of 60264 LinkedIn

Provincie moet (niet) besteden verantwoorden

Reageer

Nogal wat provincies hebben veel geld ontvangen, waarbij onduidelijk is of er bestedingsvoorstellen achter liggen en hoe het geld is besteed. Bij nietgebruik kunnen de miljoenen beter aan de samenleving worden teruggegeven.

Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg hebben bij uitstek geprofiteerd van het gunstige moment van de verkoop van de energiebedrijven en een forse som geld op de bankrekening ontvangen. Je hebt in Gelderland bijvoorbeeld twintig jaar nodig waarin geen motorrijtuigenbelasting wordt geheven om het hele eigen vermogen van de provincie op te maken.

In normale omstandigheden dient eigen geld als een buffer voor tegenvallers en zorgt eigen vermogen ook voor een lager renteniveau voor leningen. ‘Normaal’ is in het bedrijfsleven zoiets als 40 procent eigen vermogen, bij overheden kan dat wat lager zijn. In het geval van de genoemde vier provincies is duidelijk sprake van veel meer eigen vermogen dan voor een bufferfunctie nodig is. De vraag is nu of dat eigen vermogen zinnig is gebruikt of slechts als dood geld – in de vorm van kasgeld – op de bankrekening staat. Voor een goede analyse moeten we feitelijk onderzoek doen naar de opbouw van de bezittingen van de provincie.

De snelste benadering om die analyse te maken, is om de statistische gegevens van het CBS te gebruiken. Dan blijkt dat vanaf 2009 Overijssel en Limburg een afname van het totale kasgeld in de tijd laten zien: er is dus kennelijk concreet geld uitgegeven, maar veel ook nog niet. In Gelderland stijgt de hoeveelheid kasgeld gedurende de tijd nog en in Brabant is de hoeveelheid kasgeld min of meer stabiel. Bij Gelderland en Brabant is de beoordeling moeilijker: vooral in Brabant lijkt de beschikbare hoeveelheid geld nog te groeien.

De vier provincies hebben nog steeds gewoon veel geld achter de hand, waarbij niet duidelijk is of er bestedingsvoorstellen achter liggen. Daarmee lokken de provincies de discussies over de inzet van reserves zelf uit: als je niet transparant laat zien welk deel van het kasgeld dat uit de Essent/Nuongelden in de loop van de tijd is ingezet en wat de saldi nu zijn, dan krijg je het beeld van een organisatie die alleen maar geld oppot.

De middelen uit de verkoop van de energiebedrijven verdienen het te worden behandeld als een bijzondere vermogenscomponent: niet nodig voor de gewone bedrijfs - voering maar wel maatschappelijk kapitaal dat nuttig dient te worden ingezet. Dat geldt ook voor de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag – de 23 gemeenten die na een eventuele verkoop van Eneco extreem rijke overheidslichamen zijn. Kan de beheerder van de vermogenscomponent geen zinvol bestedingsdoel vinden, dan staat geen andere weg open dan geleidelijke afbouw van het vermogen door het op een of andere manier terug te geven aan de samenleving. Met de maatschappelijke opgaven die voor ons liggen en de kapitaalbehoefte die daar bij hoort, zou dat niet nodig moeten zijn.

Om het risico van de spreekwoordelijke greep in de kas door derden te voorkomen pleit ik voor een toelichtende paragraaf in de begroting en jaarrekening met als titel: ‘Integrale verantwoording Essent/Nuon-gelden 2009-202x’. Daarin staan dan niet alleen de gerealiseerde plannen genoemd, maar ook een concreet bestedingsplan voor de meerjarenperiode en een visie op de bestedingen in de periode daarna.

De basis kan worden gelegd in de introductieprogramma’s voor de nieuwe Statenleden, zodat die kunnen begrijpen waar die ingezette middelen zijn terug te vinden, welke plannen er nog in de pijplijn zitten en hoeveel vrije ruimte voor beleid er dan nog is.

Johan de Kruijf, eigenaar van het adviesbureau Voor Raad & Bestuur

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.