of 62236 LinkedIn

Regioburgemeesters in coronacrisis vooral uitvoerders

Waarom bedenkt iemand in vredesnaam om de coronacrisis regionaal aan te pakken? Die vraag stelde Thorbecke-hoogleraar Geerten Boogaard aan voorzitter van het Veiligheidsberaad Hubert Bruls tijdens het Festival van het Bestuur. Het is de centrale vraag bij de analyse van de crisisaanpak, vindt Bruls, maar de keuze was niet onlogisch. ‘Als je sturing wilt geven, dan heb je ook operationele handen nodig.’

Waarom bedenkt iemand in vredesnaam om de coronacrisis regionaal aan te pakken? Die vraag stelde Thorbecke-hoogleraar Geerten Boogaard aan voorzitter van het Veiligheidsberaad Hubert Bruls tijdens het Festival van het Bestuur. Het is de centrale vraag bij de analyse van de crisisaanpak, vindt Bruls, maar de keuze was niet onlogisch. ‘Als je sturing wilt geven, dan heb je ook operationele handen nodig.’

Decentrale crisisorganisaties
Het initiatief voor de regionale aanpak kwam van de NCTV en de ministers Grapperhaus en Bruins, antwoordt Bruls op de vraag van Boogaard, en kwam al vrij vlot op tafel bij de 25 burgemeesters in het Veiligheidsberaad. ‘Er was natuurlijk ook een centrale crisisaanpak, maar we hebben vooral ook decentrale crisisorganisaties, zoals ggd’s, politie, boa’s en de brandweer. Het is niet heel erg onlogisch dat je daarnaar grijpt. Als je sturing wilt geven, dan heb je ook operationele handen nodig. Zo is de gedecentraliseerde eenheidsstaat ontstaan. Niemand zei: roep de noodtoestand uit, want het ging allemaal vrij vlot.’

Geen juridische regionale differentiatie
Uit onderzoek van de Universiteit Leiden en Rijksuniversiteit Groningen, te zien op coronapapers.nl, bleek onlangs dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s in hun 559 noodverordeningen maar zeer weinig afgeweken hebben van de modelnoodverordening in de periode tot 1 december, toen zij wel de bevoegdheid hadden om eigen regels ter bestrijding van de coronapandemie vast te stellen. Er waren tienduizenden afwijkingsmogelijkheden, waarvan er maar enkele zijn benut. Boogaard moest tegen zijn verwachting in vaststellen dat juridische regionale differentiatie niet heeft plaatsgevonden.

'We zijn uitvoerders'
Waarom niet? Een legitieme vraag, vindt Bruls, want je geeft 25 regio’s de ruimte om het beleid te bepalen. Maar hoewel die aanwijzingen de regio’s ruimte gaven, waren die tegelijkertijd ook vrij nauwgezet over onder meer 1,5 meter afstand houden, het aantal mensen bij elkaar. ‘De mogelijke uitzonderingen waren al behoorlijk voorgesorteerd. En met de 25 voorzitters zaten we ook volop aan tafel vanuit de aanname: dit is een wereldcrisis, wij moeten geen beleid voeren, wij zijn uitvoerders. We moeten het beleid regionaal blijven uitleggen en daarin zoveel mogelijk op één lijn zitten.

Land is te klein
Zelf overwoog Bruls aan het eind van de zomer als burgemeester van Nijmegen zelf eigen ruimte in te nemen, omdat er een toename aan besmettingen was in zijn stad, evenals in andere studentensteden. ‘Ik was bereid om strengere maatregelen voor Nijmegen te nemen. Maar aan het eind van het liedje deden we toch allemaal hetzelfde.’ Het land is volgens Bruls toch te klein voor hele grote regionale verschillen. ‘Als ik de kroegen in Nijmegen toen had gesloten, die optie lag echt op tafel, zou dat niet hebben gewerkt, want dan waren mensen naar Arnhem of Den Bosch gegaan.’

Lokale versoepeling lag op tafel
Er is zeker geopperd om soepeler te werk te gaan in regio’s waar het aantal besmettingen laag lag. ‘Die opties lagen op tafel, maar we hadden al snel in de gaten dat als het aantal besmettingen op één plek snel stijgt, die dan binnen paar dagen groter gebied bestrijken. Het is dan niet zo zinvol lokaal verschillende maatregelen te nemen. In Friesland was het aantal inderdaad flink lager. Maar we volgen allemaal dezelfde berichten en mensen zijn bereid om 150 kilometer te reizen.’ Bruls wijst erop dat de ‘routekaart’ regionale differentiatie nog wel mogelijk maakt. ‘We zullen het gaan zien. Bij het afschalen kunnen sommige gebieden nog in lockdown zitten en andere niet, maar ik denk dat het land er te klein voor is.’

Afstemmingsorgaan
Er is zeker wel een ontwikkeling geweest in het functioneren van het Veiligheidsberaad, analyseert Bruls. ‘Het is een overlegberaad, Ik heb geen speciale bevoegdheden. Maar het is in coronatijd wel meer een afstemmingsorgaan geworden. Wat is ons beleid, wat zijn die verordeningen? En we zijn ook een adviseur geworden van het rijk. Ik weet niet of je dan een tegenmacht bent, maar als de 25 burgemeesters van de grootste gemeenten iets vinden, dan heeft dat wel impact. Dat is wel een voordeel. De burgemeesters zijn benoemd, dus dat geeft stabiliteit. Ik heb nooit gedacht dat ik bij het kabinet ervoor moest pleiten om geen schaatswedstrijden te laten organiseren. We leven in rare tijden.’

Geen aparte bestuurslaag
Toch heeft het Veiligheidsberaad nu wel een positie waar het niet voor is opgericht, erkent Bruls. ‘De evaluatiecommissie stelt ook voor om het Veiligheidsberaad een stevigere positie te geven en dat te formaliseren.’ De veiligheidsregio’s zijn een vorm van verlengd lokaal bestuur, een mix van centrale en decentrale aansturing. ‘Het Veiligheidsberaad functioneert wel op basis van het mandaat van onze collega’s. De veiligheidsregio’s overleggen met andere burgemeesters in de regio en bepalen zo één richting. Dat neem je mee naar het Veiligheidsberaad. Het is een getrapte vorm van bestuur, maar geen aparte bestuurslaag.’ Voor het functioneren mag het geen verschil maken wie voorzitter is van het Veiligheidsberaad, zegt Bruls. Maar voor de uitstraling is het belangrijk dat het geen G4-burgemeester is. ‘Je straalt dan uit: het is niet alleen randstedelijk, maar van het hele land.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners