of 60715 LinkedIn

Gemeenten laten miljoenen liggen

Jan Zuidervliet Reageer

Gemeenten kunnen veel efficiënter omgaan met hun rioleringsuitgaven. Nu maken ze nog lang geen optimaal gebruik van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Duurzame financiering van rioleringsuitgaven

De oorzaak van dit suboptimale gebruik van het BBV ligt in het feit dat gemeenten hun vervangingsinvesteringen voor riolering blijven activeren, hoewel deze investeringen ook direct mogen worden afgeschreven. Het ontbreken van rentelasten is gunstig voor de ontwikkeling van de rioolheffing op de lange termijn. Bovendien levert het een voordeel op van tientallen miljoenen euro's voor de bestedingsruimte van de gemeente.

De hoogte van de rioolheffing wordt binnen het baten- en lastenstelsel vastgesteld. De hoge investeringen voor rioolvervanging worden door activeren over een gebruiksperiode van zestig tot tachtig jaar omgezet in kapitaallasten. Aan het begin van de vervangingsoperatie zijn de kapitaallasten veel lager dan de gemiddelde vervangingsinvestering.

Op dat moment is dit gunstig voor de hoogte van de rioolheffing. Maar in de loop der jaren cumuleren de kapitaallasten steeds verder, totdat ze boven dat gemiddelde investeringsniveau uitstijgen. Vanaf dat omslagpunt wordt de rioolheffing hoger dan bij direct afschrijven zou plaatsvinden. Echter, bij de overgang moet de historisch ontstane boekwaarde nog worden afgelost, wat tot dubbele lasten leidt. Het is duidelijk dat dit een negatief effect heeft op de rioolheffing, wat gemeenten er vervolgens toe brengt om alles maar bij het oude te laten en door te gaan met activeren. Een gemiste kans dus!

Maar er is meer voordeel te behalen. En dat voordeel speelt zich niet af binnen het baten- en lastenstelsel, maar manifesteert zich in het kasstelsel, waar we de harde geldstromen van inkomsten en uitgaven zien. Bij een negatief saldo tussen beide elementen moet er geld worden geleend, wat tot bankrente leidt. Bij een positief saldo kan bijvoorbeeld de schuld aan de bank worden afgelost. De bankrente wordt over alle programma’s verdeeld met de boekwaarden van de begrotingsprogramma’s als verdeelsleutel (omslagrente). Stel, we isoleren de rioleringssituatie uit de gemeentelijke administratie: inkomsten zijn opbrengsten uit de rioolheffing en uitgaven bestaan uit de beheerkosten en investeringen. Maar ook het evenredige deel van de bankrente (omslagrente) geldt als een uitgave, omdat dit een harde betaling betreft.

En daar zit het verschil tussen beide dekkingsmethoden. In het geval dat de rioolheffing voor beide methoden gelijk is, wordt het bestedingssaldo alleen nog maar bepaald door de bankrente. De lage boekwaarde bij direct afschrijven leidt tot een lagere omslag van de totale bankrente dan bij activeren. Voor de gemiddelde gemeente betekent dit dat het bestedingssaldo jaarlijks van enkele tonnen tot enkele miljoenen gunstiger kan uitpakken als er direct wordt afgeschreven. Over de gehele gebruiksperiode leidt dit tot tientallen miljoenen voordeel! En dat is ook het geval als er nog moet worden overgegaan van activeren op direct afschrijven.

Het verweer dat de lage boekwaarde bij riolering leidt tot een hoger percentage voor de omslagrente en dus zwaardere (rente)lasten voor andere programma’s wordt ontzenuwd door de hogere bestedingssaldi, waardoor de schuld aan de bank kan worden afgelost of in de toekomst minder geld hoeft te worden geleend. Beide leiden tot een gunstiger ontwikkeling van de bankschuld en dus tot een lager omslagpercentage. Berekeningen tonen aan dat de gevolgen op het omslagpercentage vrijwel neutraal blijven.

Jan Zuidervliet, eigenaar Zuidervliet Wateradvies

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.