of 64621 LinkedIn

Veiligheidsregio’s volgden veelal modelverordening

De voorzitters van de veiligheidsregio’s zijn in hun 559 noodverordeningen maar zeer weinig afgeweken van de modelnoodverordening in de periode tot 1 december toen zij wel de bevoegdheid hadden om eigen regels ter bestrijding van de coronapandemie vast te stellen. Er waren tienduizenden afwijkingsmogelijkheden, waarvan er maar enkele zijn benut.

De voorzitters van de veiligheidsregio’s zijn in hun 559 noodverordeningen maar zeer weinig afgeweken van de modelnoodverordening in de periode tot 1 december toen zij wel de bevoegdheid hadden om eigen regels ter bestrijding van de coronapandemie vast te stellen. Er waren tienduizenden afwijkingsmogelijkheden, waarvan er maar enkele zijn benut. 

Nationale regels gevolgd
Dat blijkt uit een empirisch-juridisch onderzoek van medewerkers van de Universiteit Leiden, waarvan de resultaten te zien zijn op coronapapers.nl. Voor het overgrote deel volgden de voorzitters de nationale regels en waar wel is afgeweken, gaat het om procedurele kwesties, zoals de benoeming van toezichthouders en is de afwijking vaak met andere regio’s afgestemd, zoals de mondkapjesplicht en het verbod op meebrengen van geluidsapparatuur. De verwachting was dat veiligheidsregio’s wel hun bevoegdheden zouden benutten om regionaal beleid te voeren, zeker gezien de grote verschillen in besmettingsgraad tussen de regio’s. Vanuit het Veiligheidsberaad werd echter voortdurend benadrukt dat nationaal beleid gevoerd moest worden en (te) grote verschillen uit den boze waren.

559 noodverordeningen
De voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s stelden noodverordeningen vast op basis van bindende aanwijzingen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Justitie en Veiligheid die door het Veiligheidsberaad in modelverordeningen waren gegoten. Voorzitters van de veiligheidsregio’s mochten daarvan afwijken, mits zij binnen de grenzen van de aanwijzing bleven.
Er zijn 17 modelnoodverordeningen opgesteld. Op basis daarvan hebben veiligheidsregio’s in totaal 559 noodverordeningen aangenomen, ruim 22 per veiligheidsregio.

Limburg-Noord week het vaakst af
Uit het onderzoek blijkt dat in de beginfase, in maart en april, relatief veel is afgeweken en het aantal afwijkingen daarna gestaag is verlaagd. Toen in september de maatregelen weer strenger werden, was er weer een kleine stijging van het aantal afwijkingen. Die waren er vooral op het gebied van handhaving en vonden vaak plaats in ‘clusters’: alle afwijkingen ten aanzien van de mondkapjesplicht en geluidsapparatuur zijn identiek. Er bestaan grote verschillen in de mate waarin veiligheidsregio’s van hun bevoegdheid gebruik hebben gemaakt: Limburg-Noord week op 41 onderwerpen af, terwijl Utrecht en Twente dat maar op zes onderwerpen deden.

Verschillen vooral in handhavingspraktijk
De onderzoekers zijn nog bezig met een ronde langs de voorzitters van de veiligheidsregio voor een reflectie op hun behoefte om al of niet af te wijken. ‘Feit is dat zij dat op het niveau van de regels niet hebben gedaan’, constateert Geerten Boogaard, hoogleraar decentrale overheden bij de Universiteit Leiden en instigator van het onderzoek. Onder de regels zitten handhavingskaders en die blijken ook redelijk geharmoniseerd, zegt hij. ‘Daaronder zit de handhavingspraktijk en die is lastiger in kaart te brengen, want dat is veel meer fluïde. Dat gaat om de inzet van boa’s: wie let waar op? Slinger je mensen meteen op de bon of waarschuw je eerst een tijdje? Die nuanceverschillen zijn wel gemaakt en zijn ook gerelateerd aan lokale praktijken. Het grootste verschil dat je ziet is dat er voorzitters zijn met een strengere lijn, dus bestrijding van de crisis op de eerste plaats, en voorzitters die minder streng zijn en zoeken naar manieren om de samenleving soepeler te behandelen.’

Voorzitters coördineerden vooral uitvoering
Er zijn veel factoren te noemen waarom de veiligheidsregio’s terughoudend zijn geweest in een eigen beleid voeren, zoals dat Nederland er te klein voor is en de kans op een waterbedeffect. ‘Een andere belangrijke factor is de behoefte aan landelijke dekking’, zegt Boogaard. De landelijke aanwijzing was bepalend voor de tendens voor het hele land, daardoor ontstond uniformering. Voorzitters van de veiligheidsregio’s deden meer aan meedenken dan in de regelvoering. Dat zie je dus ook niet terug in de regels: hoe ga je om met een erehaag: verbieden of gedogen? De rol van de voorzitters zat meer in de coördinatie van de uitvoering en het maatwerk daarin dan in regelgeving of autonomie daarin.’ Er waren dus ook met name verschillen in de uitvoering en de handhaving. ‘Dat zag je vooral in het begin van de crisis, zoals bij het weren van toeristen. In Amsterdam kwamen ze gestaag binnen, maar men maakte zich in Zeeland al snel zorgen over de toegang tot ziekenhuizen. De gezondheidszorg begon daar te kraken. Twente had die zorg ook. In andere regio’s waren ze meer bezig de druk te verdelen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners