of 59318 LinkedIn

Stad krijgt het voor de kiezen

Anti-stad willen ze het niet noemen, maar de voornemens van het kabinet-Rutte hebben wel flinke repercussies voor de grote steden, menen stadsbestuurders en wetenschappers. Al ontwaren sommigen tussen alle ‘fantasieloosheid’ en ‘geestdodendheid’ toch nog kleine zegeningen.

In haar oratie (2006) sprak Halleh Ghorashi over de culturalisering van Nederland: de neiging om culturele en etnische verschillen tot belangrijkste oorzaak van maatschappelijke problemen te benoemen. Wat haar betreft is die culturalisering met het aantreden van het kabinet-Rutte op haar hoogtepunt.

 

‘Het publieke denken is steeds conservatiever en culturalistischer geworden. Deze tendens krijgt met het kabinet-Rutte een formeel gezicht. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis is het politiek correct om cultuurverschillen te wijzen als oorzaak van problemen in de samenleving.’ Ghorashi is bijzonder hoogleraar Management van diversiteit en integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

Gaat haar analyse vooral de stad aan? Dat beaamt niemand. Wel dat de grote steden verhoudingsgewijs meer te verduren krijgen dan andere gemeenten. De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher verweet het kabinet twee weken geleden in de Volkskrant wel ‘anti-stad’ te zijn. ‘Dat was nogal heftig uitgedrukt, de werkelijkheid ligt genuanceerder’, zegt wethouder Andrée van Es.

 

Met werk, inkomen en participatie, diversiteit en integratie, inburgering en bestuurlijk stelsel bestiert zij in Amsterdam een portefeuille die, zo zegt ze zelf, ‘nogal impopulair is bij dit kabinet’. Maar dat er sprake zou zijn van rancune tegen het stadse, daar wil ze niet van horen. ‘We gaan daar niet over zeuren, we gaan aan de slag.’

 

Van Es’ Rotterdamse collega Jantine Kriens (financiën, bestuur & organisatie, volksgezondheid en maatschappelijke ondersteuning) denkt er net zo over. ‘Dat tal van maatregelen zwaarder neerslaan in de grote stad dan elders, is zeker. Maar ik ben vastberaden. We hebben de afgelopen jaren veel succes geboekt met een intensieve aanpak van maatschappelijke vraagstukken in onze stad. Ik laat niet gebeuren dat we daar nu mee moeten stoppen. Vooralsnog ga ik ervan uit dat we bewindslieden kunnen overtuigen van onze koers. Er zitten genoeg ministers in dit kabinet - neem onze oud-burgemeester - waarin ik vertrouwen heb.’

 

Dat was nogal heftig uitgedrukt, de werkelijkheid ligt genuanceerder’, Annemieke Roobeek (onder meer hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement aan de Nyenrode Business Universiteit) vindt het ‘een beetje demagogisch’ om het kabinet anti-stads te noemen. ‘Op de keper beschouwd is Nederland één grote stad, met hier en daar wat groen ertussen en met een paar economische trekpaarden in het hart.’

 

Culturele kaalslag

 

Dat het kabinet niet als anti-stad wordt gezien, neemt niet weg dat zorgen hier en daar omslaan in verontwaardiging. Roobeek verafschuwt vooral de ‘culturele kaalslag’. ‘Het belang van een divers cultuuraanbod is niet te overschatten. In de eerste plaats omdat de bevolking gemêleerd en heel nieuwsgierig is. Of het nu gaat om grassroots bandjes in obscure kelders, debatten in culturele centra of de opera - dat stad is er hongerig naar. Ook de overheid moet daar recht aan doen.

 

'In de tweede plaats voor het economisch vestigingsklimaat. We zijn een internationaal georiënteerd exportland, met een uiterst innovatieve dienstensector. Die gedijt alleen in een cultureel dynamische omgeving. De regering zet die omgeving nu uit ideologische motieven in een kwaad daglicht, door alles wat met cultuur te maken heeft de nek om te draaien. Het is domme symboolpolitiek. Begrotingstechnisch levert het weinig op, maar de schade in termen van economie en reputatie is enorm.’

 

Roobeek noemt het kabinet ‘anticultureel'. 'De stedelijke omgeving is veel diverser en multicultureler dan deze bewindspersonen denken. Ze lopen mijlen achter de feiten aan, doordat ze zelf in cultureel opzicht niet attached zijn.’ Volgens Roobeek heeft dit kabinet geen binding met de generatie X, geboren vanaf 1970, en de generatie Y, geboren vanaf 1985. ‘Terwijl juist X en Y op dit moment geweldige economische en culturele impulsen geven aan onze trekpaarden.’

 

Ook Van Es maakt zich zorgen over de stad als culturele bakermat. Belangrijker nog vindt ze de verscherping van de tweedeling. ‘Amsterdam telt 40 duizend bijstandsgerechtigden en die krijgen allemaal 100 euro per jaar minder. Als je daarnaast de wijkaanpak stopt en de inburgering afschaft, dan rijst toch het beeld op van een harde stad met ieder voor zich. Veel mensen, niet zelden met een migrantenachtergrond, trekken dat niet. Ik wil zo graag dat de volgende generatie migrantenkinderen de maatschappelijke en economische achterstand heeft ingelopen en ‘onbelast’ kan opgroeien. Dat lukt alleen als je hun ouders nu in staat stelt om mee te doen. Maar juist dat dreigt dit kabinet tegen te houden.’

 

Kriens is vooral verontrust over de agree to disagree afspraak tussen regeringspartijen en gedoogpartij. ‘Daar heb ik echt maagpijn van. Het gevolg is dat moslims telkens krijgen voorgehouden dat ze er eigenlijk niet bijhoren. Dat was in onze stad geleidelijk aan een gepasseerd station. Maar we gaan terug in de tijd. Als bestuur moeten we alles uit de kast halen om moslim-Rotterdammers ervan te blijven overtuigen dat iedereen die meedoet en iedereen die zich gedraagt meer dan welkom is om van deze stad iets moois te maken.’

 

Tegelijkertijd relativeert Kriens het effect van de pas aangetreden regeringsploeg. ‘Vergeet niet dat wij acht jaar geleden al meemaakten wat de andere steden nu voor het eerst overkomt. Met het aantreden van Leefbaar Rotterdam zat de schrik er bij het allochtone bevolkingsdeel goed in. Maar het zelfvertrouwen is daarna gegroeid, mede dankzij het gevoerde beleid. Er is hier tamelijk laconiek gereageerd op het aantreden van het kabinet Rutte.’

 

Paradox

 

Volgens Ghorashi ademt het regeerakkoord een paradox waarvan vooral de grote steden last krijgen. ‘Aan de ene kant staat het liberale principe van eigen verantwoordelijkheid hoog in het vaandel. Inburgeren en meedoen, dat is een kwestie van eigen inzet en motivatie. Daarom is diversiteitsbeleid ook niet meer nodig. Het is klassiek liberaal denken. Maar tegelijkertijd verraadt de toon dat met ‘eigen verantwoordelijkheid’ vooral ‘eigen schuld’ wordt bedoeld: als je er niet zo afwijkend had uitgezien of zo raar had gepraat, dan had je nu geen probleem gehad om aan werk te komen, om geaccepteerd te worden, om het verder te schoppen dan de achterstandswijk.

 

'Waar de overheid migranten zou moeten helpen met volwaardige deelname aan de samenleving, neemt ze afstand. Waar de overheid zich afzijdig zou moeten houden vanwege individuele vrijheden, bemoeit ze zich juist wel met migranten. Daarin vind ik het regeerakkoord tegenstrijdig en culturalistisch.’

 

Is er nog hoop? Ghorashi vindt het moeilijk. ‘Dit kabinet gaat echt te ver. Mijn hoop is gevestigd op het ontstaan van eigentijdse sociale bewegingen van kleine gemeenschappen in de stadswijken, die nieuwe wegen bewandelen rond bepaalde onderwerpen. Deze bewegingen moeten steun krijgen van stadsbesturen die een nieuwe visie op de lokale samenleving formuleren. Die visie zou wat mij betreft het omgekeerde moeten zijn van waar dit kabinet voor staat. De overheid is er in de eerste plaats om ruimte te geven aan diversiteit en bescherming te bieden aan kwetsbaren.’

 

Van Es ziet het minder somber. ‘De opgave waarvoor we staan is heftig, maar niet onoverkomelijk. Jammer dat niet alles meer kan, maar tegelijkertijd is het niet verkeerd om beleid kritisch door te lichten op de vraag of de overheid het allemaal moet financieren. De touwtjes worden nu stevig aangetrokken.

 

'Dat kan ook hele goeie, vernieuwende dingen in mensen naar boven brengen. Vanuit het beleid door beter samen te werken en creatiever te zijn. Vanuit de bevolking door elkaar op te zoeken en zelf dingen tot stand te brengen. De stad heeft een waanzinnige veerkracht. Die wordt nu aangesproken en dat kan tot hele mooie dingen leiden.’

 

Saaiheid

 

Kriens probeert hoop te putten uit de langere termijn. ‘Ik ben geboren en getogen in Rotterdam en werk er inmiddels meer dan dertig jaar. Als je ziet wat er in die periode tot stand is gebracht – in verbetering van de schoolresultaten, in de versterking van de economie en de arbeidsmarkt, in de fysieke opbouw van de stad – dan hebben we een enorme vooruitgang geboekt.

 

'Nu krijgen we te maken met een regering die ons allemaal op scherp zet, juist omdat ze geen perspectief formuleert op de toekomst. Dat moet dus van ons komen. We worden gedwongen om na te denken over de vraag hoe we willen samenleven, wat voor de stad belangrijk en ononderhandelbaar is. Daar heb ik wel vertrouwen in.’

 

Roobeek hoopt dat de ‘fantasieloosheid’ van Rutte en de zijnen mensen beweegt tot eigen initiatief. ‘Dit kabinet ontbeert elk vernieuwingselan. Het plaatst zichzelf bij aanvang al buiten de realiteit die zich in de grote stad voltrekt. Ik denk dat de saaiheid zo gaat vervelen dat mensen Den Haag Den Haag laten en wat anders gaan doen. Misschien krijgt de netwerkmaatschappij er een impuls door. Dat zou een mooie, spannende beweging zijn tegenover dit geestdodende kabinet.’

 

Reïntegratie: half budget

 

Amsterdam krijgt de komende jaren te maken met een halvering van het reïntegratiebudget. Wethouder Andrée van Es noemt het ‘een probleem dat we gaan oplossen’. ‘We gaan allerlei geldpotjes beter met elkaar verbinden, waardoor we effectiever kunnen werken. Daarnaast gaan we klanten meer aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid.

 

'Met werkgevers wil ik coalities smeden. Zij moeten inzien dat het verstandig is nu in mensen te investeren, ook als die misschien een beetje moeilijk zijn. Want straks zijn ze heel hard nodig. En tot slot ga ik streng beoordelen of het reïntegratiebudget daadwerkelijk gaat naar trajecten om mensen aan het werk te helpen. Dat was de afgelopen jaren niet altijd het geval. Mensen uit hun huis en hun isolement halen vind ik fantastisch, maar het leidt niet altijd naar werk en dus gaan we dat niet meer uit het reïntegratiebudget financieren.

 

‘Onrechtvaardig vind ik wel dat er geen geld meer is voor mensen met een WSW- of een Wajong-uitkering die onder begeleiding bij gewone bedrijven werken. Het gevolg is dat deze mensen, hoezeer ze ook naar hun volle vermogen werken, altijd minder dan het minimumloon zullen verdienen. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd.’

 

Zorg en welzijn: liefst proeftuin

 

Op het terrein van zorg en welzijn wil Rotterdam de status van proeftuin krijgen. Wethouder Jantine Kriens: ‘Het regeerakkoord is op veel punten nog niet goed uitgewerkt. Dat geldt ook voor het domein van zorg en welzijn. Ons doel is een bezuiniging realiseren en tegelijkertijd de kwaliteit en effectiviteit van ons beleid vergroten. Dat kan als we de ruimte krijgen om in een regelvrije proeftuin samen te werken met onze partners, vanuit een gemeenschappelijk budget en onder gemeentelijke regie.

 

'De middelen van de gemeente, de zorgverzekeraar en de Awbz kunnen we dan efficiënt en effectief inzetten. We hebben hier de afgelopen vier jaar al ervaring mee opgedaan bij het dak- en thuislozen beleid. En met groot succes. Ik ga ervan uit dat we dit kabinet kunnen overtuigen van onze ideeën.’

 

Inburgering: over nieuwe boeg

 

De G4 schrijven gezamenlijk een brief aan de Tweede Kamer om de gelden voor inburgering langzamer af te schaffen. Andrée van Es: ‘Het gaat echt te snel. Dat nieuwkomers hun eigen inburgeringscursus moeten betalen, okay. Maar we hebben daarnaast te maken met een grote groep oudkomers, die door de snelle afbouw ook niet meer in aanmerking komt. Dat is niet verstandig. Onze inzet is dus niet ‘behoud de inburgering’, maar geef oudkomers nog wel de kans.’

 

'Hoogleraar Halleh Ghorashi vindt de bezuiniging op inburgering zo gek nog niet. ‘Als je kijkt wat een inburgeringscursus kost en hoeveel ellende het geeft om iets op maat te leveren, dan vraag ik me af of we het niet over een geheel andere boeg moeten gooien. In de VS volgen mensen die de taal niet machtig zijn voor een klein bedrag een professionele cursus. Natuurlijk hoor je daar niemand klagen, want de financiële drempel is laag terwijl je je kansen in de Amerikaanse samenleving enorm vergroot. Waarom moet je hier duizenden euro’s voor zo’n cursus betalen? Volgens mij moet het beter, goedkoper en laagdrempeliger kunnen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Van onze partners