of 59345 LinkedIn

Bezuinigen op gemeentelijk vastgoed begint met verkoop

Rinus Vader 1 reactie

Gemeenten bezitten veel meer  vastgoed dan nodig. Het beheer van  gemeentelijk vastgoed vergt jaarlijks grote uitgaven en inspanningen, terwijl er weinig aantoonbare redenen zijn waarom een gemeente het vastgoed moet bezitten. TU Delft becijferde onlangs dat gemeenten in Nederland 300-400 miljoen te veel uitgeven aan hun vastgoedportefeuille. Het vastgoeddossier krijgt al aandacht in de zoektocht naar bezuinigingen, maar dus nog te weinig.

Uit de Barometer Fysieke Leefomgeving, een onderzoek van Royal HaskoningDHV en de VNG onder 215 gemeenten, blijkt dat 5 procent van de gemeenten de komende vier jaar meer dan 20 procent verwacht te bezuinigen op de vastgoedportefeuille. Een prima voornemen, maar het kan beter. Het besparingspotentieel is namelijk al gauw zo’n 30 procent. Verkoop van onnodig en overbodig vastgoed is daarbij een goede start: het leidt direct tot opbrengsten en stopt de kosten voor beheer en onderhoud.
 

Bij  karakteristiek vastgoed en objecten  met monumentale waarde is verkoop voor gemeenten veelal een gevoelig punt. Wie verkoopt, verliest de regie is immers vaak de gedachte. Die constatering is niet helemaal terecht. Het omgevingsrecht en een eventuele monumentenstatus  zorgen ervoor dat het monumentale panden in de gemeente ook in handen van derden niet verdwijnen, of zeer ongewenste bestemmingen krijgen - in tegendeel er zijn veel voorbeelden van fraaie transformaties van karakteristieke gebouwen, die juist door particulieren en bedrijven zijn uitgevoerd.
 

Een gemeente heeft vaak moeite met het effectief (her)ontwikkelen en inzetten van haar vastgoedportefeuille. Een kunstenaar krijgt voor een project een atelier toegewezen in de binnenstad. Maar is het industriële erfgoed, dat aan de rand van het centrum ligt, niet een veel betere locatie? Het biedt de kunstenaar meer ruimte, terwijl het kostbare pand in de binnenstad verkocht kan worden.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de huidige  leegstand van kantoren  de marktwaarde van gemeentelijk vastgoed drukt. Eventueel ‘verlies’ bij verkoop is echter relatief. Eventueel boekwaardeverlies heeft zich in de werkelijkheid reeds voorgedaan; het moet administratief nog worden verwerkt, terwijl de feitelijke verkoopprijs daadwerkelijke inkomsten zijn, en de jaarlijkse uitgaven voor (leegstand)beheer, verzekering, OZB en onderhoud direct wegvallen. Het is dus het overwegen waard.
 

Rinus Vader
Advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Walter Rozendaal (directeur) op
Ls.,

Goed dat hier de aandacht weer op gevestigd wordt. Al is het wel makkelijk en snel gezegd: gemeenten kunnen wel 30% besparen op hun vastgoed. Maar van wat en hoe dan?

De cijfers zijn oud nieuws en al jaren bekend. Toch wordt tegelijkertijd al jaren maar mondjesmaat vooruitgang geboekt met het op orde krijgen van het gemeentelijke vastgoed. Hoe kand dat?

Cijfermatig lijkt het allemaal te kloppen als beweerd wordt dat er enorm kan worden bezuinigd. Maar waarom gebeurt er dan bij gemeenten op dit terrein zo weinig?

Uit onderzoek bij 137 gemeenten (LOVGM) blijkt dat de enorme vastgoedportefeuilles nog steeds amateuristisch worden beheerd. En vastgoed beheren is ver weg van professioneel vastgoedmanagement.

Dus: het lawaai maken is een goed punt. Aandacht is nodig. Maar nu wel met een echte oplossing komen, die in de praktijk werkt. Anders blijven we dit nog jaren roepen...

W.Rozendaal
Instituut VGM