of 59345 LinkedIn

De ene grens is de andere niet

De 25 politiekorpsen gaan op in de Nationale Politie, maar de met de korpsen samenvallende veiligheidsregio’s blijven ongemoeid. Wat gaan de veiligheidsregio’s merken van de vorming van een nationaal politiekorps?

Minister Ivo Opstelten maakte vorige week de details bekend van de reorganisatie van de politie. De 25 politieregio’s gaan op in één landelijk korps. Dat korps wordt opgedeeld in tien eenheden (zie ook de kaart op pagina 33). De grenzen van die eenheden zullen hetzelfde zijn als die van de arrondissementen. De 25 veiligheidsregio’s blijven dezelfde omvang houden. Binnen een politie-eenheid zullen meerdere veiligheidsregio’s vallen. En nergens zal een veiligheidsregio in twee politieregio’s komen te liggen.

 

Voorzitter van het veiligheidsberaad, Thom de Graaf, ziet het vasthouden aan de grenzen als een pluspunt van de reorganisatie van de politie. ‘Het is winst dat die territoriale eenheid bewaard blijft.’ Daarmee houdt de lof van de burgemeester van Nijmegen en spreekbuis van de veiligheidsregio’s op. Hij maakt zich met Bernt Schneiders (Kennemerland) en Lieke Sievers (IJsselland) zorgen over de kans dat de politie ‘losgezongen wordt van de veiligheidszorg.’

 

In zijn ogen is de nieuwe opzet van de politie ‘wel erg van bovenaf’ opgezet. De minister van Veiligheid en Justitie (V en J) wordt de baas van de politie en er komt een landelijke korpschef. De burgemeesters houden wel het gezag over de politie, maar het beheer wordt vanuit ‘Den Haag’ geregeld. De Graaf begrijpt dat met de komst van een Nationale Politie de kans op een efficiënter en daadkrachtiger politie kan groeien.

 

Het Veiligheidsberaad heeft samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het genootschap van burgemeesters (NGB) bij Opstelten aan de bel getrokken. In een brief wordt de vrees uitgesproken dat door het opschalen van de politie de ‘vraagsturing’ vanuit de gemeenten in de verdrukking komt. ‘De politie kan alleen effectief optreden, wanneer regionaal wordt afgestemd waar hoeveel mensen en middelen moeten worden ingezet’, schrijven ze aan de minister.

 

Door deze ‘topdownbenadering’ zullen de lokale behoeften minder snel aan bod komen, zeker omdat de landelijk korpschef door zijn baas - de minister van V en J - zal worden afgerekend op de resultaten die in ‘Den Haag‘ zijn bepaald. De Graaf wijst op een signaal, dat zijn ongerustheid nog meer voedt. Op het departement van V en J komt een apart directoraat voor de politie.

 

De Geneeskundige Hulp GHOR en Brandweer worden bij een ander directoraat ondergebracht. Daarmee worden politie, brandweer en GHOR uit elkaar gehaald. ‘Dat zou ik onverstandig vinden. Zeker voor een ministerie dat nog weinig naam heeft gemaakt op bestuurlijk niveau.´

 

Opgelucht

 

Het is een hele opluchting dat de veiligheidsregio’s niet meegaan met de politie-reorganisatie, vindt ook burgemeester en korpsbeheerder Bernt Schneiders van Kennemerland. Hij is voorzitter van de burgemeestersclub NGB en in dezelfde functie geeft hij leiding aan het regionaal college in de Veiligheidsregio Kennemerland. Er wordt al wel 10 jaar gebouwd aan de Veiligheidsregio’s, maar pas sinds de invoering van de wet op 1 oktober is precies duidelijk wat er van de veiligheidsregio’s wordt verlangd. Schneiders:

 

‘In de veiligheidsregio’s zijn we bezig zaken op orde te brengen en er robuuste organisaties van te maken. Als je nu gaat morrelen aan de grenzen, komen weer allerlei discussies los. Dan gaat het bij ons weer over de vraag wie er gaat over Schiphol. Daar is na lang overleggen de Veiligheidsregio Kennemerland verantwoordelijk voor geworden en niet Amsterdam-Amstelland. Daar is onze organisatie nu helemaal op toegesneden. Als je weer aan dat soort discussies begint, maak je een organisatie gek.’

 

Samenwerken

 

De vreugde over het behoud van de grenzen, betekent niet dat sommige regio’s de wens houden om met andere samen te gaan. Amsterdam-Amstelland, Zaanstad-Waterland en Kennemerland hebben gekeken of ze geen fusie zouden kunnen aangaan. Schneiders: ‘We zijn bij elkaar gaan zitten omdat we alle drie een stuk van het Noordzeekanaal voor onze rekening nemen. Bij een calamiteit op of rond het kanaal, zijn al gauw twee of drie veiligheidsregio’s betrokken.’

 

Onderzoeksbureau Price Waterhouse en Coopers (PWC) stelde vast dat een fusie niet nodig was, maar dat een intensieve samenwerking tussen de regio’s wel beter zou zijn. Schneiders: ’Daaruit is het idee voor een IVC, een Interregionaal Veiligheidscentrum, gekomen. Vanuit zo’n centrum kunnen we gezamenlijke trainingen organiseren en bij een incident kennis en vaste teams delen. En natuurlijke zou het handig zijn als we daar één meldkamer voor onze regio’s zouden kunnen vestigen.’

 

Voorlopig gaat het plan voor een IVC niet door. Minister Opstelten heeft aangekondigd dat er voor politie, brandweer en alle andere hulpdiensten één landelijke meldkamer met drie aftakkingen in het land zullen komen. Nu hebben sommige veiligheidsregio’s er één, andere regio’s delen een meldkamer. Schneiders vraagt zich af of een landelijke meldkamer met drie aftakkingen in het land, niet een te grote stap is.

 

‘Kom je niet te ver van de lokale situatie af te staan, vraag ik me af. Als je op een meldkamer zit, moet toch een beetje weten waar wat zit, lijkt me.’ Op een conferentie deze maand over meldkamers werd geopperd dat tien meldkamers verspreid over Nederland, de ideale verdeling zou zijn. Laat dat nu net overeen komen met de nieuwe verdeling van de politiekorpsen over het land.

 

Het lijkt zo simpel, het aantal meldkamers verdelen volgens het nieuwe politiemodel. Maar dat is het niet, zegt Schneiders. Want in zo’n model wordt Kennemerland met Zaanstreek- Waterland en Noord-Holland-Noord één politie-eenheid. Datzelfde geldt voor Amsterdam-Amstelland en Gooien Vechtstreek. Wat nu als er iets op het Noordzeekanaal gebeurt en er is geen IVC-hoofdkwartier om de crisis te bezweren?

 

Schneiders: ‘Er speelt iets op de achtergrond, dat niet mee zou mogen spelen. Het verminderen van het aantal meldkamers is een bezuiniging. Ik vind het terugbrengen van 25 meldkamers naar tien al een heel aardige stap, maar dat is kennelijk nog niet genoeg.’

 

Financiering

 

Schneiders ziet het steeds meer als een plaag dat de politie en de Veiligheidsregio’s op een verschillende manier worden bekostigd. Gemeenten binnen de regio zijn verplicht bij te dragen aan de veiligheidsorganisatie. Schneiders moet als voorzitter van de Veiligheidsregio Kennemerland regelmatig met ‘de pet rond’ bij zijn collega’s.

 

In Kennemerland is mede door de aanwezigheid van Schiphol een grote slag gemaakt in het professioneler maken van de organisatie. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid heeft vastgesteld dat de Veiligheidsregio nu ruim voldoet aan de eisen: Kennemerland is in de beoordeling van rapportcijfer 5 naar 7 gegaan.

 

’Maar er zit een prijskaartje aan. Hier ligt een waarschuwing voor andere regio’s. Als je - gedwongen door de opgeschroefde eisen - op een hoger plan wilt komen, kost dat meer dan je denkt. Het regionaal college van burgemeesters in Kennemerland heeft nu besloten per inwoner 2 euro extra te betalen om het gat dat door de kwaliteitsverbetering is ontstaan, te dichten. Onze buurgemeenten vinden het moeilijk daar begrip voor op te brengen. Want wat de veiligheidsregio doet, is onzichtbaar. Je gaat er vanuit dat het er is en als er iets aan de hand is, besef je pas hoe nodig zo’n voorziening is. Het is vergelijkbaar met zoiets als de riolering.’

 

Veiligheid is een primaire taak van de overheid, stelt Schneiders. ‘Terecht. De burger mag er van uit gaan dat de organisatie er staat als de nood aan de man komt. Dat geldt voor de politie, maar net zo goed voor een veiligheidsregio. Daarom pleit ik er voor dat de veiligheidsregio’s net zo gefi - nancierd gaan worden als de politie.’

 

Nu lukt het nog om de gemeenten binnen de regio ervan te overtuigen dat een bijdrage omhoog gaat, denkt Schneiders. Maar het zal voor een kleine gemeente steeds moeilijker worden om tegen de bevolking te zeggen: door Schiphol, IJmond en tunnels is er een zwaarder veiligheidsrisico in de regio en daarom moet er meer geld komen.

 

‘Neem Uitgeest. Daar hadden ze een prachtige vrijwillige bandweer. Met hele lage kosten. Nu is Uitgeest heel loyaal meegegaan in de regionalisering, hebben ze geen eigen commandant meer, maar de inwonerbijdrage gaat omhoog. Daar vragen ze zich af: wat is dit voor een duur circus? Mijn advies is: Laten we ook voor de veiligheidsregio’s van verlengd bestuur overstappen naar functioneel bestuur. Dat de financiering net als bij de politie voortaan uit Den Haag komt.’

 

Regionaal college

 

In IJsselland is Lieke Sievers directievoorzitter van de Veiligheidsregio. Ze is ook brandweercommandant. Ze verwacht dat het regionaal college een belangrijke rol zal gaan spelen in het overleg tussen politie en hulpdiensten. Het zal wel moeten, denkt Sievers. ‘Dat is nog de enige plek waar de lokale vraagstukken over veiligheid naar voren kunnen komen.’

 

De Veiligheidsregio IJsselland zal met vier andere binnen een politie-eenheid gaan vallen. Wordt dat niet dringen om aandacht? Siegers: ‘Ik verwacht dat er een vaste politiechef komt die onze gesprekspartner wordt.’ Schuivers vindt de reden die minister Opstelten opgeeft om de veiligheidsregio’s met rust te laten, veel te ver gaan. Hij noemde de veiligheidsregio tijdens de begrotingsbehandeling van V en J in de Tweede Kamer ‘een kasplantje’.

 

Sievers: ‘Ik vind het niet terecht dat Opstelten ons zo ziet. De organisaties moeten ‘uitharden’, zou ik zeggen. Je ziet dat er enorme kwaliteitsslagen worden gemaakt. Zoals Kenmmerland de poldercrash heeft gedaan, petje af.’ De Veiligheidsregio’s moeten de kans krijgen flexibele organisaties te worden, meent Schuivers.

 

‘Het worden netwerkorganisaties. Dat is dé manier om beter te worden en snel in te spelen op nieuwe en onverwachte situaties. De Veiligheidsregio - brandweer en GHOR - zijn daar hard mee bezig. En wat gebeurt er met de politie? Die wordt hiërarchischer. Laat ik het zo zeggen: voor de crisis- en rampenbestrijding zie ik dat niet als een positieve ontwikkeling.’

 

 

 

'Groter wordt niet beter'

 

De vorming van een Nationale Politie zal op de rampenbestrijding en het optreden bij andere grote incidenten nauwelijks effect hebben, denkt hoogleraar Crisisbeheersing en Fysieke Veiligheid aan de VU, Ira Helsloot.

 

Als er één korps met tien decentrale eenheden komt, zal het overleg tussen bestuurders iets anders worden, verwacht Helsloot. ‘Er komt hooguit een districtchef nieuwe stijl in het bestuur van de veiligheidsregio overleggen, in plaats van de korpschef.’ Voor de levenreddende hulpverlening na een grote calamiteit heeft de samenstelling van het veiligheidsbestuur geen betekenis, is Helsloots ervaring. De burgemeester en andere bestuurders zijn in zijn ogen noodzakelijk als boegbeeld van het openbaar bestuur naar de bevolking toe.

 

De slotsom van Helsloot is dat over het algemeen genomen de huidige hulpverleningsdiensten naar behoren functioneren als het gaat om de kerntaak: het redden van de burgers bij rampen. ‘Laat de veiligheidsregio’s maar op deze schaal’, is zijn motto, daar is inmiddels iedereen aan gewend. ‘En met groter, wordt de rampenbestrijding zeker niet beter. Of de schaalvergroting bij de politie wel tot verbetering voor de politiezorg zal leiden, is afwachten.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners