of 64231 LinkedIn

Recht delft onderspit bij alternatieve ‘war on drugs’

Het recht op een eerlijk proces en het recht op huisvesting bieden weinig rechtsbescherming in rechtszaken over sluitingen van drugspanden door burgemeesters en huisuitzettingen, blijkt uit onderzoek van Michelle Bruijn, universitair docent rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De rechtsbescherming is niet aangepast aan deze alternatieve oorlog tegen drugs.’

Het recht op een eerlijk proces en het recht op huisvesting bieden weinig rechtsbescherming in rechtszaken over sluitingen van drugspanden door burgemeesters en huisuitzettingen, blijkt uit onderzoek van Michelle Bruijn, universitair docent rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De rechtsbescherming is niet aangepast aan deze alternatieve oorlog tegen drugs.’

Meerdere onderzoeken laten zien dat de strafrechtelijke aanpak van drugscriminaliteit een criminele onderwereld creëert en in stand houdt, een negatief effect heeft op de volksgezondheid, sociale en economische groei ondermijnt en drugsgebruikers discrimineert en stigmatiseert, schrijft u. Ik hoor ook vaak andere geluiden, maar dit is wetenschappelijk onderbouwd?
‘Dit zijn bevindingen die inderdaad wetenschappelijk onderbouwd zijn en decennia geleden al aanleiding gaven daarvan af te stappen, een andere aanpak te kiezen, drugsgebruik te legaliseren, het coffeeshopbeleid in te zetten en het bezit te gedogen. Nederland koos hierin een andere aanpak dan andere landen en destijds was het coffeeshopbeleid best soepel. De afgelopen jaren ging we in Nederland juist de strengere kant op, er kwamen regels bij terwijl andere landen meer naar versoepeling van het drugsbeleid zochten.’

De internationale VN-drugsverdragen zijn vooral gebruikt als politiek instrument en niet als gezaghebbende rechtsbron bij de regulering van cannabis, schrijft u verder. ‘Het internationaal recht heeft in beide landen lange tijd gefungeerd als politieke rechtvaardiging voor het tegengaan van legalisatie of (verdere) liberalisatie. De huidige ontwikkelingen laten echter zien dat zowel de Nederlandse als de Canadese regering de internationale verdragen net zo makkelijk aan de kant zet.’ Hoe moeten we dit dan interpreteren? Het is maar net hoe de politieke wind waait?
‘Een van de conclusies van mijn onderzoek is dat het internationaal recht wordt ingezet als politiek instrument. Politici hebben zich lange tijd verschuild achter de VN-drugsverdragen, als argument tegen het legaliseren van drugshandel en bezit. Daarom hebben we een gedoogbeleid. De reden om legalisatie tegen te houden was in de politiek altijd: de internationale drugsverdragen. Maar met de wietproef die van start zou gaan is er een andere weg ingeslagen. De grondslag van het experiment is een uitzondering in de VN-drugsverdragen op het verbod op legalisering: wetenschappelijk onderzoek. De ‘watchdog’ van de VN-drugsverdragen, de INCB, zet echter vraagtekens bij de wetenschappelijkheid van deze wietproef, maar daar reageert de politiek niet op. Dit laat zien dat de politiek dus ook over de drugsverdragen heen kan stappen.’

Canada is de liberale reputatie van Nederland voorbijgestreefd. Beiden gingen eerst uit van de bescherming van de volksgezondheid, maar Nederland is daarvan afgestapt en zich meer gaan richten op een strafrechtelijke aanpak, terwijl Canada de cannabismarkt juist is gaan liberaliseren. Wie is hier nou het verstandigst?
(Lacht)‘Canada rept nauwelijks over die verdragen. Internationaal recht en daarmee in de pas lopen was nooit het doel van hun Cannabis Act. Dat is het beschermen van de volksgezondheid. Zij zijn daar ook open over. Drie jaar geleden zijn ze die weg ingeslagen en er kwamen geen internationale sancties. Wie er het verstandigst is? Uit het oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid biedt de legalisering van cannabis meer voordelen voor de volksgezondheid dan het compleet verbieden van cannabis. Met de Nederlandse wietproef is daadwerkelijke verandering van wetgeving eigenlijk vier jaar uitgesteld.’

Denkt u niet dat er van uitstel afstel komt?
‘Maar dan is er toch ruimte om een rigoureuze wijziging in het coffeeshopbeleid door te voeren. Het is wel duidelijk dat er iets moet veranderen. Burgemeesters ervaren nu erg veel problemen met de handhaving met dit kromme beleid. Ze willen geen straathandel, dus burgemeesters zijn blij dat mensen voor hun cannabis naar de coffeeshop gaan. Voor coffeeshops is er echter geen legale manier om aan cannabis te komen. Dat is de spagaat waarin de coffeeshophouder en de burgemeester zitten. Zij zijn daar klaar mee.’

In Amsterdam wordt gesproken over de (on)mogelijkheid van het ingezetenencriterium om toeristen uit coffeeshops te kunnen weren. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Het i-criterium is al door sommige gemeenten geprobeerd, maar werd vrij snel afgeschoten. Dat zijn lessen uit het verleden. Zowel een wietpas als het ingezetenencriterium werkten niet heel goed. De wietpas is dan ook volledig afgeschaft en gemeenten zijn niet verplicht het i-criterium te handhaven. Het is afhankelijk van de ligging van gemeenten en van de problematiek die er heerst. Het was een goede zet om het i-criterium niet aan gemeenten op te leggen, maar om die beslissing lokaal te laten.’

In 38 procent van de zaken sloot de burgemeester een woning of lokaal na het aantreffen van een hennepkwekerij, blijkt uit uw onderzoek, ook als enkel onvolgroeide planten werden aangetroffen of restanten hiervan. Maar uit de parlementaire geschiedenis blijkt expliciet dat het telen van hennep niet onder het toepassingsbereik van artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) valt. Gaan burgemeesters hiermee dan hun boekje te buiten?
‘Zeker in de beginjaren hebben burgemeesters geprobeerd hun bevoegdheden op te rekken. Er is alleen last onder bestuursdwang mogelijk als een middel wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig, staat in de Opiumwet. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt duidelijk dat de enkele aanwezigheid niet voldoende is. De aangetroffen drugs moet een handelsbestemming hebben. Vervolgens heeft de Afdeling bestuursrechtspraak gesteld dat de burgemeester mag aannemen dat de drugs een handelsbestemming hebben als het om een handelshoeveelheid gaat. Daarbij houdt de Afdeling de richtlijnen van het Openbaar Ministerie aan: meer dan de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik wordt gezien als een handelshoeveelheid, meer dan 5 gram in het geval van cannabis. Die hele drempel, de handelsbestemming, is daardoor weggevaagd.’

En dat is niet wat de wet bedoeld had?
‘Nee, de Afdeling heeft niet echt de wetshistorische interpretaties gebruikt. Er zijn ook verschillende interpretaties mogelijk, maar de wetgever is er niet voor niets. Dat rechters de bedoeling van de wetgever naast zich neerleggen vind ik geen wenselijke ontwikkeling.’

Daarnaast blijken burgemeesters in bijna alle onderzochte zaken direct over te gaan tot sluiting van het pand, zonder eerst een waarschuwing of andere minder zware maatregel op te leggen, terwijl de wetgever de sluiting van een pand ziet als het ‘ultimum remedium’, schrijft u. Alleen in een ‘ernstig geval’ zou van dit uitgangspunt mogen worden afgeweken. Uit uw analyse blijkt dus dat een ‘ernstig geval’ is gereduceerd tot elke hoeveelheid die groter is dan een gebruikershoeveelheid. Wat zegt dat over de Nederlandse burgemeesters?
‘Het sluiten van een pand is een hele zichtbare maatregel. Een burgemeester laat aan de omgeving zien wat de consequentie is van je inlaten met drugs. Het is spierballenvertoon. Hij hoeft daarvoor niet het argument overlast aan te dragen. Dat is niet nodig voor deze bevoegdheid. Het overschrijden van de gebruikershoeveelheid is inmiddels voldoende. Deze bestuursrechtelijke maatregel gaat sneller dan de strafrechtelijke. En die overschrijding is een stuk gemakkelijker aan te tonen dan overlast.’

En hoe kijkt u daar tegenaan?
‘Met het oog op de bescherming van mensenrechten vind ik dit een kwalijke ontwikkeling. Het strafrecht is voor het uitdelen van straffen en bestuursdwang en herstelsancties zijn bedoeld om te herstellen. Soms is er wel degelijk sprake van daadwerkelijke drugshandel, maar lang niet altijd. Is het grijpen naar het meest zware middel dan nodig? Is dat wel proportioneel? De burgemeester kan er ook voor kiezen een waarschuwing te geven of een last onder dwangsom op te leggen. In februari 2021 heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een conclusie gevraagd aan de staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel over de betekenis van het evenredigheidsbeginsel en de indringendheid van de rechterlijke toetsing in zaken over de sluiting van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet. In hun conclusie schrijven zij dat zowel de burgemeester als de bestuursrechter zwaarder gewicht zouden moeten toekennen aan noodzakelijkheid en proportionaliteit van de maatregel: kan het doel ook worden bereikt met een minder ingrijpende maatregel?

Gaat dat anders in de Verenigde Staten, waar je dit ook hebt onderzocht?
‘Rechters en verhuurders zoals housing associations in de VS zijn niet verplicht een proportionaliteitstoets te doen. Als de schoonmaakster of een kleinzoon drugs koopt op de parkeerplaats van het appartementencomplex, kan het zijn dat de oma om die reden uit haar appartement wordt gezet. Voor Nederland heb ik goede hoop dat de conclusie van de staatsraden verandering brengt in de proportionaliteit van de maatregel.’

Ook de privaatrechtelijke bevoegdheid van verhuurders om de huurovereenkomst te ontbinden en de woning te ontruimen is een veel gebruikt instrument. Wat zijn daar de gevolgen van?
‘Anders dan de burgemeester moet de verhuurder eerst naar de rechter om iemand uit huis te zetten. Voorheen werden corporaties door de overheid aangemoedigd om een hennep- of drugsbeding in de huurovereenkomst op te nemen en zo werden woningcorporaties betrokken in de strijd tegen drugscriminaliteit. Maar doordat burgemeesters ook veelvuldig corporatiewoningen sluiten, lopen deze twee aanpakken langs elkaar. Veel burgemeesters kijken naar de snelste oplossing. Daar is de verhuurder de dupe van, want zijn woning wordt gesloten en staat voorlopig leeg.’

Huurders kunnen een huisuitzetting aanvechten via twee universele mensenrechten: het recht op een eerlijk proces en het recht op huisvesting. Uit jouw onderzoek blijkt dat Nederlandse rechtbanken op basis van een standaardredenering het beroep op een eerlijk proces in vrijwel alle zaken ongegrond verklaren. Kun je dat uitleggen? En hoe interpreteer jij dit?
‘Ze doen een beroep op artikel 6 ERVM door aan te voeren dat de opgelegde sluiting een strafrechtelijke sanctie is in plaats van een herstelsanctie. Doordat de woning buiten de rechter om is gesloten, handelt de burgemeester in strijd met artikel 6 EVRM. Althans, dat is het verweer dat wordt aangevoerd. In deze zaken oordelen rechters vrijwel standaard dat de sluiting van een woning een herstelsanctie is en dan artikel 6 EVRM niet van toepassing is. Ook hier zouden rechters meer moeten kijken naar de individuele zaak, vind ik. Een pand sluiten kan wel degelijk een strafsanctie zijn of die uitwerking hebben. In een individueel geval kan een sluiting namelijk verder strekken dan alleen het herstellen van de situatie.’

Verschillende onderzoekers hebben hun bezorgdheid geuit over de repressieve toepassing van de sluitingsbevoegdheid. Zij stellen dat de grens tussen bestuursrecht en strafrecht vervaagd, omdat burgemeesters zich met deze aanpak steeds meer richting het strafrecht bewegen. Dit zou onwenselijke gevolgen hebben voor de rechtsbescherming van burgers. Bent u dat met hen eens?
‘Ja, daar ben ik het zeker mee eens. Het bestuursrecht biedt namelijk veel minder waarborgen. De genoemde mensenrechten zijn hier in het geding. Als er naar het proportionaliteitsbeginsel wordt verwezen, biedt dat in deze rechtszaken nauwelijks rechtsbescherming. Het proportionaliteitsbeginsel is hier eerder een procedurele hindernis.’

Uit uw proefschrift blijkt dat de oorlog tegen drugs niet afloopt, maar verandert. Nederland heeft de strijd aangepast aan de beperkingen van het strafrecht, maar heeft de rechtsbescherming (nog) niet aangepast aan deze ‘alternatieve oorlog tegen drugs’. Inmiddels is het experiment gesloten coffeeshopketen uitgesteld. Dat ziet er niet heel positief uit. Dreigt Nederland de boel toch weer terug te draaien en gaat dit dan ten koste van de volksgezondheid?
‘Ik weet het niet, maar ik hoop het niet. Het zou wel de deuren kunnen openen voor een nieuw politiek debat over de wetgeving en het coffeeshopbeleid. In Canada zijn ze in één keer van een illegale naar een gereguleerde markt gegaan. Een volledig gereguleerde markt is voor Nederland ook de beste weg om in te slaan.’

Hoe zijn de ervaringen in Canada hiermee en wat is uw verwachting voor Nederland?
De Canadese situatie is moeilijk te vergelijken met die van Nederland. In Nederland hebben we een gedoogbeleid en in Canada was de markt volledig illegaal, dus de vertrekpunten zijn totaal verschillend. Daarnaast zijn eetbare en drinkbare cannabis daar veel populairder dan hier. In de eerste versie van de Canadese Cannabis act waren deze zogenoemde ‘edibles’ nog niet opgenomen. Sinds 2019 staat het in Canada wel in de wet en dat blijkt een positieve invloed te hebben op het terugdringen van de criminele markt.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Zipje op
Het enige dat werkt in de -war on drugs- is het vrijgeven van drugs.

Vacatures

Van onze partners