisme veel (vak?)kennis vraagt van de mensen die participeren. Het is vaak moeilijk om ermee te leren omgaan en een relatie opbouwen vraagt veel tijd. Alles behalve ''hit and run'' participatie dus.. Wel fijn als mensen de ouders/ een-ouders ondersteunen in hun eigen zorg door b.v. te helpen klussen of de tuin of boodschappen te doen et c.. Ook hier is hit and run fijn, maar is meer continuiteit nog fijner..