of 61043 LinkedIn

Wim van de Donk: ‘We zijn naïef in dit land’

Vorige week stopte hij als Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Brabant, intussen is hij begonnen als rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van Tilburg University. Bij zijn afscheid wil Wim van de Donk, desgevraagd, graag terugblikken op de opkomst en aanpak van drugscriminaliteit en ondermijning in zijn provincie in de afgelopen tien jaar.

Vorige week stopte hij als Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Brabant, intussen is hij begonnen als rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van Tilburg University. Bij zijn afscheid wil Wim van de Donk, desgevraagd, graag terugblikken op de opkomst en aanpak van drugscriminaliteit en ondermijning in zijn provincie in de afgelopen tien jaar.


Het recent verschenen Pact voor de Rechtsstaat beoogt een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in de komende tien jaar. Het doel is een halvering. Hoe realistisch is dat? En wat is daarvoor nodig? Hoeveel aandacht en middelen zijn er voor de lokale aanpak en preventie in de wijken? Hoe staat het met bevoegdheden van burgemeesters en de strafrechtelijke aanpak? Is regulering of legalisering een heilloze weg? Deze en andere onderwerpen komen voorbij in een wekelijkse serie over ondermijning.



Wanneer kreeg u bestuurlijk voor het eerst te maken met de drugsindustrie en ondermijning van de rechtsstaat door criminelen?

‘Toen ik voorzitter was van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) mocht ik een commissie voorzitten die het op verzoek van het kabinet het rapport ‘Geen deuren maar daden, nieuwe accenten in het Nederlands drugsbeleid’ uitbracht. Een rapport over de toekomst van het Nederlandse drugsbeleid. In het kader daarvan liep ik mee met politiechefs en kreeg ik een crash course over hoe de drugsindustrie werkt. Ik heb toen veel gezien wat ik beter niet kan vertellen, maar daar waren toen ook al foto’s van martelingen bij. Die ‘gezellige criminaliteit van vroeger’ was er niet meer. De code dat je mensen niet doodschiet als er kinderen bij zijn werd gebroken en die ontsporing voelde als een klimaatverandering. Ook van de naakte cijfers schrok ik. Met dat bewustzijn kwam ik aan in Brabant. Met de burgemeesters van de vijf grootste steden, de hoofdofficier van justitie en de politiechef hebben we al snel met elkaar gezegd: we moeten iets bijzonders doen. Dat leidde tot het opzetten van een taskforce, nu bekend als Taskforce Brabant Zeeland. De bestaande systemen waren niet opgewassen tegen de uitwassen. Het idee van een taskforce om van buitenaf tot verandering te prikkelen was geïnspireerd op een ervaring van een voormalig WRR-collega die had gezien hoe een rubberboot van Greenpeace een tanker van koers deed veranderen. We maakten buiten bestaande organisaties, maar wel samen met hen, een hulpconstructie om bij te dragen aan een vernieuwing van de bestrijding van de drugscriminaliteit. Destijds, onder minister Hirsch Ballin ontstonden er nieuwe impulsen, zodat het systeem anders ging werken. Het gaat erom de ridders van de rechtsstaat voldoende toe te rusten. Met het aan de Harvard-methodiek ontleende case-oriented learning configureerden we op maat gesneden teams, waarbinnen ook de FIOD, de Belastingdienst of de Douane mensen leverden. We zijn daardoor echt beter gaan samenwerken. Belangrijk daarvoor was ook dat we steeds meer informatie konden delen via de Regionale Informatie en Expertisecentra’s (RIEC’s).’

Hoe vindt u dat het sindsdien is gegaan met de aanpak van de drugsindustrie en ondermijning? Daarna was er onder meer de aanslag op het gemeentehuis van Waalre en werd advocaat Derk Wiersum vermoord.
‘Dat zijn wake-up-calls die ons er aan herinneren dat we er bepaald nog niet zijn, het blijft een kat-en-muisspel tussen overheid en criminelen. Het zit ook in manieren van werken: informatie delen en resultaten vermenigvuldigen vraagt om veel ruimte en een adequate, op deze digitale tijd gebaseerde toerusting van onze professionals en werkers van de rechtsstaat. Daar moet, los van de capaciteit, nog het nodige gebeuren. Het moderniseren van het Wetboek van Strafvordering, is een al even grote als belangrijke opgave. Digitalisering en internationalisering zijn belangrijke thema’s. We boeken wel resultaten, maar de toerusting moet beter! Greetje Bos, voormalig officier van justitie in Breda, noemde het ooit een logistieke nachtmerrie. Er is nog veel te doen maar ook hier heeft de coronacrisis een stroomversnelling tot stand gebracht. Vorige week bereikten we met het Bestuurlijk Ketenberaad, waar ik onafhankelijk voorzitter van mag zijn, een mijlpaal met het gemeenschappelijk kader voor de ketenbrede informatievoorziening. Eindelijk, want dat soort processen neemt eigenlijk te veel tijd. Men weet elkaar steeds beter te vinden en we werken aan verkorting van wachttijden en slimmer werken.’

Doel van het ‘Pact voor de Rechtsstaat’ is een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in tien jaar. Een halvering is ook al genoemd. Dat klinkt als een halve ambitie. Terugdringing naar nul is niet eens een optie meer?
‘Criminaliteit zal er altijd zijn, maar we zijn ook wel heel naïef in dit land. Onze lage strafmaat is een aantrekkelijke factor voor criminelen. We zijn innovatief en internationaal georiënteerd in de formele economie, maar die eigenschappen kenmerken tevens het crimineel ondernemerschap dat minder gewenst is. Bovendien hebben die geen last van de rechtsstaat of van grenzen tussen landen en binnen organisaties. Sterker nog: daar gedijen ze op. Telkens krijgen ze daardoor weer kansen. Er lopen allerlei projecten waar we van kunnen leren, zoals jonge mensen in dure auto’s laten uitleggen hoe ze aan hun vermogen komen. Die omgekeerde bewijslast vind ik een goed initiatief. Maar pak je die auto af, dan blijkt hij geleased te zijn. Zo proberen ze je te slim af te zijn en wij geven daarvoor alle kansen. Net als dat ze geen drugsafval meer dumpen op één plek, maar tijdens regenbuien rondrijden met ketels in bestelauto’s. Ik maak me geen illusies dat we dit snel kunnen winnen. Maar, echt, we kunnen het zoveel beter en slimmer doen. Het ‘Pact voor de Rechtsstaat’ is evenwichtig: repressief, maar ook preventief.’

Een halvering is behapbaar?
‘Er zit zoveel geld in het systeem, dat zit al in bovenwereld, criminelen hebben vastgoedposities opgebouwd, proberen het politieke systeem te infiltreren. Ook in de banken zag je onlangs dat er op grote schaal wordt witgewassen. Pieter Tops had in zijn onderzoek naar drugscriminaliteit in Tilburg berekent dat er 800 miljoen euro in om ging, even veel als de begroting van de gemeente. Als je dan leest over grootschalig witwassen, dan moeten we oppassen. En dan heb ik het nog niet eens over de geweldsspiraal en de afrekeningen. Als de banken dan fors gaan melden, vraagt dat wel weer om veel capaciteit in de justitiële keten, die schaars is.’

En in hoeverre zijn er voldoende middelen voor terugdringing van de drugscriminaliteit?
‘Er zijn meer middelen nodig, maar we moeten oppassen dat we al het nieuwe geld stoppen in oude systemen. We moeten vooral innoveren en onze mensen goed toerusten. Onlangs waren er door het onderscheppen van data een paar grote slagen voor de politie. Met betere informatiedeling en sneller schakelen kan dat nog beter. Wij werken volgens de spelregels. Je kunt niet de rechtsstaat verdedigen door hem af te schaffen, maar we kunnen wel minder naïef zijn. We zitten nog aan het laaghangende fruit, er kan en moet nog veel meer.’

Er gaan wel structureel vele tientallen miljoenen naar het landelijke MIT en de dienst Bewaken en Beveiligen, bleek uit de begroting van Justitie en Veiligheid, maar slechts eenmalig 15 miljoen euro naar de regionale en lokale aanpak. Wat is uw reactie daarop?
‘Het verdedigen van de rechtsstaat, het idee van een eerlijke samenleving, mag ons wat geld kosten, en er is ook al het nodige gebeurd. Het Pact voor de Rechtsstaat mikt op 400 miljoen euro structureel voor de volgende kabinetsperiode. De aanpassing van het Wetboek voor Strafvordering lijkt mij echter meer bepalend dan geld. Er is de afgelopen jaren veel capaciteit ingeleverd, en je hebt niet zomaar nieuwe mensen opgeleid en in ingewerkt. Maar het gaat niet alleen om aantallen, het gaat ook om slim toerusten en anders kijken. Er wordt gelukkig steeds meer gekeken naar pulpindustrieën die, bewust of onbewust, de ondermijning mogelijk maken of bevorderen. Daarom is ook de Wet Bibob zo belangrijk om te zorgen dat de overheid foute lui niet faciliteert.’

In hoeverre hebben burgemeesters voldoende bevoegdheden om ondermijning terug te dringen?
‘Aboutaleb heeft er al op gewezen dat de ene burgemeester niet mag gebruiken, wat een andere al weet of boven water kreeg. Soms zitten regels echt onnodig het bereiken van successen in de weg. Natuurlijk moeten we als overheid netjes werken en rechtsstatelijkheid borgen. Menig politiefunctionaris en officier van justitie is echter al tot wanhoop gedreven en soms zelfs gefrustreerd over de manier waarop we moeten werken. Burgemeesters zijn steeds belangrijker geworden in die aanpak, maar lopen soms ook tegen onnodige grenzen aan.’

Maar wordt de aanpak niet teveel landelijk en te weinig lokaal?
‘Natuurlijk moet je ook die landelijke eenheden goed toerusten. Je moet putten uit de kracht van de combinatie centraal en decentraal. Ook criminelen wonen in wijken, maar werken mondiaal. Je zag het in de serie ‘Undercover’ met Frank Lammers: bij de aanpak van internationale wapenhandel moet je kunnen schakelen tussen de schalen. Je kunt elkaar versterken. En dan moet je niet te lang lokaal doormodderen als de organisatie ook internationaal speelt.’

Zit er misschien niet nog meer winst te halen in de preventieve aanpak in de wijken?
‘In Eindhoven hebben ze een aanpak, waar ze er vroeg bij zijn aan de pedagogische kant. Daar rijden jongens van 18 rond met grote auto’s en dan lijkt crimineel zijn beter dan vakkenvullen. Ik denk dat onderwijs en opvoeding helpt. Een hoogleraar verslavingszorg zei mij ooit: als je als kind drie dingen hebt die tegen zitten, dan ben je ‘out’. Het gaat om de combinatie. Maar wat je er ook aan doet: zolang die jonge crimineeltjes culthelden zijn, dan moet je strafrechtelijk optreden en ze ook achter die dikke deur zetten.’

U gaat straks naar Tilburg University. Blijft u wel betrokken bij dit veld?
‘Ik ben nog onafhankelijk voorzitter van de Bestuurlijke Ketenraad. Met allerlei partners in en om de strafrechtketen werken we hard aan maatregelen om die keten te versterken, zoals het terugdringen van wachttijden. Daar worden al resultaten geboekt, maar uiteindelijk moeten we toegroeien naar een manier om dat beter te doen. Corona biedt bijzondere omstandigheden, waarin bijzondere dingen ontstaan. Dat leidt ons naar informatisering. In de machinekamer moeten we beter gaan samenwerken en data beter gebruiken. Dat kan aangenamer, plezieriger en professioneler. Ik blijf erbij betrokken. En ook op Tilburg University werken wetenschappers die hun expertise willen inzetten voor het verbeteren van onze aanpak. Ook in het provinciale bestuursakkoord is steun toegezegd voor kennisontwikkeling hierin. Ik verwacht dat de nieuwe Commissaris van de Koning, mr. Ina Adema, samen met Brabantse burgemeesters, aandacht zal blijven geven aan de aanpak van ondermijning. Zij zal zich bepaald niet vervelen, nee. Het is een hectisch en prachtig ambt.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Van 'geen deuren, maar daden' hebben we in de periode van Van de Donk weinig gemerkt. De drugscriminaliteit is in zijn periode gigantisch toegenomen, terwijl hij juist in de positie verkeerde om er veel tegen te doen.
Door Albert op
Inderdaad. Het is veel makkelijker om bij een agrariër zijn dieseltankje en composthoop te controleren. Daar ligt de echte prioriteit. Nou, nou, nou.
Door Toine Goossens op
Geachte heer Boonstra,

U hebt van de Donk niet gevraagd naar de beperkingen die de privacy wetgeving oplegt aan effectief handhaven in Nederland. Is het mogelijk om daar op terug te komen?

Door Bart Schut (burgerinspecteur) op
Van de Donk schrijft de '800 miljoen van Tilburg' toe aan Pieter Tops. Officieel is die berekening gemaakt door anonieme onderzoekers van Tilburg University en Tops schrijft dit cijfer midden 2013 in handen te hebben gekregen en het 'op de grill' te hebben gelegd (gecheckt). Wie liegt? Of heeft Van de Donk nu de naam van een van de anonieme onderzoekers onthuld? Tops onder de bus gegooid? Ik vind het spannend.

Vacatures

Van onze partners