of 59130 LinkedIn

Dichte grenzen met China maakt nascheiding plastic nog aantrekkelijker

Raymond Gradus 2 reacties

Onlangs werd bekend dat China de grenzen sluit voor Europees plastic afval. Wat nu te doen met steeds grotere wordende plastic afvalberg? Afvalverwerkers willen dat een groter deel van het gescheiden plastic verbrand wordt, maar dit kan toch niet de bedoeling zijn.

Gedreven door het Van Afval Naar Grondstof (VANG)-beleid hebben Nederlandse gemeenten massaal ingezet op het vooraf inzamelen van plastic door burgers. Twee derde van de gemeenten zamelt tenminste een keer per maand plastic afval aan de voordeur in en de hoeveelheid restafval neemt zienderogen af. Gemeenten varen wel bij dit systeem. Zij krijgen per ton gescheiden plastic afval een aanzienlijke vergoeding van het Afvalfonds Verpakkingen. Deze vergoeding wordt door supermarkten betaald, die dat in de boodschappenprijs verrekenen. Voor heel Nederland loopt die vergoeding op naar ruim 120 miljoen euro. Voor deze gemeenten komt de VANG-doelstelling van 100 kilogram restafval per huishouden in 2020 steeds dichterbij.

 

In sommige gemeenten wordt een discussie gevoerd om de frequentie voor het ophalen te verhogen, ook omdat dit plastic afval vaak vervuild is en, zeker in de zomermaanden, gaat stinken. Doordat de kwaliteit van het door burgers gescheiden plastic dus laag is, werd volgens ervaringsgegevens in 2014 25% alsnog verbrand. Als China haar grenzen sluit, zal dit percentage verder gaan oplopen naar zeg 40% misschien zelfs wel 50%. Dit laatste is gebaseerd op het grote aantal schepen boordevol inferieur plastic, die de laatste jaren die kant opgingen.

 

Volgens gegevens uit 2014 zet daarentegen 13% van de gemeenten in op nascheiding van plastic afval en recent hebben een aantal grotere gemeenten aangegeven dit ook te willen. Machines halen met infraroodtechnieken het plastic afval uit het restafval en ook deze gemeenten krijgen een vergoeding. Zoals blijkt uit de vorig jaar gemaakte afspraken tussen Amsterdam en het Afvalfonds, kan door nascheiding de vergoeding fors naar beneden.

 

Dit heeft twee oorzaken. Doordat machines de ‘goede’ soorten plastic eruit halen, gaat de kwaliteit van het te recyclen plastic omhoog. En juist van deze soorten plastic is de opbrengst navenant hoger. Bovendien hoeven niet eerst de ‘slechte’ soorten plastic gescheiden te worden om vervolgens toch verbrand te worden. Dus we besparen ook aanzienlijk op transport- en ophaalkosten. Doordat we de CO2 uitstoot die samenhangt met het vervoer van plastic afval overal ter wereld voortaan besparen, is de milieuopbrengst hoger.

 

Maar willen burgers dan geen plastic scheiden? Ondersteund door foto’s van plastic soep in de oceaan pleiten milieuorganisaties daarvoor. In deze redenering wordt echter een aantal dingen door elkaar gehaald. Het is uiteraard van groot belang dat plastic afval niet in de omgeving terecht komt maar dit heeft niets van doen met bron- of nascheiding. Maar is het voor de bewustwording niet wenselijk dat burgers zelf plastic scheiden? Om die reden wil Amsterdam naast nascheiding ook fors investeren in het scheiden van plastics door burgers. Dit combineren van zowel bron- en nascheiding is nog onverstandiger. Immers, deze gemeenten zadelen burgers op met dubbele kosten, maar het gaat ook niet werken.

 

Gaan (milieubewuste) burgers plastic afval scheiden als ze weten dat machines dat beter en tegen lagere milieukosten doen? We mogen aannemen van niet. Ook vind ik dat we burgers niet moeten overvragen. Laten zij zich richten op het scheiden van papier en glas, dat er wel toe doet, in plaats van ze te vermoeien met bijvoorbeeld een app voor het scheiden van plastic in de wetenschap dat machines dat beter kunnen. Kortom, hoe je ook het wendt of keert nascheiding van plastic afval is beter voor de burger, het milieu en de portemonnee en de dichte grenzen met China maken bronscheiding nog onaantrekkelijker.

 

Raymond Gradus is hoogleraar bestuur en economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Math Oehlen (Beleidsmedewerker afval) op
De heer Goorhuis wijst op de appels en peren. Maar als we er enkel appels van gaan maken dan wordt het maatschappelijke gelijk van de heer Gradus alleen nog maar meer onderbouwd. En die maatschappelijke insteek is het grote verschil met de operationele overwegingen die vaak leidend zijn in afvalland. Helaas haken volksvertegenwoordigers veelal af bij operationele zaken. Met een beperkt zicht op de maatschappelijke winst als gevolg. Kortom: krijgen burgers wel een goed maatschappelijk verhaal voorgeschoteld of gaat het om een verborgen operationele agenda. Om de brug te slaan ga ik in het volgende van operationeel naar maatschappelijk.
Gradus wijst op de riante inzamelvergoedingen. Die zijn € 756,- per uitgesorteerde ton kunststof verpakkingen. Omgerekend naar ingezamelde tonnen is dat (bij 20% vervuiling) pakweg € 600,- per ton. De sorteerder krijgt daar rond de € 200,- van voor transport, overslag en sorteren. Resteert € 400,- per ton voor de inzamelbedrijven. Dat is riant. Praktijkmensen weten dat dat gemiddeld voor rond de € 250,- moet kunnen. De inzamelvergoeding voor bronscheiding is dus minimaal € 150,- per ton, ofwel rond 40 procent hoger dan zou kunnen. Nascheiding start dus al met dat financiële voordeel.
Nu het veel belangrijkere maatschappelijke deel:
Tegen de achtergrond van de (te) hoge inzamelvergoeding draait het bij veel operationeel ingestelde afvalregisseurs om het inrichten van het bronscheidingssysteem op het scoren van zoveel mogelijk tonnen. Hoe meer tonnen hoe meer inkomsten, zeg maar meer overwinst. De hoge vergoedingen werken als perverse prikkel. De bijpassende afvalfilosofie wordt versimpeld tot enkel een kilodoel, de fameuse VANG-doelstellingen. Afvalreductie wordt gelijk gesteld aan maatschappelijke winst. En daar gaat het mank. Er is geen lineair verband tussen afvalreductie en maatschappelijke winst. CE en TNO toonden in hun (zwaar onderbelichte) “Milieueffectanalyse Raamakkoord Verpakkingen” (mei 2015, blz. 121, https://www.ce.nl/publicaties/1646/milieueffecta … ) aan dat de maatschappelijke waarde van al die gescheiden inzameling ligt rond de € 20 miljoen (besparing op CO2, fijnstof, grondstoffen enzovoort). Belangengroeperingen, alsook het kabinet haastten zich destijds luchtig en oppervlakkig te roepen “dat het rapport aantoont dat er milieuwinst is”. Alsof men opgelucht was. In het licht evenwel, van de rond de € 150 miljoen kosten die we als maatschappij aan het systeem maken, mag iedereen dat net zo goed kwalificeren als een “bijzonder teleurstellend resultaat”. Sterker nog. Mag er op gewezen worden dat wat maatschappelijke ondoelmatigheid is, vanuit het perspectief van operationeel ingestelden juist een businessmodel kan zijn. Dat bekt alleen niet. Dus we verpakken het in een ogenschijnlijk maatschappelijk onverdacht verhaal. En dat zijn de VANG-doelstellingen geworden die de show volledig stalen van de latent kritische, snoeiharde maar taaie feiten uit het zojuist genoemde rapport van CE en TNO. Koud kunstje. VANG is gemakkelijk, voor iedereen te begrijpen en vooral afleidend van de kernvraag wat we met al die bronscheiding opschieten. Reductie van restafval en afvalscheiding wordt daarmee doel op zich. Telkens wordt een nieuwe publicitaire tegenslag (CO2-winst blijkt beperkt, aardolieschaarste als reden voor plasticrecycling blijkt niet te kloppen enzovoort) ferm tegemoet getreden met “de markt moet nog gemaakt worden”. Nu weer die Chinezen. Terecht vraagt dat om een fundamentele bezinning zoals Gradus aanreikt. In Nederland zijn we hard op weg naar het duitse model waar we, jaren geleden volgens sommigen die de publieke zaak hoog in het vaandel hadden, nooit naar toe zouden moeten gaan. Is de daar aan de orde zijnde verkoop van de moeder aller afvalfondsen Gruner Punkt aan een particuliere inzamelaar ook onze toekomst? Is het systeem van de producentenverantwoordelijkheid daar zo profijtelijk ingericht dat dat vraagt om definitieve bekrachtiging door een ijzersterk huwelijk tussen inzamelaar en het fonds dat de afdrachten door verpakkers toucheert? De burger betaalt wel en is oneindig bereid met afval te slepen. Aan de professionals bij de overheid de taak om dat een maatschappelijk integer verhaal te laten blijven. Waarbij het uitsluitend draait om maatschappelijke doelmatigheid. Dat vergt, nu we toch volop in transitie zijn, om een trendbreuk. Het is al heel vreemd als alleen het Afvalfonds stuurt op zo laag mogelijke maatschappelijke kosten door de nascheiding te omarmen ten detrimente van de bronscheidingsindustrie. De maatschappelijke winst van al die scheiding is te beperkt om de burger aan de bron al het werk te laten doen. Per slot heeft hij krachtens artikel 10.21 van de Wet Milieubeheer er nog altijd recht op ontzorgd te worden. Dat blijft de eerste taak van gemeenten. Het verhuren als onderaannemer voor de producentverantwoordelijke is niet zijn wettelijke corebusiness. Gelet op de zeer omvangrijke investeringen in bronscheidingsinfrastructuur, aangewakkerd door de VANG-doelstellingen in combinatie met riante vergoedingen, is het niet vreemd dat de producentverantwoordelijke naar goedkopere en burgervriendelijkere en markt”adaptievere” methoden zoekt. Zoals nascheiding. Gemeenten die menen een eigen krachtig maatschappelijk verhaal te hebben kunnen daarmee altijd hun afvalstoffenheffing onderbouwen. Dat is de spiegel die voorgehouden wordt. Niets tegen een normaal niveau van bronscheiding. Maar een restafvalreductie van 150kg naar 100kg per hoofd, laat staan daar onder, heeft gelet op het afnemend grensnut een aanmerkelijk minder effect dan van 250kg naar 200kg, terwijl de financiële en andere inspanningen alleen maar toenemen. Het zou helemaal niet erg zijn als bij de argumentatie daar voor door beslissers zelf scherper aan de wind gevaren zal moeten worden. Ook financiëel. Dat brengt de vraag naar de maatschappelijke doelmatigheid alleen maar centraler in beeld.
Door Maarten Goorhuis op
De heer Gradus haalt hier helaas weer een paar dingen door elkaar. In de eerste plaats wordt het in Nederland door burgers gescheiden plastic in Nederland gerecycled. De recycling hiervan wordt dan ook ook helemaal niet niet geraakt door de Chinese import-stop.

Verder ziet de heer Gradus over het hoofd dat de vergoedingen die bedrijven als het AEB hebben afgesproken met het Afvalfonds (en waarvan de precieze hoogte overigens niet bekend is) alleen gaan over de sortering van het afval. De vergoedingen die gemeenten ontvangen bij bronscheiding omvatten ook de kosten van de inzameling. Dit is een significant deel van het totale kostenplaatje. Of je nu inzamelt via bron- of nascheiding, het materiaal moet wel worden opgehaald en getransporteerd. Door de kosten van deze deals te vergelijken met de kosten van bronscheiding worden dus appels en peren vergeleken.