of 60220 LinkedIn

Stenen voor geld, en een berg ellende

Toen de politie Gelderland-Midden in 1998 al haar onroerend goed verkocht, leek iedereen blij. Maar de huidige korpsleiding klaagt over de veel te hoge huur. Terugblik op een geruchtmakende vastgoeddeal: ‘We stonden met onze rug tegen de muur.’

Afgelopen zomer nog, werd hun met terugwerkende kracht ‘onprofessioneel handelen’ verweten. Het was een zware aantijging, die Kees Bakker en André de Vries met onbegrip vervulde. ‘Wát nou onprofessioneel? Vastgoed is niet onze professie, dat klopt. Maar we hebben ons laten bijstaan door de beste adviseurs. Bovendien hebben de korpsbeheerder en de 24 burgemeesters in het Regionaal College er met hun neus bovenop gezeten. En hetzelfde geldt voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.’

 

Kees Bakker was in 1998 korpschef van de politie Gelderland-Midden. André de Vries was zijn plaatsvervanger en rechterhand. Beiden zijn inmiddels 7 jaar met pensioen. Maar de destijds genomen beslissing om al het onroerend goed te verkopen en deels terug te huren (sale and lease back) blijft hen achtervolgen.

 

‘Waarom staan wij toch steeds in het middelpunt? Wij hebben geadviseerd, maar wij zijn toch niet degenen die de besluiten hebben genomen?’, klinkt het in koor. Toenmalig korpsbeheerder Paul Scholten (VVD), burgemeester van Arnhem van 1989 tot 2001, was wel beslissingsbevoegd. Het verwijt ‘onprofessioneel handelen’, opgetekend in een onder verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken gepubliceerd onderzoeksrapport, trof behalve de korpsleiding ook hem.

 

Scholten is zich op zijn beurt echter evenmin van enig kwaad bewust. Zonder dat hij het zelf weet, lijkt hij de woorden van Bakker en De Vries te parafraseren, als hij zegt: ‘Alles is destijds in goed overleg gegaan, en uitvoerig besproken met zowel het Regionaal College als Binnenlandse Zaken. Het ministerie beschouwde Gelderland-Midden als voorbeeld. Andere korpsen kwamen bij ons kijken om te informeren hoe wij onze huisvestingsproblemen hadden opgelost.’

 

Diepe crisis

 

Het politiekorps Gelderland-Midden verkeerde in de tweede helft van de jaren 90 in grote financiële moeilijkheden én in diepe crisis. Hiervoor waren twee oorzaken. Ten eerste had het korps veel te veel vierkante meters aan werkruimte tot zijn beschikking: 35 procent meer dan nodig volgens de norm. Het tweede probleem was dat er te veel mensen in dienst waren.

 

Nadat het advies- en organisatiebureau Andersson Elffers Felix (AEF) had geconcludeerd dat Gelderland-Midden out of control was, rolden er koppen: korpschef Jan Siepel, hoofd bedrijfsvoering Renger Erenst en hoofd financieel-economische zaken Maarten Punt werden weggestuurd of stapten zelf op. Om de situatie van dat moment goed te begrijpen, moeten we volgens ex-korpsbeheerder Paul Scholten nog een stap verder terug in de tijd.

 

Het korps kampte met de naweeën van een ingewikkeld fusieproces, legt hij uit: ‘In 1993 waren zeven gemeentepolitiekorpsen en drie Rijkspolitiedistricten samengevoegd tot het korps Gelderland-Midden. Arnhem en Ede waren de grote gemeenten in het gebied, verder ging het om diverse kleinere gemeentekorpsen als Barneveld, Zevenaar en Renkum.

 

'Elk dorp had zijn eigen politiebureau. En ook de rijkspolitiedistricten hadden weer eigen bureaus. Dat werd allemaal samengevoegd. Maar veel panden waren te groot, te klein of ze stonden niet op de juiste plek. Financieel bezien pakte dat heel slecht uit. Daar kregen we niet of nauwelijks compensatie voor. Dat is de oorzaak van alle ellende geweest.’

 

Geldkraan dicht

 

Volgens Kees Bakker en André de Vries kwam daar nog een probleem bij: met de fusie in aantocht, hadden gemeenten en het Rijk jaren tevoren de geldkraan al dichtgedraaid. ‘Onze panden kampten met achterstallig onderhoud. Gemeenten hadden niets meer geïnvesteerd. Ook het wagenpark was sterk verouderd. Van de rijkspolitie hebben we alleen maar wrakken gekregen. We stonden echt met onze rug tegen de muur’, zegt De Vries.

 

Bakker: ‘Bij de verkoop van die panden, ruilden we stenen in voor geld. Dat geld konden we goed gebruiken om tijdelijke problemen op te lossen. Een deel van de opbrengst hebben we geïnvesteerd in voertuigen en verbindingsmiddelen. Dat was bittere noodzaak. Ook hebben we een nieuwe meldkamer gebouwd met het oog op het Europees voetbalkampioenschap EURO 2000, waarvoor Arnhem een van de speelsteden was. Geld lenen op de kapitaalmarkt zou veel duurder zijn geweest.’

 

Scholten: ‘We moesten een uitweg vinden, anders hadden we ik-weetniet- hoeveel politiemensen moeten ontslaan.’ Kees Bakker begon in november 1996 bij Gelderland-Midden. Recherchechef André de Vries was op dat moment waarnemend korpschef. Hij werd terzijde gestaan door de AEFconsultants John Elffers en Rob van de Lustgraaf.

 

Na de komst van Bakker, die tot dat moment deel uitmaakte van de korpsleiding van de politie Rotterdam Rijnmond, vertrok Elffers, en werd De Vries als plaatsvervangend korpschef Bakkers rechterhand. Van de Lustgraaf bleef aan als interim-hoofd financieel-economische zaken. ‘Ik was door Binnenlandse Zaken gevraagd om naar Arnhem te gaan’, vertelt Bakker.

 

‘Mijn eerste en belangrijkste opdracht was om het korps weer in control te krijgen. Er was een structureel tekort van 6 miljoen gulden. Door de vergrijzing van het korps lag het gemiddelde salarisniveau te hoog. Bovendien was Gelderland-Midden aangewezen als krimpkorps. Dat betekende dat we honderd man personeel te veel hadden. De huisvesting drukte veel te zwaar op de begroting, en er was dus ook nog sprake van achterstallig onderhoud aan gebouwen. Dat alles moest hoognodig weer op orde worden gebracht.’

 

Het personeelsprobleem was 3 jaar later opgelost. Via een mobiliteitsbureau liet de korpsleiding tweehonderd oudere medewerkers afvloeien. Hiervoor kwamen honderd jongere, en dus goedkopere, agenten in de plaats. Daarmee was ook de leeftijdsopbouw van het korps in één klap tot de gewenste proporties teruggebracht.

 

Zware hypotheek

 

Om grip te krijgen op de huisvestingslasten, werd een sale and lease back-constructie bedacht. Bakker erkent dat hijzelf een van de initiatiefnemers hiervan is geweest: ‘Ik heb dit toen besproken met een jaargenoot die op dat moment als consultant werkte voor het Politie Huisvestings Consortium (PHC, een vastgoedontwikkelaar, red.). Sale and lease back leek in die tijd een heel redelijk verhaal. Hbo-scholen en ziekenhuizen hadden ook al voor een dergelijke oplossing gekozen. Daarop zijn wij de mogelijkheden samen met PHC en AEF nader gaan verkennen. Ook hebben we juridisch advies ingewonnen. Het uiteindelijke plan is voorgelegd aan de korpsbeheerder, aan het Regionaal College en aan onze huisaccountant. Niemand had bedenkingen.’

 

Intussen waren de financiële zorgen over de huisvesting alleen nog maar toegenomen. Hoewel het korps al veel te ruim in zijn jasje zat, was in mei 1996, enkele maanden voor Bakkers komst, toch voor 17,7 miljoen gulden een ruim 14 duizend vierkante meter groot kantoorpand aangekocht van verzekeraar OHRA.

 

Hoewel AEF voorafgaand aan de transactie in een spoedadvies had gewaarschuwd dat hiermee ‘een zware hypotheek op de toekomst’ werd gelegd, was de deal toch doorgegaan. Enkele weken vóór de aankoop van het OHRA-pand had korpsbeheerder Scholten in de regionale beheersdriehoek gesteld dat hij ‘zeer verontrust’ was over de financiële situatie van het korps.

 

Ook had hij toenmalig minister Hans Dijkstal (Binnenlandse Zaken, VVD) eerder al schriftelijk bericht dat hij mogelijk een beroep zou doen op de ‘knelpuntenpot’ om te voorkomen dat het korps onder curatele zou worden gesteld.

 

Toch was, volgens Bakker, Scholten degene die erop had aandrongen dat het korps het OHRA-gebouw zou kopen: ‘Laat ik het maar eerlijk zeggen: dat pand is toen gekocht onder vrij grote druk van de korpsbeheerder. Dat heb ik later van diverse betrokkenen vernomen. Ik denk dat Scholten OHRA wilde helpen. OHRA had nieuw gebouwd in Arnhem, maar raakte haar oude pand niet kwijt.’

 

Onderdak

 

‘Je koopt natuurlijk niet zomaar een pand’, zegt Scholten nu. Hij wijst erop dat Gelderland-Midden door een aflopend huurcontract behoefte had aan nieuwe huisvesting in het stadsdeel Arnhem-Zuid. Het OHRApand kon hierin voorzien, aldus Scholten: ‘Ze moesten ergens onderdak, en als ik het mij goed herinner, was er nauwelijks iets voorhanden. Ja, eigenlijk is het allemaal zo logisch als wat.’

 

Minder logisch was dat later bleek dat het OHRA-pand voor 18 miljoen gulden moest worden verbouwd om het te kunnen inrichten als politiebureau. Zover kwam het echter niet. Amper een halfjaar nadat het gebouw van eigenaar was gewisseld, adviseerde een commissie onder voorzitterschap van burgemeester Pim Blanken van Ede om het OHRA-pand ‘op de kortst mogelijke termijn’ weer af te stoten.

 

Het Regionaal College had in de weken hiervoor een saneringsplan vastgesteld, dat onder meer voorzag in de ‘noodzaak’ om jaarlijks 4 miljoen gulden op de huisvestingslasten te besparen. Het OHRA-pand was nog niet eens betrokken, maar moest direct weer van de hand worden gedaan. Behalve via het verkopen van het OHRA-pand, wilde het korps kosten besparen door al het onroerend goed te verkopen en deels weer terug te huren.

 

Lange tijd leek het erop dat het Politie Huisvestings Consortium, waarvoor Bakkers jaargenoot als consultant optrad, de nieuwe eigenaar zou worden. Toen dit bedrijf op het allerlaatste moment geen afnamegarantie kon overleggen voor uitgerekend het OHRA-gebouw, dat inmiddels als een molensteen om de nek van het korps hing, brak de korpsleiding de onderhandelingen af.

 

Enkele maanden later ging het korps in zee met de Rozendaalse Vastgoedgroep (RVG). In een package deal waarbij een hele reeks panden in één klap van eigenaar veranderde, legde de RVG voor het OHRA-gebouw 15,5 miljoen gulden op tafel. Dat was ruim 2,2 miljoen minder dan het korps ervoor had betaald. Toen bekend werd dat de RVG het OHRA-pand nog dezelfde middag met 3 miljoen gulden winst doorverkocht, staken onrust en geruchten de kop op.

 

Had het korps zich laten inpakken door een paar handige vastgoedjongens? Wat had zich hier afgespeeld? ‘Aan de onderhandelingen lagen taxatierapporten ten grondslag, en de driehoek werd voortdurend geïnformeerd over de voortgang. En dan was er ook nog een financiële commissie, waarin drie burgemeesters zaten. Die commissie kwam een keer per maand bijeen, en bewaakte de voortgang van het financiële saneringsplan. De aanstaande verkoop van het onroerend goed maakte daar nadrukkelijk deel van uit’, zegt André de Vries, die samen met AEFconsultant Van de Lustgraaf en een advocaat namens het korps de onderhandelingen voerde.

 

Dat de RVG het OHRA-pand met 3 miljoen gulden winst kon doorverkopen, was volgens Bakker het gevolg van een samenloop van omstandigheden: tussen het moment van verkoop en de juridische overdracht bij de notaris, zat een periode van 4 maanden. De RVG had verzocht om het pand later te mogen afnemen.

 

Als het gebouw op een later moment tijdens één notarisbezoek kon worden afgenomen en meteen weer doorverkocht, was de vastgoedgroep geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Dit scheelde het bedrijf 930 duizend gulden. Tot aan het moment van de overdracht betaalde de RVG een maandelijkse rentevergoeding over de aankoopsom aan de politie.

 

Bakker: ‘In de tussentijd diende zich voor het OHRA-pand een nieuwe huurder aan. Dat was telecombedrijf Dutchtone. De RVG kon het pand in verhuurde staat doorverkopen, en daardoor leverde het veel meer op.’ Oud-korpsbeheerder Scholten zegt dat hij verbaasd was toen hij, geruime tijd later, vernam dat de RVG 3 miljoen gulden winst had gemaakt op het OHRA-pand. ‘Dat was natuurlijk een heel merkwaardige zaak. Ik heb dat nooit goed begrepen.’

 

Vriendjespolitiek

 

Als het gaat om de vastgoeddeal met de RVG, doen al jaren geruchten de ronde over vriendjespolitiek. Bakker en De Vries bezochten wedstrijden van voetbalclub Vitesse, en kwamen in de businessruimte directieleden van de RVG tegen. Na zijn pensionering als korpschef, in 2003, werd Kees Bakker voorzitter van Vitesse. Een van de RVG-vennoten, Herman Veenendaal, was in de periode daarvoor jarenlang bestuurslid en tevens een van de belangrijkste financiers van de voetbalclub geweest.

 

Bakker: ‘De verbinding die wordt gelegd tussen Vitesse, de Rozendaalse Vastgoedgroep, de toenmalige korpsleiding van Gelderland-Midden en de verkoop van die politiepanden, is echt kwaadaardig. Toen ik als korpschef in Arnhem begon, werd tegen me gezegd: als je de stad wilt leren kennen, moet je naar Vitesse en naar de schouwburg gaan.

 

'Bij Vitesse kwam je werkelijk iedereen tegen: toenmalig commissaris van de koningin Jan Kamminga, burgemeesters, raadsleden, Statenleden, mensen uit het bedrijfsleven. Het was inderdaad een heel goed netwerk. Voor mij was het bovendien prettig om bestuurders van andere voetbalclubs te ontmoeten, omdat ik binnen de Raad van Korpschefs verantwoordelijk was voor de portefeuille voetbalvandalisme. Dat had allemaal niets te maken met de latere overeenkomst met de RVG.

 

'Voor mij persoonlijk geldt bovendien dat ik nog helemaal niet zo lang in Arnhem werkzaam was toen we besloten tot die sale and lease back-operatie. Ik was misschien twee of drie keer bij Vitesse geweest. Tot het moment dat die panden werden verkocht, had ik Herman Veenendaal nog nooit ontmoet.’

 

André de Vries liep op dat moment al veel langer mee in Arnhem. Hij was midden jaren 80 bij de toenmalige gemeentepolitie aan de slag gegaan, en bevestigt dat hij Herman Veenendaal en diens compagnon Theo Jansen kende van bezoekjes aan Vitesse en vergaderingen met gemeentelijke overlegorganen. Toch voelde De Vries zich niet bezwaard toen hij met hen in onderhandeling ging over de verkoop van het onroerend goed.

 

‘Het lijkt wel een boek van Kafka’, schampert hij. ‘In mijn ogen zou het pas tricky zijn geweest als ik die onderhandelingen alleen had gevoerd. Maar Rob van de Lustgraaf en de advocaat waren er altijd bij. Ja, ik ben bij bijna alle gesprekken aanwezig geweest, maar met de juridische of financiële kant heb ik me totaal niet bemoeid.’

 

Geruchtenstroom

 

Kees Bakker heeft het de huidige burgemeester van Arnhem, VVD’ster Pauline Krikke, altijd kwalijk genomen dat zij haar mond hield toen de geruchtenstroom over de relatie tussen de gewezen korpsleiding, de RVG en Vitesse op gang kwam:

 

‘De gemeente Arnhem was bezig met een reddingsoperatie voor Vitesse, waarbij het hele bestuur werd vervangen. Toenmalig wethouder Rob Gast zei tegen mij: “Het zou fantastisch zijn als jij voorzitter wilt worden”. Pauline zei hetzelfde. Toen die geruchten de kop op staken, had Pauline moeten zeggen: “Hoho, Kees Bakker is door ons gevraagd”. Dan heb je guts.’

 

De Vries: ‘No guts, no glory.’ Toen eenmaal overeenstemming was bereikt met de RVG, wilde korpsbeheerder Scholten niets aan het toeval overlaten. Hij wilde er naar eigen zeggen zeker van zijn dat het ging om een bonafide bedrijf, en gaf in het diepste geheim opdracht voor een nader onderzoek.

 

Volgens hem ging het om een ‘Bibob-procedure avant la lettre’, maar hij wil niet zeggen wie het onderzoek heeft uitgevoerd. Uit diverse stukken blijkt echter dat het moet gaan om de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) en/of de financieel-economische recherche. De onderzoekers stuitten op ‘een netwerk aan bedrijven, nationaal en internationaal, waarvan de RVG deel uitmaakt’.

 

Omdat het ‘ondoenlijk’ was om hier goed zicht op te krijgen, werd naar dit aspect geen verder onderzoek verricht. Wel werd vastgesteld dat van enig strafbaar feit van de vennoten niets was gebleken. Dit maakte de weg vrij om de panden aan de RVG te verkopen. ‘Ik móést weten dat het goed zat, en dit was het geval’, zegt Scholten.

 

De oud-korpsbeheerder bevestigt het verloop van de onderhandelingen zoals geschetst door Bakker en De Vries: ‘De feitelijke onderhandelingen werden gedaan door Van de Lustgraaf, in opdracht van mij. AEF stond uitstekend bekend. De contracten zijn door deskundigen en juristen bekeken en beoordeeld.

 

'We gingen echt niet over één nacht ijs. Het Regionaal College was van A tot Z op de hoogte. Elke burgemeester in de regio kon de contracten door de eigen financiële afdeling laten bekijken, en dit is ook gebeurd. Het verhaal dat Bakker en De Vries de Rozendaalse Vastgoedgroep een dienst hebben willen bewijzen, is onzin. Echt onzin. Geruchten die nergens op zijn gebaseerd.’

 

Scholten, Bakker en De Vries zijn er alledrie van overtuigd dat het maximale onderhandelingsresultaat is behaald. ‘We hebben tot het gaatje onderhandeld’, vindt Scholten. ‘Geen moment hebben we het gevoel gehad dat we werden gepakt’, zegt De Vries. En Bakker: ‘We zijn blind gevaren op onze financieel- en juridisch adviseurs. Die waren terzake bij uitstek deskundig. Bovendien zijn alle bevindingen steeds gecontroleerd en bevestigd door onze huisaccountant.’

 

Niet bekend

 

Binnenlandse Zaken laat weten niet meer te kunnen achterhalen of en hoe intensief het departement betrokken is geweest bij de sale and lease back-constructie: ‘Het is bij BZK niet bekend dat er zeer frequent contact met BZK is geweest over de besluitvorming voorafgaand aan de sale and lease back. Het is dus ook niet bekend met welke informatie Gelderland-Midden BZK hierover heeft geïnformeerd. Er zijn hier geen documenten van gevonden. Het is evenmin bekend of BZK andere korpsen heeft geadviseerd om in Gelderland-Midden te gaan kijken. Ook hiervan zijn geen documenten gevonden.’

 

Pauline Krikke laat via haar woordvoerster weten: ‘Het is altijd duidelijk geweest dat het college van Arnhem de heer Bakker heeft gevraagd om voorzitter te worden van Vitesse. Dat was geen geheim.’ AEF wil niet reageren: ‘Over projecten die wij hebben gedaan, doen we nooit mededelingen. De lijn is dat wij verwijzen naar onze opdrachtgever.’

 

Persoonlijke terugblik

 

Kees Bakker en André de Vries hebben een persoonlijke terugblik geschreven op de jarenlange discussie over hun veronderstelde betrokkenheid bij vermeende misstanden in Gelderland-Midden. Deze is na te lezen op www.binnenlandsbestuur.nl/verklaringkorpsleiding.

 

De feiten

 

1993 Zeven gemeente- en drie rijkspolitiekorpsen fuseren tot het korps Gelderland-Midden.

 

Najaar 1995 In een brief aan minister Hans Dijkstal schrijft korpsbeheerder Paul Scholten dat het niet lukt om de begroting voor 1996 sluitend te krijgen en dat ‘nu een moment aanbreekt dat de rek eruit is’.

 

Februari 1996 De jaarrekening over 1995 wordt afgesloten met een tekort van ruim 6,6 miljoen gulden, waarvan 6,1 miljoen structureel.

 

Mei 1996 Gelderland-Midden koopt voor ruim 17,7 miljoen gulden een kantoorpand van verzekeraar OHRA.

 

Juni 1996 Het advies- en organisatiebureau AEF concludeert dat het korps ‘out of control’ is. De volledige korpsleiding stapt op.

 

December 1996 Een commissie adviseert om het OHRA-pand ‘op de kortst mogelijke termijn’ weer af te stoten.

 

1997 In een poging de huisvestingslasten te drukken, wordt besloten tot een sale and lease backconstructie: al het onroerend goed zal worden verkocht en deels weer teruggehuurd.

 

1998 Gelderland-Midden verkoopt een belangrijk deel van zijn panden aan de Rozendaalse Vastgoedgroep. Omdat vennoten van dit bedrijf persoonlijk bekend zijn met leden van de korpsleiding, ontstaan geruchten over vriendjespolitiek. Het OHRA-pand wordt met 2,2 miljoen gulden verlies verkocht. De Rozendaalse Vastgoedgroep verkoopt het pand door met 3 miljoen gulden winst.

 

2002 De rijksrecherche pleit voor een onderzoek naar de sale and lease back-constructie, maar de driehoek vindt dit niet nodig.

 

2010 Een commissie onder leiding van Ad Havermans, oud-burgemeester van Den Haag en ex-lid van de Algemene Rekenkamer, concludeert dat korpsleiding en korpsbeheerder bij de sale and lease back ‘onprofessioneel’ hebben gehandeld. Volgens een accountant van Binnenlandse Zaken zijn de panden ver onder de marktprijs verkocht, en zijn de afgesloten, langlopende huurcontracten voor de politie ongunstig. Volgens de huidige korpsleiding liggen de huisvestingslasten in Gelderland- Midden ‘significant hoger’ dan bij andere korpsen. Twee panden worden om die reden van de Rozendaalse Vastgoedgroep teruggekocht

 

Verkoop 'Ohra' kostte Arnhem bijna miljoen

 

De sale and leaseback-operatie van de politie Gelderland-Midden heeft de gemeente Arnhem in 1999 bijna 1 miljoen gulden gekost. De schadepost voor de gemeente Arnhem hing direct samen met de onverwachte doorverkoop van het zogeheten OHRA-pand. De nieuwe eigenaar, de Rozendaalse Vastgoedgroep, verkocht het pand door aan de Van Herk Groep, een belegger, die het complete gebouw kon verhuren aan telecombedrijf Dutchtone.

 

De Rozendaalse Vastgoedgroep was met de politie echter overeengekomen dat het korps een klein deel van het 14 duizend vierkante meter grote pand (800 vierkante meter) zou terughuren. Dit was zo afgesproken omdat de politie behoefte had aan een kantoor in het zuidelijk stadsdeel.

 

Het korps Gelderland-Midden stelde de Van Herk Groep aansprakelijk voor het niet nakomen van de afgesloten huurovereenkomst, en claimde een schadevergoeding van ruim 930 duizend gulden. Toen de Van Herk Groep deze claim afwees, maakte Arnhem het door de politie gevraagde schadebedrag naar het korps over.

 

Arnhem heeft in een eerder stadium aangegeven dat het uitgekeerde bedrag niet moet worden uitgelegd als een schadevergoeding. Het zou gaan om ‘een financiële vergoeding voor de verhuiskosten van de politie-unit Zuid’. Arnhem erkent wel dat de komst van Dutchtone voor het toekennen van deze vergoeding ‘doorslaggevend’ is geweest. De genoemde unit Zuid vond uiteindelijk onderdak in enkele Portakabins bij de Rijnhal.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners