of 59345 LinkedIn

Van stopwatch naar schakel

Rotterdam en de zorgverzekeraars Achmea en VGZ tekenden een overeenkomst die moet leiden tot verbetering van de gezondheid van Rotterdammers en het terugdringen van zorgkosten.

Gemeenten en zorgverzekeraars worden de belangrijkste financiers van de zorg. Vooruitlopend op de overheveling van veel AWBZ-taken zoeken ze elkaar  op. Met resultaat, zoals in Rotterdam en Utrecht. ‘Zonder interventie waren de kosten 7,5 ton hoger.’

De Rotterdamse verpleegkundige Reyhan Akgül komt over de vloer bij een vrouw van middelbare leeftijd die diabetes niet onder controle krijgt. Op verzoek van de huisarts. ‘Ik kwam binnen om haar suiker te stabiliseren. Maar toen ik haar had geobserveerd, bleek er meer achter haar gezondheidsklachten te zitten. Ze heeft een agressieve zoon, die bij haar in huis woont. Zijn gedrags­problemen waren een duidelijke stressfactor, die haar gezondheid  negatief beïnvloedde. De zoon was al in behandeling bij de GGZ, dus daar kon ik niet veel aan bijdragen. Wel heb ik deze dame naar een workshop gekregen waar ze leerde anders met zorgen om te gaan.’ 

Wijkverpleegkundigen mogen de diagnose depressie niet stellen, benadrukt Akgül, ‘maar ik ben ervan overtuigd dat mensen zonder dergelijke interventies eerder afglijden naar depressiviteit, veel ernstiger en kostbaarder dus.’

Akgül is een zogenoemde ‘zichtbare schakel’: een wijkverpleegkundige die als ogen en oren fungeert. Zichtbare schakel-projecten zijn er in diverse steden, in haar geval in de Rotterdamse buurten Hillesluis en Bloemhof in het stadsdeel Feijenoord. Verarmde wijken, met veel nationaliteiten en niet altijd optimale woonomstandigheden.

‘De bewoners komen veelal uit lagere sociale klassen, de zelfredzaamheid is niet erg groot en het opleidingsniveau laag’, weet Akgül. Haar klanten zijn zeer kwetsbare mensen met een lage kwaliteit van leven. ‘Vaak beseffen ze dat niet eens’, zegt Akgül. ‘Wat voor jou en mij onacceptabel zou zijn, is voor hen gewoon.’ Vaak zijn ze veelgebruikers van zorg, soms ook vallen ze geheel buiten het zicht van de reguliere zorg- en hulpverlening. 

Veel vrijheid
Bij zichtbare schakels gaat het om preventieve, niet via het Centraal Indicatieorgaan Zorg toegewezen zorg, geen zorg dus ‘met de stopwatch in de hand’. De professionals krijgen juist relatief veel vrijheid om naar oplossingen te zoeken, bijvoorkeur samen met de cliënt die, als het goed is, met ondersteuning of na verloop van tijd zelf de draad weer oppakt. In Rotterdam hebben ongeveer vijftig wijkverpleegkundigen de taak ‘zichtbare schakel’ te zijn (vaak naast hun taak als ‘gewone’ wijkverpleegkundige), om zorg op een zo laagdrempelig mogelijke manier binnen handbereik te brengen. 

Pas als dat niet meer lukt, wordt gespecialiseerde of intramurale (tehuis)zorg ingezet. De huisarts krijgt meer dan nu de rol van ‘poortwachter’, de wijkverpleegkundige levert de ondersteuning en is tevens antenne. Zij beperkt zich niet tot puur medische zaken, maar let ook op problemen die andere levensterreinen bestrijken, zoals schulden, vereenzaming, een ongezonde levensstijl, verslaving of huiselijk geweld. 

‘Mensen die zelf de weg naar de hulpverlening vinden zijn onze doelgroep niet’, zegt Akgül. ‘Wij zijn er juist voor wijkbewoners die zorg mijden of niet weten hoe ze het moeten aanpakken. Zij zijn vaak onzichtbaar, daarom moeten wij zichtbaar zijn. Om met hen in contact te komen zoek ik sleutelfiguren in de wijk op, in de moskee of bij het wijkpastoraat, in buurthuizen, bij welzijns- en zelfzorgorganisaties. En ik heb veel contact met de huisartsen.’

Zeker voor bewoners in aandachtswijken levert de versnippering van professionele zorgaanbieders volgens Akgül problemen op. Mensen raken verstrikt in het web van aanbieders en regeltjes, ziet zij. ‘De wijkverpleegkundige komt als enige gemakkelijk regelmatig bij bewoners achter de voordeur. Ze komt vaak binnen op somatische klachten, want psychische klachten zijn in veel groepen echt een taboe. Als je eenmaal het vertrouwen hebt, kun je stukje bij beetje ook andere zaken aansnijden, van leefstijl tot het inschakelen van andere professionals.’

Pannenkoeken
Akgül eet wekelijks pannenkoeken in een wijkcentrum waar ouderen komen. ‘Daar zitten niet de mensen die primair mijn doelgroep zijn, want zij maken wel gebruik van de voorzieningen die er in de wijk zijn. Maar ik krijg vaak signalen van mijn tafel­genoten, over een kennis die al een paar dagen de gordijnen niet meer opendoet of een buurvrouw die regelmatig wordt geslagen door haar man. Indien nodig schakel ik de wijkagent in. Ik zorg er vooral voor dat ik bereikbaar ben. Of bel zomaar eens voor een praatje: lukt het huishouden u nog, doet u nog boodschappen, hebt u nog contact met uw kinderen?’

Rotterdam en de zorgverzekeraars Achmea en VGZ tekenden een overeenkomst die moet leiden tot verbetering van de gezondheid van Rotterdammers en het terugdringen van zorgkosten. De samenwerking met Achmea begint in de wijken Bloemhof/Hillesluis, Ommoord/Lage Land en Lombardijen. Er is veel aandacht voor aandoeningen als obesitas, diabetes en voor psychosociale problemen die, als het uit de hand loopt, ook gepaard gaan met fors medicijngebruik.

Na de zomer gaat het gezondheidsproject pas officieel van start, maar in de praktijk werken de partijen al samen. Bijvoorbeeld in de Vitaliteits­wijzer. Dat is een coachingsproject voor Rotterdammers die met ondersteuning van een consulent worden geholpen met hun dagbesteding, financiën, woonsituatie en gezondheid. Aan de hand van een eenvoudig vragenlijstje met een gezondheidscheck kunnen zij inschatten of begeleiding nuttig is. Ook met het project Zichtbare schakel hebben de gemeente en de verzekeraar samen ervaring opgedaan.

Gemeenten worden verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. De aanspraken worden beperkt, de dienstverlening wordt uitgekleed en voorbehouden aan gevallen waar ze het hardste nodig is. De aanspraken op huishoudelijke hulp worden vervangen door een maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen.

‘Door de zorg dichtbij te organiseren sluiten we aan op wat iemand zelf kan en wat de sociale omgeving kan betekenen’, vertelt de Rotterdamse wethouder van Werk, Inkomen en Zorg Marco Florijn. One size fits all is volgens hem geen oplossing. ‘De gezamenlijke aanpak op wijkniveau is heel waardevol, omdat iedere wijk z’n eigen specifieke problemen heeft. Daarom zijn populatiegebonden interventies nodig. Diabetes bijvoorbeeld speelt sterk in Bloemhof en de Afrikaanderwijk, terwijl in Ommoord relatief veel ouderenproblematiek voorkomt. We gaan wijkgericht werken en bundelen de financieringsstromen.’

Minder medicijngebruik
De samenwerking moet echt wat opleveren, stelt Florijn. ‘De kwaliteit van zorg dient te verbeteren en de kosten moeten beheersbaar worden. Als het goed is gaan we dat terugzien in minder medicijngebruik en minder beroep op zwaardere zorg.’ Florijn wil zorgverleners afremmen om de zwaardere en dus duurdere zorg in de aanbieding gooien; zij moeten aantoonbaar aan preventie doen en dan kan pas de stap naar zwaardere zorg gemaakt worden.

Marjolein Verstappen, vice-voorzitter van de divisie Zorg en Gezondheid van Achmea, noemt het ‘zeer logisch’ dat gemeenten en verzekeraars elkaar opzoeken aan de vooravond van de grote decentralisaties. ‘Hun burgers zijn onze verzekerden, onze klanten’, zegt Verstappen. ‘Onze vertrekpunten zijn wel anders, want onze klanten hebben récht op zorg, terwijl gemeenten een zorgplícht hebben. Het is dus niet zo dat we het geld in één grote pot gooien, maar we bundelen de krachten wel duidelijk.’

Zij is van mening dat ‘zorg niet op zichzelf staat’: ‘Zij hangt nauw samen met welzijn, participatie en werk. Als je er niet op tijd bij bent, worden mensen ziek van het verlies van hun baan, armoede, schulden of problemen met hun kinderen. Een verhoging van de kwaliteit van leven zal zich uiten in een verlaging van zorgkosten.’

Dat het werkt is volgens Verstappen al aangetoond. Bijvoorbeeld in het Utrechtse Overvecht, waar veel uitkeringsgerechtigden wonen. ‘Daar komen veel chronische aandoeningen voor, vaak onbegrepen lichamelijk klachten. Hoofdpijn, slecht slapen, een pijntje hier en een pijntje daar.’

De aanpak ‘Gezonde wijk Overvecht’, waarin ook zorgverzekeraars participeerden, heeft er volgens Verstappen toe geleid dat de zorgkosten in vier jaar met 4 procent daalden, dat wijkbewoners meer gingen bewegen en minder beroep deden op duurdere zorg. Tijdens het project daalde behalve de zorgconsumptie het aantal kinderen met overgewicht (vaak een voorbode van diabetes op latere leeftijd), terwijl in de rest van het land in dezelfde periode sprake was van een stijgende trend. Verstappen: ‘Als de interventies er niet waren geweest, waren de zorgkosten volgens een trendanalyse 750.000 euro hoger uitgevallen.’


Veranderingen in de zorg
Vanaf 2015 wordt de AWBZ ingrijpend hervormd. Alleen de zwaarste, langdurige zorg wordt dan nog vergoed uit de AWBZ. Lichtere vormen van AWBZ-zorg gaan naar gemeenten (WMO) of worden geregeld via de zorgverzekering. Minder complexe zorg moet ‘zorg dichtbij’ worden, in de eigen (sociale) omgeving. Gemeenten worden dus naast de zorgverzekeraars de belangrijkste financier in de zorg- en welzijnssector. Huishoudelijke hulp wordt alleen nog betaald voor mensen met een laag inkomen. Medische zorg, zoals verpleging en langdurige geestelijke gezondheidszorg, wordt geregeld in de zorgverzekering. De rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor de langdurige zorg aan ouderen en gehandicapten in instellingen. Die zorg blijft vergoed uit de AWBZ, wel met een hogere eigen bijdrage.


Geld langdurige zorg naar wijkverpleging
Vanaf 2015 gaat 250 miljoen extra naar de wijkverpleging. Daarvoor wordt geld ingezet dat bespaard wordt omdat minder gebruik gemaakt wordt van zware en langdurige zorg. Bureau BMC stelt op basis van onderzoek dat een wijkverpleegkundige per jaar bijna 18.000  euro aan zorgkosten bespaart door zorg die niet gebonden is aan CIZ-indicaties. Hiervan wordt 84 procent gerealiseerd door het voorkomen van dure zorg in ‘de tweede lijn’ (het ziekenhuis bijvoorbeeld). Per wijkverpleegkundige wordt jaarlijks bijna  18.000 euro bespaard aan zorg bij verschillende soorten instellingen. Per cliënt gaat het om 227 euro. Daarnaast realiseert de wijkverpleegkundige jaarlijks 1,89 gezonde levensjaren bij haar (of zijn) cliënten: een gezondheidswinst van bijna 38.000 euro. Gemiddeld neemt de kwaliteit van leven bij cliënten toe met 2,4 procent. De kosten en baten verschillen volgens BMC per type wijk, de doelgroep en de mate van sociale samenhang in een wijk.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners