of 59250 LinkedIn

Starre wethouder vergroot kloof naar burger

Richard Neerhof, 2 reacties

Af en toe zie je iets bestuursrechtelijk ontzettend misgaan, en dat levert verliezers op. Voor iedereen staat gelukkig de gang naar de rechter open, maar soms is het onbegrijpelijk dat die nodig is. 

Onderwerp van de meest recente bestuursrechtelijke dwaling die mijn aandacht trok, is het besluit van het gemeentebestuur van Amsterdam over het gebouw van het voormalige Amsterdamse verpleegtehuis Sint Jacob tegenover Artis. Dat wordt gedeeltelijk gesloopt en omgebouwd tot een gebouw met woningen, een aantal zorgplaatsen, commerciële ruimten en een ondergrondse parkeervoorziening.

Bewoners uit de omgeving zijn blij dat het leegstaande gebouw een nieuwe functie krijgt, maar balen van de manier waarop dat in de plannen van de projectontwikkelaar is vormgegeven. Ze doen er dan ook alles aan ze aangepast te krijgen. De inspraakmogelijkheden benutten ze ten volle.

 

Aanvankelijk krijgen de bewoners te horen dat de gemeente niet anders kan dan toestemming geven voor alles wat de ontwikkelaar vraagt. Voor zover het bouwplan binnen de eisen van het vigerende bestemmingsplan valt, klopt dat ook. Voor onderdelen van het plan die afwijking van het bestemmingsplan vereisen, zoals de plaats van de ingang van de parkeergarage, klopt het niet. Die is namelijk in strijd met het bestemmingsplan en daarvoor hoeft niet zonder meer toestemming te worden verleend.

 

Juist de gekozen locatie van de ingang van die parkeergarage was een hoofdbezwaar van vele omwonenden. Die locatie leidt namelijk tot autobewegingen op een straat met fietsende scholieren, studenten en spelende kinderen

 

Als gealarmeerde gemeenteraadsleden vervolgens aan de wethouder vragen of er nog iets aan te veranderen valt, is zijn antwoord “nee”. De wethouder houdt de gemeenteraadsleden voor dat over het plan dat voorligt alleen maar mag worden bezien òf het plan te realiseren is, of het “acceptabel” is. Hij voegt eraan toe: “Het is de taak van de wethouder ruimtelijke ordening om op de formele componenten toe te zien” en zegt dat anders beslissen tot planschade zou leiden.

Het is uitstekend dat de wethouder ruimtelijke ordening zichzelf positioneert als hoeder van de formele regels. Hij moet ze dan echter wel goed kennen en adequaat toepassen. Dat is hier niet het geval. Want zijn redenering gaat namelijk alleen op voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Als aan de criteria die de wet geeft is voldaan, is er geen keus: de vergunning móet worden verleend.

 

Maar als een ontwikkelaar iets vraagt dat strijdt met het bestemmingsplan, dan geldt een ander criterium. Logisch ook, want je vraagt juist om een afwijking van de zekerheid die het bestemmingsplan biedt. Dan is er volgens de wet meer beleidsruimte dan alleen de vraag of de afwijking “acceptabel” is. Sterker: de vraag wat ruimtelijk gezien het meest wenselijk is en welke aanpassing van het bestemmingsplan de kwaliteit van de leefomgeving het beste dient, is dan nadrukkelijk aan de orde. De wethouder slaat hier de plank mis.


Dit geval is naast een boeiende casus voor mijn studenten, een schoolvoorbeeld van hoe een bestuursrechtelijke dwaling onnodig de kloof vergroot tussen burger en politiek. Want wie moeten de bewoners nu geloven? De gemeenteraadsleden die gehoor wilden geven aan deze klacht van de bewoners? Of de wethouder?

 

Deze Amsterdamse casus roept ook verschillende andere vragen op. Is de opstelling van de wethouder bij deze casus de standaard in de hoofdstad of is dit een uitzondering? Zijn er andere casus in Amsterdam of daarbuiten waarin bewoners op basis van deze onjuiste redenering zijn afgescheept? En ‘last but not least’: hoe zorgen we ervoor dat voor bewoners duidelijk is of er ruimte is voor een lokale afweging? Met name het antwoord op deze laatste vraag gaat bepalen of het vertrouwen van burgers in de (lokale) overheid groeit of niet.

 

Richard Neerhof, hoogleraar Bestuursrecht  aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Nancy Wiltink (bewoner sixhavengebied, zelfbenoemd boswachter) op
U vraagt om andere casus waar bewoners het gevoel hebben dat er geen ruimte is voor lokale afweging. Ik geef u de casus Sixhavengebied, gebiedsontwikkeling. Van bovenaf is opgelegd - bij mijn weten zonder enige vorm van inspraak - in het kader van koers 2025 dat in dit relatief kleine gebied 500-1500 woningen gerealiseerd moeten worden. Dit gegeven ligt vervolgens als een bom onder de planvorming in een gebied dat óók is aangemerkt als 'groene scheg' en 'beschermd stadsgezicht'. Bewoners zoeken al een jaar de dialoog, maar de uitkomst is voorlasnog een plan waarin voor twee complexen sloop als optie is genoemd, woonboten worden aangemerkt als problematisch en druk wordt uitgeoefend om die weg te slepen, en een wethouder die een maand voor de verkiezingen zegt 'er is nog niets besloten, gebruik je inspreekrecht, ik maak me sterk voor terugkeer met behoud van huur als er eventueel gesloopt gaat worden.' Een nogal waardeloze belofte die helaas meteen wordt opgevat als 'ik beloof dat dit gaat gebeuren.' Maar hij is sluw genoeg om dit niet te zeggen.Vanuit bestuurscommissie noord is inmiddels expliciet gevraagd om co-creatie en zorg over beschermd stadsgezicht (dorps en open karakte van de buurt), toch houdt de wethouder vast aan 30.000 m2 als minimum bouwvolume, omdat bijna niemand zich realiseert hoeveel dat is, is er meer protest over eventuele sloop, dan over dit bouwvolume en wordt het mantra van de wethouder inmiddels overgenomen door mensen 'er moet bij het nieuwe metrostation natuurlijk wel gebouwd gaan worden.' Terwijl de feitelijke situatie omgekeerd is: de metro moet er komen omdat de veerponten het verkeer niet meer aankunnen en er al een hele strook hoogbouw gerealiseerd wordt aan de rand van Overhoeks. 'Niet wijken voor de rijken' is inmiddels de slogan waaronder de bewoners van de eventueel te slopen flats actie voeren. Actie, die met een betere afweging en daadwerkelijke participatie misschien niet eens nodig was geweest.De vraag hoe er drie afspraken in één gebied kunnen bestaan die elkaar lijken uit te sluiten is vooralsnog niet aan de orde en lijkt ook niet beantwoord te worden. Morgen wordt er door b&w een principenota vastgesteld die niemand van tevoren heeft kunnen inzien. We zijn benieuwd.
Door Annoniem op
Interessant detail is dat betreffende wethouder tot mei 2010 directeur was van bogt/osira/fontis tegenwoordig amstelring. Deze organisatie was eigenaar van het Sint Jacob tot verkoop aan de huidige initiatiefnemer Syntrus Achmea. Al sinds 2004 is deze organisatie actief bezig geweest met het verkoop klaar maken van het Sint Jacob voor herontwikkeling/nieuwbouw.

https://nl.linkedin.com/in/ericvanderburg