of 59162 LinkedIn

Lieve Declercq (CEO SPIE): ‘Smart city is een bittere noodzaak’

Lieve Declercq (CEO SPIE): ‘Smart city is een bittere noodzaak’. De nieuwe technologie biedt aan Nederland een uitgelezen kans om toonaangevend te worden op het gebied van smart technologie
Ziut 1 reactie

Lieve Declercq (51), de nieuwe CEO van SPIE Nederland, heeft grote verwachtingen van ‘smart city’. Volgens haar biedt de nieuwe technologie aan Nederland een uitgelezen kans om toonaangevend te worden op het gebied van smart technologie.  ‘Smart city is een stad die zich met behulp van digitale middelen gezond ontwikkelt, waarin je prettig leeft en waarin de informatie uit de infrastructuur bijdraagt aan een prettig leefklimaat..’

Hoe verandert ‘smart’ de wereld? Lieve Declercq benadrukt dat ze geen expert op het onderwerp is, maar een uitgesproken visie heeft ze duidelijk wel. ‘In de toekomst woont bijna iedereen in steden. Driekwart van de wereldbevolking zal in de stad gaan wonen. De thema’s van die steden zijn: voeding, schone lucht, water, mobiliteit en logistiek. Daar komen de klimaat verandering en de vergrijzing nog bij. De druk op de stad wordt dus alleen maar groter. En voor Nederland geldt: ons land ligt ook nog eens in een delta, wat ook een uitdaging vormt. Als je de stad leefbaar wilt houden, dan moeten we nieuwe oplossingen vinden.’

  

‘Je wilt niet in een stad wonen als Delhi, met zijn grote verschillen tussen arm en rijk, vuile lucht, de oneerlijke verdeling van voedsel. Het verkeer staat er vaak muurvast. Bovendien wil je een veilige leefomgeving en daar kan een smart city ook bij helpen. Smart city is in mijn ogen dus bittere noodzaak, omdat je anders onleefbare steden gaat krijgen, met enorme sociale en ecologische problematiek.’ Maar het is ook een grote kans, benadrukt ze. ‘We hebben in Nederland een aantal topsectoren op het gebied van innovatie en onderzoek. Daarbij doet dit land van oudsher relatief veel aan burgerparticipatie. We zijn een klein land en economisch gezond. In een stad als Delhi praat je over tien miljoen mensen, in Amsterdam over een kleine miljoen. We hebben dus een uitstekende laboratoriumschaal voor heel veel vergelijkbare steden. Die kleine schaal maakt het makkelijker.’

 

Koploperspositie

Nederland is bij uitstek het land dat bij het vinden van die oplossingen een koploperspositie in kan innemen, vindt Lieve Declercq. ‘We hebben van oudsher een verbindende samenleving. Denk aan de zogeheten cocreatie, waarbij overheid, wetenschap en bedrijfsleven vaak goed met elkaar samenwerken. Cocreatie hoort echt bij dit land. De smart city is een stad die zich met behulp van digitale middelen gezond ontwikkelt, waar in je prettig leeft en waarbij de informatie die komt uit de infrastructuur helpt. Die informatie kan helpen om de mobiliteit, de publieke diensten en dergelijke met elkaar te verbinden. Als we de fysieke infrastructuur kunnen koppelen aan de digitale structuur, kunnen we de hele infrastructuur op een slimmere manier inrichten. Er is dan ook een meer integrale benadering van zo’n smart city nodig, waarbij de publiek sector en het bedrijfsleven samenwerken. Ik zie daarin ook kansen voor de wetenschap.’

 

           ‘Genoeg gemeenten experimenteren met smart city, maar wanneer maken ze de volgende stap?’

 

Declercq denkt dat er nog wel nieuwe stappen gezet moeten worden. ’Steden kunnen hun smart city beleid verder opschalen. Dat vergt lef. Tegelijk behoeft de techniek nog doorontwikkeling. De communicatienetwerken van het ‘Internet Of Things’ zijn al goed op peil dankzij LoRa, Sigfox en worden de komende periode zeker met 5G verstrekt . Tegelijk is de vraag of de algoritmes alle communicatie al aankunnen. De vraag is dan wanneer een wethouder de stap van experimenten naar grootschalige implementatie durft te maken die over diverse afdelingen heengaat. Als een gemeente ‘de stad van de toekomst’ wil zijn is de vraag: wanneer begint die toekomst dan?’

 

Clash rondom privacywetgeving

Lieve Declercq pleit bovendien voor een tijdige betrokkenheid van burgers bij smart city. ‘Het is belangrijk dat in Nederland experimenteerruimte ontstaat en dat steden zich nog meer gaan opstellen als proeftuinen, waarbij je vrijheid krijgt op het gebied van wet- en regelgeving. Veel data raken aan de privacywetgeving, maar als op de noemer van privacy niets meer mag, komen er weinig experimenten van de grond. Nu is smart city vooral iets, waarover je in de krant leest. In de nieuwe Omgevingswet krijgt burgerparticipatie meer ruimte. Ik hoop dat er daarvoor playgrounds worden gemaakt waarin overheid en burgers samen iets ontwikkelen. Zijn sensoren nu iets dat opstandige burgers in beeld brengt of is het voor burgers ook een kans om hun wijk mee te beschermen?’

 

De privacywetgeving vormt daarbij nog een grote uitdaging, verwacht Declercq. ‘Ik denk dat we daar een enorme clash gaan beleven. De visie op smart city kan nog wel botsen met grote hoeveelheden persoonlijke informatie die vergaard worden. Mensen zijn dan altijd te volgen en dat kan ook gevaarlijke informatie opleveren. Op papier zijn de visies uitgewerkt, maar de praktijk is best ingewikkeld.’

 

Alle ingrediënten in huis

Nederlanders kijken vaak vooruit: ze voelen zich ook verantwoordelijk voor volgende generaties, denkt Lieve Declercq. ‘In Nederland putten we de aarde misschien toch wat minder uit, dan in andere landen. Kijk naar het hergebruik van afval of naar de energietransitie. Nederland kent bijvoorbeeld de zogenaamde Green Deals en Fieldlabs, om groene groei te stimuleren en te realiseren. Zo zijn er hier veel ingrediënten aanwezig om ervoor te zorgen dat een slimme stad echt gaat werken. Daarbij hebben we ook nog de handelingscapaciteit om het te doen. We hebben relatief weinig bureaucratie, geen corruptie, burgers die goed opgeleid zijn en een grote middenklasse. Burgers in grote steden overal ter wereld zullen zeggen dat ze geen slechte lucht meer willen inademen, geen giftig water drinken, geen geluidsoverlast accepteren, en dus kwaliteit van leven opeisen. En ook Nederlandse burgers eisen die rechten op, tegenwoordig zelfs via rechtszaken over schone lucht. Dat is een heel goed voorbeeld, want burgers winnen die procedures ook nog eens.’

 

‘Naast smart city is er dus ook een wettelijk kader nodig. Nu zie je al dat steden zich ontwikkelen richting autovrije binnensteden. Als het verkeer in de binnenstad vaststaat en je krijgt die info op een scherm in de auto, dan kun je ook buiten de stad parkeren, mits je flexibel en snel openbaar vervoer hebt. Ik vermoed dat verkeer in de stad het grootste aandeel in de luchtvervuiling heeft, zolang er nog auto’s op fossiele brandstof rijden. Dan is de grote vraag: hoe rij je slim?’

 

Tijd voor schaalvergroting

Zo  kan ‘smart’ voorkomen dat de mobiliteit onnodig wordt verstoord, schetst Declercq. ‘De enige manier om in de ondergrond te werken is nu om de straat open te leggen. Dat geldt voor onderhoud aan gas, voor kabels, voor water. In de smart city kan je straks veel beter voorspellen wanneer het onderhoud moet gebeuren, vergelijkbaar met het voorspellen van lekkages bij bijvoorbeeld waterleidingen. Dan kun je ook veel beter repareren op een moment dat de stad daar minder last van heeft, bijvoorbeeld ’s nachts.’

 

           ‘Als een gemeente ‘de stad van de toekomst’ wil zijn is de vraag: wanneer begint die toekomst dan?’

 

‘Als er een alarm gaat in een tunnel kan dat de hele stad blokkeren. Hetzelfde gebeurt met een ongeluk, dan wordt de weg afgezet en komt er politie. Die inspecteert alles en meet alles op, vervolgens worden de auto’s aan de kant geschoven en kan het verkeer weer rijden. Met slimme technologie laat je een drone overvliegen die alles filmt en opmeet, waardoor iedereen na tien minuten weer kan rijden. SPIE heeft als een van de weinige ondernemingen een drone-vergunning. Daarbij hebben we 3D-scan apparatuur, waarmee we de hele infrastructuur nauwkeurig in beeld kunnen brengen.’

 

‘Wij krijgen al veel opdrachten rondom smart city. SPIE heeft veel kennis op het gebied van bereikbaarheid, luchtkwaliteit, licht, kortom op het gebied van leefbaarheid. Bij SPIE hebben we nu al een afdeling Smart city omdat we op terreinen als mobiliteit, infrastructuur, milieu, energie, veiligheid, in staat zijn om projecten aan te bieden. Daardoor kunnen we als integrator de verbindende factor zijn tussen alle innovaties. Zo kunnen bewoners tussen de metingen tot en met de applicaties en acties in de stad, in de smart cities blijven wonen, werken en recreëren.’

 

 

 

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Theo UITTENBOGAARD op
"Lieve Declercq benadrukt dat ze geen expert op het onderwerp is", nou dat blijkt. Ze produceert alinea na alinea, oeverloze bolle praat en verplaatsing van lucht. Ze draagt niets bij aan het onderwerp, geeft geen enkel voorbeeld, geen enkel perspectief en benoemt geen enkel nadeel. Weinig hoop voor SPIE