of 60715 LinkedIn

Verruim gemeentelijk belastinggebied

Harry van den Dool Reageer

Gemeenten worden voor het grootste deel gefinancierd door overdrachten van het rijk. Het lokale belastinggebied, de mogelijkheid voor die overheden om zelf inkomsten te genereren, is minimaal. Dit breekt het lokale bestuur op.

Weeffout in financiering lokaal bestuur

Nederland is, zo leert men ons, een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Tussen de overheden is er sprake van nevenschikking en niet van hiërarchie. Dit beeld verdient enige nuancering, met name ten aanzien van de financiering van die lokale overheden. Uit cijfers van de OESO blijkt dat de Nederlandse overheden tezamen 45,2 procent van ons bnp uitgeven, het rijk 30,2 en de lokalen 15 procent. Die overheden belasten 43,4 procent van ons bnp, het rijk 38,7 en de lokalen 4,6 procent. De uitgaven staan in de verhouding 2:1, de inkomsten in de verhouding 9:1.

De lokale overheden zijn grotendeels afhankelijk van de centrale overheid voor de financiering van hun uitgaven. Volgens het CBS krijgen de gemeenten voor 2019 30 miljard euro uit het gemeentefonds en sprokkelen ze 5,25 miljard aan eigen middelen bijeen. In Nederland wordt volgens de OESO dus 96,5 procent van de belastingen geheven door het rijk en slechts 3,5 procent door de lokalen. Die zijn voor hun financiering dan ook in (te) hoge mate afhankelijk van de centrale overheid. Dit heeft een aantal problematische gevolgen. De ‘mental accounting’ theorie leert ons dat gemeenten efficiënter omgaan met eigen middelen dan met overdrachten.

Ook heeft dit tot gevolg dat bij een verschuiving van taken de lokalen altijd kunnen beweren dat een uit een verschuiving ontstaan probleem niet alleen de zorg van de lokalen is, maar ook van het rijk. Het rijk zal dan de knip moeten trekken. De oplossing is eenvoudig: vergroting lokaal belastinggebied met een verlaging van de overdrachten van het rijk. Eigenlijk zou het beste zijn, het gemeentefonds geheel af te schaffen en de lokalen geheel op eigen middelen te laten draaien.

Ik hoor het woord artikel 12 vallen. In het kader van deze financieringsstructuur kan een (tijdelijke) onderlinge bijstandregeling worden getroffen, mogelijk in de vorm van een fonds of bijdragen. Een dergelijke structuur dwingt gemeenten (maar ook provincies) ertoe om gezamenlijk aan een oplossing te werken. Er kan dan onderling kennis worden uitgewisseld in ruil voor die bijstand zodat het ontstane probleem binnen een afzienbare termijn kan worden opgelost. Wil de desbetreffende gemeente daar niet aan, dan moeten de bestaande toezichtstructuren hun werk maar doen.

Buitengewoon zorgelijk is de schuldenpositie van de lokale overheden. De centrale overheid heeft volgens het CBS ongeveer 190 miljard aan eigen belastinginkomsten en ongeveer 380 miljard aan schuld, een verhouding van 1:2. De gemeenten hebben 6 miljard aan eigen belastinginkomsten en ongeveer 60 miljard aan schuld, een verhouding van 1:10.

Met de huidige lage rente zou het afbouwen van deze enorme schuldenpositie de hoogste prioriteit moeten krijgen. Mogelijk kan voormelde nieuwe financieringswijze met het fonds voor onderlinge bijstand dergelijke schuldexcessen in de toekomst voorkomen en leiden tot evenwichtiger financiering van lokale overheden.

Met deze financieringswijze zou een mate van budgettaire discipline onderling kunnen worden afgedwongen die nu geheel lijkt te ontbreken. Immers het rijk, lees de nationale belastingbetaler, vult de gaten uiteindelijk toch wel.

Harry van den Dool, zelfstandig adviseur lokale heffingen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.