of 59345 LinkedIn

Voorkom dure missers bij invoering Inburgeringswet

Heleen Stigter en Magdeleen Sturm Reageer

Vanaf 2021 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Deze wet moet veel van de huidige problemen met inburgering voorkomen. Uit eerder onderzoek bleek dat statushouders te maken te krijgen met een ‘bureaucratische wirwar’. Er moet zoveel gebeuren, dat niet iedere statushouder daar zelf regie op kan voeren.

De oplossing wordt in de nieuwe wet gevonden in gemeentelijke regie op de uitvoering. Het ministerie van SZW ondersteunt gemeenten bij deze veranderopgave, onder meer door het organiseren van een pilotprogramma. De eerste tranche hiervan staat tot eind mei open. Als de gemeente wil slagen in haar regierol, doet zij er verstandig aan om van de ervaringen uit de transformatie in het sociaal domein te leren. Wij illustreren dat met drie voorbeelden.

 

De essentie van effectief inburgeringsbeleid is dat partijen in de praktijk slim samenwerken. Voor een statushouder betekent dit bijvoorbeeld het combineren van het leren van de Nederlandse taal met werk of opleiding. Met de gemeente als inkoper en regiehouder op het inburgeringsproces is daar straks meer ruimte voor. Maar één ding staat als een paal boven water: regisseren blijkt niet eenvoudig. Het vraagt bijvoorbeeld om overzicht welke partners kunnen bijdragen aan de beoogde resultaten, wat hun belangen zijn en welke prikkels zij nodig hebben om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen. Een dure les uit de transformatie van het sociaal domein is dat de kosten gigantisch oplopen als die samenwerking niet goed gaat en partners langs elkaar heen werken. Dat zouden gemeenten bij de nieuwe Inburgeringswet straks moeten zien te voorkomen.

 

Een ander aspect van regievoeren is sturing geven aan inkoop en bekostiging. De nieuwe Inburgeringswet gaat uit van resultaatsturing. En laat dit nou net een onderwerp zijn waar veel gemeenten hun tanden op stukbijten. Resultaatfinanciering bijvoorbeeld kan leiden tot ander declaratiegedrag van aanbieders. Bovendien moet vooraf duidelijk zijn wat het resultaat precies inhoudt en is monitoring nodig om het doelbereik te volgen. De ervaring die gemeenten hiermee opdoen, is ook hard nodig voor de uitvoering van de Inburgeringswet. Vooralsnog hebben gemeenten namelijk weinig zicht op wat werkt als het gaat om inburgeren. Hoe begeleid je een statushouder duurzaam naar werk of een passende opleiding? Welke methode werkt het beste om nieuwkomers zich thuis te laten voelen in de buurt? Hoe kun je een statushouder die wil ondernemen het beste ondersteunen?

 

Tot slot noemen we het belang van onafhankelijke cliëntondersteuning. Juist statushouders kunnen meestal geen beroep doen op een sociaal netwerk, en procedures en instanties zijn voor hen onbekend. Dan is onafhankelijke cliëntondersteuning onontbeerlijk. De praktijk wijst echter uit dat alleen het beschikbaar stellen van clientondersteuning niet voldoende is. In het landelijke koploperproject wordt gewerkt aan verbetering van het aanbod, vindbaarheid en kwaliteit. De geleerde lessen vormen een waardevolle basis om de onafhankelijke cliëntondersteuning voor een nieuwe doelgroep direct goed in te richten.

 

Wij roepen gemeenten daarom op slim gebruik te maken van de kennis, ervaringen en inzichten die zijn opgedaan in het sociaal domein. Dat voorkomt dure missers.

 

Heleen Stigter en Magdeleen Sturm, adviseurs bij Lysias Advies

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.