of 59345 LinkedIn

‘We gaan niet over de schuldvraag’

Het onderzoek naar de treinbotsing bij Sloterdijk wordt het nieuwste project voor Tjibbe Joustra. De voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid pleit voor ‘vliegende communicatiebrigades’, minder Veiligheidsregio’s én minder onderzoeken. 

Ruim een jaar is hij voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. In die tijd werden grote onderzoeken afgerond naar de schietpartij in Alphen aan den Rijn en de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk. Sinds afgelopen weekend wacht hem alweer de volgende grote klus: de treinbotsing bij Sloterdijk.

Vooral over de falende crisiscommunicatie bij Moerdijk werden in het rapport van de Onderzoeksraad harde noten gekraakt. De betrokken autoriteiten waren niet ‘rolvast’ waardoor er bestuurlijke drukte ontstond, waar de buitenwereld om heldere antwoorden vroeg. Met als bredere conclusie dat een calamiteit waarbij meerdere Veiligheidsregio’s betrokken zijn, wat communicatie betreft al snel een warboel wordt.

‘De Veiligheidsregio’s worden geëvalueerd’, zegt Joustra diplomatiek. ‘Je kunt je voorstellen dat daaruit komt dat de Veiligheidsregio’s dezelfde grenzen krijgen als de nieuwe politie-eenheden. Dus van 25 terug naar tien eenheden. Dat zou geen vreemde uitkomst zijn. Het zou alleen al handig als het gaat om de meld kamers. Maar goed, het is nog een proces waarover wordt nagedacht.’

Hij ziet naar aanleiding van Moerdijk ook wel wat in het idee om een centrale unit voor communicatie te creëren. Een landelijke voorziening, met specialisten op het gebied van crisiscommunicatie die als een soort ‘vliegende brigade’ ingevlogen kan worden. Ook als het geen nationale ramp is, maar een forse calamiteit die de grenzen van verschillende gemeenten en regio’s overschrijdt.

‘Niet om bevoegdheden over te nemen, maar dat daaruit geput kan worden om de communicatie goed te laten verlopen. Die weten hoe het gaat. Want laten we eerlijk zijn, een ramp kan overal gebeuren en er zijn gemeenten die niet zo erg thuis zijn in wat je dan te doen staat.’ In Moerdijk hadden burgers anderhalf uur na de brand al 2.500 berichten getwitterd. ‘Als een ongeval van internationaal belang is, dan krijg je zo’n enorme aandacht. Dat vereist de inzet van specialisten.’

Schijnwerpers

Bij zijn aantreden bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid in februari 2011 trof Joustra een geoliede organisatie aan. Zijn voorganger Pieter van Vollenhoven stond graag in de schijnwerpers, een behoefte die Joustra van nature minder heeft. Maar ook hem zullen ze op de plaats van een ramp aantreffen. ‘Als dat nodig is en ik de hulpverleners niet in de weg loop, ga ik erop af’, zegt Joustra. Met een glimlach: ‘Ik heb niet voor niets dezelfde laarzen en helm in de achterbak liggen en ook zo’n hes met groot Onderzoeksraad voor Veiligheid erop.’

Enig missiewerk kan de Onderzoeksraad ook wel gebruiken. Joustra merkt dat er bij veel gemeentebesturen nog steeds een verkeerd beeld van de raad bestaat. ‘Die denken bijvoorbeeld dat wij gaan over de gaat het Openbaar Ministerie over. Tussen ons onderzoek en dat van het OM bestaat een strikte afbakening. Zo kunnen verklaringen die bij ons zijn gedaan, niet gebruikt worden door het OM. Wij onderzoeken met het oogpunt dat er lering uit getrokken kan worden.’

Na een ongeval of calamiteit is vaak de eerste reflex van een gemeente om zelf onderzoek te gaan doen. Joustra begrijpt dat, al is de Onderzoeksraad in 2005 juist ingesteld om onderzoeken door ad hoc ingestelde commissies te ondervangen en één uitputtend onderzoek te doen.

Joustra: ‘Ik kan me voorstellen dat organisaties na een ingrijpende gebeurtenis aan zelfreflectie willen doen. Een Veiligheidsregio of een brandweerkorps wil weten hoe zijzelf gefunctioneerd hebben. Maar wat je nog steeds ziet, is dat er wel erg veel onderzoeken worden ingezet. Met als gevolg dat burgers en ook bestuurders zelf op het laatst niet weten of dit nu het laatste onderzoek is en welk onderzoek gewichtig is en welk wat minder. Dat maakt het allemaal niet helder.’

Soms kunnen gemeenten – ook vanwege de druk vanuit de gemeenteraad en de bevolking – niet wachten op het rapport van de raad. Joustra kan zich dat voorstellen. ‘Daarom doen we soms lopende het onderzoek al tussentijdse aanbevelingen, die alvast in werking gesteld kunnen worden. Dat kan van belang zijn. Zoals bijvoorbeeld bij de crash van het toestel van Turkish Airlines bij Schiphol. Toen hebben we het mankement aan de hoogtemeter al eerder aan de autoriteiten doorgegeven.’

Verkorten

Joustra heeft zich als doel gesteld de doorlooptijden van de onderzoeken terug te brengen. Nu moet er binnen een jaar een rapport liggen. Dat lukt niet altijd. ‘Toch wil ik dat we die termijnen verkorten, zonder dat de kwaliteit wordt aangetast. Want ik begrijp dat bestuurders en betrokkenen zo snel mogelijk na een ongeval in actie willen komen.’

De wet schrijft voor dat overheden binnen een jaar iets met de aanbevelingen van de Onderzoeksaad moeten doen. De controle is aan het ministerie van Veiligheid en Justitie. ‘Wij kunnen dan alsnog onderzoek doen naar hoe onze aanbevelingen zijn uitgepakt. Tot nu toe vertrouwt de raad erop dat democratische organen die controlerende taak op zich nemen en de verantwoordelijke politici aanspreken op de opvolging van onze aanbevelingen. ’

Terug naar Moerdijk, als ‘leermoment’. ‘Wat je daar zag, was dat er verschillende Veiligheidsregio’s bij betrokken waren en dat die op verschillende tijdstippen gingen opschalen’, analyseert Joustra.

‘Hoewel dit geen nationale ramp was, gingen de landelijke autoriteiten zich er toch mee bemoeien. Sommige diensten dachten: o, het is geen nationale ramp, dan hoeft er niet gecoördineerd te worden. De nieuwe Voedsel en warenautoriteit kwam bijvoorbeeld met een eigen persbericht. Met andere woorden: ook bij een ramp met een dergelijke schaal een moet er een soort ‘baas’ zijn waar alle lijnen uitkomen. Dat neemt niet weg dat je de bevoegdheden moet laten bij degenen die ze behoren te dragen.’

Joustra vertelt dat het niet altijd eenvoudig is om in het huidige stelsel te opereren. ‘In het rapport over Moerdijk gaan we uitvoerig op één onderdeel in: het meten van de stoffen die in de lucht zijn terechtgekomen. De vraag was niet alleen wie daartoe opdracht had gegeven. Er waren er nog veel meer: wie interpreteert ze, brengt de resultaten vervolgens naar buiten, en hoe en wanneer? Dan hebben we het alleen nog maar over het meten van stoffen.

Het is voor de burgers natuurlijk van groot belang om te weten: lopen we gevaar of niet.’ Nee, hij pleit niet voor nieuwe blauwdrukken of handboeken, integendeel: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het simpeler kan. Kijk, al die mensen die hierbij zijn betrokken zijn goedwillend, doorgaans goed geoefend en erg gemotiveerd. Als er dan toch vrij veel misgaat, dan moet je de context waarbinnen ze werken verbeteren.’

Het periodiek doorwerken van de bestaande draaiboeken noemt hij heel nuttig. Joustra: ‘Als ze er zijn, moet je heel erg oppassen dat ze niet snel hun nut verliezen. Ze moeten worden bijgehouden en daar gaat het vaak al mis. Oefeningen zijn ook belangrijk. Vooral omdat alle spelers elkaar dan leren kennen. Weten voor wat je wie moet bellen – dat is vaak belangrijker, dan dat je precies het draaiboek volgt.’

Improviseren

Joustra heeft in het verleden vaak met crises te maken gehad. ‘Het teleurstellende is dat ze nooit precies zo zijn als je verwacht. Je moet altijd improviseren. De basis is dat de spelers elkaar kennen en elkaar vertrouwen. Dat er een samenhang ontstaat. Bij terrorismebestrijding hadden we ook een kern van zo’n zes hoofdrolspelers. Da’s een mooi aantal.’

Het crisisteam, zegt Joustra, moet altijd oppassen dat ze zich niet isoleert. Het heeft altijd de neiging om zich af te sluiten van de buitenwereld. ‘Voor een deel moet je dat ook doen’, vindt hij. ‘Met z’n allen om een tafel. Daar is niets mis mee, als je de signalen die in de media opduiken goed blijft binnenkrijgen. Hetzelfde geldt voor de operatie op zichzelf, natuurlijk.’

Zijn raad heeft nog een aantal onderzoeken op stapel staan, waar ook overheden het nodige van kunnen opsteken. Van het onderzoek naar een aanvaring met het voetveer bij Rijswijk tot de affaire met DigiNotar. Andersom weten ook gemeenten de weg naar de raad steeds beter te vinden. Per jaar stijgt het aantal onderzoeksaanvragen. Joustra: ‘Criterium daarbij blijft dat er zich een incident heeft voorgedaan en dat het onderzoek een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de veiligheid in Nederland.’

Nee, benadrukt hij: ‘Dit is geen oproep om bij ons aan te kloppen. Het gaat om recente voorvallen, waarvan wordt vermoed dat het onderzoek een bredere werking heeft dan dat alleen dat ene voorval. We hebben met onze 65 medewerkers maar een beperkte capaciteit. Die omvang willen we zo houden. Het moet simpel en overzichtelijk blijven, efficiënt en effectief. Dat geldt voor ons, maar is tegelijkertijd ook een prima principe als je een crisis in goede banen moet leiden.’


CV Tjibbe Joustra
Tjibbe Joustra werd in 1987 secretaris-generaal op het toenmalige ministerie van Landbouw. Bij zijn aantreden als hoogste baas van het departement was hij met zijn 35 jaar de jongste secretaris-generaal die Nederland ooit gehad heeft. Hij diende hier tot december 2001 onder vijf achtereenvolgende ministers.

In januari 2002 werd Joustra voorzitter van de Raad van Bestuur van de uitkeringsinstantie UWV. Twee jaar later volgde zijn aanstelling als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Begin 2009 legde Joustra zijn functie bij het NCTb neer en werd hij voorzitter van de Vereniging Particuliere Beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (VPB) en van het Productschap Tuinbouw. Sinds 7 februari 2011 is Joustra voorzitter van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid.


Werkwijze Onderzoeksraad
Wanneer zich zoals nu bij Sloterdijk een ernstig ongeval voordoet, krijgt de Onderzoeksraad voor Veiligheid daar melding van. De Onderzoeksraad bepaalt of er onderzoekers afreizen naar de plaats van het voorval. Doel van de Onderzoeksraad is de achterliggende oorzaken van het ongeval te achterhalen om herhaling te voorkomen. De schuldvraag maakt geen deel uit van deze onderzoeken, het gaat de raad om het verbeteren van de veiligheid.

Tijdens het onderzoek kan de Onderzoeksraad gebruik maken van diverse wettelijke bevoegdheden. Zo mogen de onderzoekers altijd de locatie van het voorval betreden, kunnen zij voorwerpen in beslag nemen en is medewerking aan het onderzoek verplicht. De Onderzoeksraad mag informatie opvragen, die vervolgens overhandigd moet worden. Ten slotte kan de Onderzoeksraad de burgemeester verzoeken om in het belang van het onderzoek de locatie van het voorval te bevriezen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners