of 59345 LinkedIn

‘Overdreven drugsaanpak feesten’

De strenge aanpak van drugs op grootschalige dancefeesten is ‘overdreven’. Het politie-optreden staat ‘in geen verhouding tot de omvang van het probleem’.
De strenge aanpak van drugs op grootschalige dancefeesten is ‘overdreven’. Het politie-optreden staat ‘in geen verhouding tot de omvang van het probleem’.

Dat stelt criminoloog Ton Nabben die onlangs aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op langlopend onderzoek naar drugsgebruik in het Amsterdamse uitgaansleven. De lijn van politie en Openbaar Ministerie om op dancefeesten streng te controleren op drugs en vaak talloze aanhoudingen te plegen valt niet te verdedigen, vindt Nabben.

 

‘Hier wordt echt een probleem gezócht. Als er nu grootschalig werd gedeald op die feesten of als de ambulances af en aan moesten rijden om mensen af te voeren, dan had je een reden voor dergelijk optreden. Maar dat is allemaal niet het geval. Op die feesten is eigenlijk niets aan de hand en het is dus onnodig dat zoveel jongeren worden opgezadeld met een strafblad en dat er zoveel geld aan die controles wordt besteed.’

 

Breekijzer

 

Volgens Nabben is er sprake van een ‘ideologisch gedreven veiligheidsmissie om het drugsgebruik terug te dringen’. Hij wijst op de paradox dat de eisen rond dancefeesten zijn aangescherpt op een moment dat het drugsgebruik op diezelfde feesten al aantoonbaar dalende was en het aantal aan drugs gerelateerde gezondheidsincidenten ook afnam. ‘Er speelden dus andere redenen om een zero tolerance beleid op die feesten los te laten. De politie is gewoon nieuwe markten gaan zoeken’.

 

De wetenschapper van de Universiteit van Amsterdam deed jarenlang onderzoek naar de drugstrends in de hoofdstad, die op dat gebied een voortrekkersrol vervult in Nederland. Zijn bevindingen legde hij neer in het proefschrift High Amsterdam - ritme, roes en regels in het uitgaansleven.

 

Nabben wijst er op dat de algemene plaatselijke verordening (APV) in veel plaatsen steeds meer is opgetuigd tot een apart instrument náást de Opiumwet. ‘Voor menig burgemeester is het zo, langs de weg van het drugsgebruik, een ideaal breekijzer geworden om dergelijke grootschalige feesten te reguleren. Oorspronkelijk was die APV bedoeld om junks van straat te weren. Daarna is hij steeds meer ingezet tegen hangjongeren, en nu zijn dus de dancefeesten aan de beurt.

 

'Het is toch opmerkelijk dat het openlijk gebruik van drugs in Amsterdam op feesten strafbaar is gesteld, terwijl dit níet in de Opiumwet staat? Die rept alleen van handel en bezit. In Amsterdam mag je dus wel een joint kopen, maar niet mee naar binnen nemen op zo’n dancefeest’, analyseert de criminoloog. De controles op de feesten zijn vooral ook symbolisch bedoeld, denkt Nabben: ‘Op zo’n feest kun je nooit iedereen controleren, het is gewoon een maatje te groot.’

 

Urban scene

 

In zijn proefschrift schetst de criminoloog hoe in de afgelopen 20 jaar steeds andere drugs opkwamen, een poosje erg populair bleven en vervolgens werden vervangen door andere roesmiddelen: marihuana, heroïne, cocaine, xtc, amfetamine, GHB, paddo’s. Ook de locaties veranderden, en er is een verschuiving opgetreden van het clubcircuit in de Amsterdamse binnenstad naar de grote feesten aan de randen van of net buiten de stad.

 

‘Je ziet dat het uitgaansleven elke 5 jaar wezenlijk verandert. Er komen andere muzieksoorten, een ander publiek, andere mores, andere trends. De urban scene bijvoorbeeld bestaat vooral uit allochtone jongeren, en die gebruiken van oudsher veel minder drugs dan de autochtone jongeren die je vooral op de house- en dancefeesten ziet.’

 

Het drugsgebruik als geheel heeft zich sinds de millenniumwisseling gestabiliseerd, aldus Nabben. ‘Ongeveer de helft van de huidige clubgangers heeft wel eens xtc gebruikt, 30 procent cocaïne en 20 procent amfetamine. In de jaren ’ 90 lagen die percentages aanzienlijk hoger.’ De overheid heeft met haar beleid nauwelijks invloed op deze golfbewegingen, concludeert Nabben. ‘Hooguit veroorzaak je met een ander beleid een waterbedeffect: wat je op de ene plek wegdrukt, komt elders weer op.’

 

High Amsterdam: Ritme, roes en regels in het uitgaansleven, 384 pag, 34,95 euro. ISBN 978 90 3610 2001, www.highamsterdam.net

 

GHB

 

Deze week was er veel te doen over GHB vanwege een toename van het aantal vergiftigingen met deze goedkope partydrug. GHB is een ‘problematisch middel’, maar ‘het moet ook niet worden overdreven’, aldus Nabben.

 

‘Het is heus niet zo dat de eerste hulp nu overal vol liggen met stuiptrekkende GHB-gebruikers. Het komt wel meer voor en dat is ernstig genoeg. In Amsterdam is het aantal spoedeisende gevallen gestegen van 69 in 2001 naar 128 in 2008, maar de groep problematische gebruikers blijft vooralsnog naar verhouding klein.’

 

In zijn proefschrift beschrijft Nabben de toename van het incidenten rond GHB al, maar de totale groep gebruikers is veel kleiner dan die van xtc of cocaïne. ‘In een clubsurvey in Amsterdam in 2008 meldde één op de zeven respondenten ervaring te hebben met GHB. Voor xtc lag dat cijfer op vijftig procent. Minder dan 10 procent zegt GHB ook het laatste jaar nog te hebben gebruikt, en rond de 5 procent heeft het de laatste maand nog gebruikt. Een stabilisering vergeleken met de clubsurvey in 2003. Het merendeel is recreatief gebruiker: mensen experimenteren er een keer mee, maar stoppen ook weer.’

Verstuur dit artikel naar Google+