of 61043 LinkedIn

Jacht op verborgen schatten

Onvermeld vermogen in het buitenland blijft een probleem, maar dit onderzoeken ligt voor gemeenten vaak gevoelig omdat ze bang zijn te worden teruggefloten. Bijvoorbeeld vanwege discriminatie. Waar liggen de valk uilen en hoe zijn die te omzeilen? 

Onvermeld vermogen in het buitenland blijft een probleem, maar dit onderzoeken ligt voor gemeenten vaak gevoelig omdat ze bang zijn te worden teruggefloten. Bijvoorbeeld vanwege discriminatie. Waar liggen de valk uilen en hoe zijn die te omzeilen? 

Vermogens uitkerings gerechtigden in buitenland

Het kan zo simpel zijn als een anonieme tip over een ex-partner. Die heeft een huis in het buitenland, meldt dat in Nederland niet aan de gemeente, maar krijgt wel gewoon een uitkering. Een gemeente die hier lucht van krijgt en meer wil weten, kan onderzoek laten doen in het buitenland. Maar dat is geen gemakkelijk opgave.

In het buitenland, in de landen waar het vermogen zich zou bevinden, kan verontwaardigd worden gereageerd op onderzoek. En in het binnenland zijn enkele gemeenten teruggefloten door de rechter omdat zij zich bij onderzoeken uitsluitend richtten op bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit.

‘We hebben heel goed gekeken naar het discriminatievraagstuk’, zegt Jeffrey Schouten, sociaal rechercheur bij de gemeente Almere. De aanpak werd vervolgens aangepast en Schouten noemt die ‘pionierend’. ‘Mijn collega’s begonnen halverwege 2017 met het lezen van heel veel jurisprudentie over wat er allemaal fout is gegaan. Daar hebben we lering uit getrokken.’

‘Van onze 210 duizend inwoners hebben ongeveer 5300 een bijstandsuitkering. In dat klantenbestand zijn we gaan zoeken.’ Schouten, een man met een missie, spelt de naam van het programma dat ze hiervoor gebruiken met behulp van het NAVO-alfabet: Sierra Uniform India Tango Echo, vier, Whiskey India Zulu. Suite4Wiz. ‘We zochten op een aantal parameters, maar niet specifiek op één nationaliteit. Zo voorkom je dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) je terugfluit vanwege discriminatie.’

Deze aanpak is een van de redenen dat het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) de Almeerse aanpak prijst. ‘Houd rekening met alle facetten’, zegt specialist Intake Carolien de Brabander van het IBF. ‘Kom op basis van je populatie tot een bepaalde scope. Haal niet één specifieke populatie eruit, maar zoek op andere risicofactoren. Ik zou zelf vakantiegedrag doen.’

Vakantiegedrag
Precies dat deed Almere. Tot de parameters behoorden de leeftijd en het vakantiegedrag. ‘Als je in een of meerdere kalenderjaren 28 dagen of meer vakantie hebt ingediend en dan naar hetzelfde land op vakantie ging’, zegt Schouten. Er bleven 573 kandidaten over die voldeden aan dat risicoprofiel. Van hen koos Almere – vanwege de personele capaciteit – voor een behapbaar aantal van 75 klanten om diepgaander dossieronderzoek naar te doen en daarbij kende Almere wat leermomenten. ‘We hadden niet de informatiepositie die je zou verwachten en dat is een verbeterpunt. Al staat dat bij iedere gemeente op de politieke agenda.’

‘De uiteindelijke selectie bedroeg 27 bijstandsklanten, voor wie we de hulp van het IBF inschakelden.’ Het IBF, onderdeel van het UWV, deed dit soort onderzoek in de afgelopen jaren voor zo’n 190 gemeenten. In 2018 verrichte het IBF 865 onderzoeken, naar bijvoorbeeld verzwegen inkomsten uit het buitenland, of mensen die hier bijstand krijgen maar eigenlijk in het buitenland wonen. Maar verreweg het grootste deel – 448 – was naar verzwegen vermogen. In 2018 traceerde het IBF ruim 3,2 miljoen euro aan onvermeld vermogen (wat overigens niets zegt over hoeveel geld er onterecht uitgekeerd is). In 2017 was dat bijna 3,4 miljoen euro, maar in 2016 was het getraceerde vermogen 6,3 miljoen euro. Wat verklaart de grote daling? Blijkbaar was er een specifieke casus in 2016 waarin het IBF bijna 700.000 euro traceerde.

Maar er was in sommige landen ook sprake van ‘veranderende onderzoeksmogelijkheden’. Voor het onderzoek in het buitenland werk het IBF via ambassades in vier landen – Turkije, Marokko, Suriname en Spanje – waar Nederland sinds lange tijd een band mee heeft. Daar worden attachés ingezet. In de overige landen werken ze met zusterorganisaties en vertrouwenspersonen zoals lokale advocaten. In sommige landen verloopt dat goed. ‘Polen loopt heel erg goed’, zegt De Brabander. ‘Het is een van de onderzoekslanden die in opkomst is, daar krijgen we steeds meer verzoeken voor.’ In de afgelopen drie jaar verrichte het IBF daar respectievelijk 22, 13 en 42 onderzoeken. In 2018 traceerde het IBF in Polen 470.000 euro.

In andere landen loopt het moeilijker. ‘In een casus in Egypte zijn we bijvoorbeeld niet geheel in het gelijk gesteld door de CRvB. Het ging om een tip van een ex-partner en een onderzoeker ging in Egypte op zoek naar bewijs. Het kostte een jaar, maar de bewijsvoering was volgens de rechter onvoldoende. We zijn nu op zoek naar alternatieven.’ Maar de landen die zorgen voor de terugloop van het getraceerde vermogen zijn Marokko en Turkije. Met name Turkije komt vaak ter sprake in dit opzicht (hoewel ze bij het IBF graag benadrukken dat ze in veel meer landen onderzoek doen). Hier spelen voor gemeenten natuurlijk de CRvB-uitspraken over discriminatie. De aanpak van Almere, die stand hield bij de CRvB, lijkt hiervoor een werkbare oplossing.

Verzieken
Maar er is nog een bron van spanning. Er zijn particuliere onderzoeksbureaus die ook voor gemeenten in het buitenland aan de slag kunnen. Het IBF werkt via de officiële kanalen, maar particuliere bureaus hoeven zich daar niet aan te houden. ‘De attaché sociale zaken die vanuit de ambassade werkt, werkt volgens de afspraken die gemaakt zijn met bijvoorbeeld de directeur van het kadaster’, zegt De Brabander. ‘Zijn medewerkers geven aan wie zij zijn en voor wie zij werken en vragen alleen informatie op met een machtiging van de te onderzoeken persoon.’ Een particulier bureau schakelt een lokale advocaat in die direct naar het kadaster stapt. Dat kan tot verontwaardiging leiden. ‘Het is aan Turkse instanties moeilijk uit te leggen dat Nederlandse gemeenten autonoom zijn.’

‘Het IBF zegt vaak dat particuliere bureaus het verzieken’, zegt Jo Minkenberg, projectleider van Bureau Buitenland, een van de commerciële bureaus waar het IBF het over heeft. Bureau Buitenland richt zich uitsluitend op Turkije. Over de rechtmatigheid van gedane vermogensonderzoeken voor gemeenten verwijst Minkenberg naar vier uitspraken van de CRvB waarin werd geconcludeerd dat Nederlandse gemeenten in Turkije verkregen bewijs mochten gebruiken om bijstand in te trekken en terug te vorderen. ‘Het Nederlands recht is in casu beslissend!’ schrijft hij op de website.

Minkenberg claimt juist meer snelheid te bieden dan het IBF. De snelheid van het IBF is vaker punt van discussie. ‘Een aantal gemeenten zegt eigenlijk ontevreden te zijn over het IBF’, vertelde Groen- Links-Kamerlid Renkema in februari aan staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken, VVD), ‘omdat het allemaal veel te lang duurt’. Het IBF hoort dit vaker en verwijst als repliek naar de wapenfeiten: in de laatste vijf jaar onderzoek gedaan voor zo’n 190 gemeenten. En in 2018 zo’n 3,2 miljoen euro getraceerd in tal van landen.

‘Het IBF bestaat uit zes gedreven medewerkers die daadwerkelijk onderzoeken uitzetten, zonder lange lijnen’, zegt De Brabander. Maar, erkent ze, ‘de acquisitierol is zeker veel voor onze capaciteit.’ Ze is daarom blij met de komst van het samenwerkingsverband Onderzoek Vermogen Buitenland (OVB), waarin het IBF samenwerkt met onder andere de Sociale Verzekeringsbank en het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het moet gemeenten helpen ef fectief en efficiënt vermogensonderzoeken op te starten. ‘We hebben iemand nodig die met het IBF-vlaggetje zwaait.’

Politiek gevoelig
In hetzelfde Kamerdebat met Van Ark sprak DENK-Kamerlid Öztürk herhaaldelijk van ‘malafide’ onderzoeksbureaus, doelend op onder andere Bureau Buitenland, maar daar nam de staatssecretaris afstand van: ‘Zo er dus al sprake zou zijn van onderzoeksbureaus, zou ik zeker de term “malafide” niet in samenhang brengen met dossiers die bijvoorbeeld door de Centrale Raad van Beroep zijn behandeld.’

Toch merkt Minkenberg dat er verminderde interesse is. ‘Ik werd door een gemeente uitgenodigd om toe te lichten wat ik doe, maar dat werd totaal niet op prijs gesteld. Ik werd weggehoond.’ Volgens hem laten gemeenten veel kansen liggen. Minkenberg vermoedt dat dat is vanwege gebrek aan mankracht of vanwege politieke gevoeligheid. ‘Helaas wordt er niet zelden ten onrechte een beroep gedaan op schending van diplomatieke verhoudingen of internationale spanningen.’

Het IBF herkent dat beeld niet. ‘Onze ervaring is dat gemeenten wel degelijk aan de slag gaan met de bewijzen die we aandragen’, zegt De Brabander. De bewijzen uit Turkije en Marokko komen komende jaren hopelijk weer op het oude niveau: door een machtigingsprocedure krijgt het IBF weer medewerking in Turkije en met Marokko is een werkwijze voor vermogensonderzoek afgesproken. Gemeenten kunnen zelf wel onderdelen verbeteren, zegt Carolien de Brabander van het IBF. ‘Sommige gemeenten komen direct naar ons toe, maar als je eerst zelf het gesprek met de klant aangaat kun je al veel bereiken. En gemeenten kunnen stappen zetten door niet alleen op individuele meldingen af te gaan, maar door ook thematisch onderzoek te doen.’ Zoals in Almere. ‘Er lopen nog een aantal onderzoeken’, zegt Jeffrey Schouten, ‘maar we hebben op Curaçao een vermogen kunnen traceren van 243.000 euro. Er is ook een hoop bijvangst, bijvoorbeeld van mensen die elders verbleven dan hun eigen gemeente.’ In Iran en China kon het IBF geen onderzoek doen vanwege het politieke klimaat, vertelt Schouten.

De onderzoeken zijn tijdrovend en complex. Vindt Schouten ze financieel de moeite waard? ‘Ik denk dat je het breder moet trekken dan alleen het financiële. Een onderzoek als dit geeft ook het signaal dat fraude niet loont. Als je zegt, “we gaan dit niet onderzoeken”, dan kost het ook geld. Je mag van een overheidsinstantie verwachten dat het besteden van belastinggeld op de juiste wijze en secuur gebeurt.’

Het project krijgt eind dit jaar een vervolg en daarbij richt Schouten zich met zijn collega weer op de groep van 573 geselecteerde kandidaten. ‘Deze keer richten we ons per tranche telkens op één nationaliteit. Maar er is geen risico dat het CRvB ons terugfluit omdat we in de eerste fase diverse nationaliteiten hebben onderzocht.’ Ter afsluiting geeft Schouten nog een aantal tips. ‘Zorg dat je contact legt met ketenpartners, zoals waterbedrijven. Ga informatie vergaren over waar andere gemeenten tegenaan zijn gelopen. Maar als je als gemeente van plan bent om dit op te pakken, zorg dan dat je je verwachtingspatroon kan bijstellen.’


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners