of 59345 LinkedIn

Inbestedingen horen niet in het politieke debat

Willem Janssen Reageer

Discussies over inbestedingen verzanden op rijksniveau telkens in politiek getouwtrek. De motie-Amhaouch (CDA) van eind vorig jaar wil deze onvoorspelbaarheid uit de besluitvorming halen, maar krijgt nu niet de aandacht die zij verdient.

De Rijksschoonmaakorganisatie, opgericht in 2015, is de meest in het oog springende inbesteding van de afgelopen jaren. Inmiddels wordt er schoongemaakt bij ministeries, waar voorheen bedrijven werden gecontracteerd. Daar waar PvdA en SP dit besluit onderbouwen met de noodzaak om de arbeidsvoorwaarden van schoonmakers te verbeteren, blijven VVD en D66 wijzen op marktverstoring door de overheid. Steeds komen klassieke standpunten over de gewenste omvang van de overheid terug. Vaak is in dit soort situaties uiteindelijk niet duidelijk om welke redenen er precies wordt inbesteed of hoe de verschillende belangen een rol spelen. Hoe goed de keuze uiteindelijk ook is, het is onduidelijk.

De problematiek lijkt zelfs te groeien. Niet alleen bij het rijk, maar ook bij gemeenten, zoals op het gebied van taalcursussen, fotografie, en ict, lijkt het zelf uitvoeren van taken in trek. Zowel met de eigen gemeentelijke organisatie als via samenwerkingsverbanden met andere overheden worden taken aan de markt onttrokken. Amsterdam, Utrecht en Den Haag besteden schoonmaak bijvoorbeeld ook niet meer uit aan de markt. Hoe vaak dat daadwerkelijk gebeurt moet nu blijken uit onderzoek van Economische Zaken.

Schoonmaakbedrijven kijken het schouwspel niet met lede ogen aan. Er wordt stevig geprocedeerd bij de rechter voor hun gedeelte van de ‘taart’. Dergelijke juridische procedures zullen op niets uitdraaien. Van wettelijke regels over de keuze om een taak te inbesteden is in Nederland geen sprake. Ook het aanbestedingsrecht laat deze keuze geheel vrij. Het biedt de overheid de ruimte om de handschoen op te pakken buiten een aanbestedingsplicht. De wet laat daardoor een kans liggen.

Het kabinet wil tot nu toe niets weten van regulering. De motie-Amhaouch erkent daarentegen wel het probleem. Door het ontbreken van transparantie zouden ondernemers vaak niet of te laat op de hoogte zijn. Zo zouden ze niet kunnen laten zien of de markt een beter alternatief kan bieden. Volgens de Kamer ligt de oplossing in regels: een inbestedingsregister. Overheden moeten vooraf melden dat een taak wordt inbesteed. De motie is een begin, maar lost de helft van het probleem op. Een register biedt transparantie, maar geen inzicht. De belangenafweging vóór een in- of uitbesteding is belangrijker. Juist die motivatie moet openbaar worden.

Daarin zou naar voren moeten komen waarom het in een specifiek geval noodzakelijk is om zelf in de ict behoefte te voorzien of toch te kiezen voor uitbesteding van het ophalen van afval. Duidelijk moet worden welke optie het beste is voor de belastingbetaler. Bij overheid ondersteunende diensten is dat geen uitgemaakte zaak. Nederland kan leren van Amerika. Ambtenaren moeten elk jaar inzichtelijk maken waarom de overheid of de markt het beste een dienst kan uitvoeren. De markt krijgt ook een plek aan tafel. Denken zij een duurzamer en innovatiever alternatief te kunnen leveren?

Dan wordt dat meegenomen in de besluitvorming, maar de overheid maakt zelf een keuze. Hoewel naar dat systeem kritisch moet worden gekeken, zou ook het Nederlandse uitgangspunt moeten zijn: de overheid beslist, maar dan wel goed geïnformeerd.

mr. dr. Willem A. Janssen, universitair docent en onderzoeker, rechtsgeleerdheid Universiteit Utrecht, tevens verbonden aan het Public Procurement Research Centre

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.