of 59147 LinkedIn

Selectief fouilleren betwist

Sjors van Beek Reageer
Na de aanslag tijdens Koninginnedag in Apeldoorn, kondigde Amsterdam op 4 en 5 mei (Dodenherdenking en Bevrijdingsconcert) een noodverordening af. Volgens Amsterdam kunnen mensen op grond daarvan selectief worden gefouilleerd.

Amsterdam heeft bezoekers van de Dodenherdenking op 4 mei op grond van een noodverordening selectief gefouilleerd. Emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht Hub Hennekens betwijfelt of dit juridisch wel door de beugel kan.

 

Volgens Hennekens, tot 2001 verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en van 2001 tot 2008 ook lid van de Raad van State, ‘ondermijnt’ de Amsterdamse aanpak de moeizaam tot stand gekomen wetgeving rond preventief fouilleren. ‘Dat is na heel veel discussie geregeld in artikel 151B van de Gemeentewet. Als je mensen ook kunt fouilleren op grond van een noodverordening, wordt dat artikel een holle bepaling. Ik vraag me dus af waarom in Amsterdam niet gewoon 151B is ingezet’, stelt Hennekens, voormalig burgemeester, voormalig VNG-directeur en auteur van Openbare Orderecht (2007).

 

Artikel 151B van de Gemeentewet regelt dat de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid kan geven om een gebied aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied. Daarbinnen mag de officier van justitie opdracht geven tot preventief fouilleren, echter alléén op wapenbezit. De bepaling geldt ook voor iedereen. ‘Anders gezegd: bij preventief fouilleren is er géén verdachte’, aldus Hennekens.

 

Amsterdam heeft deze mogelijkheid opgenomen in de apv. Het middel is nog gebruikt op 18 maart tijdens Ajax-Olympique Marseille. Bij de Dodenherdenking (4 mei) en het Bevrijdingsconcert (5 mei) koos burgemeester Cohen echter een andere werkwijze. In de noodverordening die van kracht was voor het gebied rond de Dam, werd bepaald dat het ‘verboden was voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben die aanwezigen in dat gebied in gevaar kunnen brengen, of met de kennelijke bedoeling om daarmee in dat gebied de openbare orde te verstoren’. Artikel 2 bepaalde vervolgens dat iedereen zich moest laten fouilleren ‘wanneer daar naar het oordeel van de politie – in verband met het in artikel 1 bepaalde – aanleiding toe is’.

 

Aanleiding

 

De kritiek van Hennekens richt zich op artikel 2. ‘Als iemand er van wordt verdacht artikel 1 te overtreden, dus iets bij zich te hebben wat niet mag, dan mag de politie die persoon sowieso controleren. Maar dan is er dus een concrete aanleiding én een verdachte. Ik vraag me dus af of je de fouilleringsbevoegdheid wel zo kan regelen. En ik vermoed dat het op meer was gericht dan alleen de Wet wapens en munitie’.

 

In de noodverordening meldt de gemeente dat ‘door de recente gebeurtenissen in Apeldoorn de vrees bestaat voor ernstige wanordelijkheden of zware ongevallen hetgeen ertoe kan leiden dat de veiligheid van aanwezigen gevaar loopt en dat de openbare orde wordt verstoord’. De ‘reguliere beschikbare juridische instrumenten zijn ontoereikend om genoemde verstoringen tegen te gaan’.

 

Hennekens: ‘De wet zegt dat er sprake moet zijn van een “oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden, of rampen en zware ongevallen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan”. Had de burgemeester die ernstige vrees? Was dat terecht? Was er eigenlijk wel sprake van een noodtoestand?’ Volgens de jurist gaat het wetsartikel overigens mank aan een inherente tweeslachtigheid. ‘Enerzijds gaat het om het beschermen van mensen die gevaar lopen, anderzijds om het optreden tegen mensen die gevaar veroorzaken. Dat had in twee afzonderlijke bepalingen moeten worden gestopt.’

 

Bartho Boer, woordvoerder van Amsterdam: ‘We zijn ons er van bewust dat een noodverordening een zwaar middel is. We zijn echter van mening dat het in dit geval een passende maatregel was. In een veiligheidsrisicogebied moet je iedereen fouilleren, dat wil zeggen: willekeurig. De noodverordening biedt de mogelijkheid tot selectief fouilleren. Je kan dan iemand fouilleren als er een concrete aanleiding is, bijvoorbeeld omdat hij een grote rugzak draagt. Je hebt dan dus meer bevoegdheden. Bovendien geeft zo’n noodverordening de mogelijkheid andere dingen op te nemen, zoals het verbod om op de balkons te staan of de ramen te openen.’

 

Waar burgemeester Cohen precies bevreesd voor was, kan de woordvoerder niet zeggen. Volgens een woordvoerster van de Amsterdamse politie zijn er op 4 mei geen mensen aangehouden voor overtreding van de noodverordening. Was dat wel het geval geweest en zou iemand dat aanvechten, dan zou dat bij de rechter een goede kans maken, denkt Hennekens.

 

Onderzoek Koninginnedag

 

Een onafhankelijk onderzoek moet duidelijk maken of er tijdens Koninginnedag in Apeldoorn fouten zijn gemaakt. Een 38-jarige man reed op 30 april met een auto door een mensenmenigte en dranghekken heen. Zeven mensen kwamen om, waaronder de dader. Wie het onderzoek gaat uitvoeren is nog niet bekend. De Apeldoornse burgemeester Fred de Graaf zei deze week dat hij denkt aan een soortgelijke commissie die de vuurwerkramp in Enschede in mei 2000 onderzocht.

 

Momenteel zetten drie instanties de feiten op een rij:

 

  • de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding;

     

  • de nationale recherche (omdat het om een aanslag op het koninklijk huis gaat);

     

  • de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (die kijkt naar het functioneren van de gemeente).

     

Volgens De Graaf moet het allesomvattende onderzoek ‘duiding’ geven aan de feiten die boven tafel zijn gekomen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners