of 59318 LinkedIn

'Gemeenten kunnen afdeling Transitie vast optuigen'

In het advies ‘Warm aanbevolen’ bindt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur de overheden op het hart om een eenduidig, positief verhaal over de energietransitie te vertellen. RLI-raadslid Niels Koeman: ‘we moeten niet al te zenuwachtig worden.’

In het advies ‘Warm aanbevolen’ bindt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur de overheden op het hart om een eenduidig, positief verhaal over de energietransitie te vertellen. RLI-raadslid Niels Koeman: ‘we moeten niet al te zenuwachtig worden.’

We moeten 800 woningen per dag verduurzamen. Het is nogal een opgave..

Dat horen we wel vaker. Maar wij maken de vergelijking wel eens met de jaren zestig. Na de ontdekking van de gasbel in Slochteren waren de Nederlandse huishoudens binnen enkele jaren over op het gas. Bij mijn moeder kwamen ze nog aan de deur om het een nieuw fornuis aan te bieden. We moeten nu eigenlijk weer hetzelfde doen: langs de deuren. De huizen in.

 

De introductie van gas bracht gemak en comfort. Is die boodschap nu niet heel anders?

Eigenlijk niet. De energietransitie brengt verbetering van de verwarming en verlaging van de kosten. En het is vooruitgang. Er is veel scepsis, maar daar kan je een goed verhaal tegenover zetten. Ik woon zelf sinds een paar jaar in een appartement dat wordt verwarmd door een warmte/koude-opslagsysteem. Het comfort is veel hoger dan met traditionele verwarming, veel stabieler en veel goedkoper. Het is echt high-tech warmte.

 

Hoe moet dat verhaal verteld worden?

De overheid moet het laten zien. Daarom zeggen wij dat overheden het initiatief moeten nemen om alle overheidsgebouwen al ver vóór 2050 energieneutraal te maken. Hetzelfde geldt voor corporatiewoningen. Dat zien we als een startmotor waarmee de verdere transitie meer vaart krijgt.


Wat is daar het praktische voordeel van?

Door al vroeg een grote slag te maken kan je het bedrijfsleven meetrekken. Dat brengt schaalvoordelen en een snellere ontwikkeling van nieuwe producten. En uiteindelijk goedkopere en betere oplossingen.


Maar werkt dat ook voor oude, ongeïsoleerde huizen?

Het kan in stappen. Als we alle niet-geïsoleerde huizen nou eerst eens isoleren, dan kunnen we de doelen die gesteld zijn voor 2030,  49 % CO2-reductie, al halen. En dan hebben we het nog niet over het gebruik van warmtenetten of warmtepompsystemen. Uiteindelijk moeten ook die moeilijke groep woningen aangepakt worden met ruimere financieringsmaatregelen en garantie dat die verduurzaming van de woning ook gefinancierd kan worden. Voor de overheden is dat een no-regretmaatregel: het levert altijd wat op.


U zegt dat gemeenten met de transitie moeten aanhaken bij andere initiatieven in de wijk. Hoe bedoelt u dat?

Voor veel bewoners is de energietransitie toch een ver-van-mijn-bedshow. Er zijn andere, meer acute problemen in de wijk. Overheden moeten zoeken naar wat mensen bezig houdt, en daarop inspelen. Dat verschilt natuurlijk per wijk. Maar als je toch een waterprobleem oplost door een nieuwe riolering aan te leggen, dan kan je net zo goed meteen met een aansluiting op het warmtenet aan de slag. De straat ligt toch open.

 

Maar hoe krijg je de moeilijke gevallen mee, de oude huizen met weinig vermogende eigenaars?

Daar zijn ook flankerende maatregelen voor nodig. In lastige situaties of bij schrijnende gevallen moet je dan denken aan subsidie. Dat zal niet gelden voor die monumentale villa in Aerdenhout, maar wel voor naoorlogse tussenwoningen in Winschoten bijvoorbeeld. En er moet niet worden uitgesloten dat een duurzaamheidsopgave uiteindelijk kan leiden tot sloop.


Hoe ziet u de rollen van de verschillende overheden?

Belangrijk is dat alle overheden hetzelfde verhaal vertellen en overeenstemming bereiken over de manier waarop ze de doelen willen bereiken. Het rijk moet de aanzet geven en samen met de regio’s inventariseren welke alternatieven voor het gas aanwezig zijn. Kan het met een warmtenet, een waterstofcentrale of kies je voor individuele, elektrische oplossingen. Dat verschilt per locatie. Uiteindelijk hebben de gemeenten de belangrijkste rol te spelen. Ik zou zeggen: Ga de afdeling transitie maar vast optuigen. Maak modellen voor een Warmteplan en praat vast met netbeheerders en andere spelers op de lokale en regionale energiemarkt. En uiteindelijk: ga langs de deur!

Verstuur dit artikel naar Google+