of 63908 LinkedIn

Oranje-rode Kinderen

Jeugdcriminaliteit en kindermisbruik worden eerder zichtbaar dankzij het signaleringssysteem ProKid. Maar pilots wijzen uit dat het systeem ook veel onjuiste meldingen oplevert. ‘Je kunt niet zomaar op de stoep staan omdat ProKid een adres ophoest.’

Het was in de tijd van Savanna, de peuter die door haar ouders jarenlang was mishandeld en uiteindelijk in 2004 werd vermoord, dat de politie in Arnhem in aanraking kwam met een soortgelijk geval. Het ging om een 5-jarig meisje. ‘Haar moeder deed aangifte tegen de vader wegens ernstige mishandeling’, herinnert voormalig districtchef van politie Lex Henzen zich. ‘Vader bekende, maar zei erbij dat moeder de peuter net zo hard mishandelde. Het kind had brandblaren op kin en voeten, haar tanden waren uit de mond geslagen, en als baby had ze al in het ziekenhuis gelegen wegens ondervoeding, zo bleek. Ze was ondergedompeld in de wc-pot en met de armen achter haar rug opgehangen aan een rekstok. Wij dachten: hoe kán dit? Er is toch een voogd, een schooljuf, er zijn buren. Waarom weten wij als politie niet dat dit kind in zo’n zichtbaar ellendige situatie verkeert? En hoeveel meer van deze kinderen zijn er nog?’

 

Die vraag vormde de eerste aanzet tot ProKid, een signaleringssysteem voor jeugdcriminaliteit en misbruik van kinderen dat momenteel wordt ontwikkeld. Begin december zijn bij verschillende korpsen pilots afgerond. De evaluatie van de testfase, die wordt verricht door kenniscentrum WODC, wordt verwacht in maart.

 

Ontwerpster van het systeem is Jacqueline Wientjes, hoofd van het bureau gedrag van de drie Gelderse politieregio’s. ‘ProKid ordent de gegevens die we al hebben’, vertelt ze op een politiebureau op een Arnhems industrieterrein. ‘In feite worden alle mutaties die we over een persoon of een adres hebben in één grote bak gegooid. Nu is het nog zo dat alleen ijverige agenten vooraf in de systemen kijken als ze naar een adres toe gaan. ProKid levert die gegevens automatisch.’

 

Gewapende overval

 

Het ‘risicotaxatiesysteem’ verzamelt alle gegevens die de politie heeft over een bepaald adres. Meldingen van huiselijk geweld, inbraak, arrestaties, burenruzies; elke situatie waarbij de politie in aanraking kwam met een specifiek gezin, komt bovendrijven. Een kind in dat gezin hoeft zelf geen verdachte te zijn. Ook als het kind slachtoffer is of getuige, dan komt dat via ProKid aan de oppervlakte. De software laat een sleutel los op alle meldingen rond een kind en het daarbij behorende adres. Dat levert een etiketje op, variërend van wit (geen indicatie dat er iets mis is) tot geel, oranje en de hoogste alarmfase: rood (zie kader).

 

‘Als een jaar lang geen enkel contact is geweest met de politie, verdwijn je uit ProKid. Maar als er wél contact is geweest, analyseren we ook meteen álles’, zegt Wientjes. ‘De database van de politie bevat miljoenen gegevens. Die moet je intelligent gebruiken door ze wetenschappelijk te analyseren’, zo verklaart ze de werking van ProKid in een notendop. ‘Het is bijvoorbeeld aangetoond dat daders van mishandeling als kind vaak zelf zijn mishandeld. Omgekeerd is dus de kans groot dat iemand die mishandeld is dat later zelf ook gaat doen’, aldus Wientjes.

 

Zo zijn er meer wetenschappelijk aangetoonde risicofactoren. Dierenmishandeling en ontucht zijn beruchte indicaties. ‘Als ik zie dat een vader in 1998 is gepakt wegens dierenmishandeling, dat hij in 2000 een kindje krijgt en dat in 2002 de eerste melding over dat kindje bij Jeugdzorg binnenkomt, dan weet ik genoeg’, zegt Henzen, tegenwoordig programmamanager jeugd en huiselijk geweld van de politie Gelderland- Midden. ‘Dan moeten we dus ingrijpen. Dat is de kern van het verhaal’. Hij komt met praktijkvoorbeelden. ‘Enkele jaren geleden stak een jongen op het schoolplein iemand dood. Daar bleken tientallen signalen aan vooraf te zijn gegaan. We reageren altijd achteraf, van incident naar incident. Zo hebben we hier lopen leuren met een 11-jarig jongetje dat een gewapende overval had gepleegd. We hebben geprobeerd hem te slijten bij de hulpverlening, dat is niet gelukt. Of dat geval van die suïcidale moeder die zich langs de snelweg liep te prostitueren met een 2-jarig kind erbij. Volgens de Kinderbescherming waren er ‘onvoldoende kindsignalen’ om in te grijpen. Zoiets kan er bij mij niet in.’

 

Kinderziektes

 

ProKid is het antwoord, denken de Gelderse politiemensen. Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzochten in 2008 de werking van het systeem. Ze kwamen tot de conclusie dat de voorspellende waarde ten aanzien van recidive groot is.

 

Recidive is daarbij gedefinieerd als ‘hernieuwd contact met de politie’, hetzij als verdachte, hetzij als betrokkene of getuige. Van de 2.431 kinderen jonger dan 12 die in 2004 in aanraking kwamen met de politie, kregen er twee het etiket ‘rood’ omdat ze zelf werden verdacht van een zwaar delict. Eén op de vijf kinderen woonde in een gezin dat werd aangemerkt als rood.

 

Politieman Lex Hensen neemt plaats achter een pc en demonstreert de werking van de software. Hij tikt wat gegevens in. ‘Naam, toenaam… kleur!’ Op het scherm verschijnt een lijst van ‘rode’, ‘oranje’, ‘gele’ en ‘witte’ kinderen. ‘We kunnen een top-10 uitdraaien, of een leeftijdscategorie, of een bepaalde straat.’

 

In de bestanden van de politieregio Gelderland-Midden staan inmiddels 2.932 kinderen jonger dan 12 jaar. Van hen vallen er 2.140 in de categorie ‘wit’, 660 zijn geel, 109 oranje en 23 rood. Van de bijbehorende woonadressen zijn er 709 wit, 575 geel, 573 oranje en 1075 rood. Hensen: ‘Het gaat om die kinderen jonger dan 12 jaar. Als je wacht met ingrijpen tot ze ouder zijn, verspil je je geld aan de verkeerde groep.’

 

Mensenwerk

 

Het onderzoek van de Radboud Universiteit bracht wel enkele kinderziektes aan het licht. Zo hield het ProKidsysteem geen rekening met huisnummertoevoegingen, waardoor incidenten in een woning op de tweede verdieping gekoppeld konden worden aan een kind op de begane grond. Dat manco is inmiddels verholpen. Ook worden de gegevens uit het verleden van een bepaald woonadres nog meegeteld. Een roerige geschiedenis van vorige bewoners telt dus mee in het dossier van een kind dat ergens pas later komt wonen. De Nijmeegse onderzoekers deden dan ook de aanbeveling ProKid ‘GBA-proof’ te maken, volledig overeenkomend met de inschrijving bij de gemeente.

 

Maar dan nóg blijft het mensenwerk, vertelt Gert Rademaker, landelijk projectleider vroegtijdig ingrijpen van het Programma aanpak jeugdcriminaliteit van het ministerie van Veiligheid en Justitie. ‘Het begint er mee dat politieagenten op straat foutloos moeten registreren. Tijdens de pilots kwam in het systeem een kind van 11 jaar bovendrijven. Dat bleek bij nader inzien een hond te zijn die iemand had gebeten. In de politieregistratie was die opgenomen als “betrokkene” bij dat incident’, vertelt Rademaker op zijn werkkamer hoog boven de Haagse binnenstad.

 

‘Wat ProKid doet, is het ontwaren van een patroon rond een kind. Als het stelen van een Mars in verband wordt gebracht met de geschiedenis van broers, zussen en ouders, dan krijgt zo’n eenvoudig incident wellicht een andere betekenis. Het gaat om de optelsom van ogenschijnlijk lichte dingetjes, maar ook incidenten als kindermishandeling of huiselijk geweld geven met Prokid direct een signaal. Als je pas een zorgmelding doet naar de Jeugdzorg als een kind echt een misdrijf heeft gepleegd, dan ben je te laat. Er zijn niet zo veel twaalf-min crimineeltjes in Nederland, maar wij kijken met ProKid naar de fase daarvóór, als ze nog geen delicten hebben gepleegd. Zo’n instrument is er wereldwijd nog niet.’ Begin december zijn de pilots in de politiekorpsen Amsterdam-Amstelland, Hollands-Midden (Leiden), Gelderland- Midden (Arnhem) en Brabant Zuid-Oost (Eindhoven) afgerond. Over de resultaten kan Rademaker nog niet veel vertellen. ‘Maar de voorlopige uitkomst: het levert veel kinderen op. In 4 maanden zijn in die vier korpsen zo’n honderd kinderen met de combinatiekleur rood gevonden. Zo’n 60 procent van hen was nog niet bij de politie bekend als risicokind, als raddraaier, en 30 à 50 procent was nog niet bekend bij de Jeugdzorg. Met andere woorden: dit zijn de eyeopeners, de echte nieuwe gevallen.’

 

Agnes Derksen is projectleider bij Jeugdzorg Nederland voor de samenwerking met de politie. ‘Als je ProKid ziet als instrument om de signalering door politiemensen te verbeteren, dan kan het enorme winst opleveren. Máár: ProKid moet niet in plaats van de bestaande signaleringen door politiefunctionarissen komen’, zo waarschuwt ze. ‘Onze ervaring is dat politiemensen een heel goede neus hebben voor zaken die niet kloppen. We krijgen via hen momenteel zaken binnen waar de Jeugdzorg echt iets mee kan en moet. ProKid is veel grofmaziger, dat levert ook een heleboel meldingen op waar we niks mee kunnen’, zo legt ze uit.

 

Grofmaziger

 

‘Neem een vader die veel verkeersovertredingen maakt. Dat kan ProKid inkleuren. Wij als Jeugdzorg kunnen dan natuurlijk niet aanbellen van “goh, meneer, u rijdt vaak door rood, we komen eens even kijken hoe het met de kinderen gaat.” Je kunt niet zomaar op de stoep staan omdat zo’n systeem het betreffende adres ophoest. Dat is toch anders dan een politieagent die een melding doet nadat hij bij een gezin binnen is geweest.’

 

Het moet elkaar aanvullen, bepleit Derksen. ‘Een politieman weet soms meer dan wat hij registreert, ProKid kan hem ondersteunen.’ Het is uiteindelijk een ‘kosten-batenverhaal’, beseft ze. ‘Elk kind dat we in beeld krijgen en zo kunnen helpen, is de moeite waard. Maar we moeten waken voor een bureaucratisch apparaat dat onvoldoende oplevert.’ In juni zal het besluit vallen of ProKid landelijk wordt ingevoerd. Dat is nog geen gelopen race. ‘We gaan op grond van de pilots nu eerst uitzoeken wat precies de meerwaarde is van het systeem’, zegt Ieta Polman, landelijk programmamanager jeugd voor de politie. ‘Wat kost het, en wat moeten we met de meldingen van ProKid: één op één doorgeven aan de Jeugdzorg, of er als politie eerst nog een eigen weging op toepassen? En wat kan de Jeugdzorg vervolgens met zo’n melding? Het is nog te vroeg om te roepen dat dit het ei van Columbus is. We moeten eerst maar eens uitzoeken of het ook echt werkt. Het aantal extra meldingen naar Jeugdzorg in de pilots valt ons tegen. Anderzijds: elke rode melding is er eentje te veel natuurlijk.’ 

 


 

Prokid in praktijk

 

ProKid analyseert alle politiecontacten van kinderen tot 12 jaar als dader, getuige, aangever of betrokkene. Het systeem kijkt naar het type incident, de relatie tot dat incident, het aantal incidenten en de variatie ervan. Op basis daarvan wordt een kind ingedeeld in de categorie wit, geel, oranje of rood.

Wit: ‘geen risico-indicatie’; een kind is maximaal twee keer ingevoerd als betrokkene bij een ongeval, geweld tussen vader en moeder of winkeldiefstal door een vriendje. Komen er geen nieuwe meldingen bij, verdwijnt de minderjarige na 1 jaar weer uit het systeem

Geel: ‘mogelijk risico of overgangsfase’; een kind is één keer ingevoerd als verdachte, of als vermist. Of minimaal drie keer ingevoerd als betrokkene. Alle criminele carrières, zo is wetenschappelijk aangetoond, beginnen met het feit dat kinderen zich onttrekken aan de autoriteit van ouders en leerkrachten. Vermissing kan een eerste aanwijzing zijn.

Oranje: ‘probleemjeugd’; een kind is minimaal één keer verdacht van een zwaar delict als dierenmishandeling, brandstichting, zedendelict, openlijke geweldpleging, roofoverval/straatroof. Of meer dan één keer vermist, minimaal vijf keer ingevoerd voor verschillende incidenten, of als verdachte, of minimaal tien keer ingevoerd als betrokkene. Buitengewone impulsiviteit en agressief gedrag zijn erkende indicatoren van criminele carrières.

Rood: ‘criminele jeugd’; het kind in kwestie is meer dan één keer ingevoerd als verdachte van een misdrijf uit de categorie ‘zware incidenten’. 

 


Thuissitatie telt ook mee

 

Naast analyse van het kind telt Prokid ook factoren in de thuissituatie mee. Het hebben van criminele familieleden, het leven in een instabiele thuissituatie en het meemaken van huiselijk geweld gelden als belangrijke voorspellers van probleemgedrag. Ook de thuisadressen worden ingedeeld op kleur.

Wit: ‘geen risico’. Het adres is maximaal twee keer ingevoerd, de medebewoners zelf hooguit vijf keer, de som van beide is maximaal tien.

Geel: ‘mogelijk probleemgezin’; het adres is hooguit drie keer in beeld, de medebewoners meer dan vijf keer, de som is groter dan tien.

Oranje: ‘probleemgezin’; de som van alle vermeldingen is vijftien keer of meer.

Rood: ‘alarmadres/gezin’; de som van alle contacten is dertig of meer.

 

ProKid voegt vervolgens de kleurcategorieën van het kind en het gezin samen tot een ‘combinatiekleur’ wit, geel, oranje of rood, die de totale mate van risico aangeeft. De ‘kindvariabelen’ tellen daarbij zwaarder dan de ‘gezinsvariabelen’. Om die reden kan de combinatiekleur nooit lichter worden dan de ‘kindkleur’. De categorieën zijn opgesteld door Jacqueline Wientjes, hoofd bureau gedrag van de drie Gelderse politieregio’s, aan de hand van achttien indicatoren die probleemgedrag kunnen voorspellen. ‘De belangrijkste indicatoren zijn huiselijk geweld en kindermisbruik’, vertelt Wientjes. In de nieuwste versie van ProKid wordt hier daarom extra gewicht aan toegekend. Ook wordt bekeken of de etnische achtergrond van een gezin moet worden meegewogen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners