of 59345 LinkedIn

Gemeenten ontketenen oorlog tegen blowen

Sjors van Beek 1 reactie
Blowverboden winnen snel aan populariteit. Vele tientallen gemeenten blijken ze reeds te hanteren, in allerlei varianten en op zeer uiteenlopende gronden.

‘Overlast hadden we niet. Maar op een gegeven moment is het een hype om een blowverbod in te stellen, en dan denk je: iedereen doet het, waarom wij eigenlijk ook niet?’ Juriste Cornélie Hoogenraad van de gemeente Barneveld legt uit waarom ook in die plaats een blowverbod is ingesteld.

 

Coffeeshops zijn er niet, overlast van softdrugsgebruikende hangjongeren is er al evenmin, erkent de juriste. ‘Maar er waren signalen dat er drugskoeriertjes uit omliggende gemeenten rond scholen hingen. Toen heeft de politiek gevraagd om dit verbod. We hadden geen probleem, maar je wilt voorkomen dat je het krijgt, want dan ben je te laat’, aldus Hoogenraad. En dus is het in Barneveld verboden om softdrugs te gebruiken of voorhanden te hebben in door de burgemeester aangewezen gebieden, én in een straal van 500 meter rond scholen.

 

Effectief komt dat neer op een verbod voor de hele gemeente: ‘We hebben veel scholen, dus met dit verbod zit het hele dorp behoorlijk dicht’, erkent de gemeentelijke juriste.

 

Boete

 

‘De apv is ook een normenkader. Er gaat een duidelijk signaal van uit dat softdrugs niet voor gebruik op straat zijn. Dit voorkomt dat jongeren in aanraking komen met softdrugs en dat is een goede zaak’, zei het Barneveldse Christen- Unie-raadslid Tjitske Kuiper bij de invoering.

 

Of het verbod weleens is overtreden en beboet? Juriste Hoogenraad heeft in eerste instantie ‘geen fl auw idee’. Later meldt ze dat de plaatselijke BOA’s (bijzondere opsporingsambtenaren) nog nooit een bekeuring hebben uitgedeeld wegens overtreding van het verbod. Of de politie dat wel heeft gedaan, valt ‘op korte termijn niet te achterhalen, maar ik heb de indruk van niet’, meldt woordvoerster Suzanne van Dijk.

 

Barneveld is een mooi voorbeeld van hoe blowverboden in Nederland worden ingezet. Het door drugstoerisme geteisterde Venlo had in 2001 vermoedelijk de landelijke primeur. Invoering op het Mercatorplein in Amsterdam in 2006 trok vervolgens landelijk de aandacht.

 

Onderzoek

 

Maar Venlo en Amsterdam zijn bij lange na niet de enige gemeenten die het middel hanteren, ontdekte Danielle Chevalier, promovenda aan de Universiteit van Amsterdam. Van huis uit jurist en antropoloog verricht ze onderzoek naar regelgeving in de publieke ruimte. In dat kader schreef ze alle 441 gemeenten aan met de vraag of ze een blowverbod hanteren.

 

Van 289 gemeenten (66 procent) is nu bekend of ze een blowverbod hebben, van 152 gemeenten niet. Die laatste groep bestaat voor het overgrote deel uit kleinere plaatsen zonder coffeshop binnen de grenzen. De onderzoekster vond 81 gemeenten die een blowverbod hebben en dertien die een voorstel tot zo’n verbod op tafel hebben liggen.

 

Als ervan wordt uitgegaan dat gemeenten die niet gereageerd hebben ook geen blowverbod hebben, heeft minimaal één op de vijf gemeenten inmiddels wél zo’n verbod of bereidt het voor. Hoe groter de gemeente, hoe groter de kans op een blowverbod, blijkt uit de cijfers. En van de gemeenten met een verbod heeft meer dan de helft geen coffeeshop.

 

De blowverboden kunnen worden opgesplitst in twee categorieën: algemeen (voor de hele gemeente) en plaatsgebonden (voor een specifiek aangewezen gebied, straat of plein). De algemene verboden komen 48 keer voor, vooral in de kleinere gemeenten, en de plaatsgebonden verboden 33 keer. De meeste verboden zijn ingevoerd in 2008. ‘Het beeld is dat het blowverbod een tamelijk recent fenomeen is en dat de invoering ervan versneld aan het toenemen is’, concludeert onderzoekster Chevalier.

 

Vooral in de bible belt blijkt het middel populair. ‘Het lijkt hier vooral bedoeld om van overheidswege een norm te stellen, namelijk dat cannabisgebruik wordt afgekeurd’, oppert Chevalier.

 

Inkeer

 

Dat beeld wordt bevestigd in Neder-Betuwe, dat blowverboden kent op tal van plaatsen ‘omdat er gerechtvaardigde vrees bestaat voor aantasting van de openbare orde en veiligheid’, aldus de motivering op de website. ‘We hebben geen coffeeshops, maar bewoners klaagden dat jongeren bij elkaar zitten en een joint roken’, legt ambtenaar openbare orde en veiligheid Anna Sawade uit. ‘In sommige gevallen leidde dat tot overlast, plus blowen is heel slecht voor de gezondheid.’

 

Neder-Betuwe stuurt hulpverleners op die jongeren af, ‘we hopen hen tot inkeer te kunnen brengen zodat ze niet verder afglijden, het is een heel preventieve aanpak’, aldus Sawade. ‘Bekeuringen zijn er nog niet uitgedeeld en de politie loopt ook niet te pas en te onpas te kijken of jongeren ergens roken’. Onderzoekster Chevalier heeft de indruk dat de blowverboden vaak symbolisch zijn. ‘Want de vraag is natuurlijk ook: hoe handhaaf je zo’n verbod?

 

Utrecht vindt bijvoorbeeld dat er te veel juridische haken en ogen aan zitten en begint er niet aan. De stad ziet, net als Hoogezand-Sappemeer, voldoende andere instrumenten om (jongeren-)overlast in de openbare ruimte tegen te gaan.’ De Domstad bevindt zich overigens in goed gezelschap: elf van de 25 gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners hebben geen blowverbod.

 

QAT

 

De gemeenten die het middel wel hanteren, geven er op zeer uiteenlopende wijze invulling aan, zo blijkt uit de inventarisatie van Chevalier. De meeste gemeenten verwijzen in hun bepalingen naar lijst II van de Opiumwet, ofwel softdrugs.

 

Tilburg en Arnhem laten het college bepalen welke drugs of genotsmiddelen verboden zijn, zodat ook bijvoorbeeld qatkauwers kunnen worden aangepakt. Nijmegen heeft een blowverbod wel besproken, maar is er niet toe overgegaan. ‘Blowen beschouwt men als een normaal onderdeel van het straatbeeld en niet als overlastgevend’, zo is als reden opgegeven. Het nabijgelegen Grave heeft wel een blowverbod omdat ‘het college het zijn verantwoordelijkheid vindt om op te treden tegen de trend dat kinderen op jonge leeftijd in aanraking komen met alcohol- en drugsgebruik.’

 

Ook landelijk lopen de meningen uiteen hoe om te gaan met blowverboden, zo bleek eind 2005 al in de Tweede Kamer. Een motie om het roken van een joint in de openbare ruimte te verbieden, haalde een meerderheid: toenmalig minister van Justitie Donner stelde echter dat ‘bestrijding van overlast een primaire taak is voor het lokale bestuur’, dat ‘de apv ook het bij uitstek geschikte instrument is voor deze problematiek omdat het geheel kan worden toegesneden op de overlast zoals die zich in de desbetreffende gemeente voordoet’, terwijl een algemene strafbaarstelling van drugsgebruik in het openbaar ‘geen toegevoegde waarde zou hebben om overlastgevend drugsgebruik aan te pakken’.

 

Nuloptie

 

‘Intrigerend’, vindt Chevalier, ‘dat er nationaal geen normen zijn gesteld en dat dit lokaal wordt geregeld’. In Venlo, een van de founding fathers van het blowverbod, zijn de ervaringen sinds 2001 positief. De Noord-Limburgse gemeente staat niets toe, ‘we hanteren écht de nuloptie, iedereen die een joint rookt, wordt opgeschreven’, zegt politieman Gerrit Vervoort, leider van het straatteam ‘Hektor’ dat de overlast moet aanpakken. Hij schat dat er ettelijke honderden bekeuringen per jaar worden uitgeschreven, vooral aan Duitsers. ‘En ze zeggen allemaal: Ich habe es nicht gewusst, ich dachte dass es hier frei war.’

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+