of 59281 LinkedIn

Gevolgen aanpassing regeling omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor lopende procedures

Reageer
 

ABRvS 26 juni 2013 ECLI:NL:RVS:2013:28

In deze uitspraak beoordeelde de Afdeling een vergunning op grond van artikel 8.1 Wm voor het veranderen van een inrichting met agrarische activiteiten. Het bevoegd gezag stelde zich op het standpunt dat appellanten geen belang meer hadden bij de beoordeling van hun beroep wegens per 1 januari 2013 in werking getreden wetswijzigingen.

Per 1 januari 2013 is de regeling inzake de omgevingsvergunning beperkte milieu toets (‘obm’) aangepast. Zie het Besluit van 14 september 2012 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (agrarische activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, Stb. 2012, 441). Agrarische activiteiten zijn toegevoegd aan artikel 2.2a van het Bor. Voor deze agrarische activiteiten is voortaan een omgevingsvergunning nodig op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo.
 

Artikel 5.13b van het Bor bevat de weigeringsgronden van deze vergunning. In het onderhavige geval deden zich geen van de weigeringsgronden voor. Op grond van artikel 5.13a van het Bor mogen aan een dergelijke vergunning geen voorschriften worden verbonden. Dat betekende volgens het bevoegd gezag, dat de voorschriften aan de verleende vergunning vervallen, zodra deze onherroepelijk wordt. Het college stelde daarom met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2012 (zaaknr. 201011900/1/A4) dat appellant (niet zijnde de vergunninghouder) geen belang meer had bij een beoordeling van het door hem ingestelde beroep.

 

De Afdeling volgt deze stelling niet. De Afdeling verwijst naar artikel X, tweede lid van het Besluit van 14 september 2012, waaruit kan worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd dat onder de daarin vermelde omstandigheden op een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo het voorheen geldende recht van toepassing is. De Afdeling is van oordeel dat een redelijke toepassing van dit artikel meebrengt dat het daarin bepaalde ook geldt voor vergunningen krachtens de Wet milieubeheer. Op grond van artikel 1.2, derde lid, van de Invoeringswet Wabo wordt de bij het bestreden besluit verleende vergunning, op het moment dat deze onherroepelijk is, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo. Op grond van artikel X, derde lid, van het Besluit van 14 september 2012, worden de voorschriften van deze vergunning overeenkomstig artikel 6.1, eerste of vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedurende drie jaar resp. zes maanden aangemerkt als maatwerkvoorschriften. Om die reden had appellant nog belang bij de beoordeling van zijn beroep tegen de veranderingsvergunning.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.