of 59250 LinkedIn

Elders al eerder spanningen tussen Marokkanen en Molukkers

Sjors van Beek 1 reactie
Het conflict tussen Marokkanen en Molukkers in Culemborg is niet uniek in zijn soort. Acht jaar geleden waren er soortgelijke spanningen tussen Marokkanen uit Gouda en Molukkers uit Moordrecht.

Aanleiding was ook toen een vechtpartij tussen een Marokkaanse en een Molukse jongen. Dat voorval escaleerde in hoog tempo, met nieuwe vechtpartijen, bedreigingen en steeds groter wordende groepen die zich erin mengden. ‘Precies wat er nu in Culemborg gebeurt, alleen woonden beide gemeenschappen in Gouda en Moordrecht iets verder uit elkaar’, vertelt Huug van Ooijen, indertijd directeur van de Goudse welzijnsstichting Alouan die zich specifiek richtte op Marokkanen.

 

Het conflict in Zuid-Holland werd indertijd opgelost met zeer intensieve bemiddeling van politie, de moskee, de Molukse Raad, een consulent van het bureau Halt en de gemeente, aldus Ingeborg Voogt, indertijd persvoorlichter van de gemeente Moordrecht. Een centrale rol in die bemiddeling was weggelegd voor Hafid el Ousrouti, begin deze eeuw coördinator van het straathoekwerk in Gouda. Tegenwoordig is hij directeur van de Stichting MaroquiStars, die onder andere topsporters inzet als rolmodel voor kansarme jongeren.

 

‘Laatst hoorde ik op de radio over de toestanden in Culemborg. Jeetje, dacht ik toen, zal ik die gemeente eens bellen? Wij hebben daar ook ervaring mee gehad’, vertelt El Ousrouti. ‘Maar toen hoorde ik de burgemeester zeggen: de tijd van praten in Culemborg is voorbij, het is nu tijd voor de harde aanpak. Okay dacht ik, dan niet.’ Terwijl het toch met praten was, dat de brand in Gouda en Moordrecht indertijd werd geblust, weten alle betrokkenen van toen.

 

De ruzies begonnen op een hangplek annex skatebaan aan de Julianasluis, precies tussen Gouda en Moordrecht in. ‘Dat verplaatste zich naar een middelbare school, iedereen haalde er steeds nieuwe vriendjes bij, het werd steeds groter en groter’, blikt El Ousrouti terug. ‘Er waren knokpartijen van tien tegen tien, en het dreigde uit te lopen naar vijftig tegen vijftig. Bovendien stond de kermis voor de deur’, zo schetst hij de dreiging van die dagen.

 

Suss en El Ousrouti legde contact met een bekende, een Molukse opbouwwerker uit Moordrecht. Als aanstuurders van een ketenoverleg wisten ze alle partijen aan tafel te krijgen. ‘We hebben het bestuur van de Marokkaanse moskee en de Molukse Raad en allerlei sleutelfiguren gezegd: Jullie moeten sussen, jullie moeten bemiddelen!’ De leidende figuren uit de beide gemeenschappen kregen het advies om samen in de pers naar buiten te treden, ‘om het signaal af te geven dat het géén probleem is tussen Marokkanen en Molukkers’.

 

Dat ís het ook niet, denkt El Ousrouti. ‘Het is geen vete tussen twee bevolkingsgroepen. Het is ruzie tussen twee groepen jongeren, zoals die er zo veel zijn. Soms loopt de scheidslijn langs de voetbalclub, soms langs de wijk, en in dit geval langs culturele lijnen. Het zijn vrienden die voor elkaar willen opkomen. En dat speelt nóg sterker omdat zowel de Marokkanen als de Molukkers een sterk gevoel van gemeenschappelijkheid hebben. Maar ik ben zelf Marokkaan en ik denk niet dat ik in elkaar geslagen word als ik nu in Culemborg over straat loop. En in mijn woonplaats zijn ook een Molukse en een Marokkaanse gemeenschap en daar zijn ook geen problemen.’

 

Huug van Ooijen, indertijd directeur van de welzijnsstichting: ‘Molukkers laten niet met zich sollen, kom je aan eentje dan kom je aan allemaal. En van Marokkaanse jongens weten we ook al lang dat ze in staat zijn om héél snel een hele groep op de been te krijgen.’ Van Ooijen herinnert zich dat de ‘Molukse tantes’ toen veel invloed hebben gehad op de vechtende jongens. ‘Dáár draait het om, je moet gewoon de partijen bij elkaar halen en de mensen met invloed inschakelen. En zoiets los je ook niet op met één gesprek. De leiders zijn het altijd snel met elkaar eens. Zij vinden allemaal dat er geen geweld moet worden gebruikt.’

 

Pakket

 

De gemeente Culemborg heeft inmiddels advies ingewonnen bij Utrecht en bij Gouda, vertelt de gemeentelijk woordvoerster. ‘We hebben ze bijvoorbeeld een heel pakket informatie verstrekt over samenscholingsverboden’, aldus Maarten de Keulenaar, werkzaam bij de gemeente Utrecht en ambtelijk coördinator van de 22 Marokkanen-gemeenten. Die sloten in oktober een convenant met elkaar, het Rijk en de VNG over de aanpak van overlast door Marokkaans-Nederlandse jongeren. Voor die samenwerking is ook geld beschikbaar gesteld.

 

Van de zijde van de ministeries voor Wonen, Wijken en Integeratie en van Justitie is er een ‘Decentralisatie-uitkering Marokkaans-Nederlandse risicojongeren’, in totaal 54 miljoen euro. Daarvan is 21 miljoen voor de vier grootste steden voor het ‘voorkomen van een criminele loopbaan van allochtone (vooral Marokkaans-Nederlandse) jongeren’. Ook is er ruim 26 miljoen beschikbaar voor alle 22 gemeenten voor het aanstellen van straatcoaches en gezinsmanagers ten behoeve van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren.

 

Culemborg heeft inmiddels 4 ton toegezegd gekregen voor de inzet van zogeheten ketenregisseurs. Los daarvan kunnen de ‘Marokkanengemeenten’ voor 2010 en 2011 putten uit allerlei andere bestaande potjes voor de aanpak van overlast, schooluitval, opvoedondersteuning en jeugdwerkloosheid.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Eric Boekel, Deventer op

Met verbazing heb ik de afgelopen weken de berichten over de spanningen tussen Molukkers en Marokkanen in Culemborg gevolgd. In allerlei terugblikken wordt gesteld dat deze spanningen een aantal jaren geleden de kop op staken. In de terugblik van BB01 (8 januari) wordt onder meer gerefereerd aan problemen tussen Marokkanen uit Gouda en Molukkers uit Moordrecht van 8 jaar geleden.

Als oud-inwoner van de wijk Terweijde in Culemborg kan ik mij nog goed de eerste ruzie tussen Molukkers en Marokkanen heugen in 1997. In onder andere het regionale dagblad – toen nog het Utrechts Nieuwsblad – is daaraan toen vrij uitgebreid aandacht besteed. De Molukkers vormden decennia lang een grote allochtone minderheid in Culemborg; een minderheid die bovendien door de vaderlandse geschiedenis een bijzondere en in zekere zin bevoorrechte positie innam. Dat uitte zich onder meer in de eigen Molukse straten in de wijk Terweijde, waar Nederlandse bewoners niet gewenst waren. Door het toenemende aantal Marokkanen in Culemborg ontstond een nieuwe grote minderheid. Die groep kreeg langzamerhand door allerlei sociale problemen steeds meer aandacht van politiek en bestuur. Op straat werden de Marokkanen in Culemborg van lieverlee meer ‘de baas’. Voor beide ‘partijen’ geldt dat als er één uit de gemeenschap ruzie heeft of klappen krijgt van een andere groep, de hele gemeenschap zich voelt aangesproken en een onschuldig vechtpartijtje al snel kan escaleren. Dat gebeurde dus al in 1997.

 

Ik ben benieuwd wat het Culemborgse gemeentebestuur in de jaren daarna heeft gedaan om de ‘interetnische’ spanningen op te lossen. En waarom al die inspanningen uiteindelijk niet hebben geholpen. Nu we bijna een generatie verder zijn, herhalen de problemen zich. Je zou verwachten dat het lokale bestuur kan teruggrijpen op de ervaringen uit het verleden. En dat ook de journalistiek iets verder terugkijkt dan de neus lang is. Tijd voor wat nader onderzoek, zou ik zeggen.

Vacatures

Van onze partners