of 58952 LinkedIn

Taken decentraliseren vraagt om kennis delen

Rien Fraanje Reageer

Het decentraal bestuur heeft sinds het begin van deze eeuw flink aan belang gewonnen. Het Rijk heeft in verschillende etappes tal van taken gedecentraliseerd naar provincies en vooral gemeenten met in 2015 als voorlopig kroonstuk de overheveling van onder meer de jeugdzorg en arbeidsparticipatie naar gemeenten. Komende jaren komen nieuwe opgaven op provincies en gemeenten af, dit keer vooral in het fysieke domein. De nieuwe Omgevingswet brengt het decentraal bestuur in positie om in nauw overleg met direct betrokkenen zoals bewoners belangrijke keuzes te maken over de inrichting van stad en ommeland. De doelen en voornemens die voortkomen uit het Klimaatakkoord zullen eveneens voor wat betreft de implementatie op het bord van gemeenten en provincies komen te liggen.

Of het nu gaat om de keuzes die het decentraal bestuur moet maken ten aanzien van het aanbod van zorgvoorzieningen voor hun inwoners of de beslissing welke wijken als eerste van het gas af gaan en wie daarvoor de rekening gaat betalen, het gaat steeds om ingrijpende en vergaande politieke beslissingen. Onze volksvertegenwoordigers in de Tweede en Eerste Kamer hebben besloten of gaan dat op sommige terreinen nog doen dat die moeilijke knopen moeten worden doorgehakt door hun collega’s op decentraal niveau.

 

Het zijn dus de decentrale politici die de afweging tussen strijdige belangen en visies moeten maken. Daarvoor moeten ze goed worden toegerust met de juiste informatie en kennis. Hier ontstaat wel een probleem. Daar waar de Staten-Generaal mede worden ondersteund door Hoge Colleges van Staat zoals de Rekenkamer, de Ombudsman en de Raad van State, de Planbureaus en tal van adviesorganen, blijven Raads- en Statenleden veelal verstoken van dergelijke hulptroepen. Onze formele kennisinfrastructuur is namelijk nationaal georganiseerd en georiënteerd.

 

Met de decentralisatie van taken is de urgentie om kennis te delen toegenomen. Wisselwerking en wederkerigheid zijn daarbij de sleutelwoorden. De nationale kennisinstellingen beschikken over kennis die voor decentrale overheden van groot belang is en andersom is in de regio's belangwekkende informatie beschikbaar is die de nationale kennisinstellingen en in het verlengde daarvan de Haagse beleidsmaker en beslissers heel goed kunnen gebruiken.

 

De Raad voor het Openbaar Bestuur concludeert in zijn Signalement ‘Kennis delen’ dat de inzet van meerdere partijen is vereist om de beoogde wisselwerking en wederkerigheid gestalte te geven. Planbureaus en adviescolleges moeten zich meer openstellen voor samenwerking met decentrale overheden. Verder is een belangrijke taak weggelegd voor de Rijksoverheid om bij de articulatie van onderzoeks- en kennisvragen ook decentrale overheden te betrekken. Bovendien meent de Raad dat provincies als een soort kennisintermediair een belangrijke rol kunnen vervullen om beschikbare kennis in hun regio's op de benodigde plekken te krijgen. Ten slotte moet de wettelijke opdracht van in ieder geval de Planbureaus en Adviescolleges nog eens kritisch tegen het licht worden gehouden om de mogelijkheid te creëren dat ook decentrale overheden of hun koepels op een of andere wijze de gelegenheid krijgen verzoeken voor onderzoek of advies te doen.


Rien Fraanje, secretaris-directeur van de Raad voor het Openbaar Bestuur

Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures

Dossier: coronavirus

Afbeelding

 

In dit dossier leest u alle artikelen van Binnenlands Bestuur over het coronavirus.