of 59345 LinkedIn

Bestuurlijke ramp

Jos Moerkamp Reageer
‘Waterproef’ is de naam van de nationale overstromingsoefening die de eerste week van november plaatsvindt. De voorbereiding duurde twee jaar en nam de veiligheidsregio’s als uitgangspunt. Het probleem is nu: die zijn er voorlopig nog niet. Ieder kiest een eigen lijn.

In de loop van volgende week kondigt zich in de buurt van Groenland een stormdepressie aan van ongekende omvang, die recht op Nederland afkoerst en de eerste week van november de vaderlandse kusten bereikt. De orkaan zal een kracht hebben van 12 Beaufort en zeker een etmaal aanhouden. Dat komt slecht uit, want op hetzelfde moment is het springtij. Daar komt nog bij dat de dreiging niet alleen van zee komt, maar ook uit het Europese achterland. Er is de laatste tijd zoveel regen gevallen dat rivieren in Duitsland, Frankrijk en België al hier en daar buiten hun oevers treden. Al dat water komt ook deze kant op. Nederland bereidt zich voor op de Ergst Denkbare Overstroming. Als de storm geluwd lijkt, slaat Flevoland alarm, omdat een dijk op springen staat. In ijltempo komt de evacuatie van de bevolking op gang.

 

Gelukkig heeft het kabinet twee jaar geleden al besloten dat de ramp plaatsvindt - en wel tussen 3 en 7 november. Ter voorbereiding is de Taskforce Management Overstromingen (TMO) ingesteld, onder leiding van de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin Jan Franssen. De taskforce moet vooral organiseren dat betrokken overheden beter met elkaar samenwerken als het zover is. Daarom is de ramp van begin november vooral een bestuurlijk uur U. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Wie hakt knopen door? Hoe verlopen communicatielijnen tussen overheden? Binnen de getroffen gebieden en tussen decentrale overheden en het rijk? Eén ding is zeker: gelukkig is de Ergst Denkbare Overstroming (voor zover nu bekend) een oefening, onder de naam Waterproef. Want bestuurlijk is Nederland er nog lang niet klaar voor.

 

Interbellum

 

Gemeenten, waterschappen en provincies slaan aan het oefenen, maar de bevoegdhedenstructuur laat zoveel ruimte voor interpretatie dat zelfs de magische vinger van Hansje Brinker het gat niet dicht weet te houden. Het grootste probleem is dat rampenbestrijdend Nederland zich in een interbellum bevindt. Op basis van de huidige wetgeving (de Wet rampen en zware ongevallen is de belangrijkste) zijn burgemeesters de eerst verantwoordelijken om een ramp binnen hun grondgebied te lijf te gaan. Bij een gemeentegrens overschrijdende calamiteit is een cruciale rol weggelegd voor de commissaris van de koningin, die beschikt over een provinciale rampenstaf. De commissaris krijgt bovendien informatie en oekazes van het kabinet, via het Nationaal CrisisCentrum (NCC).

 

De nieuwe Wet op de veiligheidsregio’s voorziet in een andere structuur. ‘Superburgemeesters’ zijn voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Zij sturen aan en onderhouden het contact met Den Haag. Voor de commissaris van de koningin is slechts een marginale rol weggelegd. Het grote probleem is echter dat de Wet op de veiligheidsregio’s er nog niet is - en de komende twee jaar ook niet wordt verwacht. De vraag is dus: volgens welke structuur gaan we nu eigenlijk oefenen? Op 23 september jl. schreef minister Ter Horst hierover een brief aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s, in afschrift aan de commissarissen van de koningin. ‘De ontwerpwet op de veiligheidsregio’s heeft de basis gevormd bij de opzet van de oefening Waterproef. Nu het zich laat aanzien dat deze wet niet van kracht zal zijn vóór eind 2008, vormt de huidige Wet rampen en zware ongevallen tijdens de oefening de juridische grondslag.‘

 

In de zin daarna bombardeert de minister alsnog het model van de veiligheidsregio tot uitgangspunt. Ter Horst: ‘Afgesproken is, dat tijdens de oefening een directe rapportagelijn van Veiligheidsregio naar rijk (lees: NCC) en vice versa wordt gehanteerd. Uiteraard zullen de commissarissen der koningin in afschrift worden geïnformeerd over alle relevante berichtgevingen. De voorzitters van het bestuur van de Veiligheidsregio zullen tijdens de oefening waar mogelijk hun beoogde coördinerende rol vervullen.’

 

Karla Peijs was twee jaar geleden als minister medeinitiatiefnemer van de Taskforce Management Overstromingen. Nu is ze commissaris van de koningin van Zeeland, en ‘not amused’. Ze reisde samen met Noord- Brabant naar Den Haag af om opheldering te vragen. Conclusie: ‘Zeeland oefent volgens de oude wet’, zegt Peijs. In haar provincie valt de veiligheidsregio geografisch samen met de provinciegrenzen (en met die van het waterschap). ‘De verwevenheid is groot. De veiligheidsregio kwam hier langzaam op gang en heeft zelf aangegeven het nu nog niet te kunnen, omdat er door de schaal en omvang van de gemeenten in Zeeland geen natuurlijke trekker is. Zonder provincie is er begin november geen oefening.’

 

De provincie beschikt over een crisiscentrum, dat volgens Peijs uiterst efficiënt functioneert, mede omdat watersnood in Zeeland meer is dan een oefening: het is onderdeel van het collectieve geheugen. ‘Nu wil Den Haag dat de directe coördinatie verdwijnt. Daar moet een superburgemeester voor gaan zorgen, die overigens in ons bestuurlijke bestel helemaal niet bestaat. Veel is nog onduidelijk. Wie weet hoe de nieuwe wet er precies gaat uitzien, is een helderziende. Er kan de komende twee jaar nog van alles aan veranderen. En in diezelfde periode kan er nog heel veel water op ons afkomen. Wij gaan niet spelen met onze veiligheid. De kennis en de bestuurskracht zitten bij de provincie. Als je dat afpakt, neem je onverantwoorde risico’s.’

 

Waterkolom

 

Bestuurlijk lijkt Friesland wel op Zeeland: ook hier vallen de grenzen van de veiligheidsregio, de provincie en het waterschap samen. Commissaris van de koningin John Jorritsma liet afgelopen zomer in de Volkskrant weten niets te zien in de veiligheidsregio. Wegens vakantie laat Jorritsma via zijn woordvoerder weten zichzelf ‘meer de aangewezen persoon te vinden om als coördinerend bestuurder op te treden dan de burgemeester van de grootste stad. Dat de territoria van de provincie en de veiligheidsregio samenvallen, versterkt het argument om alles te laten zoals het is’.

 

Ondertussen werkt Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden, zich een slag in de rondte om de boel bestuurlijk op orde te krijgen. Sinds mijn aanstelling ben ik zo’n twee dagen per week bezig met het organiseren van de veiligheidsregio’, zegt hij. Daar komt ongelooflijk veel bij kijken. Iedereen moet klaarstaan en om dat te bewerkstelligen kent de rampenbestrijding drie hoofdregels: oefenen, oefenen en oefenen. Ik spreek mensen uit de witte kolom (geneeskundige hulpdiensten), de rode (brandweer) de blauwe (politie) en de oranje (gemeenten). In deze oefening komt daar de waterkolom nog bij. Ik weet inmiddels wie ik aan tafel heb, wie aan een half woord genoeg heeft en wie het na drie keer uitleggen nog niet begrijpt.’

 

Dat geldt niet voor de commissaris van de koningin, stelt Crone. En daarom zou hij het raar vinden dat die op het moment suprême het opeens voor het zeggen heeft. Dat heb ik ook tegen commissaris John Jorritsma gezegd: je mag van mij best de leiding hebben, maar dan moet je wel zorgen dat je de boel voor elkaar hebt. In de hele discussie over de veiligheidsregio’s tot dusverre wilden de commissarissen wel doorzettingsmacht, maar voorzitter van de veiligheidsregio’s wilden ze niet worden. Dus op de koude momenten de baas zijn, maar als het heet wordt niet thuis geven. Dat is vreemd.’

 

Crone vindt het goed dat is gekozen voor een model ‘van onderop’. ‘Gemeenten brengen het geld op voor politie en brandweer, ze organiseren dat iedereen op het juiste moment de juiste dingen doet, ze nemen de verantwoordelijkheid. Dan geldt dat je als gemeente ook bepaalt. Maar ik ben heel flexibel hoor. Ik lever die taken zo weer in als dat beter is. Maar dan wel met alles erop en eraan.’

 

Buurlanden

 

Noord-Holland telt vijf veiligheidsregio’s, waarvan er twee meedoen met de overstromingsoefening. Commissaris van de koningin Harry Borghouts vat zijn rol anders op dan zijn collega’s in Zeeland en Friesland. Hij stuurt tijdens de oefening - hier wordt geoefend op evacuatie en opvang - zijn liaisons naar de veiligheidsregio’s om goed te kunnen inschatten of alles naar wens verloopt. Borghouts noemt zich een groot voorstander van de veiligheidsregio’s. ‘Maar ik moet op de hoogte blijven. Dat geldt in de huidige wet en dat geldt ook in de nieuwe wet. Als een ramp bovenregionaal wordt, dan heb ik een rol te spelen, dat kunnen de veiligheidsregio’s niet zelf. Er moet afstemming plaatsvinden met Rijkswaterstaat bijvoorbeeld. En de kans is niet denkbeeldig dat in een groot gebied de elektriciteit uitvalt. Op dat niveau ben ik degene die handelt.’

 

Limburg telt twee veiligheidsregio’s, met de burgemeesters van Maastricht en Venlo als voorzitters. Jos Kievits, kabinetschef van de Limburgse gouverneur Léon Frissen, zegt druk bezig te zijn met het voorbereiden van de oefening. Wel beaamt hij dat de provincie er moeite mee heeft volgens de conceptwet op de Veiligheidsregio’s te handelen. ‘Moeten wij in de oefening weggeven wat we richting Tweede Kamer nog bestrijden?’

 

De oefening zelf heeft lang in het luchtledige gehangen ‘door stagnerende besluitvorming over de veiligheidsregio’, zegt Kievits. De brief die de minister heeft geschreven over de te volgen bestuurlijke lijn heeft ‘de kans op onduidelijkheden alleen maar vergroot - en nu druk ik mij voorzichtig uit’. En dus geeft ook Limburg een eigen interpretatie aan de bestuurlijke verhoudingen. Tijdens de oefening verwerkt de provincie niet langer de bijstandsaanvragen voor brandweer en politie. ‘Dat scheelt ons een enorm beslag op de provinciale staven.’ Wel geldt nog dat de gouverneur moet worden ingelicht. Daarnaast kampt Limburg, net als Zeeland, met een specifiek probleem: wat te doen met de buren aan de andere kant van de grens?

 

‘Limburg grenst voor het overgrote deel aan het buitenland, dus voor ons is dit een belangrijk issue. Wij volgen op dit punt de oude wetgeving, omdat de conceptwet op de veiligheidsregio’s grote hiaten vertoont’, zegt Kievits. Zeeland denkt daar net zo over. In de bestaande wetgeving staan duidelijke afspraken over afstemming tussen commissaris en zijn collega’s in de buurlanden. De conceptwet zegt er niets over. ‘In de buurlanden wil men praten met een bestuurlijke evenknie’, zegt Kievits. Al met al acht Kievits ‘het mooi meegenomen als tijdens de oefening bouwfouten in de nieuwe wet aan het licht komen’.

 

Fatsoenlijk

 

Heeft het zin om een ramp te oefenen als niet duidelijk is welke wettelijke en bestuurlijke spelregels er gelden? De Gelderse gedeputeerde Harry Keereweer is lid van de Taskforce Management Overstromingen vindt het jammer dat er onduidelijkheid bestaat. ‘De minister heeft gevraagd om terughoudendheid van de commissarissen van de koningin, maar op grond van de huidige wetgeving kan een commissaris dat verzoek naast zich neerleggen.’ Toch denkt hij dat de wet niet bepalend is voor het succes van de oefening. ‘Het is een kwestie van fatsoenlijk bestuur dat je met elkaar communiceert, los van formele bevoegdheden. Er is altijd zoiets als informeel leiderschap: niet op je strepen of bevoegdheden blijven staan als dat ten koste gaat van de veiligheid van burgers. Deze oefening kan vertellen of onze bestuurders daartoe in staat zijn.’

 

Paul van Erkelens, dijkgraaf van Wetterskip Fryslân

 

‘Het gaat bij de komende overstromingsoefening om de regio en het waterschap. De provincie staat een beetje aan de zijlijn. Mijn rol is die van initiator van het geheel. Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat de oefening enigszins werd afgebakend. De ambitie van de Taskforce Management Overstromingen was zo groot, dat het alleen maar kon mislukken. Je moet je een beperkt aantal oefendoelen stellen, anders verzuip je. Alles is gericht op wat kunnen we doen vóórdat de ramp plaatsvindt. Hoe kunnen wij de burgemeesters in beweging krijgen? Zorgen dat zij hun burgers evacueren bijvoorbeeld, terwijl de zon nog schijnt?

 

Bij ons komt informatie binnen via de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging. Daar heeft men overzicht van de dreiging die op ons afkomt. Wij proberen vervolgens te redden wat er te redden valt. Als we zien aankomen dat het niet lukt, dan waarschuwen wij de burgemeesters. Dat is wat we nu gaan oefenen. Wij oefenen als waterschap heel veel, maar niet multidisciplinair. Dat gebeurt nu wel en dat is het goede van deze oefening. Bestuurlijk is het pleit voor deze oefening beslecht. Burgemeester Crone van Leeuwarden is voorzitter van het regionale beleidsteam, die heeft het voor het zeggen. En voor de rest laat ik die bestuurlijke discussie mooi even aan mij voorbij gaan.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners