of 59250 LinkedIn

Raadslid heeft meer nodig dan waardering

Reageer

‘Hulde aan het raadslid. Hij zet zich in voor ons’, aldus Gijsbert van Es in het NRC van 26 januari jl. Maar meer respect is niet voldoende. Het lokaal openbaar bestuur is toe aan de volgende stap: een forse professionalisering. Daarmee worden raadsleden beter in staat gesteld hun complexe opdracht waar te maken.

De afgelopen jaren hebben gemeenten meer taken gekregen. Voor talloze vraagstukken zijn gemeenten (en niet het rijk) momenteel ‘eerste overheid’. Of het nu gaat om betaalbare en toegankelijke woningen, hulp voor kinderen, schulden en inkomen, overlast van buren of integratie van nieuwkomers; net als de inrichting van de openbare ruimte is dit allemaal gemeentelijk beleid geworden.

 

Als lid van het hoogste gemeentelijk bestuursorgaan staan raadsleden bijna wekelijks voor majeure beslissingen. Met nieuwe gedecentraliseerde taken en rekening houdend met ingewikkelde regionale samenwerkingsverbanden worden ze geacht als kundige bestuurders beslissingen te nemen, contact te houden met inwoners en zich voortdurend inhoudelijk en strategisch te oriënteren. En dat over een grote hoeveelheid aan thema’s.

 

Vreemd en ook niet uit te leggen is dat de positie van raadsleden met deze uitbreiding niet is meegegroeid. Ja, er zijn allerlei discussies over (lokale) democratische vernieuwing en ‘democratic challenges’, maar dat  krijgt vooral gezicht via (landelijke) festivals, programma’s en innovatieve ideeën om de democratie structureel anders in te richten. Maar waarom anders, als we het bestaande, de kern van onze democratie, namelijk de gekozen vertegenwoordiging dichtbij onze inwoners, zo verwaarlozen? Waarom iets nieuws, als we binnen het bestaande nog zoveel kunnen verbeteren?       

 

Wat nodig is, is meer professionalisering voor raadsleden om hun taak als eerste overheid waar te kunnen maken. Kamerleden kunnen een beroep doen op (betaalde) fractiemedewerkers, op een uitgebreid griffienetwerk en aparte dienst voor analyse en onderzoek. Raadsleden moeten, met beperkt of geen budget, hun eigen ondersteuning organiseren. Met als gevolg dat bij de meeste gemeenten de griffie nog dezelfde omvang heeft als tien jaar terug.

 

Om het raadswerk serieus te nemen, is niet zozeer een andere structuur nodig, maar vooral meer lokale ondersteuning (dit was ook de uitkomst van de ‘Democratie-Nabij-labs’, zie platformoverheid.nl). Raadsleden moeten een beroep kunnen doen op een team dat kennis en kunde heeft om dossiers uit te spitten, onderzoek en analyse te doen en hen te adviseren over complexe lokale en regionale vraagstukken. Dat zou bijdragen aan ontwikkeling en verdere professionalisering van het lokaal openbaar bestuur. En alleen zo ontstaat het door van Es terecht bepleite respect dat hoort bij het hoogste en voor inwoners meest nabije bestuursorgaan.

 

Tycho Jansen, griffier Reimerswaal

José van Egmond, burgemeester Reimerswaal

Verstuur dit artikel naar Google+