of 64120 LinkedIn

Gemeenten monitoren gevolgen sluiting pand nauwelijks

Gemeenten hebben weinig zicht op de verblijfplaats van (voormalig) bewoners na de sluiting van een ‘drugspand’. Verhuisbewegingen worden niet systematisch gemonitord door gemeenten of politie. Ook is er weinig zicht op gevolgen van de sluiting voor omwonenden en de situatie in de wijk. Verder twijfelen gemeenteambtenaren aan het effect van de sluiting van panden op de drugscriminaliteit.

Gemeenten hebben weinig zicht op de verblijfplaats van (voormalig) bewoners na de sluiting van een ‘drugspand’. Verhuisbewegingen worden niet systematisch gemonitord door gemeenten of politie. Ook is er weinig zicht op gevolgen van de sluiting voor omwonenden en de situatie in de wijk. Verder twijfelen gemeenteambtenaren aan het effect van de sluiting van panden op de drugscriminaliteit.

Familie of vrienden
Voor zover bekend verblijven de meeste mensen na een sluiting bij vrienden of familie, of ze vinden tijdelijk onderdak in een recreatiewoning, blijkt uit het driejaarlijks onderzoek naar de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet (Wet Damocles), uitgevoerd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). In theorie kunnen mensen ook op straat belanden, zegt onderzoeker Michelle Bruijn die eerder promoveerde met haar onderzoek naar huisuitzettingen door burgemeesters. ‘Gemeenteambtenaren zeggen dat het minder vaak voorkomt dat uit huis gezette mensen op straat belanden. Ze vinden inderdaad onderdak bij vrienden en familie. Anderzijds hebben ze daar geen cijfermatig inzicht in, want ambtenaren of politie houden het niet bij.’

Systematisch monitoren
En dat is precies waar de schoen wringt en een aanbeveling in het onderzoek: verhuisbewegingen en effecten van de sluiting van een pand moeten systematisch worden gemonitord door gemeente en politie. Zo is er beter zicht op de gevolgen en effectiviteit van de toepassing van de bevoegdheid van burgemeesters in artikel 13b van de Opiumwet. Volgens Bruijn vragen veel gemeenten zich af of dat monitoren wel mag. ‘Maar niet alle gemeenten interesseert het. Het probleem is weg, dat is voor sommige gemeenten het belangrijkste. Wat ook meespeelt is dat zowel gemeenten als de politie capaciteitsproblemen heeft.’

Belangrijke uitspraken
In haar promotieonderzoek keek Bruijn vooral naar de jurisprudentie, naar hoe rechters oordelen. ‘Dat was een kwantitatieve analyse van de gepubliceerde uitspraken, maar nu hebben we ook naar de niet-gepubliceerde uitspraken gekeken.’ Haar promotieonderzoek keek naar de periode 2007 tot 2016. Het onderzoek in opdracht van het WODC bestrijkt de periode tussen 1 januari 2018 en 1 juni 2020. ‘In die tijd zijn veel belangrijke uitspraken gedaan.’ Ook keek ze naar zowel voorlopige voorzieningen, beroepszaken en hoger beroepszaken en zijn interviews gedaan met ambtenaren, verhuurders, daklozenopvang en politiefunctionarissen. ‘We stelden de vraag wat er gebeurt met mensen die uit huis zijn gezet, met de wijk, verhuurders en ondernemers. Daarnaast hebben we alle onderdelen van de juridische procedure onderzocht, ook de zienswijze en bezwaarprocedure.’

Bevoegdheid vaak gebruikt
De eerste enquête onder alle gemeenten heeft een respons van 70 procent, en 135 gemeenten leverden in een aanvullende enquête exacte aantallen aan. Daarnaast zijn bijna dertig interviews afgenomen en zijn in totaal dertig casestudies in tien gemeenten uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat de bevoegdheid in artikel 13b Opiumwet door een groot aantal Nederlandse burgemeesters is toegepast: het gaat om burgemeesters uit zowel kleine, middelgrote als grote gemeenten. Alleen in enkele relatief kleine gemeenten koos de burgemeester ervoor de bevoegdheid niet toe te passen. Die toepassing betrof vooral het geven van waarschuwingen of het sluiten van panden.

Weinig last onder dwangsom
Ongeveer de helft van de respondenten gaf een waarschuwing in de onderzochte periode. De meeste gemeenten die aangeven waarschuwingen te hebben gegeven, gaven gemiddeld 1 tot 10 waarschuwingen per jaar. Vrijwel alle gemeenten die de bevoegdheid hebben toegepast, geven aan minstens één pand te hebben gesloten. Het gaat gemiddeld om één tot tien gesloten panden per gemeente per jaar. De meerderheid van de sluitingen betreft woningen. Burgemeesters maken weinig gebruik van de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen. Uit de enquête blijkt dat ongeveer 10 procent van de respondenten jaarlijks één tot tien lasten onder dwangsom oplegt.

Onvoldoende maatwerk
Burgemeesters gaan in het besluit wel in op argumenten die de belanghebbende heeft aangedragen in de zienswijze, maar bieden niet altijd voldoende maatwerk. Ook wijken burgemeesters in de onderzochte gemeenten niet vaak af van hun voornemen. Zij gebruiken vaak gestandaardiseerde teksten in de besluiten om te onderbouwen dat de belangen die gediend zijn bij de sluiting, zoals het herstel van de openbare orde, ‘zwaarder wegen dan het individuele belang’. Slechts in een enkel geval leiden aangevoerde argumenten tot een kortere sluitingsduur of het opleggen van een minder zware maatregel zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom.

Afnemend veiligheidsgevoel
Belangrijke factoren in de belangenafweging is de gezondheid van de betrokkene of de aanwezigheid van kinderen. De aanwezigheid van kinderen zal overigens minder snel leiden tot het afzien van de sluiting van een pand, maar er wordt wel contact opgenomen met opvang- en hulpinstanties om te onderzoeken hoe het best met de situatie kan worden omgegaan. Hoewel er weinig zicht is op de gevolgen van de sluiting van een woning op bewoners, omwonenden of de situatie in de wijk, blijkt uit interviews dat het effect van een sluiting sterk afhangt van de vraag of er sprake was van overlast. De sluiting van een overlastgevend pand zorgt ervoor dat de rust terugkeert in de wijk, maar als er geen sprake is van overlast, kan sluiting ervoor zorgen dat het veiligheidsgevoel in de wijk afneemt.

‘Loop’ eruit halen
‘Buurtbewoners weten vaak niet wat er aan de hand is in een woning of pand. Als ze geen overlast of hinder ervaren en het pand wordt gesloten, heeft dat een alarmerend effect: nu weet ik het ineens, er speelt criminaliteit in de buurt. Dat versterkt gevoelens van onveiligheid, terwijl bij een overlastgevend pand de onrust groot is, net als de behoefte dat weg te halen’, verklaart Bruijn. Veel gemeenteambtenaren geven aan dat het doel van de sluiting vaak is om de loop naar het pand eruit te halen. ‘Maar als die er niet is, wat is dan het doel van sluiting? Waarom dan niet een minder zwaar middel inzetten, zoals de last onder dwangsom?’

Twijfel
Geïnterviewde gemeenteambtenaren en andere praktijkprofessionals twijfelen ook aan het effect van sluitingen op de bredere aanpak van drugscriminaliteit. Zij hebben het idee dat vooral kwetsbare personen (‘stakkers’) worden getroffen door sluitingen in plaats van de grote crimineel (‘rakker’). ‘Dat is ook omdat er weinig bekend is over de gevolgen van de sluiting. Als het om een bijstandsmoeder gaat met vijf hennepplanten, moet je dan de woning sluiten? Je kunt dan ook een waarschuwing geven. Het gaat hier om proportionaliteit en subsidiariteit. De resultaten van ons onderzoek worden door de conclusie van de staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel onderschreven’, aldus Bruijn. Ze noemt de gemeente Voorst als voorbeeld van hoe het anders kan. ‘Er wordt daar meer gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. Er zijn enkele sluitingen per jaar tegenover tien keer een last onder dwangsom.’

Zienswijzegesprek
Het aantal bezwaarschriften verschilt sterk per gemeente. Volgens Bruijn kan dat afhangen van de problematiek, maar ook van de visie van de burgemeester of de (eerder ervaren) kansen bij rechtbank. ‘Het zienswijzegesprek om het besluit uit te leggen doet ook veel. Dat heeft een filterende functie.’ Uit de enquête blijkt dat ongeveer de helft van de respondenten gemiddeld één tot tien bezwaarschriften per jaar heeft ontvangen. In de meeste zaken eindigt de procedure na de bezwaarfase. Er zijn weinig belanghebbenden die een verzoek tot een voorlopige voorziening indienen of beroep instellen. Iets meer dan een kwart van de respondenten meldt 1 tot 10 verzoeken tot voorlopige voorziening per jaar, en één op de tien respondenten meldt 1 tot 10 beroepsprocedures per jaar. Er waren tachtig hoger beroepsprocedures over sluiting. ‘Na de bezwaarfase houdt het vaak op. Een mogelijke reden hiervoor is dat de negatieve uitkomst wordt voorzien. En het merendeel van de sluitingen zijn huurwoningen. De huurder gaat eruit en verliest zijn belang. De verhuurder wil de woning weer openen en dan werkt een verdere procedure alleen maar vertragend.’

Zwaarste maatregel
In haar vorige onderzoek werden burgemeesters nog in 40 procent van de uitspraken teruggefloten, maar in het huidige onderzoek is dat aanzienlijk minder. Niet meer dan 20 procent van de verzoeken tot voorlopige voorziening wordt toegewezen. In de beroepsprocedure wordt ook maar 20 procent van de beroepen gegrond verklaard. In hoger beroep ligt het succespercentage onder de 10 procent. ‘Uit mijn vorige onderzoek bleek dat burgemeesters de grenzen oprekken of opzoeken. Ze passen de Wet Damocles repressief toe en grijpen naar de zwaarste maatregel. Het huidige onderzoek laat zien dat deze trend zich heeft voortgezet. Burgemeesters maken veelal gebruik van de mogelijkheid om een pand te sluiten, en maken weinig gebruik van de last onder dwangsom.’

Regionaal Damoclesbeleid
Een aanbeveling is dat regionaal Damoclesbeleid moet worden opgesteld, waardoor grote verschillen tussen gemeenten in de gehanteerde beleidslijnen worden verminderd. Dat voorkomt verplaatsing van de drugsproblematiek, naar verwachting. Op welke schaal en wie dat beleid zouden moeten opstellen weet Bruijn niet, maar ze vindt dat bestuurders zo breed mogelijk moeten kijken. ‘Er zit veel verscheidenheid in de beleidsstukken. Dat maakt het bijvoorbeeld moeilijk voor woningcorporaties om afspraken te maken met burgemeesters.’ Een ander probleem is dat de politie niet in elke regio is ingericht op de bestuurlijke aanpak. De kwaliteit van bestuurlijke rapportages zou kunnen worden verbeterd en ze zouden sneller kunnen worden aangeleverd als politiefunctionarissen nog beter zouden weten wat belangrijk is voor de bestuurlijke aanpak. ‘Nu kijken veel politiemensen nog vooral met een strafrechtelijke bril naar de aanpak van drugscriminaliteit.’

Grapperhaus
Volgens demissionair minster van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus vragen de resultaten en aanbevelingen in het rapport om een 'gedegen opvolging door zowel beleid als uitvoering'. Hij bespreekt de bevindingen en aanbevelingen daarom eerst zorgvuldig met onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en in het Strategisch Beraad Veiligheid. In het najaar stuurt hij een beleidsreactie naar de Tweede Kamer. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door In t Veld (bestuurskundige) op
Maatschappelijk effect is het motto wat steeds meer leidend is (en moet zijn) voor het overheidsoptreden. Zeker na de toeslagenaffaire. Het valt daarom toe te juichen dat ook bij de bestuurlijke maatregelen op grond van 13b Opiumwet wordt gekeken naar de gevolgen. Wel is de vraag hoe je dat effect meet en welk effect je wilt bereiken. Praktijk professionals twijfelen aan het effect van sluiting op de bredere aanpak van drugscriminaliteit, zo wordt gesteld. Een mooie stelling maar ondanks streng justitieel optreden is de drugscriminaliteit niet afgenomen. Toch is dat geen reden om niet meer justitieel op te treden. Bovendien is eenduidig en eendrachtig overheidshandelen ook een effect. Niet alleen de OvJ maar ook de burgemeester laat zien dat niet alleen strafrechtelijk wordt opgetreden bij handel in drugs. Sluiting van panden is niet 'de' oplossing en er zal zeker rekening moeten worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden. Maar in tegenstelling tot de last onder dwangsom heeft sluiting letterlijk zichtbaar effect. De gedachte dat veiligheidsgevoelens afnemen als een pand wordt gesloten is een interessante die zeker het onderzoeken waard is. Maar zelfs als het veiligheidsgevoel afneemt zal ook moeten worden bezien wat de gevolgen zijn als er niet meer wordt gesloten. Het kan zijn dat de drugsproblematiek in een gemeente zelfs toeneemt. Immers, van de burgemeester hoef je niets te vrezen. Hooguit krijg je een last onder dwangsom en hoe erg is dat? Het enige dat je hoeft te doen is te stoppen met de handel of kweek van hennep. Wellicht vormt dat weer een reden voor anderen om het ook eens te proberen. Ook is een effect dat de buitengerechtelijke ontbinding van de huur is met de lod niet meer mogelijk. Kortom reden genoeg voor Grapperhaus om nog eens goed te kijken naar de (gewenste) effecten van de bestuurlijke mogelijkheden,


Vacatures

Van onze partners