of 59147 LinkedIn

Kerkelijk logboek om ozb-vrijstelling te bepalen

Bert Luijendijk 1 reactie

Nu, aan het eind van het jaar, zijn in alle gemeenten de belasting- en tariefvoorstellen en de belastingverordeningen voor het jaar 2018 vastgesteld. Begin volgend jaar kunnen bedrijven en particulieren een aanslag voor het betalen van de OZB tegemoet zien. De hoogte wordt bepaald naar de waarde van het onroerend goed. De Gemeentewet kent echter ook een aantal uitzonderingen waarover geen onroerend zaak belasting (ozb) wordt geheven.

Onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard genieten, zo is vastgelegd in de Wet WOZ, vrijstelling van ozb. Met uitzondering van delen die dienen als woning. Dit vastgoed valt onder de ‘kerkenvrijstelling’. Voorwaarde om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen is dat 70 procent van de activiteiten in het kerkgebouw openbare erediensten zijn.  

 

Deze 70 procentnorm blijkt volgens de laatste jurisprudentie een ‘harde’ norm te zijn. Zo heeft de Hoge Raad in haar uitspraak van 12 augustus 2016 geoordeeld dat geen ‘kerkenvrijstelling’ mag worden toegepast voor bij een kerkgebouw gelegen gebouw zonder openbare eredienst. Het betreffende gebouw wordt tijdens de in het kerkgebouw gehouden eredienst gebruikt als crèche. Tevens wordt het gebouw ondermeer gebruikt voor zondagsschool, jeugdclubs, catechisaties, bijeenkomsten voor Bijbelstudie en een mannenkring. De Rechtbank Rotterdam had eerder al op 25 november 2015, bepaald dat deze activiteiten niet als een openbare eredienst dan wel als een openbare bezinningsbijeenkomst van levensbeschouwelijke aard kunnen worden aangemerkt. En de Hoge Raad onderschreef dit oordeel in 2016. Voor dit nevengebouw werd niet voldaan aan de 70 procentnorm en geldt niet de vrijstelling voor ozb.

 

In het licht en de geest van deze uitspraak kun je je afvragen of een kerk waaraan nevenruimten gebouwd zijn in zijn geheel onder de vrijstelling van ozb moet vallen. Deze nevenruimten worden, evenals in bovenstaand zaak, immers ook voor andere doeleinden dan een openbare eredienst of openbare bezinningsbijeenkomst gebruikt. In deze nevenruimten vinden in hoofdzaak andere activiteiten plaats. Het komt ook veelvuldig voor dat kerken, om de kerkelijke begroting op orde te krijgen, deze nevenruimten commercieel exploiteren en aan derden verhuren. Indien er sprake is van dergelijke nevenactiviteiten met een structureel karakter is het gerechtvaardigd om ozb te heffen, zeker voor de m2 die hiervoor in dit deel van het gebouw worden gebruikt. Immers, naast de instandhouding van het onroerend goed staat dan het genereren van extra inkomsten uit verhuur centraal.

 

Om een goed oordeel over het gebruik te kunnen verkrijgen adviseert het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) aan kerken om een logboek bij te houden van de activiteiten die worden gehouden in de gebouwen die hun eigendom zijn, om op deze wijze de 70 procentnorm te kunnen onderbouwen. Een gemeente zou om de ontvangst van dergelijke logboeken kunnen verzoeken.

 

Het zou tenslotte zonde zijn als een burgerlijke gemeente mogelijk te innen belastinggeld bij een kerkelijke gemeente laat liggen om ten goede te laten komen aan alle inwoners van de gemeente en met voor hen een gunstig effect op de hoogte van het te heffen ozb-tarief.

 

Bert Luijendijk, gemeenteraadslid Stem van Krimpen, Krimpen aan den IJssel

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Alex (Beheerder O R) op
Heel eenvoudig op te lossen dus door geen uitzonderingen te maken voor religieuze gebouwen. Iedereen moet zn eigen hobby’s betalen, dus kerken, synagoges, moskeeën etc ook.
Men kan de gebouwen ook gelijkschakelen aan verenigingsgebouwen.