of 59281 LinkedIn

Overgangsrecht Wabo: cöordinatieregeling bouwen en milieu

Reageer

 

ABRvS 26 juni 2013 ECLI:NL:RVS:2013:1
Deze uitspraak ziet op handhavingsbesluiten die voor de inwerkingtreding van de Wabo waren genomen. Van belang is te weten welke vergunning geldt voor een inrichting.  Daarbij worstelt het bevoegde gezag nog wel eens met de uitleg die aan artikel 1.2a, tweede lid, van de Invoeringswet Wabo moet worden gegeven.

Ingevolge artikel 1.2a, tweede lid, van de Invoeringswet Wabo wordt een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, die vóór 1 oktober 2010 onherroepelijk is, maar in verband met het bepaalde in artikel 20.8 van de Wet milieubeheer nog niet in werking getreden is, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Wabo. Als gevolg van het tweede lid, treedt in gevallen, als bedoeld in het eerste lid, de betrokken omgevingsvergunning niet eerder in werking, dan nadat voor de betrokken bouwactiviteit vergunning is verleend.
 

Uit artikel 20.8 van de Wm volgt dat, indien een milieuvergunning betrekking heeft op het oprichten van een inrichting dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet en voor een gedeelte van de inrichting nog geen bouwvergunning is verleend, de vergunning in het geheel niet in werking treedt (vgl. uitspraken ABRS van 30 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP4646 en 5 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB0364). In dat geval blijft - ook indien die milieuvergunning onherroepelijk is geworden - de onderliggende vergunning voor een inrichting gelden (vgl. uitspraak ABRS van 18 oktober 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ0320).

 

Er bestaat volgens de Afdeling geen aanleiding om ten aanzien van artikel 1.2a, tweede lid, van de Invoeringswet Wabo anders te oordelen. Een maand eerder had de Afdeling in de uitspraak van 22 mei 2013 in gelijke zin geoordeeld (zaaknr. 201200553/1/A4).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.