of 60264 LinkedIn

Gemeentefonds: ook de trap af?

Johan de Kruijf Reageer

Signalen zijn er genoeg dat gemeenten meer instrumenten nodig hebben om de door het rijk overgedragen taken en risico’s te kunnen beheersen. Aanpassing van de methodiek voor de grondslag voor de hoogte van het gemeentefonds zou ook helpen.

Te veel risico's lokaal bestuur na decentralisaties

In de discussie over de decentralisaties en de aanstaande aanpassing van het verdeelmodel van het gemeentefonds blijft één onderwerp onderbelicht waardoor het financieel management in gemeenteland nog verder onder druk komt te staan. Dat is de methodiek voor de grondslag voor de hoogte van het gemeentefonds, ofwel het zogenaamde stelsel van ‘trap op-trap af’, in combinatie met de onderlinge risicodeling.

Als de rijksbegroting als geheel wordt bekeken, dan is er op de rijksbegroting in enge zin (dus zonder sociale zekerheid en zorg) nauwelijks meer een begrotingspost te onderkennen die nog echt een open einde karakter heeft. Het gaat om circa 9 miljard euro huuren zorgtoeslag en nog eens circa 5 miljard voor kinderopvang en kindgebonden budget. Dat is ongeveer 10 procent van de rijksbegroting in enge zin. Extreme tegenvallers in de overige uitgaven zijn niet te verwachten omdat vrijwel alle posten strikt zijn gebudgetteerd. Vergelijk dat met de gemeentebegroting op macroniveau. Volgens het CBS zijn de geraamde lasten voor het sociaal domein in 2019 24 miljard op iets minder dan 60 miljard euro. Met andere woorden 40 procent van de gemeente begrotingen kent open einde risico’s.

Omgekeerd kent het rijk juist wel neerwaartse risico’s in de uitgaven op de begroting. Dat leidde bij de meicirculaire tot de mededeling dat de afrekening van het gemeentefonds door de ‘trap op–trap af’ methodiek tot een verlaging van de budgetten leidde. Oorzaken voor de meevallende uitgaven bij het rijk zijn onder andere de investeringen in infrastructuur en defensie die niet in het gewenste tempo kunnen worden gerealiseerd. Voor 2019 is – zeker met de recente uitspraak van de Raad van State over stikstofuitstoot – te verwachten dat uitgaven voor bouwprojecten opnieuw zullen achterblijven.

Dat betekent dat bij de meicirculaire 2020 opnieuw de mededeling zal verschijnen dat het rijk minder heeft uitgegeven dan gepland en dus dat het gemeentefonds moet inleveren. Is een dergelijke grondslag voor verlaging van het gemeentefonds wel terecht? Er is immers geen sprake van een doelbewust politiek gestuurde verlaging van de rijksbegroting vanwege budgettaire motieven. Nee, het rijk is in dit geval niet in staat om geld uit te geven. Kan dat als argument gelden om het gemeentefonds (en ook het provinciefonds) dan ook maar te verlagen? Gemeentebegrotingen zijn al kwetsbaar door de beperkte belastingmiddelen en het hoge risicoprofiel in de uitgaven. De huidige systematiek van ‘trap op–trap af’ die ook op realisatiebasis doorwerkt levert extra ramings - onzekerheid op in de gemeentebegroting zonder dat gemeenten daar op een of andere manier invloed op kunnen uitoefenen.

Ze krijgen simpelweg achteraf de rekening gepresenteerd en kunnen dat alleen maar compenseren door extra te bezuinigen of door in te teren op de reserves. De vaststelling van de omvang van het gemeentefonds verdient meer aandacht. De verhouding in risicoprofielen tussen gemeente- en rijksbegroting is zoek en gemeenten komen steeds meer in de financiële problemen zonder dat er instrumenten zijn om echt bij te sturen.

De ‘trap op–trap af’ methodiek op rekeningbasis dient te vervallen en te worden vervangen door een stelsel van aanpassingen alleen op begrotingsbasis zodat gemeenten gedurende een begrotingsjaar zekerheid hebben over hun inkomstenstroom. De risico’s aan de uitgavenkant van de gemeentebegroting zijn al groot genoeg.

Johan de Kruijf, universitair docent Bestuurskunde Radboud Universiteit. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.