of 63966 LinkedIn

Terreur in de polder

Ook een plattelandsgemeente in Groningen kan doelwit zijn van een terroristische actie. Het Openbaar Ministerie in die provincie hield een oefendag om de burgemeesters op zo’n calamiteit voor te bereiden. Binnenlands Bestuur was er bij.

Een docent van een middelbare school meldt aan de leerplichtambtenaar dat er problemen zijn met drie asielzoekende jongeren van rond de 20, voormalige ama’s, die zelfstandig in een huis wonen. Na een ruzie zijn ze al twee dagen niet meer op school geweest en er zou een gewelddadige confrontatie op komst zijn. Een van de jongens heeft een klasgenoot laten weten dat er ‘binnenkort op school iets gaat gebeuren waar de wereld geschokt van zal zijn’.
‘Wat zou u doen als u hierover een melding kreeg?’, vraagt Harry Thomassen, beleidsmedewerker bij het Openbaar Ministerie aan zo’n twintig Groningse burgemeesters, politiecommissarissen en OM-medewerkers, verzameld in het oefencentrum van de politie in het Friese Drachten.

 

‘Ik zou een driehoeksoverleg organiseren’, zegt een burgemeester. ‘Nu al? Ik zou eerst meer informatie willen van de politie’, zegt een volgende. ‘Ik zou de schoolleiding bellen’, oppert een derde.

 

Hiermee is de aftrap gegeven voor een dag brainstormen over terroristische dreiging. Na Apeldoorn en Alphen aan den Rijn weet elke burgemeester dat zoiets zelfs in een kleine, slaperige gemeente kan gebeuren. Terrorisme en extreem geweld is niet langer exclusief een grote-stadsprobleem. Maar weten burgemeesters hoe te handelen als zo’n horrorscenario zich aandient?

 

Twee kapiteins

 

‘Als u het woord ramp of crisis hoort, grijpt u onwillekeurig meteen naar uw brandweerpieper. Maar u kunt ook te maken krijgen met een ander soort crisis: een gijzeling bijvoorbeeld. Zo’n crisis komt voort uit een strafbaar feit, hij kan lang duren, en extreem geweld is nodig om hem te beëindigen. Ik noem het even een justitiële crisis’, legt de Groningse hoofdofficier van Justitie Jan Eland uit.

 

Al snel wordt duidelijk dat er in zo’n geval twee kapiteins zijn op hetzelfde schip. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, maar bij een ‘concrete dreiging’ staat de hoofdofficier van Justitie aan het roer. ‘Waar ligt de scheidslijn? En op wie gaan de media zich focussen?’, vraagt OM-medewerker Thomassen zijn toehoorders.

 

Het is, zo legt hij uit, aan de hoofdofficier om een ‘dreigingsinschatting’ (DI) aan te vragen bij de politie. Vorig jaar gebeurde dat ruim achthonderd keer. Het opstellen daarvan duurt echter enkele dagen, en in de tussentijd zijn alvast spoedmaatregelen vereist. Moet de politie in uniform de school gaan bewaken, of moet de ME komen? Pakt een arrestatieteam de ama’s preventief op? Moet de school ontruimd, met alle maatschappelijke onrust van dien? En wie staat de media dan te woord?

 

De crisisdreiging wordt steeds ernstiger. Op internet worden recente foto’s aangetroffen van de ama’s met vuurwapens.
Tijd voor een volgende stap? En hoe valt deze situatie tegenover de buitenwereld nog te controleren in een tijd van Twitter en Facebook? Vuurwapenbezit is een concreet strafbaar feit, dus nu wordt het een opsporingszaak en daarmee iets voor het Openbaar Ministerie, legt het OM uit. Tijd ook om na te denken over de inzet van zware opsporingsmiddelen. Wie gaat daar over, en wat is er beschikbaar?

 

Een Arrestatie- en ondersteuningseenheid (de voormalige arrestatieteams) doet een inval in de woning van de ama’s. De jongens worden niet aangetroffen, ook worden geen wapens gevonden; wel munitie en sporen van explosieven.
De burgemeesters krijgen steeds meer voorgeschoteld om zich het hoofd over te breken. Moet de minister van Veiligheid en Justitie (V en J) worden ingeseind? Of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid? Is het wijs om de bevolking actief in te seinen over de spoorloze ama’s? ‘Dat doen we immers ook als er gifslangen zijn ontsnapt’, stelt burgemeester Yvonne van Mastrigt van Hoogezand-Sappemeer.

 

De bestuurders en politiefunctionarissen denken hardop na over het optuigen van een overlegcircuit. De driehoek (burgemeester, politie en OM) moet bijeenkomen, de politie formeert een Staf grootschalig en bijzonder optreden, de gemeente roept het gemeentelijk beleidsteam samen. En waar is de burgemeester dan het hardste nodig, in de driehoek of in het gemeentelijk beleidsteam?

 

De crisis escaleert. Bij school is geschoten, drie politiemensen die de school inmiddels bewaakten zijn gedood. Een groep van vijf of zes mannen is binnengedrongen en houdt een grote groep gijzelaars gevangen op de tweede verdieping.
Nu is het moment gekomen om de Dienst Speciale Interventies (DSI) te hulp te roepen. Deze eenheid van de KLPD is opgericht na de moord op Theo van Gogh en de gebeurtenissen rond de Hofstadgroep in het Haagse Laakkwartier in november 2004. Onder de vlag van de DSI zijn alle bestaande anti-terreureenheden van de politie en de krijgsmacht samengebracht. De dienst is doelbewust in nevelen gehuld, namen van functionarissen blijven achterwege en de precieze werkwijze is grotendeels staatsgeheim, zo wordt de deelnemers aan deze oefendag op het hart gedrukt.

 

Het hoofd van de DSI legt uit wat de dienst kan en mag. Veel, zo blijkt. Als het echt nodig is, heeft de dienst de beschikking over grote aantallen (militaire) manschappen en alle denkbare materieel, tot F-16’s en fregatten aan toe. ‘De DSI kan alléén in beweging komen in opdracht van de hoofdofficier van Justitie of de minister van V en J, en niemand anders’, legt het hoofd uit. De hoofdofficier geeft vóóraf de randvoorwaarden van eventueel optreden aan: of er in een bepaald geval burgerslachtoffers worden geaccepteerd, en zo ja hoeveel, bijvoorbeeld.

 

De DSI komt vervolgens met een operationeel plan van inzet. Is de crisis nog als ‘lokaal’ te bestempelen, dan moet dit plan worden getekend door de voorzitter van het College van Procureurs-generaal. Is het een ‘landelijke’ crisis, dan moet de minister van V en J zelf zijn handtekening zetten. De grens tussen beide is vaag: een vliegtuigkaping is al snel ‘landelijk’, een gijzeling op school kan nog doorgaan voor ‘lokaal’, een treinkaping zit er tussenin. De verwachte tijdsduur en mogelijke (politieke) gevolgen spelen mee: ‘Is de gijzeling naar verwachting al afgelopen voordat de minister ter plekke kan zijn, dan blijft het waarschijnlijk lokaal’, zegt de Groningse hoofdofficier Jan Eland.

Tien doden

 

Zo’n operationeel plan van inzet kan héél ver gaan, waarschuwt het DSIhoofd. ‘We schatten heel concreet in: als we nú, terwijl we nog niet alle benodigde informatie hebben, naar binnen gaan, vallen er zeker tien doden. Als we echter langer wachten schieten de gijzelnemers in de tussentijd misschien twintig mensen dood. Hoofdofficier: zegt u het maar’. Hij voegt er een algemeen advies aan toe: ‘Gun jezelf in zo’n situatie soms wat extra denktijd, want je kunt het nooit meer terugdraaien. Ík ben degene die de opdracht uitvoert, maar bedenk heel goed: we gaan sámen de verantwoordelijkheid aan!’.

 

Op de schietbaan mogen de notabelen even lijfelijk kennismaken met het vuurwapengeweld waar ze over praten. Onwennige hoofdofficieren en burgemeesters, voorzien van Mickey-Mouse-achtige oorkappen, leggen een Heckler&Koch semi-automatisch wapen aan de schouder en knallen er op los. Dan verspreiden ze zich in kleinere groepjes om een crisisberaad na te spelen. Moet er worden opgeschaald?

 

En wederom: waar zit de burgemeester dan aan? Bij de Veiligheidsregio, of in het gemeentelijk beleidsteam? Hoe geef je in deze onduidelijke fase van een ernstige crisis een interview? ‘Gewoon, op straat, ongeveer zoals burgemeester Fred de Graaf van Apeldoorn dat indertijd deed’, wordt geopperd.

 

Op een televisiescherm verschijnen de eisen van de gijzelnemers op de school. Vrijlating van een bepaalde gevangene, vrije aftocht naar Pakistan, de helft van de gijzelaars kan worden vrijgelaten in ruil voor zendtijd op tv.
‘Mogen we onderhandelingen starten?’, vraagt een burgemeester zich hardop af. ‘En hoe zit dat nu? Als de minister van V en J zegt: knal alle gijzelnemers maar dood, en wij zeggen lokaal: we willen hoe dan ook de kinderen levend naar buiten krijgen?’, vraagt een ander. ‘Het geeft wel aan hoe ingewikkeld het is met twee verschillende gezagen’, verzucht Nathalie Kramers, korpschef van de politie Friesland.

 

De spanning loopt nu snel op. De gijzelnemers schieten een gijzelaar dood en dreigen om 15.30 uur de volgende te doden, tenzij de eisen publiekelijk zijn ingewilligd. Ze plaatsen boobytraps bij de ramen.
Het hoofd DSI geeft in deze fictieve casus het advies om nog te wachten met ingrijpen, omdat zijn dienst nog te weinig informatie heeft over de situatie in de school. ‘Ik heb meer tijd nodig, geef mij die’. De Friese hoofdofficier van Justitie Annette Bronsvoort kijkt bezorgd de kring rond. Ze lijkt zich te realiseren: nu is het nog maar spel, maar ooit komt wellicht de dag dat zij of een collega- hoofdofficier dit soort dilemma’s van leven en dood onder extreme tijdsdruk daadwerkelijk moet

 

oplossen. ‘Tijdens een crisis heb je weinig tijd, daarom proberen we vóóraf al een profiel te maken van mogelijke dadergroepen’, legt een deskundige van de DSI even later uit. Komen de daders uit Nederland, of uit het buitenland? Zijn het amateurs, of keiharde professionals? Hoe groot is hun bereidheid tot zelfopoffering? Willen ze vooral veel slachtoffers maken, of hebben ze een ander doel?’

 

Op een scherm worden bloedstollende beelden getoond van de schoolgijzeling door Tsjetsjeense strijders in 2004 in Beslan. De Russische troepen grepen hier genadeloos in: 331 mensen onder wie veel vrouwen en kinderen lieten het leven. Mogelijk, zo denken de experts, was dit juist het doel van de terroristen: ze wilden de Russen afschilderen als rücksichtloze machthebbers.

 

Gijzelaars

 

Terwijl de dilemma’s nog door de crisiskamer zweven gaan de deelnemers aan deze dag naar buiten. Hier wacht een demonstratie door de DSI: een touringcar met gijzelaars wordt bestormd. De burgemeesters van Veendam en Oldambt melden zich vrijwillig om, gekleed in blauwe overalls, in de bus plaats te nemen.

 

Dan klinkt het: ‘Actie, nu!’. Lawaaigranaten ontploffen rond de bus, een oranje gloed van explosies vult het terrein. Van drie kanten komen de zwaarbewapende DSI-manschappen met hoge snelheid aanrijden, ze forceren de ramen van de bus, en stormen naar binnen.

 

Luttele minuten later komen eerst de ‘gijzelnemers’ geboeid naar buiten, vervolgens de ‘gijzelaars’. ‘Pfoe, dat was heftig!’, vertelt burgemeester Pieter Smit van Oldambt na afloop. ‘In de bus zaten we in een wolk van glas, die knallen overal, die oranje schijn. Je weet niet wat je overkomt.”

 

Vragen

 

De dag was nuttig, blikt hij terug. ‘Je weet nu tenminste waar de verantwoordelijkheid ligt: bij de hoofdofficier. Als burgemeester denk je toch vaak dat je overál over gaat’. Anderzijds heeft hij ook vandaag niet alle antwoorden gekregen. ‘Wanneer komt het landelijke niveau in beeld? Wanneer precies is welk gremium aan de orde? Dat blijft toch heel lastig. Misschien kan men hier ook geen exact antwoord op geven, of misschien wíl men het wel niet, want dan zou je een soort blauwdruk hebben voor dit soort situaties. Het is toch een beetje learning by doing’.

 

Korpschef Kramers van Friesland stapt, in burgerkledij inmiddels, in haar dienstauto. ‘Het nut van vandaag? De bewustwording is vergroot, de kaders zijn nu helderder en we weten meer over wat de DSI kan. Maar elke zaak is anders, je kan op dit soort kwesties geen wiskundige formule loslaten. Wat nationaal belang is kan bijvoorbeeld verschillen per tijd en per plaats. Maar je moet in zo’n geval weten wie met wie moet overleggen, en wie beslissingsbevoegd is. De hoofdofficier van Justitie is toch de schakel’. Terwijl de DSI-mannen de glasscherven rond de bus opruimen zoeft de politiechef het wijde, vredige Friese landschap in. Een echte gijzeling zal zich ook deze dag hier niet meer aandienen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners