of 59821 LinkedIn

Omgevingswet zet stelsel van leges op zijn kop

Nico Nijveld Reageer

Door de geplande (maar nog niet zekere) invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2021 lopen gemeenten straks veel inkomsten uit leges mis. Dat kan verregaande gevolgen hebben voor de begroting van 2021. 

De onduidelijkheid over de inwerkingtreding van de Omgevingswet stelt gemeenten voor dilemma’s. De Omgevingswet bundelt 26 wetten en honderden andere regelingen voor onder meer ruimtelijke ordening, infrastructuur, milieu en water. De inwerkingtreding is gepland voor 1 januari 2021, maar is afhankelijk gesteld van het tijdig gereedkomen van een volledig werkende basisversie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Minister van Veldhoven heeft laten weten uiterlijk 1 juli 2020 te besluiten over het wel of niet inwerkingtreden van de Omgevingswet op 1 januari 2021.

 

De Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de heffing van de leges voor omgevingsvergunningen. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. Dit betreft bouwwerken die vallen in gevolgklasse 1, zoals eengezinswoningen, bedrijfspanden met maximaal twee bouwlagen en verbouwingen.

 

Voor gemeenten vervallen kosten omdat deze werkzaamheden dan niet meer door gemeenten worden uitgevoerd. In de berekeningen van de legestarieven én de kostendekkendheid, maken deze werkzaamheden een substantieel deel uit van de totale kosten. Kosten die nu nog, door de toepassing van kruissubsidiëring, worden verhaald via tarieven voor grotere bouwwerken. Door het wegvallen van kosten zullen de legestarieven moeten worden verlaagd om te blijven voldoen aan de wettelijke kostendekking van maximaal 100 procent.

 

Het uitgestelde besluit over de datum van inwerkingtreding stelt gemeenten voor dilemma’s. Het eerste dilemma betreft de begroting voor 2021, waarvoor de voorbereidingen starten in het voorjaar. Het maakt veel verschil of de lasten en baten worden gebaseerd op de huidige wet, of op basis van de situatie ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

Het tweede dilemma betreft de legesverordening 2021. Deze gaat er volledig anders uitzien. Bij invoering per 2021 moet een gemeente tijdig keuzes maken over de eerder genoemde gevolgen voor de leges. Pas daarna kan de legesverordening worden aangepast aan de nieuwe situatie en kunnen de legestarieven en de kostendekking worden berekend. Rekening houdend met de termijnen van de bestuurlijke besluitvorming, zullen gemeenten die zich niet spoedig op de nieuwe situatie voorbereiden, te weinig tijd hebben om de gevolgen van de Omgevingswet te vertalen in de begroting en legesverordening 2021.

 

Gemeenten moeten nu anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Door het opstellen van een impactanalyse voor de leges kunnen de financiële gevolgen in beeld worden gebracht en worden meegenomen in de begrotingsvoorstellen voor 2021. Ook kan een nieuwe legesverordening worden voorbereid die rekening houdt met de Omgevingswet. Gemeenten doen dit nooit voor niets. Het is werk dat toch moet gebeuren, ook als de inwerkingtreding wordt uitgesteld. Je kunt er maar beter op tijd bij zijn.


Nico Nijveld, adjunct-directeur, adviseur en docent van de Workshop Leges bij Involon

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.